{
  "number": 74,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide?",
      "text1637": "EEn’ [1] onderwijsinge, [2] voor Asaph. o Godt, waerom verstoot ghy in [3] eeuwicheyt? [waerom] soude uwen [4] toorn roocken tegen de [5] schapen uwer weyde?",
      "text2026": "Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot U in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen van Uw weide?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 32:1 . Psalmen 32:1 : Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.",
          "text1637": "Siet Psal. 32. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 32:1 . Psalmen 32:1 : Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "voor Asaf: Of, Asafs, hetwelk men kan verstaan van Asaf zelf, of zijne nakomelingen. Zie Ps. 50:1 . Sommigen menen dat Asaf zelf door den profetischen Geest deze psalm gemaakt heeft van toekomende tijden, om gebruikt te worden als deze zwarigheden Gods volk zouden overkomen. Psalmen 50:1 : Een psalm van Asaf. De God der goden, de HEERE spreekt, en roept de aarde, van den opgang der zon tot aan haar ondergang.",
          "text1637": "Ofte, Asaphs, het welcke men kan verstaen van Asaph selfs, ofte sijne nakomelingen. siet Psal. 50. op vers 1. sommige meynen dat Asaph selfs door den prophetischen Geest desen Psalm gemaeckt heeft van toekomende tijden, om gebruyckt te worden, als dese swaricheden Godts volck souden overkomen.",
          "text2026": "voor Asaf: Of, Asafs, dat men kan verstaan van Asaf zelf, of zijn nakomelingen. Zie Ps. 50:1 . Sommigen menen dat Asaf zelf door de profetischen Geest deze psalm gemaakt heeft van toekomende tijden, om gebruikt te worden als deze zwarigheden Gods volk zouden overkomen. Psalmen 50:1 : Een psalm van Asaf. De God van de goden, JAHWEH spreekt, en roept de aarde, van de opgang van de zon tot aan haar ondergang."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, voor altoos, ganselijk, ten enenmale. Zie van het Hebr. woord Ps. 13:2 . Psalmen 13:2 : Hoe lang, HEERE, zult Gij mij steeds vergeten? Hoe lang zult Gij Uw aangezicht voor mij verbergen?",
          "text1637": "Ofte, voor altoos, gantslick, teenemael. Siet van het Hebr. woort, Psal. 13. op vers 2.",
          "text2026": "Of, voor altijd, ganselijk, ten enenmale. Zie van het Hebr. woord Ps. 13:2 . Psalmen 13:2 : Hoe lang, JAHWEH, zult U mij steeds vergeten? Hoe lang zult U Uw aangezicht voor mij verbergen?"
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, uw neus. Verg. 2 Sam. 22:16 . Anders, is rokende toorn zoveel als brandende toorn, gelijk Gods toorn dikwijls bij vuur vergeleken wordt, waarvan de rook opgaat. Zie Deut. 29:20 ; Ps. 80:5 . 2 Samuël 22:16 : En de diepe kolken der zee werden gezien, de gronden der wereld werden ontdekt, door het schelden des HEEREN, van het geblaas des winds van Zijn neus. Deuteronomium 29:20 : De HEERE zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal des HEEREN toorn en ijver roken over denzelven man, en al de vloek, die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen; en de HEERE zal zijn naam van onder den hemel uitdelgen. Psalmen 80:5 : O HEERE, God der heirscharen! hoe lang zult Gij roken tegen het gebed Uws volks?",
          "text1637": "Ofte, uwe neuse. Vergel. 2.Sam. 22.16. Anders is roockende toorn soo veel, als brandende toorn, gelijck Godts toorn dickwijls by vyer vergeleken wort, waer van de roock opgaet. Siet Psal. 80.5. ende Deut. 29.20.",
          "text2026": "Of, uw neus. Verg. 2 Sam. 22:16 . Anders, is rokende toorn zoveel als brandende toorn, gelijk Gods toorn dikwijls bij vuur vergeleken wordt, waarvan de rook opgaat. Zie Deut. 29:20 ; Ps. 80:5 . 2 Samuël 22:16 : En de diepe kolken van de zee werden gezien, de gronden van de wereld werden ontdekt, door het schelden van JAHWEH, van het geblaas van de wind van Zijn neus. Deuteronomium 29:20 : JAHWEH zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal van JAHWEH toorn en ijver roken over dezelfde man, en al de vloek, die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen; en JAHWEH zal zijn naam van onder de hemel uitdelgen. Psalmen 80:5 : O JAHWEH, God van de legermachten! hoe lang zult U roken tegen het gebed Uws volks?"
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 100:3 . Psalmen 100:3 : Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide.",
          "text1637": "Siet Psal. 100.3.",
          "text2026": "Zie Ps. 100:3 . Psalmen 100:3 : Weet, dat JAHWEH is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijn weide."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מַשְׂכִּ֗יל",
          "strongs": "H4905",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָ֫סָ֥ף",
          "strongs": "H623",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "לָ/מָ֣ה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HR/Ti"
        },
        {
          "woord": "אֱ֭לֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "זָנַ֣חְתָּ",
          "strongs": "H2186",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/נֶ֑צַח",
          "strongs": "H5331",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יֶעְשַׁ֥ן",
          "strongs": "H6225",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אַ֝פְּ/ךָ֗",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/צֹ֣אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "מַרְעִיתֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H4830",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> onderwijzing,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> voor Asaf. O God! waarom verstoot U in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> eeuwigheid? Waarom zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Uw toorn roken tegen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> schapen van Uw weide?",
      "textSV1888_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> onderwijzing,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> eeuwigheid? Waarom zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Uw toorn roken tegen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> schapen Uwer weide?",
      "text1637_html": "EEn’ <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> onderwijsinge, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> voor Asaph. o Godt, waerom verstoot ghy in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> eeuwicheyt? [waerom] soude uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> toorn roocken tegen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> schapen uwer weyde?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Gedenk aan Uw vergadering, die Gij van ouds verworven hebt; de roede Uwer erfenis, die Gij verlost hebt; den berg Sion, waarop Gij gewoond hebt.",
      "text1637": "Gedenckt aen uwe [6] Vergaderinge, [die] ghy van outs verworven hebt; de [7] roede uwer erffenisse, [die] ghy verlost hebt; den berch Zion, daer op ghy gewoont hebt.",
      "text2026": "Gedenk aan Uw vergadering, die U van ouds verworven hebt; de roede van Uw erfenis, die U verlost hebt; de berg Sion, waarop U gewoond hebt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uwe gemeente, uw volk Israël.",
          "text1637": "Uwe gemeente, u volck Israel.",
          "text2026": "Uw gemeente, uw volk Israël."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, Israël, dat uw erfdeel is, dat gij Uzelven als met roeden hebt toegemeten. Alzo Jer. 10:16 . Verg. Deut. 32:9 , en Ps. 16:5 , 16:6 . Jeremia 10:16 : Jakobs deel is niet gelijk die, want Hij is de Formeerder van alles, en Israël is de roede Zijner erfenis; HEERE der heirscharen is Zijn Naam. Deuteronomium 32:9 : Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve. Psalmen 16:5 : De HEERE is het deel mijner erve, en mijns bekers; Gij onderhoudt mijn lot. Psalmen 16:6 : De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden.",
          "text1637": "D. Israel, die u erfdeel is, dat ghy u selven als met roeden hebt toegemeten. alsoo Ierem. 10.16. Vergel. Deut. 32. op vers 9. ende Psal. 16.5, 6.",
          "text2026": "Dat is, Israël, dat uw erfdeel is, dat u Uzelven als met roeden hebt toegemeten. Zo Jer. 10:16 . Verg. Deut. 32:9 , en Ps. 16:5 , 16:6 . Jeremia 10:16 : Jakobs deel is niet gelijk die, want Hij is de Formeerder van alles, en Israël is de roede Zijn erfenis; JAHWEH van de legermachten is Zijn Naam. Deuteronomium 32:9 : Want van JAHWEH deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijn erve. Psalmen 16:5 : JAHWEH is het deel mijn erve, en mijns bekers; U onderhoudt mijn lot. Psalmen 16:6 : De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זְכֹ֤ר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "עֲדָתְ/ךָ֨",
          "strongs": "H5712",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "קָ֘נִ֤יתָ",
          "strongs": "H7069",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "קֶּ֗דֶם",
          "strongs": "H6924",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "גָּ֭אַלְתָּ",
          "strongs": "H1350",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "שֵׁ֣בֶט",
          "strongs": "H7626",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נַחֲלָתֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הַר",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "צִ֝יּ֗וֹן",
          "strongs": "H6726",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "זֶ֤ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "שָׁכַ֬נְתָּ",
          "strongs": "H7931",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "בּֽ/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Gedenk aan Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> vergadering, die U van ouds verworven hebt; de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> roede van Uw erfenis, die U verlost hebt; de berg Sion, waarop U gewoond hebt.",
      "textSV1888_html": "Gedenk aan Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> vergadering, die Gij van ouds verworven hebt; de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> roede Uwer erfenis, die Gij verlost hebt; den berg Sion, waarop Gij gewoond hebt.",
      "text1637_html": "Gedenckt aen uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Vergaderinge, [die] ghy van outs verworven hebt; de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> roede uwer erffenisse, [die] ghy verlost hebt; den berch Zion, daer op ghy gewoont hebt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Hef Uw voeten op tot de eeuwige verwoestingen; de vijand heeft alles in het heiligdom verdorven.",
      "text1637": "Heft uwe [8] voeten op, tot de [9] eeuwige verwoestingen: de vyant heeft alles in het Heylichdom [10] verdorven.",
      "text2026": "Hef Uw voeten op tot de eeuwige verwoestingen; de vijand heeft alles in het heiligdom verdorven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, gangen, treden; dat is, haast U, treed hard aan, om deze langdurige verwoestingen te aanschouwen en daarin te voorzien; menselijk van God gesproken.",
          "text1637": "Ofte, gangen, treden. D. haest u, treet hardt aen, om dese langduerige verwoestingen te aenschouwen, ende daer in te versien: menschelick van Godt gesproken.",
          "text2026": "Of, gangen, treden; dat is, haast U, treed hard aan, om deze langdurige verwoestingen te aanschouwen en daarin te voorzien; menselijk van God gesproken."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., נֶצַח, verwoestingen der eeuwigheid; dat is, langdurig.",
          "text1637": "Hebr. verwoestingen der eeuwicheyt. Dat is, lanckduerige.",
          "text2026": "Hebr., נֶצַח, verwoestingen van de eeuwigheid; dat is, langdurig."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, geschonden. Hebr., הֵרַע, eigenlijk kwaad gemaakt.",
          "text1637": "Ofte, geschendt. Hebr. eygentl. quaet gemaeckt.",
          "text2026": "Of, geschonden. Hebr., הֵרַע, eigenlijk kwaad gemaakt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָרִ֣ימָ/ה",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HVhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "פְ֭עָמֶי/ךָ",
          "strongs": "H6471",
          "morph": "HNcfpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/מַשֻּׁא֣וֹת",
          "strongs": "H4876",
          "morph": "HR/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "נֶ֑צַח",
          "strongs": "H5331",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הֵרַ֖ע",
          "strongs": "H7489",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "אוֹיֵ֣ב",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/קֹּֽדֶשׁ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hef Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> voeten op tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> eeuwige verwoestingen; de vijand heeft alles in het heiligdom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> verdorven.",
      "textSV1888_html": "Hef Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> voeten op tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> eeuwige verwoestingen; de vijand heeft alles in het heiligdom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> verdorven.",
      "text1637_html": "Heft uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> voeten op, tot de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> eeuwige verwoestingen: de vyant heeft alles in het Heylichdom <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> verdorven."
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Uw wederpartijders hebben in het midden van Uw vergaderplaatsen gebruld; zij hebben hun tekenen tot tekenen gesteld.",
      "text1637": "Uwe wederpartijders hebben in’t midden van uwe [11] vergaderplaetsen [12] gebrult: sy hebben [13] hare teeckenen tot teeckenen gestelt.",
      "text2026": "Uw tegenstanders hebben in het midden van Uw vergaderplaatsen gebruld; zij hebben hun tekenen tot tekenen gesteld.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Waar men op gezette tijden vergadert, om den godsdienst te verrichten en het woord des Heeren te horen; gelijk te dien tijde waren de tempel en de synagogen, van welke onder vers 8 . Psalmen 74:8 : Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons te zamen uitplunderen; zij hebben alle Gods vergaderplaatsen in het land verbrand.",
          "text1637": "Daermen op gesette tijden vergadert, om den Godtsdienst te verrichten, ende het woort des Heeren te hooren; als te dier tijt waren, de Tempel, ende de Synagogen, van de welcke ond. vers 8.",
          "text2026": "Waar men op vastgestelde tijden vergadert, om de godsdienst te verrichten en het woord van de Heer te horen; gelijk te die tijde waren de tempel en de synagogen, van welke onder vers 8 . Psalmen 74:8 : Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons te zamen uitplunderen; zij hebben alle Gods vergaderplaatsen in het land verbrand."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk leeuwen.",
          "text1637": "Als leeuwen.",
          "text2026": "Gelijk leeuwen."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hun tekenen: Met hun afgodische tekenen of krijgsbanieren hebben zij het overal vervuld, tot een teken dat zij meester over ons zijn.",
          "text1637": "Met hare afgodische teeckenen, ofte krijchs-banieren, hebben sy het overal vervult, tot een teecken datse meester over ons zijn.",
          "text2026": "hun tekenen: Met hun afgodische tekenen of krijgsbanieren hebben zij het overal vervuld, tot een teken dat zij meester over ons zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁאֲג֣וּ",
          "strongs": "H7580",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "צֹ֭רְרֶי/ךָ",
          "strongs": "H6887",
          "morph": "HVqrmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קֶ֣רֶב",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מוֹעֲדֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H4150",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שָׂ֖מוּ",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אוֹתֹתָ֣/ם",
          "strongs": "H226",
          "morph": "HNcbpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֹתֽוֹת",
          "strongs": "H226",
          "morph": "HNcbpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Uw tegenstanders hebben in het midden van Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> vergaderplaatsen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> gebruld; zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> hun tekenen tot tekenen gesteld.",
      "textSV1888_html": "Uw wederpartijders hebben in het midden van Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> vergaderplaatsen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> gebruld; zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> hun tekenen tot tekenen gesteld.",
      "text1637_html": "Uwe wederpartijders hebben in’t midden van uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> vergaderplaetsen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> gebrult: sy hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> hare teeckenen tot teeckenen gestelt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederpartijders",
          "new": "tegenstanders",
          "principe": "V93"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Een ieder werd er bekend als een, die de bijlen omhoog aanbrengt in de dichtigheid van een geboomte.",
      "text1637": "Een yeder werter [14] bekent, [15] als een die de bijlen om hooge aenbrengt in de dichticheyt van een [16] geboomte.",
      "text2026": "Een ieder werd er bekend als één, die de bijlen omhoog aanbrengt in de dichtheid van een geboomte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. hij werd bekend; dat is, een ieder van de vijanden werd bekend, dat is, vermaard en beroemd, als hebbende een mannelijk feit bedreven. Verg. Spreuk. 31:23 , en boven Ps. 9:17 . Spreuken 31:23 : Nun. Haar man is bekend in de poorten, als hij zit met de oudsten des lands. Psalmen 9:17 : De HEERE is bekend geworden; Hij heeft recht gedaan; de goddeloze is verstrikt in het werk zijner handen! Higgajon, Sela.",
          "text1637": "Hebr. hy wert bekent. D. een yeder vande vyanden wert bekent. D. vermaert ende beroemt, als hebbende een manlick feyt bedreven. Vergel. Prov. 31.23. ende bov. Psal. 9.17.",
          "text2026": "Hebr. hij werd bekend; dat is, een ieder van de vijanden werd bekend, dat is, vermaard en beroemd, als hebbende een mannelijk feit bedreven. Verg. Spr. 31:23 , en boven Ps. 9:17 . Spreuken 31:23 : Nun. Haar man is bekend in de poorten, als hij zit met de oudsten van het land. Psalmen 9:17 : JAHWEH is bekend geworden; Hij heeft recht gedaan; de goddeloze is verstrikt in het werk zijn handen! Higgajon, Sela."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, zij hebben niet anders gehouwen en gekerfd, dan of ze in een bos doende waren met hout houwen.",
          "text1637": "D. sy hebben niet anders gehouwen ende gekerft als ofse in een bosch doende waren met hout houwen.",
          "text2026": "Dat is, zij hebben niet anders gehouwen en gekerfd, dan of ze in een bos doende waren met hout houwen."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, hout. Want men kan het ook nemen van het dichtgewrochte houtwerk van het heiligdom, den zin op hetzelfde uitkomende. Dan zou de overzetting aldus staan: als de bijlen omhoog, of boven aanbrengende, of als die de bijlen omhoog aanbracht, aandreef, aanvoerde; dat is, een ieder werd bekend als op zulke wijze te werk gaande, of daardoor, dat hij zo deed; omdat als, of gelijk, niet altoos ziet op enige gelijkheid, maar ook somtijds op de daad en waarheid. Zie Gen. 27:12 en Neh. 7:2 . Genesis 27:12 : Misschien zal mij mijn vader betasten, en ik zal in zijn ogen zijn als een bedrieger; zo zoude ik een vloek over mij halen, en niet een zegen. Nehemia 7:2 : En ik gaf bevel aan mijn broeder Hanani, en aan Hananja, den overste van den burg te Jeruzalem, want hij was als een man van getrouwheid, en godvrezende boven velen.",
          "text1637": "Ofte, hout. want men kan ’t oock nemen van het dicht gewrochte hout-werck des heylichdoms, den sin op een uytkomende. dan soude de oversettinge aldus staen: als de bijlen om hooge, ofte, boven aen brengende, ofte, als die de bijlen om hooge aenbracht, aendreef, aenvoerde. Dat is, een yeder wert bekent, als op sulcke wijse te werck gaende, ofte, daer door, dat hy soo dede. om dat, als, ofte, gelijck, niet altoos siet op eenige gelijckheyt, maer oock somtijts op de daet ende waerheyt. Siet Nehem. 7. op vers 2. ende Genes. 27. op vers 12.",
          "text2026": "Of, hout. Want men kan het ook nemen van het dichtgewrochte houtwerk van het heiligdom, de zin op hetzelfde uitkomende. Dan zou de overzetting aldus staan: als de bijlen omhoog, of boven aanbrengende, of als die de bijlen omhoog aanbracht, aandreef, aanvoerde; dat is, een ieder werd bekend als op dezelfde manier te werk gaande, of daardoor, dat hij zo deed; omdat als, of gelijk, niet altijd ziet op enige gelijkheid, maar ook somtijds op de daad en waarheid. Zie Gen. 27:12 en Neh. 7:2 . Genesis 27:12 : Misschien zal mij mijn vader betasten, en ik zal in zijn ogen zijn als een bedrieger; zo zou ik een vloek over mij halen, en niet een zegen. Nehemia 7:2 : En ik gaf bevel aan mijn broer Hanani, en aan Hananja, de overste van de burg te Jeruzalem, want hij was als een man van getrouwheid, en godvrezende boven velen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִ֭וָּדַע",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVNi3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מֵבִ֣יא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HR/Vhrmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/מָ֑עְלָ/ה",
          "strongs": "H4605",
          "morph": "HR/D/Sd"
        },
        {
          "woord": "בִּֽ/סֲבָךְ",
          "strongs": "H5442",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עֵ֝֗ץ",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "קַרְדֻּמּֽוֹת",
          "strongs": "H7134",
          "morph": "HNcbpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een ieder werd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> er<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> bekend als één, die de bijlen omhoog aanbrengt in de dichtheid van een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> geboomte.",
      "textSV1888_html": "Een ieder werd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> er<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> bekend als een, die de bijlen omhoog aanbrengt in de dichtigheid van een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> geboomte.",
      "text1637_html": "Een yeder werter <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> bekent, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> als een die de bijlen om hooge aenbrengt in de dichticheyt van een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> geboomte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "een,",
          "new": "één,",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "dichtigheid",
          "new": "dichtheid",
          "principe": "V447"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Alzo hebben zij nu derzelver graveerselen samen met houwelen en beukhamers in stukken geslagen.",
      "text1637": "Alsoo hebben sy nu [17] der selver graveerselen t’samen met [18] houweelen ende beuck-hamers in stucken geslagen.",
      "text2026": "Zo hebben zij nu van die graveerselen samen met houwelen en beukhamers in stukken geslagen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "derzelver graveerselen: Dat is, het gegraveerde of gesneden werk van het heiligdom, [waarvan vers 3 ] waar de gemeente plaagt te vergaderen, op welke het woord hunne schijnt te zien. Hebr. hunne openingen. Zie van ditzelfde woord Exod. 28:11 . Psalmen 74:3 : Hef Uw voeten op tot de eeuwige verwoestingen; de vijand heeft alles in het heiligdom verdorven. Exodus 28:11 : Naar steensnijderswerk, gelijk men de zegelen graveert, zult gij deze twee stenen graveren, met de namen der zonen van Israël; gij zult ze maken, dat zij omvat zijn in gouden kastjes.",
          "text1637": "D. het gegraveerde ofte gesneden werck des heylichdoms, (waer van vers 2.) daer de gemeente plach te vergaderen, op de welcke het woordeken hare, schijnt te sien. Hebr. hare openingen. siet van dit selve woort, Exod. 28.11.",
          "text2026": "van die graveerselen: Dat is, het gegraveerde of gesneden werk van het heiligdom, [waarvan vers 3 ] waar de gemeente plaagt te vergaderen, op welke het woord hun schijnt te zien. Hebr. hun openingen. Zie van ditzelfde woord Ex. 28:11 . Psalmen 74:3 : Hef Uw voeten op tot de eeuwige verwoestingen; de vijand heeft alles in het heiligdom verdorven. Exodus 28:11 : Naar steensnijderswerk, gelijk men de zegelen graveert, zult u deze twee stenen graveren, met de namen van de zonen van Israël; u zult ze maken, dat zij omvat zijn in gouden kastjes."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het Hebr. woord komt van aanstoten, vallen, nedervellen, betekenende alzo een instrument, waarmede men iets afscheurt of aftrekt om neder te vellen, gelijk houwelen, haken, hellebaarden.",
          "text1637": "Het Hebr. woort komt van aenstooten, vallen, nedervellen, beteeckenende alsoo een instrument, waermede men yets, afscheurt, ofte aftreckt om neder te vellen, als houweelen, haken, hellebaerden.",
          "text2026": "Het Hebr. woord komt van aanstoten, vallen, neervellen, betekenende zo een instrument, waarmee men iets afscheurt of aftrekt om neder te vellen, gelijk houwelen, haken, hellebaarden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ו/עת",
          "strongs": "H6258",
          "morph": "HC/D"
        },
        {
          "woord": "פִּתּוּחֶ֣י/הָ",
          "strongs": "H6603",
          "morph": "HNcmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "יָּ֑חַד",
          "strongs": "H3162",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כַשִּׁ֥יל",
          "strongs": "H3781",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/כֵֽילַפֹּ֗ת",
          "strongs": "H3597",
          "morph": "HC/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "יַהֲלֹמֽוּ/ן",
          "strongs": "H1986",
          "morph": "HVqi3mp/Sn"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo hebben zij nu<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van die graveerselen samen met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> houwelen en beukhamers in stukken geslagen.",
      "textSV1888_html": "Alzo hebben zij nu<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> derzelver graveerselen samen met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> houwelen en beukhamers in stukken geslagen.",
      "text1637_html": "Alsoo hebben sy nu <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> der selver graveerselen t’samen met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> houweelen ende beuck-hamers in stucken geslagen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "derzelver",
          "new": "van die",
          "principe": "V82"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Zij hebben Uw heiligdommen in het vuur gezet; ter aarde toe hebben zij de woning Uws Naams ontheiligd.",
      "text1637": "[a] Sy hebben uwe heylichdommen in’t vyer [19] gesett: [20] ter aerden toe, hebben sy de wooninge uwes Naems ontheylicht.",
      "text2026": "Zij hebben Uw heiligdommen in het vuur gezet; ter aarde toe hebben zij de woning van Uw Naam ontheiligd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "2 Kon. 25:9 . 2 Koningen 25:9 : En hij verbrandde het huis des HEEREN, en het huis des konings, mitsgaders alle huizen van Jeruzalem; en alle huizen der groten verbrandde hij met vuur.",
          "text1637": "2. Reg. 25.9.",
          "text2026": "2 Kon. 25:9 . 2 Koningen 25:9 : En hij verbrandde het huis van JAHWEH, en het huis van de koning, en ook alle huizen van Jeruzalem; en alle huizen van de grote verbrandde hij met vuur."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., שִׁלְחוּ, gezonden.",
          "text1637": "Hebr. gesonden.",
          "text2026": "Hebr., שִׁלְחוּ, gezonden."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ter aarde: Dat is, tot den grond toe, of zij hebben haar ontheiligd, afbrekende en slechtende die ter aarde.",
          "text1637": "D. tot den gront toe, ofte, sy hebbense ontheylicht, afbrekende ende slechtende die ter aerden.",
          "text2026": "ter aarde: Dat is, tot de grond toe, of zij hebben haar ontheiligd, afbrekende en slechtende die ter aarde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׁלְח֣וּ",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "בָ֭/אֵשׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "מִקְדָּשֶׁ֑/ךָ",
          "strongs": "H4720",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ֝/אָ֗רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "חִלְּל֥וּ",
          "strongs": "H2490",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "מִֽשְׁכַּן",
          "strongs": "H4908",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Zij hebben Uw heiligdommen in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> vuur<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> gezet; ter aarde toe hebben zij de woning van Uw Naam ontheiligd.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Zij hebben Uw heiligdommen in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> vuur<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> gezet; ter aarde toe hebben zij de woning Uws Naams ontheiligd.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Sy hebben uwe heylichdommen in’t vyer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> gesett: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> ter aerden toe, hebben sy de wooninge uwes Naems ontheylicht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Uws Naams",
          "new": "van Uw Naam",
          "principe": "V200"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons te zamen uitplunderen; zij hebben alle Gods vergaderplaatsen in het land verbrand.",
      "text1637": "Sy hebben in haer herte geseyt; Laetse ons te samen [21] uytplunderen: sy hebben alle Godts [22] vergader-plaetsen in den lande verbrandt.",
      "text2026": "Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons samen uitplunderen; zij hebben alle Gods vergaderplaatsen in het land verbrand.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, onderdrukken. Van het Hebr. woord komt een ander, dat ene duif betekent, omdat zij als elks mans roof is. Anders, hunne kinderen zeggen in hun hart. Zij hebben allen, enz.",
          "text1637": "Ofte, onderdrucken. van’t Hebr. woort komt een ander dat eene duyve beteeckent, om datse als elck mans roof is. And. hare kinderen seggen in haer herte: sy hebben alle, etc.",
          "text2026": "Of, onderdrukken. Van het Hebr. woord komt een ander, dat een duif betekent, omdat zij als elks mans roof is. Anders, hun kinderen zeggen in hun hart. Zij hebben allen, enz."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, alle synagogen en scholen der profeten, waar Gods woord gelezen en verklaard of geleerd werd.",
          "text1637": "Dat is, alle Synagogen ende Scholen der Propheten, daer Godts woort gelesen, ende verklaert ofte geleert wierdt.",
          "text2026": "Dat is, alle synagogen en scholen van de profeten, waar Gods woord gelezen en verklaard of geleerd werd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָמְר֣וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בְ֭/לִבָּ/ם",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "נִינָ֣/ם",
          "strongs": "H3238",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יָ֑חַד",
          "strongs": "H3162",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "שָׂרְפ֖וּ",
          "strongs": "H8313",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מוֹעֲדֵי",
          "strongs": "H4150",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons samen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> uitplunderen; zij hebben alle Gods<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> vergaderplaatsen in het land verbrand.",
      "textSV1888_html": "Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons te zamen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> uitplunderen; zij hebben alle Gods<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> vergaderplaatsen in het land verbrand.",
      "text1637_html": "Sy hebben in haer herte geseyt; Laetse ons te samen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> uytplunderen: sy hebben alle Godts <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> vergader-plaetsen in den lande verbrandt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "te zamen",
          "new": "samen",
          "principe": "V374"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Wij zien onze tekenen niet; er is geen profeet meer, noch iemand bij ons, die weet, hoe lang.",
      "text1637": "Wy en sien onse [23] teeckenen niet; Daer en is geen [24] Prophete meer: nochte yemant by ons, die wete [25] hoe lange.",
      "text2026": "Wij zien onze tekenen niet; er is geen profeet meer, noch iemand bij ons, die weet, hoe lang.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De gewone en buitengewone tekenen van Gods genadige tegenwoordigheid en gunst.",
          "text1637": "De ordinare ende extraordinare teeckenen van Godts genadige tegenwoordicheyt ende gunste.",
          "text2026": "De gewone en buitengewone tekenen van Gods genadige aanwezigheid en gunst."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Ezech. 7:26 ; dewijl nochtans de auteur van dezen psalm een man Gods en profeet geweest is, schijnt het gevoelen dergenen zo vreemd niet te zijn, die menen dat deze psalm van Asaf of enigen anderen profeet van dien naam [gelijk dergelijke profetische voorschriften elders in Gods woord gevonden worden] gemaakt is aleer deze zwarigheden Gods volk zijn overkomen en toen de openbare godsdienst nog in zwang was, gelijk afgenomen wordt uit vers 1 , om Gods kerk te dienen in verscheidene volgende tijden; eensdeels in de Babylonische gevangenschap, nadat Ezechiël heeft opgehouden te profeteren; anderdeels onder de gruwelijke tirannie van Antiochus, waarvan sommigen dit bijzonderlijk verstaan; dewijl de tijd der verlossing uit de Babylonische gevangenschap door Jeremia uitdrukkelijk was geprofeteerd. Sommigen verstaan dat deze psalm [alsook dergelijk andere] ten tijde van Antiochus gemaakt is, door een man Gods of profeet; dat is, leraar, die wel door ingeven van den Heiligen Geest Gods volk geleerd en dezen psalm gedicht heeft, maar geen zulk profeet geweest is als de anderen, die bijzonderlijk alzo genoemd zijn, omdat zij goddelijke openbaringen van toekomende dingen gehad hebben, van welken Maleachi de laatste geweest is. Ezechiël 7:26 : Ellende zal op ellende komen, en er zal gerucht op gerucht wezen; dan zullen zij het gezicht van een profeet zoeken; maar de wet zal vergaan van den priester, en de raad van de oudsten. Psalmen 74:1 : Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide?",
          "text1637": "Vergel. Ezech. 7. vers 26. dewyle nochtans d’autheur deses Psalms een man Godts ende Prophete geweest is, schijnt het gevoelen der gener soo vreemt niet te zijn, die meynen dat desen Psalm van Asaph ofte eenich ander Propheet van dien naem (gelijck diergelijcke prophetische voorschriften elders in Godts woort gevonden worden) gemaeckt zy, al eer dese swaricheden Godts volck zijn overgekomen, ende als de openbare Godts-dienst noch in swanck was, als afgenomen wort uyt vers 1. om Godts kercke te dienen in verscheydene volgende tijden, eensdeels in de Babylonische gevanckenisse, na dat Ezechiel heeft opgehouden te propheteren, anderdeels onder de grouwelicke Tyrannye van Antiochus, waer van sommige dit bysonderlick verstaen: dewijle de tijt der verlossinge uyt de Babylonische gevanckenisse van Ieremia uytdruckelick was gepropheteert. Sommige verstaen, dat desen Psalm (als oock diergelijcke andere) ten tijde van Antiochus gemaeckt zij, van eenen man Godts ofte Prophete, D. leeraer, die wel door ingeven des H. Geests Godts volck geleert ende desen Psalm gedicht hebbe, maer geen sulck Prophete geweest zy, als d’andere, die bysonderlick alsoo genoemt zijn, om datse Godtlicke openbaringen van toekomende dingen gehadt hebben, van welcken Malachias de laetste geweest zy.",
          "text2026": "Verg. Ez. 7:26 ; omdat nochtans de auteur van deze psalm een man van God en profeet geweest is, schijnt het gevoelen dergenen zo vreemd niet te zijn, die menen dat deze psalm van Asaf of enige anderen profeet van die naam [gelijk dergelijke profetische voorschriften elders in Gods woord gevonden worden] gemaakt is aleer deze zwarigheden Gods volk zijn overkomen en toen de openbare godsdienst nog in zwang was, gelijk afgenomen wordt uit vers 1 , om Gods kerk te dienen in verscheidene volgende tijden; eensdeels in de Babylonische gevangenschap, nadat Ezechiël heeft opgehouden te profeteren; anderdeels onder de gruwelijke tirannie van Antiochus, waarvan sommigen dit bijzonderlijk verstaan; omdat de tijd van de verlossing uit de Babylonische gevangenschap door Jeremia uitdrukkelijk was geprofeteerd. Sommigen verstaan dat deze psalm [alsook dergelijk andere] ten tijde van Antiochus gemaakt is, door een man van God of profeet; dat is, leraar, die wel door ingeven van de Heilige Geest van God volk geleerd en deze psalm gedicht heeft, maar geen zulk profeet geweest is als de anderen, die bijzonderlijk zo genoemd zijn, omdat zij goddelijke openbaringen van toekomende dingen gehad hebben, van welke Maleachi de laatste geweest is. Ezechiël 7:26 : Ellende zal op ellende komen, en er zal gerucht op gerucht wezen; dan zullen zij het gezicht van een profeet zoeken; maar de wet zal vergaan van de priester, en de raad van de oudsten. Psalmen 74:1 : Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot U in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uw weide?"
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hoe lang: Dat is, hoelang deze ellenden en verwoestingen zullen duren.",
          "text1637": "D. hoe lange dese elenden ende verwoestingen sullen dueren.",
          "text2026": "hoe lang: Dat is, hoelang deze ellenden en verwoestingen zullen duren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֽוֹתֹתֵ֗י/נוּ",
          "strongs": "H226",
          "morph": "HNcbpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "רָ֫אִ֥ינוּ",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֵֽין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "ע֥וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "נָבִ֑יא",
          "strongs": "H5030",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אִ֝תָּ֗/נוּ",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "יֹדֵ֥עַ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מָֽה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wij zien onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> tekenen niet; er is geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> profeet meer, noch iemand bij ons, die weet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hoe lang.",
      "textSV1888_html": "Wij zien onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> tekenen niet; er is geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> profeet meer, noch iemand bij ons, die weet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hoe lang.",
      "text1637_html": "Wy en sien onse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> teeckenen niet; Daer en is geen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Prophete meer: nochte yemant by ons, die wete <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hoe lange."
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Hoe lang, o God! zal de wederpartijder smaden? Zal de vijand Uw Naam in eeuwigheid lasteren?",
      "text1637": "Hoe lange, o Godt, sal de wederpartijder smaden? sal de vyant uwen Naem [26] in eeuwicheyt lasteren?",
      "text2026": "Hoe lang, o God! zal de tegenstander smaden? Zal de vijand Uw Naam in eeuwigheid lasteren?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in eeuwigheid: Dat is, altoos, steeds. Zie vers 1 . Psalmen 74:1 : Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide?",
          "text1637": "Dat is, altoos, steedts. siet op vers 1.",
          "text2026": "in eeuwigheid: Dat is, altijd, steeds. Zie vers 1 . Psalmen 74:1 : Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot U in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uw weide?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מָתַ֣י",
          "strongs": "H4970",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "אֱ֭לֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יְחָ֣רֶף",
          "strongs": "H2778",
          "morph": "HVpi3ms"
        },
        {
          "woord": "צָ֑ר",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יְנָ֘אֵ֤ץ",
          "strongs": "H5006",
          "morph": "HVpi3ms"
        },
        {
          "woord": "אוֹיֵ֖ב",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְ/ךָ֣",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/נֶֽצַח",
          "strongs": "H5331",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hoe lang, o God! zal de tegenstander smaden? Zal de vijand Uw Naam<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> in eeuwigheid lasteren?",
      "textSV1888_html": "Hoe lang, o God! zal de wederpartijder smaden? Zal de vijand Uw Naam<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> in eeuwigheid lasteren?",
      "text1637_html": "Hoe lange, o Godt, sal de wederpartijder smaden? sal de vyant uwen Naem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> in eeuwicheyt lasteren?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederpartijder",
          "new": "tegenstander",
          "principe": "V396"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Waarom trekt Gij Uw hand, ja, Uw rechterhand af? Trek haar uit het midden van Uw boezem; maak een einde.",
      "text1637": "Waerom treckt ghy uwe hant, ja uwe [27] rechterhant, af? [trecktse] uyt het midden van uwen [28] boesem, [29] maeckt een eynde.",
      "text2026": "Waarom trekt U Uw hand, ja, Uw rechterhand af? Trek haar uit het midden van Uw boezem; maak een einde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Met welke Gij ons zo krachtiglijk pleegt te beschutten en te verlossen; menselijk van God gesproken.",
          "text1637": "Met de welcke ghyy ons soo krachtelick pleecht te beschutten ende te verlossen, menschelick van Godt gesproken.",
          "text2026": "Met welke U ons zo krachtiglijk pleegt te beschutten en te verlossen; menselijk van God gesproken."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, stelt ze te werk; het tegendeel wordt gezegd van dien, wien het verdriet te werken; Spreuk. 26:15 . Spreuken 26:15 : De luiaard verbergt zijn hand in den boezem, hij is te moede, om die weder tot zijn mond te brengen.",
          "text1637": "D. steltse te werck: het contrarye wort geseyt van dien, dien’t verdriet te wercken. Prov. 26.15.",
          "text2026": "Dat is, stelt ze te werk; het tegendeel wordt gezegd van die, wie het verdriet te werken; Spr. 26:15 . Spreuken 26:15 : De luiaard verbergt zijn hand in de boezem, hij is te moe, om die weer tot zijn mond te brengen."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "maak een: Te weten van deze verwoestingen des vijands en onze ellenden. Anders, steek haar ten volle uit het midden uws boezems.",
          "text1637": "T.w. van dese verwoestingen des vyants, ende onse elenden ofte, verteert. T.w. dese vyanden. And. steecktse ten vollen uyt het midden uwes boesems.",
          "text2026": "maak een: Te weten van deze verwoestingen van de vijand en onze ellenden. Anders, steek haar ten volle uit het midden uws boezems."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ֤/מָּה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HR/Ti"
        },
        {
          "woord": "תָשִׁ֣יב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVhi2ms"
        },
        {
          "woord": "יָ֭דְ/ךָ",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/ימִינֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H3225",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/קֶּ֖רֶב",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "חוק/ך",
          "strongs": "H2706",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כַלֵּֽה",
          "strongs": "H3615",
          "morph": "HVpv2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Waarom trekt U Uw hand, ja, Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> rechterhand af? Trek haar uit het midden van Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> boezem;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> maak een einde.",
      "textSV1888_html": "Waarom trekt Gij Uw hand, ja, Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> rechterhand af? Trek haar uit het midden van Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> boezem;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> maak een einde.",
      "text1637_html": "Waerom treckt ghy uwe hant, ja uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> rechterhant, af? [trecktse] uyt het midden van uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> boesem, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> maeckt een eynde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Evenwel is God mijn Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden der aarde.",
      "text1637": "Evenwel is Godt mijn Coninck van outs af; die verlossingen werckt in’t midden der aerden.",
      "text2026": "Evenwel is God mijn Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden van de aarde.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וֵ֭/אלֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HC/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "מַלְכִּ֣/י",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/קֶּ֑דֶם",
          "strongs": "H6924",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "פֹּעֵ֥ל",
          "strongs": "H6466",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "יְ֝שׁוּע֗וֹת",
          "strongs": "H3444",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קֶ֣רֶב",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Evenwel is God mijn Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden van de aarde.",
      "text1637_html": "Evenwel is Godt mijn Coninck van outs af; die verlossingen werckt in’t midden der aerden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Gij hebt door Uw sterkte de zee gespleten; Gij hebt de koppen der draken in de wateren verbroken.",
      "text1637": "[b] Ghy hebt door uwe sterckte de [30] zee gespleten; Ghy hebt de koppen der [31] Draken inde wateren verbroken.",
      "text2026": "U hebt door Uw sterkte de zee gespleten; U hebt de koppen van de draken in de wateren verbroken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 14:21 . Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd.",
          "text1637": "Exod. 14.21. etc.",
          "text2026": "Ex. 14:21 . Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed JAHWEH de zee weggaan, door een sterken oostenwind, die gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, het Rode meer of de Schelfzee.",
          "text1637": "Verstaet het roode meer, ofte de Schelfzee.",
          "text2026": "Versta, het Rode meer of de Schelfzee."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, der trotse oversten van Farao.",
          "text1637": "D. der trotze Oversten van Pharao.",
          "text2026": "Dat is, van de trotse oversten van Farao."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַתָּ֤ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "פוֹרַ֣רְתָּ",
          "strongs": "H6565",
          "morph": "HVmp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/עָזְּ/ךָ֣",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יָ֑ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "שִׁבַּ֖רְתָּ",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HVpp2ms"
        },
        {
          "woord": "רָאשֵׁ֥י",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "תַ֝נִּינִ֗ים",
          "strongs": "H8577",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/מָּֽיִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> U hebt door Uw sterkte de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> zee gespleten; U hebt de koppen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> de draken in de wateren verbroken.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Gij hebt door Uw sterkte de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> zee gespleten; Gij hebt de koppen der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> draken in de wateren verbroken.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Ghy hebt door uwe sterckte de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> zee gespleten; Ghy hebt de koppen der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Draken inde wateren verbroken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Gij hebt de koppen des Leviathans verpletterd; Gij hebt hem tot spijs gegeven aan het volk in dorre plaatsen.",
      "text1637": "Ghy hebt de [32] koppen des [33] Leviathans verplettert: Ghy hebt hem tot spijse gegeven [34] den volcke in dorre plaetsen.",
      "text2026": "U hebt de koppen van de Leviathan verpletterd; U hebt hem tot voedsel gegeven aan het volk in dorre plaatsen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de grote kop, die inplaats van velen is; gelijk de olifant behemoth, dat is beesten genoemd wordt; omdat het een zeer groot beest is. Job 40:10 , enz. Of, versta door de koppen Farao's oversten. Job 40:10 : Zie nu Behemoth, welken Ik gemaakt heb nevens u; hij eet hooi, gelijk een rund.",
          "text1637": "D. den grooten kop, die in plaets van velen is: gelijck den Elephant Behemoth. D. beesten genoemt wort, om dat het een seer groot beest is, Iob 40.10, etc. ofte, verstaet door de koppen, Pharaos overste.",
          "text2026": "Dat is, de grote kop, die inplaats van velen is; gelijk de olifant behemoth, dat is beesten genoemd wordt; omdat het een zeer groot beest is. Job 40:10 , enz. Of, versta door de koppen Farao's oversten. Job 40:10 : Zie nu Behemoth, welke Ik gemaakt heb naast u; hij eet hooi, gelijk een rund."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, van het grote vreeslijke zeegedierte, of den zeedraak, waarbij Farao hier vergeleken wordt en andere grote tirannen; Jes. 27:1 . Verg. ook Ezech. 29:3 , 29:4 , 29:5 , en Ezech. 32:2 . Zie van den Leviathan Job 40:20 , enz. Jesaja 27:1 : Te dien dage zal de HEERE met Zijn hard, en groot, en sterk zwaard bezoeken den Leviathan, de langwemelende slang, ja, den Leviathan, de kromme slomme slang; en Hij zal den draak, die in de zee is, doden. Ezechiël 29:3 : Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt. Ezechiël 29:4 : Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uw schubben kleven. Ezechiël 29:5 : En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al den vis uwer rivieren; op het open veld zult gij vallen; gij zult niet verzameld noch vergaderd worden; aan het gedierte der aarde en aan het gevogelte des hemels heb Ik u ter spijze gegeven. Ezechiël 32:2 : Mensenkind! hef een klaaglied op over Farao, den koning van Egypte, en zeg tot hem: Gij waart een jongen leeuw onder de heidenen gelijk; en gij waart als een zeedraak in de zeeën, en braakt voort in uw rivieren, en beroerdet het water met uw voeten, en vermodderdet hunlieder rivieren. Job 40:20 : Zult gij den Leviathan met den angel trekken, of zijn tong met een koord, dat gij laat nederzinken?",
          "text1637": "D. des grooten vreeslicken zee-gediertes, ofte, zee-draecks, waer by Pharao hier vergeleken wort, ende andere groote Tyrannen. Iesa. 27.1. Vergel. oock Ezech. 29.3, 4, 5. ende 32.2. Siet van Leviathan Iob 40.20, etc.",
          "text2026": "Dat is, van het grote vreeslijke zeegedierte, of de zeedraak, waarbij Farao hier vergeleken wordt en andere grote tirannen; Jes. 27:1 . Verg. ook Ez. 29:3 , 29:4 , 29:5 , en Ez. 32:2 . Zie van de Leviathan Job 40:20 , enz. Jesaja 27:1 : Te die dage zal JAHWEH met Zijn hard, en groot, en sterk zwaard bezoeken de Leviathan, de langwemelende slang, ja, de Leviathan, de kromme slomme slang; en Hij zal de draak, die in de zee is, doden. Ezechiël 29:3 : Spreek en zeg: Zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! die grote zeedraak, die in het midden zijn rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijn, en ik heb die voor mij gemaakt. Ezechiël 29:4 : Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en de vis uw rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uw rivieren optrekken, en al de vis uw rivieren zal aan uw schubben kleven. Ezechiël 29:5 : En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al de vis uw rivieren; op het open veld zult u vallen; u zult niet verzameld noch vergaderd worden; aan het gedierte van de aarde en aan het gevogelte van de hemel heb Ik u ter voedsel gegeven. Ezechiël 32:2 : Mensenkind! hef een klaaglied op over Farao, de koning van Egypte, en zeg tot hem: U was een jongen leeuw onder de heidenen gelijk; en u was als een zeedraak in de zeeën, en braakt voort in uw rivieren, en beroerde het water met uw voeten, en vermodderde hun rivieren. Job 40:20 : Zult u de Leviathan met de angel trekken, of zijn tong met een koord, dat u laat nederzinken?"
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "aan het volk: Dat is de vogelen en wilde dieren, die de dode lichamen der verdronken Egyptenaars, aan land of aan den oever gedreven zijnde [ Exod. 14:30 ] hebben opgegeten. Alzo worden mieren, sprinkhanen, konijnen, enz, een volk en natie genoemd; Spreuk. 30:25 , 30:26 ; Joel 1:6 . Anders kan men het ook alzo verstaan dat God zijn volk der Egyptenaren roof in de woestijn tot hun onderhoud gegeven heeft. Verg. Deut. 31:17 , en Num. 14:9 , met de aantekeningen. Exodus 14:30 : Alzo verloste de HEERE Israël aan dien dag uit de hand der Egyptenaren; en Israël zag de Egyptenaren dood aan den oever der zee. Spreuken 30:25 : De mieren zijn een onsterk volk; evenwel bereiden zij in de zomer haar spijs. Spreuken 30:26 : De konijnen zijn een machteloos volk; nochtans stellen zij hun huis in den rotssteen. Joël 1:6 : Want een volk is opgekomen over mijn land, machtig en zonder getal; zijn tanden zijn leeuwentanden, en het heeft baktanden eens ouden leeuws. Deuteronomium 31:17 : Zo zal Mijn toorn te dien dage tegen hetzelve ontsteken, en Ik zal hen verlaten, en Mijn aangezicht van hen verbergen, dat zij ter spijze zijn, en vele kwaden en benauwdheden zullen het treffen; dat het te dien dage zal zeggen: Hebben mij deze kwaden niet getroffen, omdat mijn God in het midden van mij niet is? Numeri 14:9 : Alleen zijt tegen den HEERE niet wederspannig! en vreest gij niet het volk dezes lands; want zij zijn ons brood! hun schaduw is van hen geweken, en de HEERE is met ons; vreest hen niet!",
          "text1637": "Dat is, den vogelen ende wilde dieren, die de doode lichamen der verdronckene Egyptenaren, aen lant ofte aen den oever gedreven zijnde (Exod. 14.30.) hebben opgegeten. alsoo worden mieren, sprinckhanen, konijnkens, etc. een volck ende natie genoemt. Prov. 30.25, 26. Ioel 1.6. anders kanmen’t oock alsoo verstaen, dat Godt sijnen volcke der Egyptenaren roof in de woestijne tot haer onderhoudt gegeven heeft. Vergel. Deut. 31.17. ende Num. 14.9. met d’aenteeck.",
          "text2026": "aan het volk: Dat is de vogels en wilde dieren, die de dode lichamen van de verdronken Egyptenaars, aan land of aan de oever gedreven zijnde [ Ex. 14:30 ] hebben opgegeten. Zo worden mieren, sprinkhanen, konijnen, enz, een volk en natie genoemd; Spr. 30:25 , 30:26 ; Joel 1:6 . Anders kan men het ook zo verstaan dat God zijn volk van de Egyptenaren roof in de woestijn tot hun onderhoud gegeven heeft. Verg. Deut. 31:17 , en Num. 14:9 , met de aantekeningen. Exodus 14:30 : Zo verloste JAHWEH Israël aan die dag uit de hand van de Egyptenaren; en Israël zag de Egyptenaren dood aan de oever van de zee. Spreuken 30:25 : De mieren zijn een onsterk volk; evenwel bereiden zij in de zomer haar voedsel. Spreuken 30:26 : De konijnen zijn een machteloos volk; nochtans stellen zij hun huis in de rotssteen. Joël 1:6 : Want een volk is opgekomen over mijn land, machtig en zonder getal; zijn tanden zijn leeuwentanden, en het heeft baktanden eens ouden leeuws. Deuteronomium 31:17 : Zo zal Mijn toorn op die dag tegen hetzelfde ontsteken, en Ik zal hen verlaten, en Mijn aangezicht van hen verbergen, dat zij ter voedsel zijn, en vele kwade en benauwdheden zullen het treffen; dat het op die dag zal zeggen: Hebben mij deze kwade niet getroffen, omdat mijn God in het midden van mij niet is? Numeri 14:9 : Alleen zijt tegen JAHWEH niet opstandig! en vreest u niet het volk van deze lands; want zij zijn ons brood! hun schaduw is van hen geweken, en JAHWEH is met ons; vreest hen niet!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "רִ֭צַּצְתָּ",
          "strongs": "H7533",
          "morph": "HVpp2ms"
        },
        {
          "woord": "רָאשֵׁ֣י",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "לִוְיָתָ֑ן",
          "strongs": "H3882",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "תִּתְּנֶ֥/נּוּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi2ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מַ֝אֲכָ֗ל",
          "strongs": "H3978",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/עָ֣ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/צִיִּֽים",
          "strongs": "H6728",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "U hebt de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> koppen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> de Leviathan verpletterd; U hebt hem tot voedsel gegeven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> aan het volk in dorre plaatsen.",
      "textSV1888_html": "Gij hebt de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> koppen des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Leviathans verpletterd; Gij hebt hem tot spijs gegeven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> aan het volk in dorre plaatsen.",
      "text1637_html": "Ghy hebt de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> koppen des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Leviathans verplettert: Ghy hebt hem tot spijse gegeven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> den volcke in dorre plaetsen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des Leviathans",
          "new": "van de Leviathan",
          "principe": "V1167"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "spijs",
          "new": "voedsel",
          "principe": "V526"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Gij hebt een fontein en beek gekliefd; Gij hebt sterke rivieren uitgedroogd.",
      "text1637": "[c] Ghy hebt eene fonteyne ende beke [35] gekloven: [d] ghy hebt [36] stercke [37] rivieren uytgedroocht.",
      "text2026": "U hebt een fontein en beek gekliefd; U hebt sterke rivieren uitgedroogd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 17:5 ; idem v. 6 ; Num. 20:11 ; Ps. 105:41 ; Jes. 48:21 . Exodus 17:5 : Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ga heen voor het aangezicht des volks, en neem met u uit de oudsten van Israël; en neem uw staf in uw hand, waarmede gij de rivier sloegt, en ga heen. Exodus 17:6 : Zie, Ik zal aldaar voor uw aangezicht op de rotssteen in Horeb staan; en gij zult op den rotssteen slaan, zo zal er water uitgaan, dat het volk drinke. Mozes nu deed alzo voor de ogen der oudsten van Israël. Numeri 20:11 : Toen hief Mozes zijn hand op, en hij sloeg de steenrots tweemaal met zijn staf; en er kwam veel waters uit, zodat de vergadering dronk, en haar beesten. Psalmen 105:41 : Hij opende een steenrots, en er vloeiden wateren uit, die gingen door de dorre plaatsen als een rivier. Jesaja 48:21 : En: Zij hadden geen dorst, toen Hij hen leidde door de woeste plaatsen; Hij deed hun water uit den rotssteen vlieten; als Hij den rotssteen kliefde, zo vloeiden de wateren daarhenen.",
          "text1637": "Exod. 17.5, 6. Num. 20.11. Psal. 105.41. Iesa. 48.21.",
          "text2026": "Ex. 17:5 ; idem v. 6 ; Num. 20:11 ; Ps. 105:41 ; Jes. 48:21 . Exodus 17:5 : Toen zei JAHWEH tot Mozes: Ga heen voor het aangezicht van het volk, en neem met u uit de oudsten van Israël; en neem uw staf in uw hand, waarmee u de rivier sloegt, en ga heen. Exodus 17:6 : Zie, Ik zal daar voor uw aangezicht op de rotssteen in Horeb staan; en u zult op de rotssteen slaan, zo zal er water uitgaan, dat het volk drinke. Mozes nu deed zo voor de ogen van de oudsten van Israël. Numeri 20:11 : Toen hief Mozes zijn hand op, en hij sloeg de steenrots tweemaal met zijn staf; en er kwam veel waters uit, zodat de vergadering dronk, en haar beesten. Psalmen 105:41 : Hij opende een steenrots, en er vloeiden wateren uit, die gingen door de dorre plaatsen als een rivier. Jesaja 48:21 : En: Zij hadden geen dorst, toen Hij hen leidde door de woeste plaatsen; Hij deed hun water uit de rotssteen stromen; als Hij de rotssteen kloof, zo vloeiden de wateren daarheen."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, den rotssteen gekliefd, dat er een fontein en beek uit voortkwam.",
          "text1637": "Dat is, den rotzsteen gekloven, datter er eene fonteyne ende beke uyt voortquam.",
          "text2026": "Dat is, de rotssteen gekliefd, dat er een fontein en beek uit voortkwam."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joz. 3:13 . Jozua 3:13 : Want het zal geschieden, met dat de voetzolen der priesteren, die de ark van den HEERE, den Heere der ganse aarde, dragen, in het water van de Jordaan zullen rusten, zo zullen de wateren van de Jordaan afgesneden worden, te weten de wateren, die van boven afvlieten, en zij zullen op een hoop blijven staan.",
          "text1637": "Iosu. 3.13, etc.",
          "text2026": "Joz. 3:13 . Jozua 3:13 : Want het zal gebeuren, met dat de voetzolen van de priesters, die de ark van JAHWEH, de Heer van de gehele aarde, dragen, in het water van de Jordaan zullen rusten, zo zullen de wateren van de Jordaan afgesneden worden, te weten de wateren, die van boven afvlieten, en zij zullen op één hoop blijven staan."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., נַהֲרוֹת, rivieren der sterkte.",
          "text1637": "Hebr. rivieren der sterckte.",
          "text2026": "Hebr., נַהֲרוֹת, rivieren van de sterkte."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk de wateren der Jordaan, waar de kinderen Israëls op het droge zijn doorgegaan. Hij wil zeggen: Gij brengt water voort waar het niet is, en droogt het weg waar het is.",
          "text1637": "Als de wateren der Iordane, daer de kinderen Israels op het drooge zijn doorgegaen. hy wil seggen: ghy brengt water voort, daer’t niet en is, ende droocht het wech, daer’t is.",
          "text2026": "Gelijk de wateren van de Jordaan, waar de kinderen van Israël op het droge zijn doorgegaan. Hij wil zeggen: U brengt water voort waar het niet is, en droogt het weg waar het is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "בָ֭קַעְתָּ",
          "strongs": "H1234",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "מַעְיָ֣ן",
          "strongs": "H4599",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/נָ֑חַל",
          "strongs": "H5158",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֥ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "ה֝וֹבַ֗שְׁתָּ",
          "strongs": "H3001",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "נַהֲר֥וֹת",
          "strongs": "H5104",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אֵיתָֽן",
          "strongs": "H386",
          "morph": "HAamsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> U hebt een fontein en beek<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> gekliefd;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> U hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> sterke<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> rivieren uitgedroogd.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Gij hebt een fontein en beek<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> gekliefd;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Gij hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> sterke<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> rivieren uitgedroogd.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Ghy hebt eene fonteyne ende beke <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> gekloven: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> ghy hebt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> stercke <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> rivieren uytgedroocht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "De dag is Uwe, ook is de nacht Uwe; Gij hebt het licht en de zon bereid.",
      "text1637": "De dach is uwe, oock is de nacht uwe: [e] ghy hebt het [38] licht ende de Sonne bereydt.",
      "text2026": "De dag is van U, ook is de nacht van U; U hebt het licht en de zon bereid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 1:14 . Genesis 1:14 : En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!",
          "text1637": "Gen. 1.14, etc.",
          "text2026": "Gen. 1:14 . Genesis 1:14 : En God zei: Dat er lichten zijn in het uitspansel van de hemel, om scheiding te maken tussen de dag en tussen de nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot vastgestelde tijden, en tot dagen en jaren!"
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, een lichtgevend lichaam, waardoor men hier de maan en sterren kan verstaan, om des nachts te lichten, gelijk de zon bij dag. Zie Gen. 1:16 ; Ps. 136:7 , 136:8 , en verg. Job 31:26 , alwaar door het licht de zon schijnt verstaan te worden, maar de maan uitdrukkelijk genoemd wordt. Genesis 1:16 : God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren. Psalmen 136:7 : Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Psalmen 136:8 : De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Job 31:26 : Zo ik het licht aangezien heb, wanneer het scheen, of de maan heerlijk voortgaande;",
          "text1637": "D. een licht-gevende lichaem, waer door men hier de Mane ende sterren kan verstaen, om des nachts te lichten, gelijck de Sonne by dage. siet Gen. 1. vers 16. Psal. 136.7, 8. ende vergel. Iob 31.26. alwaer door het licht, de Sonne schijnt verstaen te worden, maer de Mane uytdruckelick genoemt wort.",
          "text2026": "Dat is, een lichtgevend lichaam, waardoor men hier de maan en sterren kan verstaan, om van de nacht te lichten, gelijk de zon bij dag. Zie Gen. 1:16 ; Ps. 136:7 , 136:8 , en verg. Job 31:26 , alwaar door het licht de zon schijnt verstaan te worden, maar de maan uitdrukkelijk genoemd wordt. Genesis 1:16 : God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij van de dag, en dat kleine licht tot heerschappij van de nacht; ook de sterren. Psalmen 136:7 : Die, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid. Psalmen 136:8 : De zon tot heerschappij op de dag; want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid. Job 31:26 : Zo ik het licht aangezien heb, wanneer het scheen, of de maan heerlijk voortgaande;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְ/ךָ֣",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "י֭וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אַף",
          "strongs": "H637",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֥",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ֑יְלָה",
          "strongs": "H3915",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֥ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "הֲ֝כִינ֗וֹתָ",
          "strongs": "H3559",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "מָא֥וֹר",
          "strongs": "H3974",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/שָֽׁמֶשׁ",
          "strongs": "H8121",
          "morph": "HC/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De dag is van U, ook is de nacht van U;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> U hebt het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> licht en de zon bereid.",
      "textSV1888_html": "De dag is Uwe, ook is de nacht Uwe;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Gij hebt het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> licht en de zon bereid.",
      "text1637_html": "De dach is uwe, oock is de nacht uwe: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> ghy hebt het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> licht ende de Sonne bereydt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Uwe,",
          "new": "van U,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Uwe; Gij",
          "new": "van U; U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Gij hebt al de palen der aarde gesteld; zomer en winter, die hebt Gij geformeerd.",
      "text1637": "Ghy hebt alle de palen der aerde gestelt: somer ende winter, die hebt ghy geformeert.",
      "text2026": "U hebt al de grenzen van de aarde gesteld; zomer en winter, die hebt U gevormd.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "הִ֭צַּבְתָּ",
          "strongs": "H5324",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "גְּבוּל֣וֹת",
          "strongs": "H1367",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "קַ֥יִץ",
          "strongs": "H7019",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ֝/חֹ֗רֶף",
          "strongs": "H2779",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֥ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְצַרְתָּ/ם",
          "strongs": "H3335",
          "morph": "HVqp2ms/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "U hebt al de grenzen van de aarde gesteld; zomer en winter, die hebt U gevormd.",
      "text1637_html": "Ghy hebt alle de palen der aerde gestelt: somer ende winter, die hebt ghy geformeert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "palen der",
          "new": "grenzen van de",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Gij geformeerd.",
          "new": "U gevormd.",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Gedenk hieraan; de vijand heeft den HEERE gesmaad, en een dwaas volk heeft Uw Naam gelasterd.",
      "text1637": "Gedenckt hier aen: [39] De vyant heeft den HEERE gesmaedt: ende een dwaes volck heeft uwen Name gelastert.",
      "text2026": "Gedenk hieraan; de vijand heeft JAHWEH gesmaad, en een dwaas volk heeft Uw Naam gelasterd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de vijand: Anders, de vijand heeft gesmaad, of gehoond, o HEERE, enz.",
          "text1637": "And. de vyant heeft gesmaedt, ofte, gehoont, ô HEERE, etc.",
          "text2026": "de vijand: Anders, de vijand heeft gesmaad, of gehoond, o JAHWEH, enz."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זְכָר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "זֹ֗את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HPdxfs"
        },
        {
          "woord": "א֭וֹיֵב",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "חֵרֵ֣ף",
          "strongs": "H2778",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֥ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נָ֝בָ֗ל",
          "strongs": "H5036",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "נִֽאֲצ֥וּ",
          "strongs": "H5006",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Gedenk hieraan;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> de vijand heeft JAHWEH gesmaad, en een dwaas volk heeft Uw Naam gelasterd.",
      "textSV1888_html": "Gedenk hieraan;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> de vijand heeft den HEERE gesmaad, en een dwaas volk heeft Uw Naam gelasterd.",
      "text1637_html": "Gedenckt hier aen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> De vyant heeft den HEERE gesmaedt: ende een dwaes volck heeft uwen Name gelastert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Geef aan het wild gedierte de ziel Uwer tortelduif niet over; vergeet den hoop Uwer ellendigen niet in eeuwigheid.",
      "text1637": "En geeft [40] aen het wilt gedierte de [41] ziele uwer tortelduyve niet over: den hoop [42] uwer elendigen en vergeet niet [43] in eeuwicheyt.",
      "text2026": "Geef aan het wild gedierte de ziel van Uw tortelduif niet over; vergeet de hoop van Uw ellendigen niet in eeuwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "aan het: Of, dezen wilden hoop. Zie van het Hebr. woord Ps. 68:11 . Psalmen 68:11 : Uw hoop woonde daarin; Gij bereiddet ze door Uw goedheid voor den ellendige, o God!",
          "text1637": "Ofte, desen wilden hoop. siet van ’t Hebr. woort Psal. 68. op vers 11.",
          "text2026": "aan het: Of, deze wilden hoop. Zie van het Hebr. woord Ps. 68:11 . Psalmen 68:11 : Uw hoop woonde daarin; U bereidde ze door Uw goedheid voor de ellendige, o God!"
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, het leven uwer kerk; die zo machteloos en weerloos is om dezen wreden hoop tegen te staan, gelijk ene tortelduif is tegen het geweld van wild gedierte; behelpende zich voorts in stilte met wenen en klagen tot God, en blijvende geestelijk en inwendiglijk schoon, eenvoudig, zachtmoedig en haren God getrouw. In welk aanzien de gelijkenis van duiven dikwijls in de Heilige Schrift gebruikt wordt. Zie boven Ps. 55:7 , en Ps. 56:1 , en Ps. 68:14 ; Hoogl. 1:15 , en Hoogl. 2:14 , en Hoogl. 4:1 , en Hoogl. 5:12 , en Hoogl. 6:9 ; Jes. 38:14 , en Jes. 59:11 ; Ezech. 7:16 ; Hos. 11:11 ; Matth. 10:16 . Psalmen 55:7 : Zodat ik zeg: Och, dat mij iemand vleugelen, als ener duive, gave! ik zou henenvliegen, waar ik blijven mocht. Psalmen 56:1 : Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, op Jonath Elem Rechokim; als de Filistijnen hem gegrepen hadden te Gath. Psalmen 68:14 : Al laagt gijlieden tussen twee rijen van stenen, zo zult gij toch worden als vleugelen ener duive, overdekt met zilver, en welker vederen zijn met uitgegraven geluwen goud. Hooglied 1:15 : Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! Zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duivenogen. Hooglied 2:14 : Mijn duive, zijnde in de kloven der steenrotsen, in het verborgene ener steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet, en uw gedaante is liefelijk. Hooglied 4:1 : Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duivenogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van den berg Gileads afscheren. Hooglied 5:12 : Zijn ogen zijn als der duiven bij de waterstromen, met melk gewassen, staande als in kasjes der ringen. Hooglied 6:9 : Een enige is Mijn duive, Mijn volmaakte, de enige harer moeder, zij is de zuivere dergenen, die haar gebaard heeft; als de dochters haar zien, zo zullen zij haar welgelukzalig roemen, de koninginnen en de bijwijven; en zij zullen haar prijzen. Jesaja 38:14 : Gelijk een kraan of zwaluw, alzo piepte ik; ik kirde als een duif; mijn ogen verhieven zich omhoog; o HEERE! ik word onderdrukt, wees Gij mijn Borg. Jesaja 59:11 : Wij brommen allen gelijk als de beren, en wij kirren doorgaans gelijk de duiven; wij wachten naar recht, maar er is geen, naar heil, maar het is verre van ons. Ezechiël 7:16 : En hun ontkomenden zullen wel ontkomen, maar zij zullen op de bergen zijn, zij allen zullen zijn gelijk duiven der dalen, kermende, een ieder om zijn ongerechtigheid. Hosea 11:11 : Zij zullen bevende aankomen als een vogeltje uit Egypte, en als een duif uit het land van Assur; en Ik zal hen doen wonen in hun huizen, spreekt de HEERE. Mattheüs 10:16 : Ziet, Ik zende u als schapen in het midden der wolven; zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven.",
          "text1637": "D. het leven uwer kercke; die soo machteloos ende weerloos is om desen wreeden hoop tegen te staen, als eene tortel-duyve is tegen het gewelt van wilt gedierte; behelpende haer voorts in stilte met weenen ende klagen tot Godt, ende blijvende geestelick ende inwendichlick schoon, eenvoudig, sachtmoedich, ende haren Godt getrouw. In welck aensien de gelijckenisse van Duyven dickwijls in de H. Schrift gebruyckt wort. siet bov. Psal. 55.7. ende 56.1. ende 68.14. Cant. 1.15. ende 2.14. ende 4.1. ende 5.12. ende 6.9. Iesa. 38.14. ende 59.11. Ezech. 7.16. Hos. 11.11. Mat. 10.16.",
          "text2026": "Dat is, het leven uw kerk; die zo machteloos en weerloos is om deze wreden hoop tegen te staan, gelijk een tortelduif is tegen het geweld van wild gedierte; behelpende zich verder in stilte met wenen en klagen tot God, en blijvende geestelijk en inwendiglijk schoon, eenvoudig, zachtmoedig en haar God getrouw. In welk aanzien de gelijkenis van duiven dikwijls in de Heilige Schrift gebruikt wordt. Zie boven Ps. 55:7 , en Ps. 56:1 , en Ps. 68:14 ; Hoogl. 1:15 , en Hoogl. 2:14 , en Hoogl. 4:1 , en Hoogl. 5:12 , en Hoogl. 6:9 ; Jes. 38:14 , en Jes. 59:11 ; Ez. 7:16 ; Hos. 11:11 ; Matt. 10:16 . Psalmen 55:7 : Zodat ik zeg: Och, dat mij iemand vleugelen, als van een duif, gave! ik zou henenvliegen, waar ik blijven mocht. Psalmen 56:1 : Een gouden kleinood van David, voor de opperzangmeester, op Jonath Elem Rechokim; als de Filistijnen hem gegrepen hadden te Gath. Psalmen 68:14 : Al laagt u tussen twee rijen van stenen, zo zult u toch worden als vleugelen van een duif, overdekt met zilver, en van wie vederen zijn met uitgegraven geluwen goud. Hooglied 1:15 : Zie, u bent schoon, Mijn vriendin! Zie, u bent schoon; uw ogen zijn duivenogen. Hooglied 2:14 : Mijn duif, zijnde in de kloven van de steenrotsen, in het verborgene van een steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet, en uw gedaante is liefelijk. Hooglied 4:1 : Zie, u bent schoon, Mijn vriendin! zie, u bent schoon; uw ogen zijn duivenogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van de berg Gileads afscheren. Hooglied 5:12 : Zijn ogen zijn als van de duiven bij de waterstromen, met melk gewassen, staande als in kasjes van de ringen. Hooglied 6:9 : Een enige is Mijn duif, Mijn volmaakte, de enige haar moeder, zij is de zuivere dergenen, die haar gebaard heeft; als de dochters haar zien, zo zullen zij haar welgelukzalig roemen, de koninginnen en de bijwijven; en zij zullen haar prijzen. Jesaja 38:14 : Gelijk een kraan of zwaluw, zo piepte ik; ik kirde als een duif; mijn ogen verhieven zich omhoog; o JAHWEH! ik word onderdrukt, wees U mijn Borg. Jesaja 59:11 : Wij brommen allen gelijk als de beren, en wij kirren doorgaans gelijk de duiven; wij wachten naar recht, maar er is geen, naar heil, maar het is ver van ons. Ezechiël 7:16 : En hun ontkomenden zullen wel ontkomen, maar zij zullen op de bergen zijn, zij allen zullen zijn gelijk duiven van de dalen, kermende, een ieder om zijn ongerechtigheid. Hosea 11:11 : Zij zullen bevende aankomen als een vogeltje uit Egypte, en als een duif uit het land van Assur; en Ik zal hen doen wonen in hun huizen, spreekt JAHWEH. Mattheüs 10:16 : Ziet, Ik zend u als schapen in het midden van de wolven; zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uwer ellendigen: Die U toebehoren en om uws naams wil lijden. Verg. Ps. 69:27 , 69:34 ; en Ps. 72:2 . Psalmen 69:27 : Want zij vervolgen, dien Gij geslagen hebt; en maken een praat van de smart Uwer verwonden. Psalmen 69:34 : Want de HEERE hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet. Psalmen 72:2 : Zo zal hij Uw volk richten met gerechtigheid, en Uw ellendigen met recht.",
          "text1637": "Die u toebehooren ende om uwes naems wille lijden. Vergel. Psal. 27.34. ende 72.2.",
          "text2026": "Uw ellendigen: Die U toebehoren en om uws naams wil lijden. Verg. Ps. 69:27 , 69:34 ; en Ps. 72:2 . Psalmen 69:27 : Want zij vervolgen, die U geslagen hebt; en maken een praat van de smart Uw verwonden. Psalmen 69:34 : Want JAHWEH hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet. Psalmen 72:2 : Zo zal hij Uw volk richten met gerechtigheid, en Uw ellendigen met recht."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in eeuwigheid: Dat is, voor altoos. Gelijk boven vers 1 . Psalmen 74:1 : Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide?",
          "text1637": "D. voor altoos. als bov. vers 1.",
          "text2026": "in eeuwigheid: Dat is, voor altijd. Gelijk boven vers 1 . Psalmen 74:1 : Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot U in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uw weide?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּתֵּ֣ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ֭/חַיַּת",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "נֶ֣פֶשׁ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "תּוֹרֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H8449",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "חַיַּ֥ת",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "עֲ֝נִיֶּ֗י/ךָ",
          "strongs": "H6041",
          "morph": "HAampc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׁכַּ֥ח",
          "strongs": "H7911",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/נֶֽצַח",
          "strongs": "H5331",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Geef<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> aan het wild gedierte de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> ziel van Uw tortelduif niet over; vergeet de hoop<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> van Uw ellendigen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> in eeuwigheid.",
      "textSV1888_html": "Geef<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> aan het wild gedierte de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> ziel Uwer tortelduif niet over; vergeet den hoop<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> Uwer ellendigen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> in eeuwigheid.",
      "text1637_html": "En geeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> aen het wilt gedierte de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> ziele uwer tortelduyve niet over: de<i>n</i> hoop <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> uwer elendigen en vergeet niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> in eeuwicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Aanschouw het verbond; want de duistere plaatsen des lands zijn vol woningen van geweld.",
      "text1637": "Aenschouwt het [44] verbont: want de [45] duystere plaetsen des lants zijn vol wooningen van gewelt.",
      "text2026": "Aanschouw het verbond; want de duistere plaatsen van het land zijn vol woningen van geweld.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat Gij met Abraham en zijn zaad gemaakt hebt, gegrond in den Messias.",
          "text1637": "Dat ghy met Abraham ende sijn zaet gemaeckt hebt, gegrondt in den Messia.",
          "text2026": "Dat U met Abraham en zijn zaad gemaakt hebt, gegrond in de Messias."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, alle hoeken des lands zijn gelijk moordkuilen, waar de vijand alle geweld uit bedrijft.",
          "text1637": "D. alle hoecken des lants zijn gelijck moort-kuylen, daer de vyant alle gewelt uyt bedrijft.",
          "text2026": "Dat is, alle hoeken van het land zijn gelijk moordkuilen, waar de vijand alle geweld uit bedrijft."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַבֵּ֥ט",
          "strongs": "H5027",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "לַ/בְּרִ֑ית",
          "strongs": "H1285",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מָלְא֥וּ",
          "strongs": "H4390",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מַחֲשַׁכֵּי",
          "strongs": "H4285",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אֶ֝֗רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "נְא֣וֹת",
          "strongs": "H4999",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "חָמָֽס",
          "strongs": "H2555",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Aanschouw het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> verbond; want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> duistere plaatsen van het land zijn vol woningen van geweld.",
      "textSV1888_html": "Aanschouw het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> verbond; want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> duistere plaatsen des lands zijn vol woningen van geweld.",
      "text1637_html": "Aenschouwt het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> verbont: want de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> duystere plaetsen des lants zijn vol wooningen van gewelt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des lands",
          "new": "van het land",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Laat den verdrukte niet beschaamd wederkeren; laat den ellendige en nooddruftige Uw Naam prijzen.",
      "text1637": "Laet den verdruckten niet beschaemt wederkeeren: Laet den elendigen ende nootdurftigen uwen Name prijsen.",
      "text2026": "Laat de verdrukte niet beschaamd terugkeren; laat de ellendige en arme Uw Naam prijzen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָשֹׁ֣ב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqj3ms"
        },
        {
          "woord": "דַּ֣ךְ",
          "strongs": "H1790",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "נִכְלָ֑ם",
          "strongs": "H3637",
          "morph": "HVNrmsa"
        },
        {
          "woord": "עָנִ֥י",
          "strongs": "H6041",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/אֶבְי֗וֹן",
          "strongs": "H34",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "יְֽהַלְל֥וּ",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat de verdrukte niet beschaamd terugkeren; laat de ellendige en arme Uw Naam prijzen.",
      "text1637_html": "Laet de<i>n</i> verdruckten niet beschaemt wederkeeren: Laet den elendigen en<i>de</i> nootdurftigen uwen Name prijsen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "wederkeren;",
          "new": "terugkeren;",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "nooddruftige",
          "new": "arme",
          "principe": "V384"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Sta op, o God! twist Uw twistzaak; gedenk der smaadheid, die U van den dwaze wedervaart den ganse dag.",
      "text1637": "Staet op, o Godt, [46] twist uwe twist-sake: gedenckt der [47] smaetheyt, [die] u vanden dwasen [wedervaert] den gantschen dach.",
      "text2026": "Sta op, o God! twist Uw rechtszaak; gedenk van de smaad, die U van de dwaze wedervaart de hele dag.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 35:1 . Psalmen 35:1 : Een psalm van David. Twist, HEERE! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders.",
          "text1637": "Siet Psal. 35.1.",
          "text2026": "Zie Ps. 35:1 . Psalmen 35:1 : Een psalm van David. Twist, JAHWEH! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., נָבָל, uwer smaadheid van een dwaas.",
          "text1637": "Hebr. uwer smaetheyt van eenen dwases.",
          "text2026": "Hebr., נָבָל, uw smaadheid van een dwaas."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "קוּמָ֣/ה",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "אֱ֭לֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "רִיבָ֣/ה",
          "strongs": "H7378",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "רִיבֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H7379",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "זְכֹ֥ר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "חֶרְפָּתְ/ךָ֥",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִנִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "נָ֝בָ֗ל",
          "strongs": "H5036",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּֽוֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Sta op, o God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> twist Uw rechtszaak; gedenk van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> smaad, die U van de dwaze wedervaart de hele dag.",
      "textSV1888_html": "Sta op, o God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> twist Uw twistzaak; gedenk der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> smaadheid, die U van den dwaze wedervaart den ganse dag.",
      "text1637_html": "Staet op, o Godt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> twist uwe twist-sake: gedenckt der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> smaetheyt, [die] u vanden dwasen [wedervaert] den gantschen dach.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "twistzaak;",
          "new": "rechtszaak;",
          "principe": "V393"
        },
        {
          "old": "der smaadheid,",
          "new": "van de smaad,",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den ganse",
          "new": "de hele",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Vergeet niet het geroep Uwer wederpartijders; het getier dergenen, die tegen U opstaan, klimt geduriglijk op.",
      "text1637": "Vergeet niet [48] des geroeps uwer wederpartijders; het getier der gener die tegen u opstaen [49] klimt geduerichlick op.",
      "text2026": "Vergeet niet het geroep Uw tegenstanders; het getier van degenen, die tegen U opstaan, klimt steeds op.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het geroep: Hebr., קוֹל, der stem.",
          "text1637": "Hebr. der stemme.",
          "text2026": "het geroep: Hebr., קוֹל, van de stem."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "klimt geduriglijk: Dat is, neemt steeds toe. Verg. 1 Kon. 22:35 . Of, klimt op naar den hemel tot U; gelijk Jona 1:2 . 1 Koningen 22:35 : En de strijd nam op denzelven dag toe, en de koning werd met den wagen staande gehouden tegenover de Syriërs; maar hij stierf des avonds, en het bloed der wonde vloeide in den bak des wagens. Jona 1:2 : Maak u op, ga naar de grote stad Nineve, en predik tegen haar; want hunlieder boosheid is opgeklommen voor Mijn aangezicht.",
          "text1637": "D. neemt steets toe. Vergel. 1.Reg. 22.35. ofte, klimt op nae den Hemel tot u. Als Ion. 1.2.",
          "text2026": "klimt geduriglijk: Dat is, neemt steeds toe. Verg. 1 Kon. 22:35 . Of, klimt op naar de hemel tot U; gelijk Jona 1:2 . 1 Koningen 22:35 : En de strijd nam op dezelfde dag toe, en de koning werd met de wagen staande gehouden tegenover de Syriërs; maar hij stierf van de avond, en het bloed van de wonde vloeide in de bak van de wagens. Jona 1:2 : Maak u op, ga naar de grote stad Nineve, en predik tegen haar; want hun boosheid is opgeklommen voor Mijn aangezicht."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּ֭שְׁכַּח",
          "strongs": "H7911",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "ק֣וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "צֹרְרֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H6887",
          "morph": "HVqrmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁא֥וֹן",
          "strongs": "H7588",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קָ֝מֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVqrmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עֹלֶ֥ה",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "תָמִֽיד",
          "strongs": "H8548",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Vergeet niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> het geroep Uw tegenstanders; het getier van degenen, die tegen U opstaan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> klimt steeds op.",
      "textSV1888_html": "Vergeet niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> het geroep Uwer wederpartijders; het getier dergenen, die tegen U opstaan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> klimt geduriglijk op.",
      "text1637_html": "Vergeet niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> des geroeps uwer wederpartijders; het getier der gener die tegen u opstaen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> klimt geduerichlick op.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Uwer wederpartijders;",
          "new": "Uw tegenstanders;",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "dergenen,",
          "new": "van degenen,",
          "principe": "V302"
        },
        {
          "old": "geduriglijk",
          "new": "steeds",
          "principe": "V166"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De kercke Godts klaecht over de grouwelicke verwoestingen, die de vyanden overal, bysonderlick in den Tempel ende Synagogen, hadden aengerecht: ende hem voordragende des vyants wreetheyt ende Godts-lasteringen, het tegenwoordich gebreck van Godts gewoonlicke genaden-teeckenen, sijne voorgaende wonderen ende weldaden, den elendigen staet sijner beminde ende weerloose kercke, ende de vasticheyt sijns verbonts, bidt om verlossinge, tot sijner eere, ende der vyanden beschaemtheyt.",
    "text2026": "De Kerk van God klaagt over de gruwelijke verwoestingen die de vijanden overal, in het bijzonder in de tempel en de synagogen, hadden aangericht; en Hem voorleggend de wreedheid en de godslasteringen van de vijand, het tegenwoordige gemis van Gods gewone genadetekenen, Zijn voorgaande wonderen en weldaden, de ellendige staat van Zijn beminde en weerloze Kerk, en de vastheid van Zijn verbond, bidt zij om verlossing, tot Zijn eer en tot beschaming van de vijanden."
  }
}
