{
  "number": 73,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van Asaf. Immers is God Israël goed, dengenen, die rein van harte zijn.",
      "text1637": "EEn Psalm [1] Asaphs. [2] Immers is Godt Israël goet; den genen [3] die reyn van herten zijn.",
      "text2026": "Een psalm van Asaf. Immers is God Israël goed, van hen, die rein van hart zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 50:1 . Psalmen 50:1 : Een psalm van Asaf. De God der goden, de HEERE spreekt, en roept de aarde, van den opgang der zon tot aan haar ondergang.",
          "text1637": "Siet Psal. 50. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 50:1 . Psalmen 50:1 : Een psalm van Asaf. De God van de goden, JAHWEH spreekt, en roept de aarde, van de opgang van de zon tot aan haar ondergang."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, evenwel, nochtans, zekerlijk. Met deze woorden breekt de profeet uit, nadat hij een zwaren inwendigen strijd en aanvechting, vanwege der goddelozen tijdelijk geluk, overwonnen had. Verg. Ps. 62:2 . Psalmen 62:2 : Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil.",
          "text1637": "Ofte, evenwel, nochtans, sekerlick. met dese woorden breeckt de Propheet uyt, na dat hy eenen swaren inwendigen strijt ende aenvechtinge, van wegen der godtloosen tijdelick geluck overwonnen hadde. Vergel. Psal. 62.2.",
          "text2026": "Of, evenwel, nochtans, zekerlijk. Met deze woorden breekt de profeet uit, nadat hij een zwaren inwendigen strijd en aanvechting, vanwege het tijdelijke geluk van de goddelozen, overwonnen had. Verg. Ps. 62:2 . Psalmen 62:2 : Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die rein: Dat is, den rechten Israëlieten, niet die zonder zonde zijn, [ Spreuk. 20:9 ], maar die Hem met een oprecht geloof en ongeveinsde godzaligheid dienen. Zie Joh. 1:48 ; Hand. 15:9 ; Rom. 9:6 , 9:8 ; 1 Joh. 3:3 . Spreuken 20:9 : Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde? Johannes 1:48 : Jezus zag Nathanaël tot Zich komen, en zeide van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in welken geen bedrog is. Handelingen 15:9 : En heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, gereinigd hebbende hun harten door het geloof. Romeinen 9:6 : Doch ik zeg dit niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn. Romeinen 9:8 : Dat is, niet de kinderen des vleses, die zijn kinderen Gods; maar de kinderen der beloftenis worden voor het zaad gerekend. 1 Johannes 3:3 : En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is.",
          "text1637": "D. den rechten Israeliten, niet die sonder sonde zijn) (Prov. 20.9) maer die hem met een oprecht geloove ende ongeveynsde Godtsalicheyt dienen. siet Iohan. 1.48. Actor. 15.9. Rom. 9.6, 8. 1.Ioh. 3.3.",
          "text2026": "die rein: Dat is, de rechte Israëlieten, niet die zonder zonde zijn, [ Spr. 20:9 ], maar die Hem met een oprecht geloof en ongeveinsde godzaligheid dienen. Zie Joh. 1:48 ; Hand. 15:9 ; Rom. 9:6 , 9:8 ; 1 Joh. 3:3 . Spreuken 20:9 : Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde? Johannes 1:48 : Jezus zag Nathanaël tot Zich komen, en zei van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in welke geen bedrog is. Handelingen 15:9 : En heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, gereinigd hebbende hun harten door het geloof. Romeinen 9:6 : Maar ik zeg dit niet, alsof het woord van God ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn. Romeinen 9:8 : Dat is, niet de kinderen van het vlees, die zijn kinderen van God; maar de kinderen van de beloftenis worden voor het zaad gerekend. 1 Johannes 3:3 : En een iedereen, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִזְמ֗וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָ֫סָ֥ף",
          "strongs": "H623",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "אַ֤ךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "ט֭וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/יִשְׂרָאֵ֥ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/בָרֵ֥י",
          "strongs": "H1249",
          "morph": "HR/Aampc"
        },
        {
          "woord": "לֵבָֽב",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Asaf. Immers is God Israël goed, van hen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> die rein van hart zijn.",
      "textSV1888_html": "Een psalm<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Asaf. Immers is God Israël goed, dengenen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> die rein van harte zijn.",
      "text1637_html": "EEn Psalm <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Asaphs. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Immers is Godt Israël goet; den genen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> die reyn van herten zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dengenen,",
          "new": "van hen,",
          "principe": "V397"
        },
        {
          "old": "harte",
          "new": "hart",
          "principe": "V1596"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Maar mij aangaande, mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijkans uitgeschoten.",
      "text1637": "Maer my aengaende, [4] mijne voeten waren bynae uytgeweken: mijne treden waren by-kans uytgeschoten.",
      "text2026": "Maar wat mij betreft, mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijkans uitgegleden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Job 21:7 ; Ps. 37:1 ; Jer. 12:1 ; idem v. 2 . Job 21:7 : Waarom leven de goddelozen, worden oud, ja, worden geweldig in vermogen? Psalmen 37:1 : Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen. Jeremia 12:1 : Gij zoudt rechtvaardig zijn, o HEERE! wanneer ik tegen U zou twisten; ik zal nochtans van Uw oordelen met U spreken; waarom is der goddelozen weg voorspoedig, waarom hebben zij rust, allen, die trouwelooslijk trouweloosheid bedrijven? Jeremia 12:2 : Gij hebt ze geplant, zij zijn ook ingeworteld, zij gaan voort, ook dragen zij vrucht; Gij zijt wel nabij in hun mond, maar verre van hun nieren.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Job 21:7 ; Ps. 37:1 ; Jer. 12:1 ; idem v. 2 . Job 21:7 : Waarom leven de goddelozen, worden oud, ja, worden geweldig in vermogen? Psalmen 37:1 : Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen. Jeremia 12:1 : U zoudt rechtvaardig zijn, o JAHWEH! wanneer ik tegen U zou twisten; ik zal nochtans van Uw oordelen met U spreken; waarom is de goddelozen weg voorspoedig, waarom hebben zij rust, allen, die trouweloos trouweloosheid bedrijven? Jeremia 12:2 : U hebt ze geplant, zij zijn ook ingeworteld, zij gaan voort, ook dragen zij vrucht; U bent wel nabij in hun mond, maar verre van hun nieren."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn voeten: Anders, ik was bijna uitgeweken met mijn voeten.",
          "text1637": "And. ick was by nae uytgeweken met mijne voeten.",
          "text2026": "mijn voeten: Anders, ik was bijna uitgeweken met mijn voeten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֗י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֭/מְעַט",
          "strongs": "H4592",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נטוי",
          "strongs": "H5186",
          "morph": "HVqsmsc"
        },
        {
          "woord": "רַגְלָ֑/י",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HNcfdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כְּ֝/אַ֗יִן",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HR/Tn"
        },
        {
          "woord": "שפכה",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HVQp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֲשֻׁרָֽ/י",
          "strongs": "H838",
          "morph": "HNcfpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar wat mij betreft,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijkans uitgegleden.",
      "textSV1888_html": "Maar mij aangaande,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijkans uitgeschoten.",
      "text1637_html": "Maer my aengaende, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> mijne voeten waren bynae uytgeweken: mijne treden waren by-kans uytgeschoten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "",
          "new": "wat",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "aangaande,",
          "new": "betreft,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "uitgeschoten.",
          "new": "uitgegleden.",
          "principe": "V443"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Want ik was nijdig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede.",
      "text1637": "[a] Want ick was nijdich op de [5] dwase; siende der godtloosen [6] vrede.",
      "text2026": "Want ik was nijdig op de dwazen, ziende op de goddelozen vrede.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie van het Hebr. woord Ps. 5:6 . Psalmen 5:6 : De onzinnigen zullen voor Uw ogen niet bestaan; Gij haat alle werkers der ongerechtigheid.",
          "text1637": "Siet van ’t Hebr. woort Psal. 5. op vers 6.",
          "text2026": "Zie van het Hebr. woord Ps. 5:6 . Psalmen 5:6 : De onzinnigen zullen voor Uw ogen niet bestaan; U haat alle werkers van de ongerechtigheid."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, tijdelijk geluk en voorspoed.",
          "text1637": "Dat is, tijdelick geluck ende voorspoet.",
          "text2026": "Dat is, tijdelijk geluk en voorspoed."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "קִ֭נֵּאתִי",
          "strongs": "H7065",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּֽ/הוֹלְלִ֑ים",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HRd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "שְׁל֖וֹם",
          "strongs": "H7965",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִ֣ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "אֶרְאֶֽה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want ik was nijdig op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> dwazen, ziende op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> goddelozen vrede.",
      "textSV1888_html": "Want ik was nijdig op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> dwazen, ziende der goddelozen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> vrede.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Want ick was nijdich op de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> dwase; siende der godtloosen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> vrede.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "op de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Want er zijn geen banden tot hun dood toe, en hun kracht is fris.",
      "text1637": "Want daer en zijn geen [7] banden [8] tot haren doot toe: ende hare kracht is [9] frisch.",
      "text2026": "Want er zijn geen banden tot hun dood toe, en hun kracht is fris.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, knopen; dat is, zij hebben gene kwellingen van krankten en lichamelijke zwakheden, waardoor de mens als gebonden en belet wordt in zijn handel en wandel. Sommigen houden het voor ene gelijkenis, genomen van de grove sterke draden, die in het weven effen en onverbroken aflopen, zodat men ze niet behoeft te knopen of te binden. Alzo loopt het leven van vele goddelozen effen door, zonder grote strubbeling, tegenstoot of hindernis.",
          "text1637": "Ofte, knoopen. Dat is, sy hebben geene quellingen van kranckten ende lichamelicke swackheden, waer door de mensche als gebonden ende belett wort in sijn handel ende wandel. Sommige houden’t voor eene gelijckenisse genomen van de grove stercke draden, die in’t weven effen ende onverbroken afloopen, soo datmense niet behoeft te knoopen, ofte te binden. alsoo loopt het leven veler godtloosen effen door, sonder groote strobbelinge, tegenstoot ofte hindernisse.",
          "text2026": "Of, knopen; dat is, zij hebben gene kwellingen van krankten en lichamelijke zwakheden, waardoor de mens als gebonden en belet wordt in zijn handel en wandel. Sommigen houden het voor een gelijkenis, genomen van de grove sterke draden, die in het weven effen en onverbroken aflopen, zodat men ze niet behoeft te knopen of te binden. Zo loopt het leven van vele goddelozen effen door, zonder grote strubbeling, tegenstoot of hindernis."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot hun dood toe: Anders, in hunnen dood; dat is, zij sterven een zachten en gemakkelijken dood. Zie Job 21:13 . Job 21:13 : In het goede verslijten zij hun dagen; en in een ogenblik dalen zij in het graf.",
          "text1637": "And. in haren doot. dat is, sy sterven eenen sachten ende gemachelicken doot. siet Iob 21.13.",
          "text2026": "tot hun dood toe: Anders, in hun dood; dat is, zij sterven een zachten en gemakkelijken dood. Zie Job 21:13 . Job 21:13 : In het goede verslijten zij hun dagen; en in een ogenblik dalen zij in het graf."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, lustig, gezond zijn zij. [Zie Job 21:23 , 21:24 ]. Hebr., מוֹתָ, vet, gezond. Anders, hun portaal is sterk. Job 21:23 : Deze sterft in de kracht zijner volkomenheid, daar hij gans stil en gerust was; Job 21:24 : Zijn melkvaten waren vol melk, en het merg zijner benen was bevochtigd.",
          "text1637": "D. lustich, gesont zijnse. (siet Iob 21.23, 24.) Hebr. vet, gezont. and. haer portael is sterck.",
          "text2026": "Dat is, lustig, gezond zijn zij. [Zie Job 21:23 , 21:24 ]. Hebr., מוֹתָ, vet, gezond. Anders, hun portaal is sterk. Job 21:23 : Deze sterft in de kracht zijn volkomenheid, daar hij geheel stil en gerust was; Job 21:24 : Zijn melkvaten waren vol melk, en het merg zijn benen was bevochtigd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֵ֖ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "חַרְצֻבּ֥וֹת",
          "strongs": "H2784",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/מוֹתָ֗/ם",
          "strongs": "H4194",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בָרִ֥יא",
          "strongs": "H1277",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "אוּלָֽ/ם",
          "strongs": "H193",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want er zijn geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> banden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> tot hun dood toe, en hun kracht is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> fris.",
      "textSV1888_html": "Want er zijn geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> banden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> tot hun dood toe, en hun kracht is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> fris.",
      "text1637_html": "Want daer en zijn geen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> banden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> tot haren doot toe: ende hare kracht is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> frisch."
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Zij zijn niet in de moeite als andere mensen, en worden met andere mensen niet geplaagd.",
      "text1637": "Sy en zijn niet inde moeyte [als andere] [10] menschen; ende en worden met [andere] menschen niet geplaecht.",
      "text2026": "Zij zijn niet in de moeite als andere mensen, en worden met andere mensen niet geplaagd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., אֱנוֹשׁ, in de moeite des mensen, en zo terstond wederom. Hier worden twee woorden Enosch en Adam [beide betekenende mens ] gebruikt, waarvan het eerste ziet op de sterflijkheid en ellendigheid, het andere op den oorsprong des lichaams van de aarde.",
          "text1637": "Hebr. in de moeyte des menschen, ende soo terstont wederom. hier worden twee woorden Enosch ende Adam (beyde beteeckenende een mensche) gebruyckt, waer van het eerste siet op de sterflickheyt ende katijvicheyt, het ander op den oorspronck des lichaems van der aerde.",
          "text2026": "Hebr., עֲמַל, in de moeite van de mensen, en zo meteen opnieuw. Hier worden twee woorden Enosch en Adam [beide betekenende mens ] gebruikt, waarvan het eerste ziet op de sterflijkheid en ellendigheid, het andere op de oorsprong van het lichaam van de aarde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בַּ/עֲמַ֣ל",
          "strongs": "H5999",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "אֱנ֣וֹשׁ",
          "strongs": "H582",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֵינֵ֑/מוֹ",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "אָ֝דָ֗ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יְנֻגָּֽעוּ",
          "strongs": "H5060",
          "morph": "HVPi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij zijn niet in de moeite<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> als andere mensen, en worden met andere mensen niet geplaagd.",
      "textSV1888_html": "Zij zijn niet in de moeite<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> als andere mensen, en worden met andere mensen niet geplaagd.",
      "text1637_html": "Sy en zijn niet inde moeyte [als andere] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> menschen; ende en worden met [andere] menschen niet geplaecht."
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Daarom omringt hen de hovaardij als een keten; het geweld bedekt hen als een gewaad.",
      "text1637": "Daerom [11] omringtse de hoovaerdye als een keten: het gewelt bedecktse [als] een [12] gewaet.",
      "text2026": "Daarom omringt hen de hoogmoed als een keten; het geweld bedekt hen als een gewaad.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Voor deze woorden, omringt hen als een keten, is in het Hebreeuws een woord, betekenende zoveel alsof men zeide, ketent hen; dat is, is hun in plaats van een keten, omgehangen sieraad, gouden halsband. Of, zij zijn met hovaardij rondom behangen gelijk een keten rondom den hals gaat.",
          "text1637": "Door dese woorden, omringtse als een keten, is in het hebreeusch een woort, beteeckende soo veel, als of men seyde, ketentse. dat is, is haer in plaetse van een keten, omgehangen cieraet, gouden hals-bant, ofte: sy zijn met hoovaerdije rontom behangen, gelijck een keten rontom den hals gaet.",
          "text2026": "Voor deze woorden, omringt hen als een keten, is in het Hebreeuws een woord, betekenende zoveel alsof men zei, ketent hen; dat is, is hun in plaats van een keten, omgehangen sieraad, gouden halsband. Of, zij zijn met hovaardij rondom behangen gelijk een keten rondom de hals gaat."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, pronkkleed. Het Hebreeuwse woord wordt Spreuk. 7:10 , gebruikt van het kleed ener overspeelster, en schijnt de betekenis te hebben van een welzittend, welpassend, sierlijk kleed; alzo pronken de goddelozen met overlast en geweld, alsof zij hun sieraad en opschik waren. Zie het tegendeel Job 29:14 . Spreuken 7:10 : En ziet, een vrouw ontmoette hem in hoerenversiersel, en met het hart op haar hoede; Job 29:14 : Ik bekleedde mij met gerechtigheid, en zij bekleedde mij; mijn oordeel was als een mantel en vorstelijke hoed.",
          "text1637": "Ofte, pronck-kleedt. Het Hebreeusch woordeken, wort Proverb. 7.10 gebruyckt van het kleet eener overspelersse, ende schijnt de beteeckeninge te hebben van een wel-sittende, wel-passende, cierlick habijt: alsoo proncken de godtloose met overlast ende gewelt, als ofse haer cieraet ende smuck waren. siet het contrarie Iob 29.14.",
          "text2026": "Of, pronkkleed. Het Hebreeuwse woord wordt Spr. 7:10 , gebruikt van het kleed van een overspeelster, en schijnt de betekenis te hebben van een welzittend, welpassend, sierlijk kleed; zo pronken de goddelozen met overlast en geweld, alsof zij hun sieraad en opschik waren. Zie het tegendeel Job 29:14 . Spreuken 7:10 : En ziet, een vrouw ontmoette hem in hoerenversiersel, en met het hart op haar hoede; Job 29:14 : Ik bekleedde mij met gerechtigheid, en zij bekleedde mij; mijn oordeel was als een mantel en vorstelijke hoed."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ֭/כֵן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "עֲנָקַ֣תְ/מוֹ",
          "strongs": "H6059",
          "morph": "HVqp3fs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "גַאֲוָ֑ה",
          "strongs": "H1346",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "יַעֲטָף",
          "strongs": "H5848",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "שִׁ֝֗ית",
          "strongs": "H7897",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חָמָ֥ס",
          "strongs": "H2555",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/מוֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> omringt hen de hoogmoed als een keten; het geweld bedekt hen als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> gewaad.",
      "textSV1888_html": "Daarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> omringt hen de hovaardij als een keten; het geweld bedekt hen als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> gewaad.",
      "text1637_html": "Daerom <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> omringtse de hoovaerdye als een keten: het gewelt bedecktse [als] een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> gewaet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hovaardij",
          "new": "hoogmoed",
          "principe": "V334"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Hun ogen puilen uit van vet; zij gaan de inbeeldingen des harten te boven.",
      "text1637": "Hare oogen [13] puylen uyt van vet: sy [14] gaen de inbeeldingen des herten te boven.",
      "text2026": "Hun ogen puilen uit van vet; zij gaan de inbeeldingen van het hart te boven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. gaat uit; te weten, elk oog. Verg. Job 15:27 . Job 15:27 : Omdat hij zijn aangezicht met zijn vet bedekt heeft, en rimpelen gemaakt om de weekdarmen;",
          "text1637": "Hebr. gaet uyt. te weten, elck ooge. Vergel. Iob 15.27.",
          "text2026": "Hebr. gaat uit; te weten, elk oog. Verg. Job 15:27 . Job 15:27 : Omdat hij zijn aangezicht met zijn vet bedekt heeft, en rimpelen gemaakt om de weekdarmen;"
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gaan de: Dat is, het gaat hun beter dan zij zichzelven hadden ingebeeld; of de inbeeldingen huns harten gaat voort, of zij bedrijven meer kwaad dan iemands hart zou kunnen bedenken. Verg. Jer. 5:28 . Jeremia 5:28 : Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet.",
          "text1637": "D. het gaet hen beter, als sy haer selven hadden ingebeelt: ofte, de inbeeldingen hares herten gaen voort: ofte, sy bedrijven meer quaets, als yemants herte soude konnen bedencken. Vergel. Ierem. 5.28.",
          "text2026": "gaan de: Dat is, het gaat hun beter dan zij zichzelven hadden ingebeeld; of de inbeeldingen huns harten gaat voort, of zij bedrijven meer kwaad dan iemands hart zou kunnen bedenken. Verg. Jer. 5:28 . Jeremia 5:28 : Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden van de bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak van de wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht van de nooddruftigen niet."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יָ֭צָא",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/חֵ֣לֶב",
          "strongs": "H2459",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עֵינֵ֑/מוֹ",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עָ֝בְר֗וּ",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מַשְׂכִּיּ֥וֹת",
          "strongs": "H4906",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "לֵבָֽב",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hun ogen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> puilen uit van vet; zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> gaan de inbeeldingen van het hart te boven.",
      "textSV1888_html": "Hun ogen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> puilen uit van vet; zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> gaan de inbeeldingen des harten te boven.",
      "text1637_html": "Hare oogen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> puylen uyt van vet: sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> gaen de inbeeldingen des herten te boven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des harten",
          "new": "van het hart",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Zij mergelen de lieden uit, en spreken boselijk van verdrukking; zij spreken uit de hoogte.",
      "text1637": "Sy [15] mergelen [de lieden] uyt, ende spreken [16] booslick van verdruckinge: sy spreken uyt der [17] hoochte.",
      "text2026": "Zij mergelen de mensen uit, en spreken boos van verdrukking; zij spreken uit de hoogte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, doen [de mensen] uitteren, of smelten, door allerlei overlast en trots, gelijk de volgende woorden verklaren. Het Hebr. woord wordt alleen hier alzo gevonden en daarom verscheidenlijk overgezet.",
          "text1637": "Ofte, doen [de menschen] uytteeren ofte, smelten, door allerleyen overlast ende trotz, als de volgende woorden verklaren. Het Hebr. woort wort alleen hier alsoo gevonden, ende daerom verscheydentlick overgesett.",
          "text2026": "Of, doen [de mensen] uitteren, of smelten, door allerlei overlast en trots, gelijk de volgende woorden verklaren. Het Hebr. woord wordt alleen hier zo gevonden en daarom verscheidenlijk overgezet."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. in, of, met het boze, of boosheid.",
          "text1637": "Hebr. in, ofte, met het boose, ofte, boosheyt.",
          "text2026": "Hebr. in, of, met het boze, of boosheid."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Voerende overal [gelijk men zegt] het hoogste woord, willende van niemand tegengesproken zijn. Verg. Ps. 12:5 . Psalmen 12:5 : Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?",
          "text1637": "Voerende over al (alsmen seyt) het hoochste woort, willende van niemant tegen-gesproken zijn. Vergel. Psal. 12.5.",
          "text2026": "Voerende overal [gelijk men zegt] het hoogste woord, willende van niemand tegengesproken zijn. Verg. Ps. 12:5 . Psalmen 12:5 : Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יָמִ֤יקוּ",
          "strongs": "H4167",
          "morph": "HVhi3mp"
        },
        {
          "woord": "וִ/ידַבְּר֣וּ",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HC/Vpi3mp"
        },
        {
          "woord": "בְ/רָ֣ע",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HR/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "עֹ֑שֶׁק",
          "strongs": "H6233",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/מָּר֥וֹם",
          "strongs": "H4791",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יְדַבֵּֽרוּ",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> mergelen de mensen uit, en spreken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> boos van verdrukking; zij spreken uit de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hoogte.",
      "textSV1888_html": "Zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> mergelen de lieden uit, en spreken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> boselijk van verdrukking; zij spreken uit de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hoogte.",
      "text1637_html": "Sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> mergelen [de lieden] uyt, ende spreken <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> booslick van verdruckinge: sy spreken uyt der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hoochte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "lieden",
          "new": "mensen",
          "principe": "V10"
        },
        {
          "old": "boselijk",
          "new": "boos",
          "principe": "V444"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Zij zetten hun mond tegen den hemel, en hun tong wandelt op de aarde.",
      "text1637": "[18] Sy setten haren mont tegen den hemel: ende hare tonge wandelt op der aerden.",
      "text2026": "Zij zetten hun mond tegen de hemel, en hun tong wandelt op de aarde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zij zetten: Dat is, zij lasteren onbeschroomd zowel God en alle goddelijke zaken als de mensen. Verg. Openb. 13:6 , alzo wordt door den hemel God verstaan; Dan. 4:26 ; Luk. 15:18 . Openbaring 13:6 : En het opende zijn mond tot lastering tegen God, om Zijn Naam te lasteren, en Zijn tabernakel, en die in den hemel wonen. Daniël 4:26 : Dat er ook gezegd is, dat men den stam met de wortelen van dien boom laten zou; uw koninkrijk zal u bestendig zijn, nadat gij zult bekend hebben, dat de Hemel heerst. Lukas 15:18 : Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u;",
          "text1637": "D. sy lasteren onbeschroomt soo wel Godt ende alle Godtlicke saken, als de menschen, verg. Apoc. 13.6. alsoo wort door den hemel, Godt verstaen, Dan. 4.26. Luc. 15.18.",
          "text2026": "Zij zetten: Dat is, zij lasteren onbeschroomd zowel God en alle goddelijke zaken als de mensen. Verg. Openb. 13:6 , zo wordt door de hemel God verstaan; Dan. 4:26 ; Luk. 15:18 . Openbaring 13:6 : En het opende zijn mond tot lastering tegen God, om Zijn Naam te lasteren, en Zijn tabernakel, en die in de hemel wonen. Daniël 4:26 : Dat er ook gezegd is, dat men de stam met de wortelen van die boom laten zou; uw koninkrijk zal u bestendig zijn, nadat u zult bekend hebben, dat de Hemel heerst. Lukas 15:18 : Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de Hemel, en voor u;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שַׁתּ֣וּ",
          "strongs": "H8371",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בַ/שָּׁמַ֣יִם",
          "strongs": "H8064",
          "morph": "HRd/Ncmda"
        },
        {
          "woord": "פִּי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/לְשׁוֹנָ֗/ם",
          "strongs": "H3956",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "תִּֽהֲלַ֥ךְ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Zij zetten hun mond tegen de hemel, en hun tong wandelt op de aarde.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Zij zetten hun mond tegen den hemel, en hun tong wandelt op de aarde.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Sy setten haren mont tegen den hemel: ende hare tonge wandelt op der aerden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1b"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Daarom keert zich Zijn volk hiertoe, als hun wateren eens vollen bekers worden uitgedrukt,",
      "text1637": "Daerom keert sich [19] sijn volck hier toe, als hen wateren eenes vollen [20] [bekers] worden uytgedruckt,",
      "text2026": "Daarom keert zich Zijn volk hiertoe, als hun water van een volle beker worden uitgedrukt,",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijn volk: Te weten, Gods, van welken in het eerste vers van dezen psalm en in het naastvolgende gesproken wordt. De zin is dat de vromen, overdenkende hun groot kruis en daarentegen der goddelozen voorspoed, met deze gedachten bestreden worden. Of ook God op de menselijke zaken acht zou nemen.",
          "text1637": "T.w. Godts, van welcken in’t eerste vers deses Psalms, ende in het naestvolgende gesproken wort. De sin is, dat de vroome, overdenckende haer groot kruys, ende daer tegen der godtloosen voorspoet, met dese gedachten betreden worden: of oock Godt op de menschelicke saken acht soude nemen.",
          "text2026": "Zijn volk: Te weten, Gods, van welke in het eerste vers van deze psalm en in het naastvolgende gesproken wordt. De zin is dat de vromen, overdenkende hun groot kruis en daarentegen van de goddelozen voorspoed, met deze gedachten bestreden worden. Of ook God op de menselijke zaken acht zou nemen."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bekers : Of, bekkens; dat is, lijden wordt hun in een volle en overvloeiende maat toegedeeld, alsof men water in een bekken of beker voor iemand uit iets, dat vol vochtigheid is, uitwrong of uitdrukte. Zie 2 Sam. 22:17 ; Ps. 11:6 . Of, men kan door de wateren hier verstaan tranen; uit vergelijking van Ps. 42:4 , en Ps. 80:6 ; alsof de profeet zeide: een beker vol tranen. 2 Samuël 22:17 : Hij zond van de hoogte, Hij nam mij, Hij trok mij op uit grote wateren. Psalmen 11:6 : Hij zal op de goddelozen regenen strikken, vuur en zwavel; en een geweldige stormwind zal het deel huns bekers zijn. Psalmen 42:4 : Mijn tranen zijn mij tot spijs dag en nacht; omdat zij den gansen dag tot mij zeggen: Waar is uw God? Psalmen 80:6 : Gij spijst hen met tranenbrood, en drenkt hen met tranen uit een drieling.",
          "text1637": "Ofte, beckens, dat is, lijden wort hen in eene volle ende overvloeyende mate toegedeelt, als of men water in een becken ofte beker voor yemant uyt yets, dat vol vochticheyts is, uytwrong ofte uytdructe. siet Psal. 11. op vers 6. 2.Sam. 22. op vers 17. ofte, men kan door de wateren hier verstaen, tranen, uyt vergelijckinge van Psal. 80.6. ende 42.4. als of de Propheet seyde: een beker vol tranen.",
          "text2026": "bekers : Of, bekkens; dat is, lijden wordt hun in een volle en overvloeiende maat toegedeeld, alsof men water in een bekken of beker voor iemand uit iets, dat vol vochtigheid is, uitwrong of uitdrukte. Zie 2 Sam. 22:17 ; Ps. 11:6 . Of, men kan door de wateren hier verstaan tranen; uit vergelijking van Ps. 42:4 , en Ps. 80:6 ; alsof de profeet zei: een beker vol tranen. 2 Samuël 22:17 : Hij zond van de hoogte, Hij nam mij, Hij trok mij op uit grote wateren. Psalmen 11:6 : Hij zal op de goddelozen regenen strikken, vuur en zwavel; en een geweldige stormwind zal het deel huns bekers zijn. Psalmen 42:4 : Mijn tranen zijn mij tot voedsel dag en nacht; omdat zij de gansen dag tot mij zeggen: Waar is uw God? Psalmen 80:6 : U spijst hen met tranenbrood, en drenkt hen met tranen uit een drieling."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֤ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "ישיב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "עַמּ֣/וֹ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הֲלֹ֑ם",
          "strongs": "H1988",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וּ/מֵ֥י",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HC/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "מָ֝לֵ֗א",
          "strongs": "H4392",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "יִמָּ֥צוּ",
          "strongs": "H4680",
          "morph": "HVNi3mp"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/מוֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom keert zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Zijn volk hiertoe, als hun water van een volle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> beker worden uitgedrukt,",
      "textSV1888_html": "Daarom keert zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Zijn volk hiertoe, als hun wateren eens vollen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> bekers worden uitgedrukt,",
      "text1637_html": "Daerom keert sich <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> sijn volck hier toe, als hen wateren eenes vollen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> [bekers] worden uytgedruckt,",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wateren eens vollen bekers",
          "new": "water van een volle beker",
          "principe": "V445"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Dat zij zeggen: Hoe zou het God weten, en zou er wetenschap zijn bij den Allerhoogste?",
      "text1637": "Datse seggen; Hoe soudet Godt weten? ende souder wetenschap zijn by den Alderhoochsten?",
      "text2026": "Dat zij zeggen: Hoe zou het God weten, en zou er wetenschap zijn bij de Allerhoogste?",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְֽ/אָמְר֗וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֵיכָ֥ה",
          "strongs": "H349",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "יָדַֽע",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵ֑ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֵ֖שׁ",
          "strongs": "H3426",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "דֵּעָ֣ה",
          "strongs": "H1844",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בְ/עֶלְיֽוֹן",
          "strongs": "H5945",
          "morph": "HR/Aamsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dat zij zeggen: Hoe zou het God weten, en zou er wetenschap zijn bij de Allerhoogste?",
      "text1637_html": "Datse seggen; Hoe soudet Godt weten? ende souder wetenschap zijn by den Alderhoochsten?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Ziet, dezen zijn goddeloos; nochtans hebben zij rust in de wereld; zij vermenigvuldigen het vermogen.",
      "text1637": "Siet dese zijn godtloos: nochtans [21] hebben sy ruste in de werelt, sy vermenichvuldigen het [22] vermogen.",
      "text2026": "Zie, deze zijn goddeloos; toch hebben zij rust in de wereld; zij vermenigvuldigen het vermogen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. [zij zijn] de gerusten, of vrede hebbenden der wereld, of der eeuw, of eeuwigheid; dat is, die den vrede, [verg. Joh. 14:27 ] of het geluk dezer wereld genieten, of hun levenlang in rust, gemak en weelde zitten en gans zorgeloos leven. Van zulk een gebruik des woords, [eeuwigheid] zie Deut. 15:17 , en verg. met deze klacht Jer. 12:1 , 12:2 . Johannes 14:27 : Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd. Deuteronomium 15:17 : Zo zult gij een priem nemen, en steken in zijn oor en in de deur, en hij zal eeuwiglijk uw dienstknecht zijn; en aan uw dienstmaagd zult gij ook alzo doen. Jeremia 12:1 : Gij zoudt rechtvaardig zijn, o HEERE! wanneer ik tegen U zou twisten; ik zal nochtans van Uw oordelen met U spreken; waarom is der goddelozen weg voorspoedig, waarom hebben zij rust, allen, die trouwelooslijk trouweloosheid bedrijven? Jeremia 12:2 : Gij hebt ze geplant, zij zijn ook ingeworteld, zij gaan voort, ook dragen zij vrucht; Gij zijt wel nabij in hun mond, maar verre van hun nieren.",
          "text1637": "Hebr. [sy zijn] de geruste, ofte, vrede-hebbende der werelt, ofte, der eeuwe, ofte, eeuwicheyt. dat is, die de vrede (vergel. Ioh. 14.27) ofte, het geluck deser werelt genieten, ofte, haer leven lanck in ruste, gemack ende weelde sitten ende gantsch sorgeloos leven. Van sulcken gebruyck des woorts, (eeuwicheyt) siet Deut. 15. op vers 17. ende vergel. met dese klachte Ierem. 12. versen 1, 2.",
          "text2026": "Hebr. [zij zijn] de gerusten, of vrede hebbenden van de wereld, of van de eeuw, of eeuwigheid; dat is, die de vrede, [verg. Joh. 14:27 ] of het geluk van deze wereld genieten, of hun levenlang in rust, gemak en weelde zitten en geheel zorgeloos leven. Van zulk een gebruik van het woord, [eeuwigheid] zie Deut. 15:17 , en verg. met deze klacht Jer. 12:1 , 12:2 . Johannes 14:27 : Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd. Deuteronomium 15:17 : Zo zult u een priem nemen, en steken in zijn oor en in de deur, en hij zal eeuwig uw dienaar zijn; en aan uw dienstmaagd zult u ook zo doen. Jeremia 12:1 : U zoudt rechtvaardig zijn, o JAHWEH! wanneer ik tegen U zou twisten; ik zal nochtans van Uw oordelen met U spreken; waarom is de goddelozen weg voorspoedig, waarom hebben zij rust, allen, die trouweloos trouweloosheid bedrijven? Jeremia 12:2 : U hebt ze geplant, zij zijn ook ingeworteld, zij gaan voort, ook dragen zij vrucht; U bent wel nabij in hun mond, maar verre van hun nieren."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, rijkdom, gelijk Deut. 8:17 , 8:18 ; Ruth 2:1 ; 2 Kon. 5:1 . Deuteronomium 8:17 : En gij in uw hart zegt: Mijn kracht, en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verkregen. Deuteronomium 8:18 : Maar gij zult gedenken den HEERE, uw God, dat Hij het is, die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is. Ruth 2:1 : Naomi nu had een bloedvriend van haar man, een man, geweldig van vermogen, van het geslacht van Elimelech; en zijn naam was Boaz. 2 Koningen 5:1 : Naäman nu, de krijgsoverste van den koning van Syrië, was een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien; want door hem had de HEERE den Syriërs verlossing gegeven; zo was deze man een strijdbaar held, doch melaats.",
          "text1637": "D. rijckdom, als Deut. 8. versen 17, 18. Ruth 2.1. 2.Reg. 5.1.",
          "text2026": "Dat is, rijkdom, gelijk Deut. 8:17 , 8:18 ; Ruth 2:1 ; 2 Kon. 5:1 . Deuteronomium 8:17 : En u in uw hart zegt: Mijn kracht, en de sterkte mijn hand heeft mij dit vermogen verkregen. Deuteronomium 8:18 : Maar u zult gedenken JAHWEH, uw God, dat Hij het is, die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaders gezworen heeft, gelijk het te deze dage is. Ruth 2:1 : Naomi nu had een bloedvriend van haar man, een man, geweldig van vermogen, van het geslacht van Elimelech; en zijn naam was Boaz. 2 Koningen 5:1 : Naäman nu, de krijgsoverste van de koning van Syrië, was een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien; want door hem had JAHWEH de Syriërs verlossing gegeven; zo was deze man een strijdbaar held, maar melaats."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִנֵּה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HPdxcp"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִ֑ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "וְ/שַׁלְוֵ֥י",
          "strongs": "H7961",
          "morph": "HC/Aampc"
        },
        {
          "woord": "ע֝וֹלָ֗ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הִשְׂגּוּ",
          "strongs": "H7685",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "חָֽיִל",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zie, deze zijn goddeloos; toch<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> hebben zij rust in de wereld; zij vermenigvuldigen het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> vermogen.",
      "textSV1888_html": "Ziet, dezen zijn goddeloos; nochtans<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> hebben zij rust in de wereld; zij vermenigvuldigen het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> vermogen.",
      "text1637_html": "Siet dese zijn godtloos: nochtans <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> hebben sy ruste in de werelt, sy vermenichvuldigen het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> vermogen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Ziet, dezen",
          "new": "Zie, deze",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "nochtans",
          "new": "toch",
          "principe": "V73"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Immers heb ik te vergeefs mijn hart gezuiverd, en mijn handen in onschuld gewassen.",
      "text1637": "[23] Immers heb ick te vergeefs mijn [24] herte gesuyvert; ende mijne [25] handen in onschult gewasschen:",
      "text2026": "Immers heb ik te vergeefs mijn hart gezuiverd, en mijn handen in onschuld gewassen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Woorden van den profeet in zijnen strijd.",
          "text1637": "Woorden des Propheets in sijnen strijt.",
          "text2026": "Woorden van de profeet in zijn strijd."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hart gezuiverd: Zie vers 1 . Psalmen 73:1 : Een psalm van Asaf. Immers is God Israël goed, dengenen, die rein van harte zijn.",
          "text1637": "Siet op vers 1.",
          "text2026": "hart gezuiverd: Zie vers 1 . Psalmen 73:1 : Een psalm van Asaf. Immers is God Israël goed, dengenen, die rein van hart zijn."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 26:6 . Psalmen 26:6 : Ik was mijn handen in onschuld, en ik ga rondom uw altaar, o HEERE!",
          "text1637": "Siet Psal. 26. op vers 6.",
          "text2026": "Zie Ps. 26:6 . Psalmen 26:6 : Ik was mijn handen in onschuld, en ik ga rondom uw altaar, o JAHWEH!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "רִ֭יק",
          "strongs": "H7385",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "זִכִּ֣יתִי",
          "strongs": "H2135",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְבָבִ֑/י",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וָ/אֶרְחַ֖ץ",
          "strongs": "H7364",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/נִקָּי֣וֹן",
          "strongs": "H5356",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כַּפָּֽ/י",
          "strongs": "H3709",
          "morph": "HNcfdc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Immers heb ik te vergeefs mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> hart gezuiverd, en mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> handen in onschuld gewassen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Immers heb ik te vergeefs mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> hart gezuiverd, en mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> handen in onschuld gewassen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Immers heb ick te vergeefs mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> herte gesuyvert; ende mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> handen in onschult gewasschen:"
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Dewijl ik den gansen dag geplaagd ben, en mijn straffing is er alle morgens.",
      "text1637": "Dewijle ick den gantschen dach geplaecht ben; ende mijne straffinge isser [26] alle morgens.",
      "text2026": "Omdat ik de hele dag geplaagd ben, en mijn straffing is er elke morgen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "alle morgens: Hebr. in de morgenstonden; dat is, alle morgen, of vroeg. Alzo Job 7:18 ; Ps. 101:8 ; Jes. 33:2 ; Klaagl. 3:23 . Job 7:18 : En dat Gij hem bezoekt in elken morgenstond; dat Gij hem in elken ogenblik beproeft? Psalmen 101:8 : Allen morgen zal ik alle goddelozen des lands verdelgen, om uit de stad des HEEREN alle werkers der ongerechtigheid uit te roeien. Jesaja 33:2 : HEERE, wees ons genadig, wij hebben op U gewacht; wees hun arm allen morgen, daartoe onze behoudenis ten tijde der benauwdheid. Klaagliederen 3:23 : Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot.",
          "text1637": "Hebr. in de morgen-stonden. dat is, alle morgens, ofte, vroech: Alsoo Iob 7.18. Psal. 101.8. Ies. 33.2. Thren. 3.23.",
          "text2026": "elke morgen: Hebr. in de morgenstonden; dat is, alle morgen, of vroeg. Zo Job 7:18 ; Ps. 101:8 ; Jes. 33:2 ; Klaagl. 3:23 . Job 7:18 : En dat U hem bezoekt in elke morgenstond; dat U hem in elke ogenblik beproeft? Psalmen 101:8 : Elke morgen zal ik alle goddelozen van het land verdelgen, om uit de stad van JAHWEH alle werkers van de ongerechtigheid uit te roeien. Jesaja 33:2 : JAHWEH, wees ons genadig, wij hebben op U gewacht; wees hun arm elke morgen, daartoe onze behoudenis ten tijde van de benauwdheid. Klaagliederen 3:23 : Cheth. Zij zijn elke morgen nieuw, Uw trouw is groot."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אֱהִ֣י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "נָ֭גוּעַ",
          "strongs": "H5060",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֑וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/תוֹכַחְתִּ֗/י",
          "strongs": "H8433",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לַ/בְּקָרִֽים",
          "strongs": "H1242",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Omdat ik de hele dag geplaagd ben, en mijn straffing is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> er elke morgen.",
      "textSV1888_html": "Dewijl ik den gansen dag geplaagd ben, en mijn straffing is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> er alle morgens.",
      "text1637_html": "Dewijle ick den gantschen dach geplaecht ben; ende mijne straffinge isser <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> alle morgens.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Dewijl",
          "new": "Omdat",
          "principe": "V2"
        },
        {
          "old": "den gansen",
          "new": "de hele",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "alle morgens.",
          "new": "elke morgen.",
          "principe": "V446"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Indien ik zou zeggen: Ik zal ook alzo spreken; ziet, zo zou ik trouweloos zijn aan het geslacht Uwer kinderen.",
      "text1637": "Indien ick soude [27] seggen; Ick sal oock [28] alsoo spreken: siet, so soud’ ick trouwloos zijn aen’t [29] geslachte uwer kinderen.",
      "text2026": "Als ik zou zeggen: Ik zal ook zo spreken; zie, zo zou ik trouweloos zijn aan het geslacht van Uw kinderen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit kan men nemen voor zeggen bij zichzelven; dat is, denken, gelijk elders dikwijls.",
          "text1637": "Dit kanmen nemen voor seggen by sich selven, dat is, dencken, als elders dickwijls.",
          "text2026": "Dit kan men nemen voor zeggen bij zichzelven; dat is, denken, gelijk elders dikwijls."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, ik zal deze plaag de overhand in mij laten nemen, mijn vlees bijvallen, en voortaan de vromen bij openlijke uitspraak verdoemen en de goddelozen prijzen.",
          "text1637": "D. ick sal dese tentatie d’overhant in my laten nemen, mijn vleesch bijvallen, ende voortaen de vroome by opentlicke uytsprake verdoemen, ende de godtloose prijsen.",
          "text2026": "Dat is, ik zal deze plaag de overhand in mij laten nemen, mijn vlees bijvallen, en voortaan de vromen bij openlijke uitspraak verdoemen en de goddelozen prijzen."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, aan de ganse menigte der vromen, uw ganse kerk, ook genoemd het geslacht der rechtvaardigen, of het rechtvaardige geslacht; Ps. 14:5 . Hij wil zeggen dat hij de kerk Gods grotelijks zou verongelijken en zich grovelijk aan hen en God zelven vergrijpen, mits die om des kruises wil verdoemende. Van het Hebreeuwse woord, dat voor geslacht genomen wordt, zie Ps. 12:8 . Psalmen 14:5 : Aldaar zijn zij met vervaardheid vervaard; want God is bij het geslacht des rechtvaardigen. Psalmen 12:8 : Gij, HEERE, zult hen bewaren; Gij zult hen behoeden voor dit geslacht, tot in eeuwigheid.",
          "text1637": "D. aen de gantsche menichte der vroomen, uwe gantsche kercke, oock genoemt het geslachte der rechtveerdigen, ofte, het rechtveerdich geslachte. Psal. 14.5. hy wil seggen, dat hy de kercke Godts grootelicks soude verongelijcken, ende sich groflick aen haer ende Godt selve vergrijpen, mits die om des kruyces wille verdoemende. van het Hebr. woordeken, dat voor geslachte genomen wort, siet Psal. 12 op vers 8.",
          "text2026": "Dat is, aan de gehele menigte van de vromen, uw gehele kerk, ook genoemd het geslacht van de rechtvaardigen, of het rechtvaardige geslacht; Ps. 14:5 . Hij wil zeggen dat hij de kerk van God grotelijks zou verongelijken en zich grovelijk aan hen en God zelven vergrijpen, mits die vanwege het kruis verdoemende. Van het Hebreeuwse woord, dat voor geslacht genomen wordt, zie Ps. 12:8 . Psalmen 14:5 : Daar zijn zij met vervaardheid vervaard; want God is bij het geslacht van de rechtvaardigen. Psalmen 12:8 : U, JAHWEH, zult hen bewaren; U zult hen behoeden voor dit geslacht, tot in eeuwigheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אָ֭מַרְתִּי",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲסַפְּרָ֥ה",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HVph1cs"
        },
        {
          "woord": "כְמ֑וֹ",
          "strongs": "H3644",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּ֤ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "ד֭וֹר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּנֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בָגָֽדְתִּי",
          "strongs": "H898",
          "morph": "HVqp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als ik zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> zeggen: Ik zal ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> zo spreken; zie, zo zou ik trouweloos zijn aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> het geslacht van Uw kinderen.",
      "textSV1888_html": "Indien ik zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> zeggen: Ik zal ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> alzo spreken; ziet, zo zou ik trouweloos zijn aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> het geslacht Uwer kinderen.",
      "text1637_html": "Indien ick soude <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> seggen; Ick sal oock <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> alsoo spreken: siet, so soud’ ick trouwloos zijn aen’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> geslachte uwer kinderen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Indien",
          "new": "Als",
          "principe": "V41"
        },
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "ziet,",
          "new": "zie,",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn ogen;",
      "text1637": "Nochtans heb ick gedacht om dit te mogen verstaen: [maer] het was moeyte in mijne [30] oogen:",
      "text2026": "Toch heb ik gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn ogen;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "moeite in mijn ogen: Dat is, deze zaak, van het kruis der vromen en het geluk der goddelozen, scheen mij te zwaar om te begrijpen, ik kon mij daarin niet onderrichten. Zie Job 18:3 . Job 18:3 : Waarom worden wij geacht als beesten, en zijn onrein in ulieder ogen?",
          "text1637": "Dat is, dese sake, van het kruys der vromen ende geluck der godtloosen, scheen my te swaer om te begrijpen, ick en konde my daer in niet ontrichten. Siet Iob 18. op vers 3.",
          "text2026": "moeite in mijn ogen: Dat is, deze zaak, van het kruis van de vromen en het geluk van de goddelozen, scheen mij te zwaar om te begrijpen, ik kon mij daarin niet onderrichten. Zie Job 18:3 . Job 18:3 : Waarom worden wij geacht als beesten, en zijn onrein in ulieder ogen?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָֽ֭/אֲחַשְּׁבָ/ה",
          "strongs": "H2803",
          "morph": "HC/Vpw1cs/Sh"
        },
        {
          "woord": "לָ/דַ֣עַת",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "זֹ֑את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HPdxfs"
        },
        {
          "woord": "עָמָ֖ל",
          "strongs": "H5999",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "היא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְ/עֵינָֽ/י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toch heb ik gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> ogen;",
      "textSV1888_html": "Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> ogen;",
      "text1637_html": "Nochtans heb ick gedacht om dit te mogen verstaen: [maer] het was moeyte in mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> oogen:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Nochtans",
          "new": "Toch",
          "principe": "V73"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde merkte.",
      "text1637": "Tot dat ick in Godts [31] heylichdommen inginck; [ende] op haer [32] eynde merckte.",
      "text2026": "Totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde merkte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, Gods woord en de plaats waar Gods volk bijeenkomt en zijn woord verhandeld, geleerd en onderzocht wordt.",
          "text1637": "Verst. Godts woort, ende de plaetse daer Godts volck by een komt, ende sijn woort verhandelt, geleert, ende ondersocht wort.",
          "text2026": "Versta, Gods woord en de plaats waar Gods volk bijeenkomt en zijn woord verhandeld, geleerd en onderzocht wordt."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. achterste, laatste, uiterste; dat is, hoe de goddelozen ten laatste varen zullen, gelijk Deut. 32:20 , 32:29 , enz. Deuteronomium 32:20 : En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is. Deuteronomium 32:29 : O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.",
          "text1637": "Hebr. achterste, laetste, uyterste. D. hoe de godtloose ten laetsten varen sullen: als Deut. 32.20, 29, etc.",
          "text2026": "Hebr. achterste, laatste, uiterste; dat is, hoe de goddelozen ten laatste varen zullen, gelijk Deut. 32:20 , 32:29 , enz. Deuteronomium 32:20 : En Hij zei: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hun einde zal wezen; want zij zijn een geheel verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is. Deuteronomium 32:29 : O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אָ֭בוֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מִקְדְּשֵׁי",
          "strongs": "H4720",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אֵ֑ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אָ֝בִ֗ינָה",
          "strongs": "H995",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/אַחֲרִיתָֽ/ם",
          "strongs": "H319",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Totdat ik in Gods<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> heiligdommen inging, en op hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> einde merkte.",
      "textSV1888_html": "Totdat ik in Gods<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> heiligdommen inging, en op hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> einde merkte.",
      "text1637_html": "Tot dat ick in Godts <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> heylichdommen inginck; [ende] op haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> eynde merckte."
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Immers zet Gij hen op gladde plaatsen; Gij doet hen vallen in verwoestingen.",
      "text1637": "Immers sett ghyse op [33] gladde plaetsen: ghy doetse vallen in [34] verwoestingen.",
      "text2026": "Immers zet U hen op gladde plaatsen; U doet hen vallen in verwoestingen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gladde plaatsen: Ene gelijkenis, genomen van slibberige wegen, waarop men niet vast gaat en lichtelijk komt te vallen.",
          "text1637": "Eene gelijckenisse genomen van slibberige wegen, daer op men niet vast en gaet, ende lichtelick komt te vallen.",
          "text2026": "gladde plaatsen: Een gelijkenis, genomen van slibberige wegen, waarop men niet vast gaat en lichtelijk komt te vallen."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, verstoringen. Eigenlijk die met groot gedruis en onstuimigheid overvallen.",
          "text1637": "Ofte, verstooringen. eyg. die met groot gedruys ende ongestuymicheyt overvallen.",
          "text2026": "Of, verstoringen. Eigenlijk die met groot gedruis en onstuimigheid overvallen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַ֣ךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "בַּ֭/חֲלָקוֹת",
          "strongs": "H2513",
          "morph": "HR/Aafpa"
        },
        {
          "woord": "תָּשִׁ֣ית",
          "strongs": "H7896",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ֑/מוֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "הִ֝פַּלְתָּ֗/ם",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVhp2ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מַשּׁוּאֽוֹת",
          "strongs": "H4876",
          "morph": "HR/Ncfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Immers zet U hen op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> gladde plaatsen; U doet hen vallen in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> verwoestingen.",
      "textSV1888_html": "Immers zet Gij hen op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> gladde plaatsen; Gij doet hen vallen in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> verwoestingen.",
      "text1637_html": "Immers sett ghyse op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> gladde plaetsen: ghy doetse vallen in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> verwoestingen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting, nemen een einde, worden te niet van verschrikkingen!",
      "text1637": "Hoe worden sy als in een oogenblick tot verwoestinge! nemen een eynde, worden te niete van verschrickingen!",
      "text2026": "Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting, nemen een einde, worden te niet van verschrikkingen!",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֵ֤יךְ",
          "strongs": "H349",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "הָי֣וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לְ/שַׁמָּ֣ה",
          "strongs": "H8047",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "כְ/רָ֑גַע",
          "strongs": "H7281",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "סָ֥פוּ",
          "strongs": "H5486",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "תַ֝֗מּוּ",
          "strongs": "H8552",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בַּלָּהֽוֹת",
          "strongs": "H1091",
          "morph": "HNcfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting, nemen een einde, worden te niet van verschrikkingen!",
      "text1637_html": "Hoe worden sy als in een oogenblick tot verwoestinge! nemen een eynde, worden te niete van verschrickingen!"
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Als een droom na het ontwaken! Als Gij opwaakt, o Heere, dan zult Gij hun beeld verachten.",
      "text1637": "Als een [35] droom na het ontwaken: als ghy [36] opwaeckt, o Heere, [dan] sult ghy haer [37] beelt verachten.",
      "text2026": "Als een droom na het ontwaken! Als U opwaakt, o Heere, dan zult U hun beeld verachten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, al hun geluk, voorspoed, weelde en wellust verdwijnt in der haast, gelijk een droom wanneer men wakker wordt; zie Job 20:8 , 20:9 ; Jes. 29:7 , 29:8 . Job 20:8 : Hij zal wegvlieden als een droom, dat men hem niet vinden zal, en hij zal verjaagd worden als een gezicht des nachts. Job 20:9 : Het oog, dat hem zag, zal het niet meer doen; en zijn plaats zal hem niet meer aanschouwen. Jesaja 29:7 : En gelijk de droom van een nachtgezicht is, alzo zal de veelheid aller heidenen zijn, die tegen Ariël strijden zullen; zelfs allen, die tegen haar en haar vestingen strijden, en haar beangstigen zullen. Jesaja 29:8 : Het zal alzo zijn, gelijk wanneer een hongerige droomt, en ziet, hij eet; maar als hij ontwaakt, zo is zijn ziel ledig; of, gelijk als wanneer een dorstige droomt, en ziet, hij drinkt; maar als hij ontwaakt, ziet, zo is hij nog mat, en zijn ziel is begerig; alzo zal de menigte aller heidenen zijn, die tegen den berg Sion krijgen.",
          "text1637": "D. al haer geluck, voorspoet, weelde ende wellust verdwijnt inder haest, gelijck een droom, wanneermen wacker wort. Siet Iob 20.8, 9. Iesa.29.7, 8.",
          "text2026": "Dat is, al hun geluk, voorspoed, weelde en wellust verdwijnt in van de haast, gelijk een droom wanneer men wakker wordt; zie Job 20:8 , 20:9 ; Jes. 29:7 , 29:8 . Job 20:8 : Hij zal wegvlieden als een droom, dat men hem niet vinden zal, en hij zal verjaagd worden als een gezicht van de nacht. Job 20:9 : Het oog, dat hem zag, zal het niet meer doen; en zijn plaats zal hem niet meer aanschouwen. Jesaja 29:7 : En gelijk de droom van een nachtgezicht is, zo zal de veelheid van alle heidenen zijn, die tegen Ariël strijden zullen; zelfs allen, die tegen haar en haar vestingen strijden, en haar benauwen zullen. Jesaja 29:8 : Het zal zo zijn, gelijk wanneer een hongerige droomt, en ziet, hij eet; maar als hij ontwaakt, zo is zijn ziel leeg; of, gelijk als wanneer een dorstige droomt, en ziet, hij drinkt; maar als hij ontwaakt, ziet, zo is hij nog mat, en zijn ziel is begerig; zo zal de menigte van alle heidenen zijn, die tegen de berg Sion krijgen."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, U gereedmaakt tot hunne straf, Gij die tevoren scheent te slapen en hunne boosheid niet te zien. Alzo Ps. 35:23 , enz. Anders, als Gij [hen] opwekt; te weten, ten jongsten dage. Psalmen 35:23 : Ontwaak en word wakker tot mijn recht; mijn God en HEERE! tot mijn twistzaak.",
          "text1637": "D. u gereet maeckt tot harer straffe, die ghy te vooren scheent te slapen, ende hare voosheyt niet te sien: Alsoo Psal. 35.23, etc. And. als ghy [haer] opweckt. te weten, ten jongsten dage.",
          "text2026": "Dat is, U gereedmaakt tot hun straf, U die tevoren scheent te slapen en hun boosheid niet te zien. Zo Ps. 35:23 , enz. Anders, als U [hen] opwekt; te weten, ten jongsten dage. Psalmen 35:23 : Ontwaak en word wakker tot mijn recht; mijn God en JAHWEH! tot mijn twistzaak."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, al hun vergankelijk geluk, heerlijkheid en glans. Verg. Ps. 39:7 , en 1 Kor. 7:31 . Dit kan men wijders ook duiden op de eeuwige smaadheid der goddelozen, die zij lijden zullen na de opstanding uit de doden; zie Dan. 12:3 . Psalmen 39:7 : Immers wandelt de mens als in een beeld, immers woelen zij ijdellijk; men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar zich nemen zal. 1 Korinthiërs 7:31 : En die deze wereld gebruiken, als niet misbruikende; want de gedaante dezer wereld gaat voorbij. Daniël 12:3 : De leraars nu zullen blinken, als de glans des uitspansels, en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwiglijk.",
          "text1637": "D. al haer verganckelick geluck, heerlickheyt ende glants. Vergel. 1.Cor. 7.31 ende Psal. 39.7. Dit kanmen wijders oock duyden op de eeuwige smaetheyt der godtloosen, die sy lijden sullen na d’opstandinge uyt den dooden. Siet Dan. 12.2.",
          "text2026": "Dat is, al hun vergankelijk geluk, heerlijkheid en glans. Verg. Ps. 39:7 , en 1 Kor. 7:31 . Dit kan men verder ook duiden op de eeuwige smaadheid van de goddelozen, die zij lijden zullen na de opstanding uit de doden; zie Dan. 12:3 . Psalmen 39:7 : Immers wandelt de mens als in een beeld, immers woelen zij zinloos; men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar zich nemen zal. 1 Korinthiërs 7:31 : En die deze wereld gebruiken, als niet misbruikende; want de gedaante van deze wereld gaat voorbij. Daniël 12:3 : De leraars nu zullen blinken, als de glans van de uitspansels, en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altijd en eeuwig."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כַּ/חֲל֥וֹם",
          "strongs": "H2472",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/הָקִ֑יץ",
          "strongs": "H6974",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "אֲ֝דֹנָ/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בָּ/עִ֤יר",
          "strongs": "H5782",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "צַלְמָ֬/ם",
          "strongs": "H6754",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "תִּבְזֶֽה",
          "strongs": "H959",
          "morph": "HVqi2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> droom na het ontwaken! Als U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> opwaakt, o Heere, dan zult U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> hun beeld verachten.",
      "textSV1888_html": "Als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> droom na het ontwaken! Als Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> opwaakt, o Heere, dan zult Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> hun beeld verachten.",
      "text1637_html": "Als een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> droom na het ontwaken: als ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> opwaeckt, o Heere, [dan] sult ghy haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> beelt verachten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Als mijn hart opgezwollen was, en ik in mijn nieren geprikkeld werd,",
      "text1637": "Als mijn herte [38] opgeswollen was, ende ick in mijne [39] nieren geprickelt wierde:",
      "text2026": "Als mijn hart opgezwollen was, en ik in mijn nieren geprikkeld werd,",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "opgezwollen was: Of, opliep, als een zuurdeeg; waarvan het Hebr. woord eigenlijk gebruikt wordt. Dat is, als ik zo onrustig, verdrietig en toornig was over het geluk der goddelozen.",
          "text1637": "Ofte, opliep, als een suerdeech, waer van het Hebr. woort eygentlick gebruyckt wort. Dat is, als ick soo onrustich, verdrietich ende toornich was over der godtloosen geluck.",
          "text2026": "opgezwollen was: Of, opliep, als een zuurdeeg; waarvan het Hebr. woord eigenlijk gebruikt wordt. Dat is, als ik zo onrustig, verdrietig en toornig was over het geluk van de goddelozen."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "nieren geprikkeld werd: Dat is, heftiglijk bewogen werd, of mijne bewegingen zeer scherp waren. Zie Job 19:27 . Job 19:27 : Denwelken ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot.",
          "text1637": "D. heftichlick bewogen wiert, ofte, mijne bewegingen seer scherp waren. siet Iob 19. op vers 27.",
          "text2026": "nieren geprikkeld werd: Dat is, heftiglijk bewogen werd, of mijn bewegingen zeer scherp waren. Zie Job 19:27 . Job 19:27 : Denwelken ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֭י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יִתְחַמֵּ֣ץ",
          "strongs": "H2556",
          "morph": "HVti3ms"
        },
        {
          "woord": "לְבָבִ֑/י",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/כִלְיוֹתַ֗/י",
          "strongs": "H3629",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶשְׁתּוֹנָֽן",
          "strongs": "H8150",
          "morph": "HVri1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als mijn hart<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> opgezwollen was, en ik in mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> nieren geprikkeld werd,",
      "textSV1888_html": "Als mijn hart<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> opgezwollen was, en ik in mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> nieren geprikkeld werd,",
      "text1637_html": "Als mijn herte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> opgeswolle<i>n</i> was, en<i>de</i> ick in mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> nieren geprickelt wierde:"
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U.",
      "text1637": "Doe was ick [40] onvernuftich, ende en wiste niets: ick was een [41] groot beest by u.",
      "text2026": "Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als een overnuftig dier. Zie Ps. 49:11 . Psalmen 49:11 : Want hij ziet, dat de wijzen sterven, dat te zamen een dwaas en een onvernuftige omkomen, en hun goed anderen nalaten.",
          "text1637": "Als een onvernuftich dier. Siet Psal. 49. op vers 11.",
          "text2026": "Als een overnuftig dier. Zie Ps. 49:11 . Psalmen 49:11 : Want hij ziet, dat de wijzen sterven, dat te zamen een dwaas en een onvernuftige omkomen, en hun goed anderen nalaten."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "groot beest: Dat is, zeer beestelijk. Hebr. behemoth; dat is, beesten. Welk woord gebruikt wordt Job 40:10 , naar sommiger gevoelen, van den olifant. De zin is: Ik mocht met recht bij U gehouden worden zo onverstandig en beestelijk als de beesten zelf. Job 40:10 : Zie nu Behemoth, welken Ik gemaakt heb nevens u; hij eet hooi, gelijk een rund.",
          "text1637": "Dat is, seer beestelick. Hebr. behemoth: D. beesten. welck woort gebruyckt wort Iob 40.10. nae sommiger gevoelen, van den Elephant. De sin is: ick mocht met recht by u gehouden worden soo onverstandich ende beestelick, als de beesten selfs.",
          "text2026": "groot beest: Dat is, zeer beestelijk. Hebr. behemoth; dat is, beesten. Welk woord gebruikt wordt Job 40:10 , naar sommiger gevoelen, van de olifant. De zin is: Ik mocht met recht bij U gehouden worden zo onverstandig en beestelijk als de beesten zelf. Job 40:10 : Zie nu Behemoth, welke Ik gemaakt heb naast u; hij eet hooi, gelijk een rund."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַ֭עַר",
          "strongs": "H1198",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אֵדָ֑ע",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝הֵמ֗וֹת",
          "strongs": "H929",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "הָיִ֥יתִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "עִמָּֽ/ךְ",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen was ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> onvernuftig, en wist niets; ik was een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> groot beest bij U.",
      "textSV1888_html": "Toen was ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> onvernuftig, en wist niets; ik was een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> groot beest bij U.",
      "text1637_html": "Doe was ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> onvernuftich, ende en wiste niets: ick was een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> groot beest by u."
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat;",
      "text1637": "Ick sal dan geduerichlick [42] by u zijn: ghy hebt mijne [43] rechterhant gevatt.",
      "text2026": "Ik zal dan steeds bij U zijn; U hebt mijn rechterhand gevat;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bij U zijn: Dat is, mij aan U houden en mij in uw wijze en heilige regering geruststellen.",
          "text1637": "D. my aen u houden, ende my in uwe wijse ende heylige regeringe gerust stellen.",
          "text2026": "bij U zijn: Dat is, mij aan U houden en mij in uw wijze en heilige regering geruststellen."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, mij in mijn onverstand en zwaren strijd bewaard en ondersteund, dat ik niet ben afgeweken. Zie boven, vers 2 . Psalmen 73:2 : Maar mij aangaande, mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijkans uitgeschoten.",
          "text1637": "D. my in mijn onverstant ende swaren strijt bewaert ende ondersteunt, dat ick niet en ben afgeweken. Siet boven vers 2.",
          "text2026": "Dat is, mij in mijn onverstand en zwaren strijd bewaard en ondersteund, dat ik niet ben afgeweken. Zie boven, vers 2 . Psalmen 73:2 : Maar mij aangaande, mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijkans uitgegleden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "תָמִ֣יד",
          "strongs": "H8548",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עִמָּ֑/ךְ",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "אָ֝חַ֗זְתָּ",
          "strongs": "H270",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "יְמִינִֽ/י",
          "strongs": "H3225",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik zal dan steeds<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> bij U zijn; U hebt mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> rechterhand gevat;",
      "textSV1888_html": "Ik zal dan geduriglijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> bij U zijn; Gij hebt mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> rechterhand gevat;",
      "text1637_html": "Ick sal dan geduerichlick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> by u zijn: ghy hebt mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> rechterhant gevatt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geduriglijk",
          "new": "steeds",
          "principe": "V166"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen.",
      "text1637": "Ghy sult my leyden door uwen [44] raedt: ende daer na sult ghy my [in] [45] heerlickheyt opnemen.",
      "text2026": "U zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult U mij in heerlijkheid opnemen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, door uw Heiligen Geest, mitsgaders uw vaderlijke voorzorg en regering.",
          "text1637": "D. door u woort ende uwen H. Geest, mitsgaders uwe vaderlicke voor-sorge ende regeringe.",
          "text2026": "Dat is, door uw Heilige Geest, en ook uw vaderlijke voorzorg en regering."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. deze manier van spreken met 1 Tim. 3:16 , en Hebr. 3:10 ; idem 1 Thess. 4:17 . 1 Timotheüs 3:16 : En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid. Hebreeën 3:10 : Daarom was Ik vertoornd over dat geslacht, en sprak: Altijd dwalen zij met het hart, en zij hebben Mijn wegen niet gekend. 1 Thessalonicensen 4:17 : Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.",
          "text1637": "Vergel. dese maniere van spreken met 1.Tim. 3.16. ende Hebr. 2.10. item, 1.Thess. 4.17.",
          "text2026": "Verg. deze manier van spreken met 1 Tim. 3:16 , en Hebr. 3:10 ; idem 1 Thess. 4:17 . 1 Timotheüs 3:16 : En buiten allen twijfel, de verborgenheid van de godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid. Hebreeën 3:10 : Daarom was Ik vertoornd over dat geslacht, en sprak: Altijd dwalen zij met het hart, en zij hebben Mijn wegen niet gekend. 1 Thessalonicensen 4:17 : Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heer tegemoet, in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Heer wezen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בַּ/עֲצָתְ/ךָ֥",
          "strongs": "H6098",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "תַנְחֵ֑/נִי",
          "strongs": "H5148",
          "morph": "HVhi2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/אַחַ֗ר",
          "strongs": "H310",
          "morph": "HC/D"
        },
        {
          "woord": "כָּב֥וֹד",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "תִּקָּחֵֽ/נִי",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqi2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "U zult mij leiden door Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> raad; en daarna zult U mij in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> heerlijkheid opnemen.",
      "textSV1888_html": "Gij zult mij leiden door Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> raad; en daarna zult Gij mij in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> heerlijkheid opnemen.",
      "text1637_html": "Ghy sult my leyden door uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> raedt: ende daer na sult ghy my [in] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> heerlickheyt opnemen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!",
      "text1637": "[46] Wien heb ick [neffens u] inden hemel? neffens u en [47] lust my oock niets op der aerden.",
      "text2026": "Wie heb ik naast U in de hemel? Naast U lust mij ook niets op de aarde!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Wien heb ik nevens U : Of, wie is er voor mij; te weten, benevens U; welke woorden, in het volgende lid gesteld, hiertoe ook behoren. Hij wil zeggen dat hij in den hemel niemand heeft, dien hij aanroept en op wien hij vertrouwt dan God.",
          "text1637": "Ofte, wie isser voor my: T.w. beneffens u. welcke woorden, in’t volgende lidt gestelt, hier toe oock gehooren. hy wil seggen, dat hy in den hemel niemant en heeft, dien hy aenroepe, ende op welcke hy betrouwe, als Godt.",
          "text2026": "Wie heb ik naast U : Of, wie is er voor mij; te weten, naast U; welke woorden, in het volgende lid gesteld, hiertoe ook behoren. Hij wil zeggen dat hij in de hemel niemand heeft, die hij aanroept en op wie hij vertrouwt dan God."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Om daarin mijn genoegen te stellen, of mij daarop te vertrouwen. De profeet wil zeggen dat God zijn enig en opperste goed is, hetwelk hebbende, hij ten volle tevreden is.",
          "text1637": "Om daer in mijn genoegen te stellen, ofte my daer op te vertrouwen. De Propheet wil seggen, dat Godt sijn eenich ende opperste goet is, welck hebbende, hy ten vollen te vreden zy.",
          "text2026": "Om daarin mijn genoegen te stellen, of mij daarop te vertrouwen. De profeet wil zeggen dat God zijn enig en opperste goed is, dat hebbende, hij ten volle tevreden is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִי",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "לִ֥/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַ/שָּׁמָ֑יִם",
          "strongs": "H8064",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/עִמְּ/ךָ֗",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HC/R/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "חָפַ֥צְתִּי",
          "strongs": "H2654",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "בָ/אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Wie heb ik naast U in de hemel? Naast U lust<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> mij ook niets op de aarde!",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> mij ook niets op de aarde!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Wien heb ick [neffens u] inden hemel? neffens u en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> lust my oock niets op der aerden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Wien",
          "new": "Wie",
          "principe": "V34"
        },
        {
          "old": "nevens",
          "new": "naast",
          "principe": "V19"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1b"
        },
        {
          "old": "Nevens",
          "new": "Naast",
          "principe": "V19"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.",
      "text1637": "Beswijckt mijn [48] vleesch ende mijn herte, so is Godt de [49] rotzsteen mijns herten, ende mijn [50] deel in eeuwicheyt.",
      "text2026": "Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen van mijn hart, en mijn Deel in eeuwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn vlees en mijn hart: Dat is, lijf en ziel, gelijk Ps. 84:3 . Psalmen 84:3 : Mijn ziel is begerig, en bezwijkt ook van verlangen, naar de voorhoven des HEEREN; mijn hart en mijn vlees roepen uit tot den levenden God.",
          "text1637": "D. lijf ende ziele, als Psal. 84.3.",
          "text2026": "mijn vlees en mijn hart: Dat is, lijf en ziel, gelijk Ps. 84:3 . Psalmen 84:3 : Mijn ziel is begerig, en bezwijkt ook van verlangen, naar de voorhoven van JAHWEH; mijn hart en mijn vlees roepen uit tot de levenden God."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, op welken mijn hart vertrouwt, als mijn sterkte en toevlucht. Zie Deut. 32:4 . Deuteronomium 32:4 : Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.",
          "text1637": "D. op welcken mijn herte vertrouwt, als mijne sterckte ende toevlucht. Siet Deut. 32. op vers 4.",
          "text2026": "Dat is, op welke mijn hart vertrouwt, als mijn sterkte en toevlucht. Zie Deut. 32:4 . Deuteronomium 32:4 : Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Ps. 16:5 , 16:6 . Psalmen 16:5 : De HEERE is het deel mijner erve, en mijns bekers; Gij onderhoudt mijn lot. Psalmen 16:6 : De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden.",
          "text1637": "Vergel. Psal. 16. op vers 5, 6.",
          "text2026": "Verg. Ps. 16:5 , 16:6 . Psalmen 16:5 : JAHWEH is het deel mijn erve, en mijns bekers; U onderhoudt mijn lot. Psalmen 16:6 : De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כָּלָ֥ה",
          "strongs": "H3615",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁאֵרִ֗/י",
          "strongs": "H7607",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְבָ֫בִ֥/י",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "צוּר",
          "strongs": "H6697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "לְבָבִ֥/י",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/חֶלְקִ֗/י",
          "strongs": "H2506",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֥ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Bezwijkt mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> vlees en mijn hart, zo is God de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> Rotssteen van mijn hart, en mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Deel in eeuwigheid.",
      "textSV1888_html": "Bezwijkt mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> vlees en mijn hart, zo is God de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> Rotssteen mijns harten, en mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Deel in eeuwigheid.",
      "text1637_html": "Beswijckt mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> vleesch ende mijn herte, so is Godt de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> rotzsteen mijns herten, ende mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> deel in eeuwicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijns harten,",
          "new": "van mijn hart,",
          "principe": "V213"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "Want ziet, die verre van U zijn, zullen vergaan; Gij roeit uit, al wie van U afhoereert;",
      "text1637": "Want siet, die [51] verre van u zijn, sullen vergaen: ghy roeyt uyt allen die [52] van u afhoereert.",
      "text2026": "Want ziet, die verre van U zijn, zullen vergaan; U roeit uit, al wie van U afhoereert;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "verre van U zijn: Die gene gemeenschap met U hebben, of zich ver van U houden.",
          "text1637": "Die geene gemeenschap met u hebben, ofte, hen verre van u houden.",
          "text2026": "verre van U zijn: Die gene gemeenschap met U hebben, of zich ver van U houden."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van U afhoereert: Dat is, geestelijke hoererij of overspel bedrijft, iets anders liever hebbende dan U. Zie Lev. 17:7 . Leviticus 17:7 : En zij zullen ook niet meer hun slachtofferen den duivelen, welke zij nahoereren, offeren; dat zal hun een eeuwige inzetting zijn voor hun geslachten.",
          "text1637": "D. geestelicke hoererye ofte overspel bedrijft, yets anders liever hebbende als u. Siet Levit. 17. op vers 7.",
          "text2026": "van U afhoereert: Dat is, geestelijke hoererij of overspel bedrijft, iets anders liever hebbende dan U. Zie Lev. 17:7 . Leviticus 17:7 : En zij zullen ook niet meer hun slachtofferen de duivelen, welke zij nahoereren, offeren; dat zal hun een eeuwige inzetting zijn voor hun geslachten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּ֣ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "רְחֵקֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H7369",
          "morph": "HAampc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יֹאבֵ֑דוּ",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "הִ֝צְמַ֗תָּה",
          "strongs": "H6789",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "זוֹנֶ֥ה",
          "strongs": "H2181",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּֽ/ךָּ",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want ziet, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> verre van U zijn, zullen vergaan; U roeit uit, al wie<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> van U afhoereert;",
      "textSV1888_html": "Want ziet, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> verre van U zijn, zullen vergaan; Gij roeit uit, al wie<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> van U afhoereert;",
      "text1637_html": "Want siet, die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> verre van u zijn, sullen vergaen: ghy roeyt uyt allen die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> van u afhoereert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "Maar mij aangaande, het is mij goed nabij God te wezen; ik zet mijn betrouwen op den Heere HEERE, om al Uw werken te vertellen.",
      "text1637": "Maer my aengaende; ’tis my goet, [53] nae by Godt te wesen: ick sette mijn betrouwen op den Heere HEERE; om alle uwe wercken te vertellen.",
      "text2026": "Maar wat mij betreft, het is mij goed nabij God te wezen; ik zet mijn betrouwen op Adonai JAHWEH, om al Uw werken te vertellen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. naheid, of nadering Gods; dat is, tot God, gelijk Jes. 58:2 . Jesaja 58:2 : Hoewel zij Mij dagelijks zoeken, en een lust hebben aan de kennis Mijner wegen, als een volk, dat gerechtigheid doet en het recht zijns Gods niet verlaat, vragen zij Mij naar de rechten der gerechtigheid; zij hebben een lust tot God te naderen;",
          "text1637": "Hebr. naeheyt, ofte, naederinge Godts. dat is, tot Godt: als Iesa. 58.2.",
          "text2026": "Hebr. naheid, of nadering Gods; dat is, tot God, gelijk Jes. 58:2 . Jesaja 58:2 : Hoewel zij Mij dagelijks zoeken, en een lust hebben aan de kennis Mijn wegen, als een volk, dat gerechtigheid doet en het recht zijns Gods niet verlaat, vragen zij Mij naar de rechte van de gerechtigheid; zij hebben een lust tot God te naderen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֤י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "קִֽרֲבַ֥ת",
          "strongs": "H7132",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לִ֫/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "ט֥וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "שַׁתִּ֤י",
          "strongs": "H7896",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/אדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהֹוִ֣ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מַחְסִ֑/י",
          "strongs": "H4268",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/סַפֵּ֗ר",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HR/Vpc"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַלְאֲכוֹתֶֽי/ךָ",
          "strongs": "H4399",
          "morph": "HNcfpc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar wat mij betreft, het is mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> goed nabij God te wezen; ik zet mijn betrouwen op Adonai JAHWEH, om al Uw werken te vertellen.",
      "textSV1888_html": "Maar mij aangaande, het is mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> goed nabij God te wezen; ik zet mijn betrouwen op den Heere HEERE, om al Uw werken te vertellen.",
      "text1637_html": "Maer my aengaende; ’tis my goet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> nae by Godt te wesen: ick sette mijn betrouwen op den Heere HEERE; om alle uwe wercken te vertellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "",
          "new": "wat",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "aangaande,",
          "new": "betreft,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den Heere HEERE,",
          "new": "Adonai JAHWEH,",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De Prophete beschrijft, door sijn exempel, de sware aenvechtinge, die de geloovige hebben over den voorspoet der godtloosen ende het kruys der vroomen, wijsende den rechten wech, om dese swaricheyt te overwinnen, met betrachtinge van Godts wijse regeringe, die den godtloosen streckt tot overtuyginge ende verderf, maer den vroomen ten besten, bysonderlick op dat sy leeren haer volkomen genoegen alleen te nemen in Godts genade ende salige gemeenschap.",
    "text2026": "De profeet beschrijft, door zijn voorbeeld, de zware aanvechting die de gelovigen hebben over de voorspoed van de goddelozen en het kruis van de vromen, en wijst de echte weg om deze moeilijkheid te overwinnen, namelijk door overdenking van Gods wijze regering, die de goddelozen strekt tot overtuiging en verderf, maar de vromen ten beste, in het bijzonder opdat zij leren hun volkomen genoegen alleen te nemen in Gods genade en zalige gemeenschap."
  }
}
