{
  "number": 75,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Voor den opperzangmeester, Al-tascheth; een psalm, een lied, voor Asaf.",
      "text1637": "VOor den [1] Opper-sang-meester, [2] Al-Tascheth: een psalm, [3] een liedt, [4] voor Asaph.",
      "text2026": "Voor de opperzangmeester, Al-tascheth; een psalm, een lied, voor Asaf.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 57:1 . Psalmen 57:1 : Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Al-tascheth; als hij voor Sauls aangezicht vlood in de spelonk.",
          "text1637": "Siet Psal. 57. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 57:1 . Psalmen 57:1 : Een gouden kleinood van David, voor de opperzangmeester, Al-tascheth; als hij voor Sauls aangezicht vluchtte in de spelonk."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een lied: Zie Ps. 48:1 . Psalmen 48:1 : Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach.",
          "text1637": "Siet Psal. 48. op vers 1.",
          "text2026": "een lied: Zie Ps. 48:1 . Psalmen 48:1 : Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "voor Asaf: Anders, van Asaf, maar het schijnt ganselijk dat het gevoelen dergenen het eenvoudigste is, die uit verg. van den inhoud van dezen psalm met 2 Sam. 2 , 2 Sam. 3 , 2 Sam. 4 , 2 Sam. 5 , afnemen, en aan Asaf gegeven heeft, ten tijde als hij na Sauls dood koning was geworden over Juda; en de zaken na Isboseths dood, daarop stonden dat hij het beloofde koninkrijk van gans Israël zou ontvangen, om God voor deze wonderlijke en genadige verandering der zaken te danken, met belofte dat hij alles, wat in het land vervallen was, naar Gods wil zou herstellen, en zich gedragen als een voorbeeld van Jezus Christus. Verg. ook dezen psalm met Ps. 101 .",
          "text1637": "And. Asaphs. maer het schijnt gantschelick, dat ’t gevoelen der gener eenvoudichst is, die uyt vergelijckinge vanden inhout deses Psalms met 2.Sam. capp. 2. 3. 4. 5. afnemen, dat David selfs desen Psalm gemaeckt, ende aen Asaph gegeven heeft, ter tijt als hy na Sauls doot Coninck was geworden over Iuda, ende de saken, nae Isboseths doot, daer op stonden, dat hy het beloofde Coninckrijck van gantsch Israel soude ontfangen, om Godt voor dese wonderlicke ende genadige veranderinge der saken te dancken, met belofte, dat hy alles, wat in den lande vervallen was, na Godts wille soude herstellen, ende sich dragen als een voorbeelt Iesu Christi. Vergel. oock desen Psalm met Psa. 101.",
          "text2026": "voor Asaf: Anders, van Asaf, maar het schijnt ganselijk dat het gevoelen dergenen het eenvoudigste is, die uit verg. van de inhoud van deze psalm met 2 Sam. 2 , 2 Sam. 3 , 2 Sam. 4 , 2 Sam. 5 , afnemen, en aan Asaf gegeven heeft, ten tijde als hij na Sauls dood koning was geworden over Juda; en de zaken na Isboseths dood, daarop stonden dat hij het beloofde koninkrijk van geheel Israël zou ontvangen, om God voor deze wonderlijke en genadige verandering van de zaken te danken, met belofte dat hij alles, wat in het land vervallen was, naar Gods wil zou herstellen, en zich gedragen als een voorbeeld van Jezus Christus. Verg. ook deze psalm met Ps. 101 ."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֥חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H516",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תַּשְׁחֵ֑ת",
          "strongs": "H516",
          "morph": "HVhi2ms"
        },
        {
          "woord": "מִזְמ֖וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָסָ֣ף",
          "strongs": "H623",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "שִֽׁיר",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Al-tascheth; een psalm,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> een lied,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> voor Asaf.",
      "textSV1888_html": "Voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Al-tascheth; een psalm,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> een lied,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> voor Asaf.",
      "text1637_html": "VOor den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Opper-sang-meester, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Al-Tascheth: een psalm, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> een liedt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> voor Asaph.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Wij loven U, o God! wij loven, dat Uw Naam nabij is; men vertelt Uw wonderen.",
      "text1637": "Wy loven u, o Godt, wy loven, dat uwen [5] Naem nae by is: [6] men vertelt uwe wonderen.",
      "text2026": "Wij loven U, o God! wij loven, dat Uw Naam nabij is; men vertelt Uw wonderen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Naam nabij: Dat is, Gij zelf, met de vervulling uwer beloften, die Gij mij gedaan hebt. Anders: en uw naam is nabij; te weten, in onzen mond.",
          "text1637": "D. ghy selfs, met de vervullinge uwer beloften, die ghy my gedaen hebt. And. ende uwen name is nae by. Te weten, in onsen monde.",
          "text2026": "Naam nabij: Dat is, U zelf, met de vervulling uw beloften, die U mij gedaan hebt. Anders: en uw naam is nabij; te weten, in onze mond."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "men vertelt: Hebr., zij vertellen; te weten, ik en allen, die mij toegedaan zijn en dezen tijd met groot geduld verwacht hebben, en U nu danken, gelijk vers 2 gezegd. Psalmen 75:2 : Wij loven U, o God! wij loven, dat Uw Naam nabij is; men vertelt Uw wonderen.",
          "text1637": "Hebr. sy vertellen. T.w. ick, ende alle die my toegedaen zijn, ende desen tijt met groot gedult verwacht hebben, ende u nu dancken, als vers 2. geseyt.",
          "text2026": "men vertelt: Hebr., zij vertellen; te weten, ik en allen, die mij toegedaan zijn en deze tijd met groot geduld verwacht hebben, en U nu danken, gelijk vers 2 gezegd. Psalmen 75:2 : Wij loven U, o God! wij loven, dat Uw Naam nabij is; men vertelt Uw wonderen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ה֘וֹדִ֤ינוּ",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HVhp1cp"
        },
        {
          "woord": "לְּ/ךָ֨",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱֽלֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "ה֭וֹדִינוּ",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HVhp1cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/קָר֣וֹב",
          "strongs": "H7138",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "סִ֝פְּר֗וּ",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "נִפְלְאוֹתֶֽי/ךָ",
          "strongs": "H6381",
          "morph": "HVNrfpc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wij loven U, o God! wij loven, dat Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Naam nabij is;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> men vertelt Uw wonderen.",
      "textSV1888_html": "Wij loven U, o God! wij loven, dat Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Naam nabij is;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> men vertelt Uw wonderen.",
      "text1637_html": "Wy loven u, o Godt, wy loven, dat uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Naem nae by is: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> men vertelt uwe wonderen."
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Als ik het bestemde ambt zal ontvangen hebben, zo zal ik gans recht richten.",
      "text1637": "Als ick het [7] bestemde (ampt) sal ontfangen hebben; so sal ick [8] gantsch recht richten.",
      "text2026": "Als ik het bestemde ambt zal ontvangen hebben, zo zal ik geheel recht richten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bestemde ambt : Dat is, het koninkrijk, dat Gij mij beloofd hebt en de gezamenlijke stammen mij toegestemd hebben. Sommigen duiden het op den bestemden tijd des koninkrijks; idem, de vergadering der oudsten, als een rijksdag hiertoe bestemd, of de bestemde plaats der heilige vergaderingen; te weten, Zion, dat David, koning geworden zijnde, terstond voornam te winnen tot ene plaats voor den godsdienst en van zijn koninklijken troon; de zaak al op hetzelfde uitkomende.",
          "text1637": "D. het Coninckrijck, dat ghy my belooft, ende de samtlicke stammen my toegestemt hebben. Sommige duyden’t op den bestemden tijt des Coninckrijcks. item, de vergaderinge der outsten, als eenen Rijcxdach hier toe bestemt, ofte de bestemde plaetse der heyliger vergaderingen, te weten, Zion, die David, Coninck geworden zijnde, terstont voornam te winnen tot eene plaetse des Godts-diensts ende sijns Conincklicken throons: de sake al op een uytkomende.",
          "text2026": "bestemde ambt : Dat is, het koninkrijk, dat U mij beloofd hebt en de gezamenlijke stammen mij toegestemd hebben. Sommigen duiden het op de bestemden tijd van het koninkrijk; idem, de vergadering van de oudsten, als een rijksdag hiertoe bestemd, of de bestemde plaats van de heilige vergaderingen; te weten, Zion, dat David, koning geworden zijnde, meteen voornam te winnen tot een plaats voor de godsdienst en van zijn koninklijken troon; de zaak al op hetzelfde uitkomende."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. rechtheden, of rechtigheden richten; dat is, ik zal in alle rechtmatigheid en billijkheid richten en regeren; alzo elders dikwijls.",
          "text1637": "Hebr. rechtheden, ofte, richticheden richten. D. ick sal in alle rechtmaticheyt ende billickheyt richten ende regeren: alsoo elders dickwijls.",
          "text2026": "Hebr. rechtheden, of rechtigheden richten; dat is, ik zal in alle rechtmatigheid en billijkheid richten en regeren; zo elders dikwijls."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֭י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֶקַּ֣ח",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "מוֹעֵ֑ד",
          "strongs": "H4150",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲ֝נִ֗י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵישָׁרִ֥ים",
          "strongs": "H4339",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶשְׁפֹּֽט",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als ik het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> bestemde ambt zal ontvangen hebben, zo zal ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> geheel recht richten.",
      "textSV1888_html": "Als ik het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> bestemde ambt zal ontvangen hebben, zo zal ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> gans recht richten.",
      "text1637_html": "Als ick het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> bestemde (ampt) sal ontfangen hebben; so sal ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> gantsch recht richten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gans",
          "new": "geheel",
          "principe": "V414"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Het land en al zijn inwoners waren versmolten; maar ik heb zijn pilaren vastgemaakt. Sela.",
      "text1637": "Het lant, ende alle sijne inwoonders, waren [9] versmolten: [maer] ick hebbe sijne pilaren [10] vast gemaeckt, [11] Sela!",
      "text2026": "Het land en al zijn inwoners waren versmolten; maar ik heb zijn pilaren vastgemaakt. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Vanwege de vorige beroerten, allerlei ongebondenheid, schrik en vrees; alzo Joz. 2:9 . Verg. Deut. 1:28 . Jozua 2:9 : En zij sprak tot die mannen: Ik weet, dat de HEERE u dit land gegeven heeft, en dat ulieder verschrikking op ons gevallen is, en dat al de inwoners dezes lands voor ulieder aangezicht gesmolten zijn. Deuteronomium 1:28 : Waarheen zouden wij optrekken? Onze broeders hebben ons hart doen smelten, zeggende: Het is een volk, groter en langer dan wij; de steden zijn groot, en gesterkt tot in den hemel toe; ook hebben wij daar kinderen der Enakieten gezien.",
          "text1637": "Van wegen de voorige beroerten, allerleye ongebondenheyt, schrick ende vreese: also Ios. 2.9. Vergel. Deut. 1. op vers 28.",
          "text2026": "Vanwege de vorige beroerten, allerlei ongebondenheid, schrik en vrees; zo Joz. 2:9 . Verg. Deut. 1:28 . Jozua 2:9 : En zij sprak tot die mannen: Ik weet, dat JAHWEH u dit land gegeven heeft, en dat ulieder verschrikking op ons gevallen is, en dat al de inwoners van deze lands voor ulieder aangezicht gesmolten zijn. Deuteronomium 1:28 : Waarheen zouden wij optrekken? Onze broers hebben ons hart doen smelten, zeggende: Het is een volk, groter en langer dan wij; de steden zijn groot, en gesterkt tot in de hemel toe; ook hebben wij daar kinderen van de Enakieten gezien."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, gerecht, recht gesteld. Ik heb begonnen alles in goede orde [in religie, politie en justitie] in Juda te herstellen, en zal zo, door Gods genade, voortgaan.",
          "text1637": "Ofte, gericht, recht gestelt. Ick heb begonnen alles in goede ordre (in Religie, politye, ende justitie) in Iuda te herstellen, ende sal soo, door Godts genade, voortgaen.",
          "text2026": "Of, gerecht, recht gesteld. Ik heb begonnen alles in goede orde [in religie, politie en justitie] in Juda te herstellen, en zal zo, door Gods genade, voortgaan."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.",
          "text1637": "Siet Psal. 3. op vers 3.",
          "text2026": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נְֽמֹגִ֗ים",
          "strongs": "H4127",
          "morph": "HVNrmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶ֥רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יֹשְׁבֶ֑י/הָ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אָנֹכִ֨י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "תִכַּ֖נְתִּי",
          "strongs": "H8505",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַמּוּדֶ֣י/הָ",
          "strongs": "H5982",
          "morph": "HNcmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "סֶּֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Het land en al zijn inwoners waren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> versmolten; maar ik heb zijn pilaren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> vastgemaakt.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Sela.",
      "textSV1888_html": "Het land en al zijn inwoners waren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> versmolten; maar ik heb zijn pilaren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> vastgemaakt.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Sela.",
      "text1637_html": "Het lant, ende alle sijne inwoonders, waren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> versmolten: [maer] ick hebbe sijne pilaren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> vast gemaeckt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Sela!"
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Ik heb gezegd tot de onzinnigen: Weest niet onzinnig; en tot de goddelozen: Verhoogt den hoorn niet.",
      "text1637": "Ick hebbe geseyt tot de [12] onsinnige; En weest niet onsinnich: ende tot de godtloose; En verhooget den [13] hoorn niet.",
      "text2026": "Ik heb gezegd tot de onzinnigen: Wees niet onzinnig; en tot de goddelozen: Verhoog de hoorn niet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie van het Hebr. woord Ps. 5:6 . Psalmen 5:6 : De onzinnigen zullen voor Uw ogen niet bestaan; Gij haat alle werkers der ongerechtigheid.",
          "text1637": "Siet van’t Hebr. woort Psal. 5. op vers 6.",
          "text2026": "Zie van het Hebr. woord Ps. 5:6 . Psalmen 5:6 : De onzinnigen zullen voor Uw ogen niet bestaan; U haat alle werkers van de ongerechtigheid."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, weest niet trots en hoogmoedig op uw macht en heerlijkheid. Zie Deut. 33:17 , en onder vers 11 . Deuteronomium 33:17 : Hij heeft de heerlijkheid des eerstgeborenen zijns osses, en zijn hoornen zijn hoornen des eenhoorns; met dezelve zal hij de volken te zamen stoten tot aan de einden des lands. Dezen nu zijn de tien duizenden van Efraïm, en dezen zijn de duizenden van Manasse! Psalmen 75:11 : En ik zal alle hoornen der goddelozen afhouwen; de hoornen des rechtvaardigen zullen verhoogd worden.",
          "text1637": "D. weest niet trots ende hoochmoedich op u gewelt ende heerlickheyt. Siet Deut. 33. op vers 17 ende ond. vers 11.",
          "text2026": "Dat is, weest niet trots en hoogmoedig op uw macht en heerlijkheid. Zie Deut. 33:17 , en onder vers 11 . Deuteronomium 33:17 : Hij heeft de heerlijkheid van de eerstgeborenen zijns osses, en zijn hoornen zijn hoornen van de eenhoorns; met dezelfde zal hij de volken te zamen stoten tot aan de einden van het land. Deze nu zijn de tien duizenden van Efraïm, en deze zijn de duizenden van Manasse! Psalmen 75:11 : En ik zal alle hoornen van de goddelozen afhouwen; de hoornen van de rechtvaardigen zullen verhoogd worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָמַ֣רְתִּי",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לַֽ֭/הוֹלְלִים",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HRd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תָּהֹ֑לּוּ",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVqj2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/לָ/רְשָׁעִ֗ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HC/Rd/Aampa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תָּרִ֥ימוּ",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HVhj2mp"
        },
        {
          "woord": "קָֽרֶן",
          "strongs": "H7161",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Ik heb gezegd tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> onzinnigen: Wees niet onzinnig; en tot de goddelozen: Verhoog de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> hoorn niet.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik heb gezegd tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> onzinnigen: Weest niet onzinnig; en tot de goddelozen: Verhoogt den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> hoorn niet.",
      "text1637_html": "Ick hebbe geseyt tot de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> onsinnige; En weest niet onsinnich: ende tot de godtloose; En verhooget den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> hoorn niet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Weest",
          "new": "Wees",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Verhoogt den",
          "new": "Verhoog de",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Verhoogt uw hoorn niet omhoog; spreekt niet met stijven hals.",
      "text1637": "En verhooget uwen hoorn niet om hooge: en spreeckt [niet] met [14] stijven halse.",
      "text2026": "Verhoog uw hoorn niet omhoog; spreek niet met stijven hals.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, stout en hardnekkig. Verg. Exod. 32:9 ; Job 15:26 . Exodus 32:9 : Verder zeide de HEERE tot Mozes: Ik heb dit volk gezien, en zie, het is een hardnekkig volk! Job 15:26 : Hij loopt tegen Hem aan met den hals, met zijn dikke, hoog verhevene schilden;",
          "text1637": "D. stout ende hartneckich. Vergel. Exod. 32. op vers 9. Iob 15.26.",
          "text2026": "Dat is, stout en hardnekkig. Verg. Ex. 32:9 ; Job 15:26 . Exodus 32:9 : Verder zei JAHWEH tot Mozes: Ik heb dit volk gezien, en zie, het is een hardnekkig volk! Job 15:26 : Hij loopt tegen Hem aan met de hals, met zijn dikke, hoog verhevene schilden;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תָּרִ֣ימוּ",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HVhj2mp"
        },
        {
          "woord": "לַ/מָּר֣וֹם",
          "strongs": "H4791",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "קַרְנְ/כֶ֑ם",
          "strongs": "H7161",
          "morph": "HNcbsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "תְּדַבְּר֖וּ",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpi2mp"
        },
        {
          "woord": "בְ/צַוָּ֣אר",
          "strongs": "H6677",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עָתָֽק",
          "strongs": "H6277",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Verhoog uw hoorn niet omhoog; spreek niet met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> stijven hals.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Verhoogt uw hoorn niet omhoog; spreekt niet met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> stijven hals.",
      "text1637_html": "En verhooget uwen hoorn niet om hooge: en spreeckt [niet] met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> stijven halse.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Verhoogt",
          "new": "Verhoog",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "spreekt",
          "new": "spreek",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Want het verhogen komt niet uit het oosten, noch uit het westen, noch uit de woestijn;",
      "text1637": "Want het [15] verhoogen en [komt] niet uyt den [16] oosten, noch uyt den westen, noch uyt de [17] woestijne:",
      "text2026": "Want het verhogen komt niet uit het oosten, noch uit het westen, noch uit de woestijn;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat iemand verheven wordt tot groten staat en waardigheid.",
          "text1637": "Dat yemant verheven wort tot grooten staet ende weerdicheyt.",
          "text2026": "Dat iemand verheven wordt tot grote staat en waardigheid."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. den uitgang; dat is de opgang der zon. Zie Ps. 19:6 . Psalmen 19:6 : En die is als een bruidegom, uitgaande uit zijn slaapkamer; zij is vrolijk als een held, om het pad te lopen.",
          "text1637": "Hebr. den uytganck. D. den opganck der Sonne. Siet Psal. 19.6.",
          "text2026": "Hebr. de uitgang; dat is de opgang van de zon. Zie Ps. 19:6 . Psalmen 19:6 : En die is als een bruidegom, uitgaande uit zijn slaapkamer; zij is vrolijk als een held, om het pad te lopen."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, van het zuiden, en [gelijk enigen menen] het noorden; want het Joodse land heeft woestijnen aan beide zijden, naar sommiger beschrijvingen.",
          "text1637": "D. van’t Suyden, ende (als eenige meenen) Noorden: want het Ioodsche lant heeft woestijnen aen dese beyde zijden, nae sommiger beschrijvingen.",
          "text2026": "Dat is, van het zuiden, en [gelijk enige menen] het noorden; want het Joodse land heeft woestijnen aan beide zijden, naar sommiger beschrijvingen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "מִ֭/מּוֹצָא",
          "strongs": "H4161",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִֽ/מַּעֲרָ֑ב",
          "strongs": "H4628",
          "morph": "HC/R/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/לֹ֗א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "מִ/מִּדְבַּ֥ר",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָרִֽים",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HVhc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> verhogen komt niet uit het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> oosten, noch uit het westen, noch uit de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> woestijn;",
      "textSV1888_html": "Want het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> verhogen komt niet uit het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> oosten, noch uit het westen, noch uit de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> woestijn;",
      "text1637_html": "Want het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> verhoogen en [komt] niet uyt den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> oosten, noch uyt den westen, noch uyt de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> woestijne:"
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Maar God is Rechter; Hij vernedert dezen, en verhoogt genen.",
      "text1637": "Maer Godt [18] is Richter: hy vernedert desen, ende verhoocht genen.",
      "text2026": "Maar God is Rechter; Hij vernedert deze, en verhoogt anderen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "is rechter: Dit, en het volgende, ziet in het bijzonder op Davids verhoging tot het koninkrijk, dat hem God [hoewel hij eerst van Saul heeft moeten lijden] door Samuël, beloofd had en op Sauls vernedering en verstoting van het koninkrijk, gelijk hem God door Samuël voorzegd had.",
          "text1637": "Dit, ende het volgende, siet in’t bysonder op Davids verhooginge tot het Coninckrijcke, dat hem Godt (hoewel hy eerst van Saul heeft moeten lijden) door Samuel belooft hadde, ende op Sauls vernederinge ende verstootinge van’t Coninckrijcke, gelijck hem Godt door Samuel voorseyt hadde.",
          "text2026": "is rechter: Dit, en het volgende, ziet in het bijzonder op Davids verhoging tot het koninkrijk, dat hem God [hoewel hij eerst van Saul heeft moeten lijden] door Samuël, beloofd had en op Sauls vernedering en verstoting van het koninkrijk, gelijk hem God door Samuël voorzegd had."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֥ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "שֹׁפֵ֑ט",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "זֶ֥ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "יַ֝שְׁפִּ֗יל",
          "strongs": "H8213",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/זֶ֣ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HC/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "יָרִֽים",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HVhi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> is Rechter; Hij vernedert deze, en verhoogt anderen.",
      "textSV1888_html": "Maar God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> is Rechter; Hij vernedert dezen, en verhoogt genen.",
      "text1637_html": "Maer Godt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> is Richter: hy vernedert desen, ende verhoocht genen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dezen,",
          "new": "deze,",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "genen.",
          "new": "anderen.",
          "principe": "V450"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Want in des HEEREN hand is een beker, en de wijn is beroerd, vol van mengeling, en Hij schenkt daaruit; doch alle goddelozen der aarde zullen zijn droesemen uitzuigende drinken.",
      "text1637": "Want in des HEEREN hant is een [19] beker, ende de wijn is [20] beroert, vol van [21] mengelinge, ende hy [22] schenckt daer uyt: doch alle godtloose der aerden sullen [23] sijne [24] droesemen [25] uytsuygende drincken.",
      "text2026": "Want in de hand van JAHWEH is een beker, en de wijn is beroerd, vol van mengeling, en Hij schenkt daaruit; maar alle goddelozen van de aarde zullen zijn droesemen uitzuigende drinken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie van deze gelijkenis Ps. 11:6 ; Job 21:20 , enz. Psalmen 11:6 : Hij zal op de goddelozen regenen strikken, vuur en zwavel; en een geweldige stormwind zal het deel huns bekers zijn. Job 21:20 : Dat zijn ogen zijn ondergang zien, en hij drinkt van de grimmigheid des Almachtigen!",
          "text1637": "Siet van dese gelijckenisse Psal. 11. op vers 6. ende Iob 21. op vers 20, etc.",
          "text2026": "Zie van deze gelijkenis Ps. 11:6 ; Job 21:20 , enz. Psalmen 11:6 : Hij zal op de goddelozen regenen strikken, vuur en zwavel; en een geweldige stormwind zal het deel huns bekers zijn. Job 21:20 : Dat zijn ogen zijn ondergang zien, en hij drinkt van de grimmigheid van de Almachtigen!"
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, bedroesemd. Zie van het Hebr. woord boven Ps. 46:4 en Job 16:16 . Anders, troebel, sterk, rood. Psalmen 46:4 : Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door derzelver verheffing! Sela. Job 16:16 : Mijn aangezicht is gans bemodderd van wenen, en over mijn oogleden is des doods schaduw.",
          "text1637": "Ofte, bedroesemt. Siet van’t Hebr. woort. bov. Psal. 46.4. ende Iob 16. op vers 16. And. troubel, sterck, root.",
          "text2026": "Of, bedroesemd. Zie van het Hebr. woord boven Ps. 46:4 en Job 16:16 . Anders, troebel, sterk, rood. Psalmen 46:4 : Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door van die verheffing! Sela. Job 16:16 : Mijn aangezicht is geheel bemodderd van wenen, en over mijn oogleden is van de dood schaduw."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, vol, toebereid om te drinken, gelijk men sterken wijn in die landen met water placht te mengen. Verg. Spreuk. 9:2 ; Openb. 14:10 , enz. Spreuken 9:2 : Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht. Openbaring 14:10 : Die zal ook drinken uit den wijn des toorn Gods, die ongemengd ingeschonken is, in den drinkbeker Zijns toorns; en hij zal gepijnigd worden met vuur en sulfer voor de heilige engelen en voor het Lam.",
          "text1637": "D. vol toebereyt om te drincken, gelijckmen stercken wijn in die landen met water plach te mengen. Vergel. Prov. 9.2. Apoc. 14.2, etc.",
          "text2026": "Dat is, vol, toebereid om te drinken, gelijk men sterken wijn in die landen met water placht te mengen. Verg. Spr. 9:2 ; Openb. 14:10 , enz. Spreuken 9:2 : Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel gereedgemaakt. Openbaring 14:10 : Die zal ook drinken uit de wijn van de toorn van God, die ongemengd ingeschonken is, in de drinkbeker van Zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en sulfer voor de heilige engelen en voor het Lam."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "schenkt daaruit: Of, hij heeft daaruit geschonken; te weten, eerst zijn eigen volk, gelijk David en zijnen vromen metgezellen geschied was. Verg. Ps. 73:10 ; Jer. 25:17 , 25:18 ; 1 Petr. 4:17 . Psalmen 73:10 : Daarom keert zich Zijn volk hiertoe, als hun wateren eens vollen bekers worden uitgedrukt, Jeremia 25:17 : En ik nam den beker van des HEEREN hand, en ik gaf te drinken al den volken, tot welke de HEERE mij gezonden had; Jeremia 25:18 : Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te dezen dage; 1 Petrus 4:17 : Want het is de tijd, dat het oordeel beginne van het huis Gods; en indien het eerst van ons begint, welk zal het einde zijn dergenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?",
          "text1637": "Ofte, hy heeft daer uyt geschoncken, T.w. eerst sijn eygen volck, als David ende sijnen vroomen met-gesellen geschiet was. Vergel. Psal. 73.10. Ierem. 25.17, 18. 1.Pet. 4.17.",
          "text2026": "schenkt daaruit: Of, hij heeft daaruit geschonken; te weten, eerst zijn eigen volk, gelijk David en zijn vromen metgezellen geschied was. Verg. Ps. 73:10 ; Jer. 25:17 , 25:18 ; 1 Petr. 4:17 . Psalmen 73:10 : Daarom keert zich Zijn volk hiertoe, als hun water van een volle beker worden uitgedrukt, Jeremia 25:17 : En ik nam de beker van de hand van JAHWEH, en ik gaf te drinken al de volken, tot welke JAHWEH mij gezonden had; Jeremia 25:18 : Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te deze dage; 1 Petrus 4:17 : Want het is de tijd, dat het oordeel beginne van het huis van God; en als het eerst van ons begint, welk zal het einde zijn dergenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?"
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, des bekers.",
          "text1637": "T.w. des bekers.",
          "text2026": "Te weten, van de bekers."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de zwaarste straffen met het eeuwig verderf.",
          "text1637": "D. de swaerste straffen met het eeuwich verderf.",
          "text2026": "Dat is, de zwaarste straffen met het eeuwig verderf."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., אַךְ, uitdrukkende. Verg. Jes. 51:17 ; Ezech. 23:34 . Jesaja 51:17 : Waak op, waak op, sta op, Jeruzalem! gij, die gedronken hebt van de hand des HEEREN den beker Zijner grimmigheid; den droesem van den beker der zwijmeling hebt gij gedronken, ja, uitgezogen. Ezechiël 23:34 : Gij zult hem drinken en uitzuigen, en zijn scherven zult gij brijzelen, en uw borsten zult gij afrukken; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "Hebr. uytdruckende. Vergel. Ies. 51.17. Ezech. 23.34.",
          "text2026": "Hebr., אַךְ, uitdrukkende. Verg. Jes. 51:17 ; Ez. 23:34 . Jesaja 51:17 : Waak op, waak op, sta op, Jeruzalem! u, die gedronken hebt van de hand van JAHWEH de beker Zijn grimmigheid; de droesem van de beker van de zwijmeling hebt u gedronken, ja, uitgezogen. Ezechiël 23:34 : U zult hem drinken en uitzuigen, en zijn scherven zult u brijzelen, en uw borsten zult u afrukken; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heer JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כ֪וֹס",
          "strongs": "H3563",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בְּֽ/יַד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֡ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יַ֤יִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חָמַ֨ר",
          "strongs": "H2560",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מָ֥לֵא",
          "strongs": "H4392",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "מֶסֶךְ֮",
          "strongs": "H4538",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּגֵּ֪ר",
          "strongs": "H5064",
          "morph": "HC/Vhw3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ֫/זֶּ֥ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HR/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "אַךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "שְׁ֭מָרֶי/הָ",
          "strongs": "H8105",
          "morph": "HNcmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "יִמְצ֣וּ",
          "strongs": "H4680",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁתּ֑וּ",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֝֗ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רִשְׁעֵי",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want in de hand van JAHWEH is een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> beker, en de wijn is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> beroerd, vol van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> mengeling, en Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> schenkt daaruit; maar alle goddelozen van de aarde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> zijn droesemen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> uitzuigende drinken.",
      "textSV1888_html": "Want in des HEEREN hand is een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> beker, en de wijn is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> beroerd, vol van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> mengeling, en Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> schenkt daaruit; doch alle goddelozen der aarde zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> droesemen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> uitzuigende drinken.",
      "text1637_html": "Want in des HEEREN hant is een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> beker, ende de wijn is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> beroert, vol van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> mengelinge, ende hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> schenckt daer uyt: doch alle godtloose der aerden sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> droesemen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> uytsuygende drincken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "de",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "doch",
          "new": "maar",
          "principe": "V1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "En ik zal het in eeuwigheid verkondigen; ik zal den God Jakobs psalmzingen.",
      "text1637": "Ende ick sal ’t in eeuwicheyt verkondigen: ick sal den Godt Iacobs psalmsingen.",
      "text2026": "En ik zal het in eeuwigheid verkondigen; ik zal de God van Jakob psalmzingen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ֭/אֲנִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַגִּ֣יד",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֹלָ֑ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲ֝זַמְּרָ֗ה",
          "strongs": "H2167",
          "morph": "HVph1cs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אלֹהֵ֥י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "יַעֲקֹֽב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En ik zal het in eeuwigheid verkondigen; ik zal de God van Jakob psalmzingen.",
      "text1637_html": "Ende ick sal ’t in eeuwicheyt verkondigen: ick sal den Godt Iacobs psalmsingen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Jakobs",
          "new": "van Jakob",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "En ik zal alle hoornen der goddelozen afhouwen; de hoornen des rechtvaardigen zullen verhoogd worden.",
      "text1637": "Ende ick sal alle [26] hoornen der godtloosen afhouwen: de [27] hoornen des rechtveerdigen sullen verhoocht worden.",
      "text2026": "En ik zal alle hoornen van de goddelozen afhouwen; de hoornen van de rechtvaardigen zullen verhoogd worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hoornen der: Dat is, het geweld, waarmede zij de vromen beschadigen. Zie boven vers 5 . Psalmen 75:5 : Ik heb gezegd tot de onzinnigen: Weest niet onzinnig; en tot de goddelozen: Verhoogt den hoorn niet.",
          "text1637": "D. het gewelt, daer mede sy den vroomen beschadigen, siet bov. vers 5.",
          "text2026": "hoornen van de: Dat is, het geweld, waarmee zij de vromen beschadigen. Zie boven vers 5 . Psalmen 75:5 : Ik heb gezegd tot de onzinnigen: Weest niet onzinnig; en tot de goddelozen: Verhoogt de hoorn niet."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hoornen des: Dat is, macht en heerlijkheid.",
          "text1637": "D. macht ende heerlickheyt.",
          "text2026": "hoornen van de: Dat is, macht en heerlijkheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "קַרְנֵ֣י",
          "strongs": "H7161",
          "morph": "HNcbdc"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִ֣ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "אֲגַדֵּ֑עַ",
          "strongs": "H1438",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "תְּ֝רוֹמַ֗מְנָה",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HVOi3fp"
        },
        {
          "woord": "קַֽרְנ֥וֹת",
          "strongs": "H7161",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "צַדִּֽיק",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HAamsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En ik zal alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> hoornen van de goddelozen afhouwen; de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hoornen van de rechtvaardigen zullen verhoogd worden.",
      "textSV1888_html": "En ik zal alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> hoornen der goddelozen afhouwen; de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hoornen des rechtvaardigen zullen verhoogd worden.",
      "text1637_html": "Ende ick sal alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> hoorne<i>n</i> der godtloosen afhouwen: de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hoornen des rechtveerdigen sullen verhoocht worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "des",
          "new": "van de",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David danckt Godt, met alle vroome, voor de genadige veranderinge der saken in Israel, ende belooft, als hy van Godt (die d’autheur is van verhoogen ende vernederen) Coninck over Israel sal gemaeckt zijn, dat hy godtsalichlick sal regeren, straffende de godtloose, ende de vroome verhoogende, ende Godt danckende, die de vroome wel laet drincken uyt den beker sijns toorns, maer de godtloose den droesem uytsuypen.",
    "text2026": "David dankt God, met alle vromen, voor de genadige verandering van de zaken in Israël, en belooft dat hij, als hij door God (Die de bewerker is van verhogen en vernederen) tot koning over Israël gemaakt zal zijn, godzalig zal regeren, de goddeloze straffend en de vrome verhogend, en God dankend, Die de vrome wel laat drinken uit de beker van Zijn toorn, maar de goddeloze het bezinksel laat uitzuigen."
  }
}
