{
 "number": 76,
 "verses": [
  {
   "number": 1,
   "textSV1888": "Een psalm, een lied van Asaf, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
   "text1637": "EEn Psalm, [1] een liedt Asaphs: voor den [2] Opper-sang-meester, op Neginoth.",
   "text2026": "Een psalm, een lied van Asaf, voor de opperzangmeester, op de Neginoth.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "1",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "een lied: Zie Ps. 48:1 , en Ps. 50:1 . Psalmen 48:1 : Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach. Psalmen 50:1 : Een psalm van Asaf. De God der goden, de HEERE spreekt, en roept de aarde, van den opgang der zon tot aan haar ondergang.",
     "text1637": "Siet Psal. 48. op vers 1. ende 50. op vers 1.",
     "text2026": "een lied: Zie Ps. 48:1 , en Ps. 50:1 . Psalmen 48:1 : Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach. Psalmen 50:1 : Een psalm van Asaf. De God van de goden, JAHWEH spreekt, en roept de aarde, van de opgang van de zon tot aan haar ondergang."
    },
    {
     "marker": "2",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
     "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 1.",
     "text2026": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "לַ/מְנַצֵּ֥חַ",
     "strongs": "H5329",
     "morph": "HRd/Vprmsa"
    },
    {
     "woord": "בִּ/נְגִינֹ֑ת",
     "strongs": "H5058",
     "morph": "HR/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "מִזְמ֖וֹר",
     "strongs": "H4210",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/אָסָ֣ף",
     "strongs": "H623",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "שִֽׁיר",
     "strongs": "H7892",
     "morph": "HNcbsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Een psalm,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> een lied van Asaf, voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> opperzangmeester, op de Neginoth.",
   "textSV1888_html": "Een psalm,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> een lied van Asaf, voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> opperzangmeester, op de Neginoth.",
   "text1637_html": "EEn Psalm, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> een liedt Asaphs: voor den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Opper-sang-meester, op Neginoth.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 2,
   "textSV1888": "God is bekend in Juda; Zijn Naam is groot in Israël.",
   "text1637": "Godt is bekent in Iuda: sijn Naem is groot in Israël.",
   "text2026": "God is bekend in Juda; Zijn Naam is groot in Israël.",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "נוֹדָ֣ע",
     "strongs": "H3045",
     "morph": "HVNrmsa"
    },
    {
     "woord": "בִּֽ/יהוּדָ֣ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהִ֑ים",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "בְּ֝/יִשְׂרָאֵ֗ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "גָּד֥וֹל",
     "strongs": "H1419",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "שְׁמֽ/וֹ",
     "strongs": "H8034",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "God is bekend in Juda; Zijn Naam is groot in Israël.",
   "text1637_html": "Godt is bekent in Iuda: sijn Naem is groot in Israël."
  },
  {
   "number": 3,
   "textSV1888": "En in Salem is Zijn hut, en Zijn woning in Sion.",
   "text1637": "Ende in [3] Salem is sijne [4] hutte: ende sijne wooninge in Zion.",
   "text2026": "En in Salem is Zijn hut, en Zijn woning in Sion.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "3",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, Jeruzalem; gelijk Gen. 14:18 . Verg. Ps. 48:2 , 48:3 , 48:4 , 48:9 , en zie Hebr. 7:1 . Genesis 14:18 : En Melchizedek, koning van Salem, bracht voort brood en wijn; en hij was een priester des allerhoogsten Gods. Psalmen 48:2 : De HEERE is groot en zeer te prijzen, in de stad onzes Gods, op den berg Zijner heiligheid. Psalmen 48:3 : Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het noorden; de stad des groten Konings. Psalmen 48:4 : God is in haar paleizen; Hij is er bekend voor een Hoog Vertrek. Psalmen 48:9 : Gelijk wij gehoord hadden, alzo hebben wij gezien in de stad des HEEREN der heirscharen, in de stad onzes Gods; God zal haar bevestigen tot in eeuwigheid. Sela. Hebreeën 7:1 : Want deze Melchizedek was koning van Salem, een priester des Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende;",
     "text1637": "D. Ierusalem: als Gen. 14.18. Vergel. Psal. 48.2, 3, 4, 9. ende siet Hebr. 7.1.",
     "text2026": "Dat is, Jeruzalem; gelijk Gen. 14:18 . Verg. Ps. 48:2 , 48:3 , 48:4 , 48:9 , en zie Hebr. 7:1 . Genesis 14:18 : En Melchizedek, koning van Salem, bracht voort brood en wijn; en hij was een priester van de allerhoogste Gods. Psalmen 48:2 : JAHWEH is groot en zeer te prijzen, in de stad onzes Gods, op de berg Zijn heiligheid. Psalmen 48:3 : Schoon van gelegenheid, een vreugde van de gehele aarde is de berg Sion, aan de zijden van het noorden; de stad van de grote Konings. Psalmen 48:4 : God is in haar paleizen; Hij is er bekend voor een Vesting. Psalmen 48:9 : Gelijk wij gehoord hadden, zo hebben wij gezien in de stad van JAHWEH van de legermachten, in de stad onzes Gods; God zal haar bevestigen tot in eeuwigheid. Sela. Hebreeën 7:1 : Want deze Melchizedek was koning van Salem, een priester van de Allerhoogste Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij keerde terug van het slaan van de koningen, en hem zegende;"
    },
    {
     "marker": "4",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, tabernakel of tempel. Hieruit kan men klaarlijk zien dat Salem en Jeruzalem hier enerlei is.",
     "text1637": "D. Tabernakel ofte Tempel: hier uyt kanmen klaerlick sien, dat Salem ende Ierusalem hier eenderley is.",
     "text2026": "Dat is, tabernakel of tempel. Hieruit kan men duidelijk zien dat Salem en Jeruzalem hier enerlei is."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יְהִ֣י",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "בְ/שָׁלֵ֣ם",
     "strongs": "H8004",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "סֻכּ֑/וֹ",
     "strongs": "H5520",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וּ/מְע֖וֹנָת֣/וֹ",
     "strongs": "H4585",
     "morph": "HC/Ncbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "בְ/צִיּֽוֹן",
     "strongs": "H6726",
     "morph": "HR/Np"
    }
   ],
   "text2026_html": "En in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Salem is Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> hut, en Zijn woning in Sion.",
   "textSV1888_html": "En in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Salem is Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> hut, en Zijn woning in Sion.",
   "text1637_html": "Ende in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Salem is sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> hutte: ende sijne wooninge in Zion."
  },
  {
   "number": 4,
   "textSV1888": "Aldaar heeft Hij verbroken de vurige pijlen van den boog, het schild, en het zwaard, en den krijg. Sela.",
   "text1637": "[5] Aldaer heeft hy verbroken de [6] vyerige pijlen van den boge; den schilt, ende het sweert, ende den krijch, [7] Sela!",
   "text2026": "Daar heeft Hij verbroken de vurige pijlen van de boog, het schild, en het zwaard, en de oorlog. Sela.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "5",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Verg. Ps. 46:10 . Psalmen 46:10 : Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, den boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagenen met vuur verbrandt.",
     "text1637": "Vergel. Psal. 46.10.",
     "text2026": "Verg. Ps. 46:10 . Psalmen 46:10 : Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde van de aarde, de boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagens met vuur verbrandt."
    },
    {
     "marker": "6",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebr., רִשְׁפֵי, de vurige kolen, of vonken van den boog; dat is, de vurige of glinsterende pijlen van den boog, of de glinsterende bogen, gelijk sommigen het nemen.",
     "text1637": "Hebr. de vyerige kolen, ofte, voncken van den boge. D. de vyerige, ofte, glintzerende pijlen vanden boge, ofte, de glintzerende bogen, als sommige het nemen.",
     "text2026": "Hebr., רִשְׁפֵי, de vurige kolen, of vonken van de boog; dat is, de vurige of glinsterende pijlen van de boog, of de glinsterende bogen, gelijk sommigen het nemen."
    },
    {
     "marker": "7",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.",
     "text1637": "Siet Psal. 3. op vers 3.",
     "text2026": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "שָׁ֭מָּ/ה",
     "strongs": "H8033",
     "morph": "HD/Sd"
    },
    {
     "woord": "שִׁבַּ֣ר",
     "strongs": "H7665",
     "morph": "HVpp3ms"
    },
    {
     "woord": "רִשְׁפֵי",
     "strongs": "H7565",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "קָ֑שֶׁת",
     "strongs": "H7198",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "מָגֵ֬ן",
     "strongs": "H4043",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/חֶ֖רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HC/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/מִלְחָמָ֣ה",
     "strongs": "H4421",
     "morph": "HC/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "סֶֽלָה",
     "strongs": "H5542",
     "morph": "HTj"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Daar heeft Hij verbroken de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> vurige pijlen van de boog, het schild, en het zwaard, en de oorlog.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Sela.",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Aldaar heeft Hij verbroken de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> vurige pijlen van den boog, het schild, en het zwaard, en den krijg.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Sela.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Aldaer heeft hy verbroken de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> vyerige pijlen van den boge; den schilt, ende het sweert, ende den krijch, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Sela!",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Aldaar",
     "new": "Daar",
     "principe": "V36"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "den krijg.",
     "new": "de oorlog.",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 5,
   "textSV1888": "Gij zijt doorluchtiger en heerlijker dan de roofbergen.",
   "text1637": "Ghy zijt doorluchtiger [ende] heerlicker, dan de [8] Roof-bergen.",
   "text2026": "U bent stralender en heerlijker dan de roofbergen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "8",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hierdoor verstaan sommigen de machtige koningen en koninkrijken [bij bergen somtijds in de Schriftuur vergeleken], die gewoon zijn zowel elkander als Gods volk tezamen, gelijk wilde dieren, te roven. Anders: Gij zijt doorluchtig en heerlijk van, of vanwege de roofbergen; dat is, Gij hebt ere ingelegd en uw heerlijke macht betoond op de bergen; vanwaar de vijanden [gelijk wilde beesten] ons meenden te roven en te verscheuren, daar hebt Gij hen verdaan en hen ons tot een roof gegeven, gelijk in het volgende verklaard wordt.",
     "text1637": "Hier door verstaen sommige de machtige Coningen ende Coninckrijcken (by bergen somtijts inde Schriftuere vergeleken) die gewoon zijn soo wel malkanderen, als Godts volck t’samen, als wilde dieren, te rooven. And. ghy zijt doorluchtich ende heerlick van, ofte, van wegen de roof-bergen, D. ghy hebt eere ingeleyt ende uwe heerlicke macht betoont op de bergen: van waer de vyanden (als wilde beesten) ons meenden te rooven ende te verscheuren, daer hebt ghyse verdaen, ende hen ons tot eenen roof gegeven, als in ’t volgende verklaert wort.",
     "text2026": "Hierdoor verstaan sommigen de machtige koningen en koninkrijken [bij bergen somtijds in de Schriftuur vergeleken], die gewoon zijn zowel elkaar als Gods volk tezamen, gelijk wilde dieren, te roven. Anders: U bent glorierijk en heerlijk van, of vanwege de roofbergen; dat is, U hebt ere ingelegd en uw heerlijke macht betoond op de bergen; vanwaar de vijanden [gelijk wilde beesten] ons meenden te roven en te verscheuren, daar hebt U hen verdaan en hen ons tot een roof gegeven, gelijk in het volgende verklaard wordt."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "נָ֭אוֹר",
     "strongs": "H215",
     "morph": "HVNrmsa"
    },
    {
     "woord": "אַתָּ֥ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2ms"
    },
    {
     "woord": "אַדִּ֗יר",
     "strongs": "H117",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "מֵֽ/הַרְרֵי",
     "strongs": "H2042",
     "morph": "HR/Ncmpc"
    },
    {
     "woord": "טָֽרֶף",
     "strongs": "H2964",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "U bent stralender en heerlijker dan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> roofbergen.",
   "textSV1888_html": "Gij zijt doorluchtiger en heerlijker dan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> roofbergen.",
   "text1637_html": "Ghy zijt doorluchtiger [ende] heerlicker, dan de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Roof-bergen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij zijt doorluchtiger",
     "new": "U bent stralender",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 6,
   "textSV1888": "De stouthartigen zijn beroofd geworden; zij hebben hun slaap gesluimerd; en geen van de dappere mannen hebben hun handen gevonden.",
   "text1637": "De [9] stout-hertige zijn berooft geworden; sy hebben haren [10] slaep gesluymert: ende [11] geene van de dappere mannen hebben hare handen gevonden.",
   "text2026": "De stouthartigen zijn beroofd geworden; zij hebben hun slaap gesluimerd; en geen van de dappere mannen hebben hun handen gevonden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "9",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebr., לֵב, sterken van hart.",
     "text1637": "Hebr. stercke van herten.",
     "text2026": "Hebr., לֵב, sterken van hart."
    },
    {
     "marker": "10",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, den langen slaap, den dood. Verg. Jer. 51:39 , 51:57 ; Ps. 13:4 . Dit wordt bij sommigen geduid op de verslagenen van den engel ten tijde van Hizkia; 2 Kon. 19:35 . Jeremia 51:39 : Als zij verhit zijn, zal Ik hun drank opzetten, en zal hen dronken maken, opdat zij opspringen; maar zij zullen een eeuwigen slaap slapen, en niet opwaken, spreekt de HEERE. Jeremia 51:57 : En Ik zal haar vorsten, en haar wijzen, haar landvoogden, en haar overheden, en haar helden dronken maken; en zij zullen een eeuwigen slaap slapen, en niet opwaken, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen. Psalmen 13:4 : Aanschouw, verhoor mij, HEERE, mijn God; verlicht mijn ogen, opdat ik in den dood niet ontslape; 2 Koningen 19:35 : Het geschiedde dan in dienzelven nacht, dat de Engel des HEEREN uitvoer, en sloeg in het leger van Assyrië honderd vijf en tachtig duizend. En toen zij zich des morgens vroeg opmaakten, ziet, die allen waren dode lichamen.",
     "text1637": "D. den langen slaep, den doot. Vergel. Ierem. 51.39, 57. Psal. 13.4. dit wort by sommige geduydt op de verslagene van den Engel ter tijt Hizkia. 2.Reg. 19.35.",
     "text2026": "Dat is, de lange slaap, de dood. Verg. Jer. 51:39 , 51:57 ; Ps. 13:4 . Dit wordt bij sommigen geduid op de verslagenen van de engel ten tijde van Hizkia; 2 Kon. 19:35 . Jeremia 51:39 : Als zij verhit zijn, zal Ik hun drank opzetten, en zal hen dronken maken, opdat zij opspringen; maar zij zullen een eeuwigen slaap slapen, en niet opwaken, spreekt JAHWEH. Jeremia 51:57 : En Ik zal haar vorsten, en haar wijzen, haar landvoogden, en haar overheden, en haar helden dronken maken; en zij zullen een eeuwigen slaap slapen, en niet opwaken, spreekt de Koning, Wiens Naam is JAHWEH van de legermachten. Psalmen 13:4 : Aanschouw, verhoor mij, JAHWEH, mijn God; verlicht mijn ogen, opdat ik in de dood niet ontslape; 2 Koningen 19:35 : Het geschiedde dan in dienzelven nacht, dat de Engel van JAHWEH uitvoer, en sloeg in het leger van Assyrië honderd vijf en tachtig duizend. En toen zij zich van de morgen vroeg opmaakten, ziet, die allen waren dode lichamen."
    },
    {
     "marker": "11",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "geen van: Hebr., אַנְשֵׁי, alle mannen der dapperheid hebben hunne handen niet gevonden; dat is, zij zijn als handeloos geweest, hebben tegenweer kunnen bieden.",
     "text1637": "Hebr. Alle mannen der dapperheyt hebben hare handen niet gevonden. D. sy zijn als handeloos geweest, hebben geenen tegen-weer konnen bieden.",
     "text2026": "geen van: Hebr., אַנְשֵׁי, alle mannen van de dapperheid hebben hun handen niet gevonden; dat is, zij zijn als handeloos geweest, hebben tegenweer kunnen bieden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אֶשְׁתּוֹלְל֨וּ",
     "strongs": "H7997",
     "morph": "HVrp3cp"
    },
    {
     "woord": "אַבִּ֣ירֵי",
     "strongs": "H47",
     "morph": "HAampc"
    },
    {
     "woord": "לֵ֭ב",
     "strongs": "H3820",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "נָמ֣וּ",
     "strongs": "H5123",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "שְׁנָתָ֑/ם",
     "strongs": "H8142",
     "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "מָצְא֖וּ",
     "strongs": "H4672",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אַנְשֵׁי",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "חַ֣יִל",
     "strongs": "H2428",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "יְדֵי/הֶֽם",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HNcbdc/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> stouthartigen zijn beroofd geworden; zij hebben hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> slaap gesluimerd; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> geen van de dappere mannen hebben hun handen gevonden.",
   "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> stouthartigen zijn beroofd geworden; zij hebben hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> slaap gesluimerd; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> geen van de dappere mannen hebben hun handen gevonden.",
   "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> stout-hertige zijn berooft geworden; sy hebben haren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> slaep gesluymert: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> geene van de dappere mannen hebben hare handen gevonden."
  },
  {
   "number": 7,
   "textSV1888": "Van Uw schelden, o God van Jakob! is samen wagen en paard in slaap gezonken.",
   "text1637": "Van u [12] schelden, o Godt Iacobs, is t’samen [13] wagen ende peert in slaep gesoncken.",
   "text2026": "Van Uw bestraffing, o God van Jakob! is samen wagen en paard in slaap gezonken.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "12",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Ps. 9:6 . Psalmen 9:6 : Gij hebt de heidenen gescholden, den goddeloze verdaan, hun naam uitgedelgd, tot in eeuwigheid en altoos.",
     "text1637": "Siet Psal. 9. op vers 6.",
     "text2026": "Zie Ps. 9:6 . Psalmen 9:6 : U hebt de heidenen gescholden, de goddeloze verdaan, hun naam uitgedelgd, tot in eeuwigheid en altijd."
    },
    {
     "marker": "13",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, beiden, grote en gemene krijgslieden, die op wagens en paarden reden, waarop zij gewoon waren te strijden; zie Richt. 4:3 , 4:13 , 4:15 ; 2 Sam. 10:18 ; 1 Kon. 22:31 , 22:34 . Richteren 4:3 : Toen riepen de kinderen Israëls tot den HEERE; want hij had negenhonderd ijzeren wagenen, en hij had de kinderen Israëls met geweld onderdrukt, twintig jaren. Richteren 4:13 : Zo riep Sisera al zijn wagenen bijeen, negenhonderd ijzeren wagenen, en al het volk, dat met hem was, van Haroseth der heidenen tot de beek Kison. Richteren 4:15 : En de HEERE versloeg Sisera, met al zijn wagenen, en het ganse heirleger, door de scherpte des zwaards, voor het aangezicht van Barak; dat Sisera van den wagen afklom, en vluchtte op zijn voeten. 2 Samuël 10:18 : Maar de Syriërs vloden voor Israëls aangezicht, en David versloeg van de Syriërs zevenhonderd wagenen, en veertig duizend ruiteren; daartoe sloeg hij Sobach, hun krijgsoverste, dat hij aldaar stierf. 1 Koningen 22:31 : De koning nu van Syrië had geboden aan de oversten der wagenen, van welke hij twee en dertig had, zeggende: Gij zult noch kleinen noch groten bestrijden, maar den koning van Israël alleen. 1 Koningen 22:34 : Toen spande een man den boog in zijn eenvoudigheid, en schoot den koning van Israël tussen de gespen en tussen het pantsier. Toen zeide hij tot zijn voerman: Keer uw hand, en voer mij uit het leger, want ik ben zeer verwond.",
     "text1637": "D. beyde, groote, ende gemeyne krijchs-lieden, die op wagens ende peerden reden, waer van sy gewoon waren te strijden. Siet Iud. 4.3, 13, 15. 2.Sam. 10. op vers 18. 1.Reg. 22.31, 34.",
     "text2026": "Dat is, beiden, grote en gemene krijgslieden, die op wagens en paarden reden, waarop zij gewoon waren te strijden; zie Richt. 4:3 , 4:13 , 4:15 ; 2 Sam. 10:18 ; 1 Kon. 22:31 , 22:34 . Richteren 4:3 : Toen riepen de kinderen van Israël tot JAHWEH; want hij had negenhonderd ijzeren wagens, en hij had de kinderen van Israël met geweld onderdrukt, twintig jaren. Richteren 4:13 : Zo riep Sisera al zijn wagens bijeen, negenhonderd ijzeren wagens, en al het volk, dat met hem was, van Haroseth van de heidenen tot de beek Kison. Richteren 4:15 : En JAHWEH versloeg Sisera, met al zijn wagens, en het gehele heirleger, door de scherpte van het zwaard, voor het aangezicht van Barak; dat Sisera van de wagen afklom, en vluchtte op zijn voeten. 2 Samuël 10:18 : Maar de Syriërs vloden voor Israëls aangezicht, en David versloeg van de Syriërs zevenhonderd wagens, en veertig duizend ruiteren; daartoe sloeg hij Sobach, hun krijgsoverste, dat hij daar stierf. 1 Koningen 22:31 : De koning nu van Syrië had geboden aan de oversten van de wagens, van welke hij twee en dertig had, zeggende: U zult noch kleine noch grote bestrijden, maar de koning van Israël alleen. 1 Koningen 22:34 : Toen spande een man de boog in zijn eenvoudigheid, en schoot de koning van Israël tussen de gespen en tussen het pantsier. Toen zei hij tot zijn voerman: Keer uw hand, en voer mij uit het leger, want ik ben zeer verwond."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מִ֭/גַּעֲרָ֣תְ/ךָ",
     "strongs": "H1606",
     "morph": "HR/Ncfsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יַעֲקֹ֑ב",
     "strongs": "H3290",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "נִ֝רְדָּ֗ם",
     "strongs": "H7290",
     "morph": "HVNrmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/רֶ֣כֶב",
     "strongs": "H7393",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וָ/סֽוּס",
     "strongs": "H5483",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Van Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> bestraffing, o God van Jakob! is samen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> wagen en paard in slaap gezonken.",
   "textSV1888_html": "Van Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> schelden, o God van Jakob! is samen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> wagen en paard in slaap gezonken.",
   "text1637_html": "Van u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> schelden, o Godt Iacobs, is t’samen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> wagen ende peert in slaep gesoncken.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "scheld",
     "new": "bestraf",
     "principe": true
    }
   ]
  },
  {
   "number": 8,
   "textSV1888": "Gij, vreselijk zijt Gij; en wie zal voor Uw aangezicht bestaan, van den tijd Uws toorns af?",
   "text1637": "Ghy, vreeslick zijt ghy: ende wie sal voor u aengesichte bestaen, [14] van den tijt uwes toorns af?",
   "text2026": "U, vreselijk bent U; en wie zal voor Uw aangezicht bestaan, van de tijd van Uw toorn af?",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "14",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "van den: Hebr. van alsdan, of van toen uws toorns? dat is, van dien tijd af, of wanneer Gij toornig zijt, of uw toorn begint in het werk te stellen.",
     "text1637": "Hebr. van alsdan, ofte, van doe uwes toorns? D. van dier tijt af, ofte wanneer dat ghy toornich zijt, ofte, uwen toorne begint in’t werck te stellen.",
     "text2026": "van de: Hebr. van alsdan, of van toen uws toorns? dat is, van die tijd af, of wanneer U toornig bent, of uw toorn begint in het werk te stellen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אַתָּ֤ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2ms"
    },
    {
     "woord": "נ֥וֹרָא",
     "strongs": "H3372",
     "morph": "HVNrmsa"
    },
    {
     "woord": "אַ֗תָּה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2ms"
    },
    {
     "woord": "וּ/מִֽי",
     "strongs": "H4310",
     "morph": "HC/Ti"
    },
    {
     "woord": "יַעֲמֹ֥ד",
     "strongs": "H5975",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "לְ/פָנֶ֗י/ךָ",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אָ֥ז",
     "strongs": "H227",
     "morph": "HR/D"
    },
    {
     "woord": "אַפֶּֽ/ךָ",
     "strongs": "H639",
     "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "U, vreselijk bent U; en wie zal voor Uw aangezicht bestaan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> van de tijd van Uw toorn af?",
   "textSV1888_html": "Gij, vreselijk zijt Gij; en wie zal voor Uw aangezicht bestaan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> van den tijd Uws toorns af?",
   "text1637_html": "Ghy, vreeslick zijt ghy: ende wie sal voor u aengesichte bestaen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> van den tijt uwes toorns af?",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij,",
     "new": "U,",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "zijt Gij;",
     "new": "bent U;",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "Uws toorns",
     "new": "van Uw toorn",
     "principe": "V200"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 9,
   "textSV1888": "Gij deedt een oordeel horen uit den hemel; de aarde vreesde en werd stil,",
   "text1637": "Ghy [15] deedt een oordeel hooren uyt den [16] hemel: [17] de aerde vreesde, ende wert stille:",
   "text2026": "U deedt een oordeel horen uit de hemel; de aarde vreesde en werd stil,",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "15",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, als Gij een vonnis liet horen, enz. zo vreesde, enz. Of, Gij laat horen, en zo in het volgende.",
     "text1637": "D. als ghy een vonnis liet hooren, etc. so vreesde, etc. ofte, ghy laet hooren, ende soo in’t volgende.",
     "text2026": "Dat is, als U een vonnis liet horen, enz. zo vreesde, enz. Of, U laat horen, en zo in het volgende."
    },
    {
     "marker": "16",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Verg. 2 Kon. 19:32 , 19:33 , 19:34 , 19:35 ; Richt. 5:20 ; 2 Sam. 22:7 , 22:8 , enz. 2 Koningen 19:32 : Daarom zo zegt de HEERE van den koning van Assyrië: Hij zal in deze stad niet komen, noch daar een pijl inschieten; ook zal hij met geen schild daarvoor komen, en zal geen wal daartegen opwerpen. 2 Koningen 19:33 : Door den weg, dien hij gekomen is, door dien zal hij wederkeren; maar in deze stad zal hij niet komen, zegt de HEERE. 2 Koningen 19:34 : Want Ik zal deze stad beschermen, om die te verlossen, om Mijnentwil, en om Davids, Mijns knechts wil. 2 Koningen 19:35 : Het geschiedde dan in dienzelven nacht, dat de Engel des HEEREN uitvoer, en sloeg in het leger van Assyrië honderd vijf en tachtig duizend. En toen zij zich des morgens vroeg opmaakten, ziet, die allen waren dode lichamen. Richteren 5:20 : Van den hemel streden zij, de sterren uit haar loopplaatsen streden tegen Sisera. 2 Samuël 22:7 : Als mij bange was, riep ik den HEERE aan, en riep tot mijn God; en Hij hoorde mijn stem uit Zijn paleis, en mijn geroep kwam in Zijn oren. 2 Samuël 22:8 : Toen daverde en beefde de aarde; de fondamenten des hemels beroerden zich, en daverden, omdat Hij ontstoken was.",
     "text1637": "Verg. 2.Reg. 19.32, 33, 34, 35. Iud. 5.20. 2.Sam. 22.7, 8, etc.",
     "text2026": "Verg. 2 Kon. 19:32 , 19:33 , 19:34 , 19:35 ; Richt. 5:20 ; 2 Sam. 22:7 , 22:8 , enz. 2 Koningen 19:32 : Daarom zo zegt JAHWEH van de koning van Assyrië: Hij zal in deze stad niet komen, noch daar een pijl inschieten; ook zal hij met geen schild daarvoor komen, en zal geen wal daartegen opwerpen. 2 Koningen 19:33 : Door de weg, die hij gekomen is, door die zal hij terugkeren; maar in deze stad zal hij niet komen, zegt JAHWEH. 2 Koningen 19:34 : Want Ik zal deze stad beschermen, om die te verlossen, om Mijnentwil, en om Davids, Mijns knechts wil. 2 Koningen 19:35 : Het geschiedde dan in dienzelven nacht, dat de Engel van JAHWEH uitvoer, en sloeg in het leger van Assyrië honderd vijf en tachtig duizend. En toen zij zich van de morgen vroeg opmaakten, ziet, die allen waren dode lichamen. Richteren 5:20 : Van de hemel streden zij, de sterren uit haar loopplaatsen streden tegen Sisera. 2 Samuël 22:7 : Als mij bange was, riep ik JAHWEH aan, en riep tot mijn God; en Hij hoorde mijn stem uit Zijn paleis, en mijn geroep kwam in Zijn oren. 2 Samuël 22:8 : Toen daverde en beefde de aarde; de fondamenten van de hemel beroerden zich, en daverden, omdat Hij ontstoken was."
    },
    {
     "marker": "17",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "de aarde: Of, het land; alzo in vers 10 . Psalmen 76:10 : Als God opstond ten oordeel, om alle zachtmoedigen der aarde te verlossen. Sela.",
     "text1637": "Ofte, het lant: also in’t volgende vers.",
     "text2026": "de aarde: Of, het land; zo in vers 10 . Psalmen 76:10 : Als God opstond tot het oordeel, om alle zachtmoedigen van de aarde te verlossen. Sela."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מִ֭/שָּׁמַיִם",
     "strongs": "H8064",
     "morph": "HR/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הִשְׁמַ֣עְתָּ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVhp2ms"
    },
    {
     "woord": "דִּ֑ין",
     "strongs": "H1779",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶ֖רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "יָֽרְאָ֣ה",
     "strongs": "H3372",
     "morph": "HVqp3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָׁקָֽטָה",
     "strongs": "H8252",
     "morph": "HC/Vqp3fs"
    }
   ],
   "text2026_html": "U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> deedt een oordeel horen uit de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hemel;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> de aarde vreesde en werd stil,",
   "textSV1888_html": "Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> deedt een oordeel horen uit den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hemel;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> de aarde vreesde en werd stil,",
   "text1637_html": "Ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> deedt een oordeel hooren uyt den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hemel: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> de aerde vreesde, ende wert stille:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1b"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 10,
   "textSV1888": "Als God opstond ten oordeel, om alle zachtmoedigen der aarde te verlossen. Sela.",
   "text1637": "Als Godt opstont ten oordeel, om alle [18] sachtmoedige der aerden te verlossen, Sela!",
   "text2026": "Als God opstond tot het oordeel, om alle zachtmoedigen van de aarde te verlossen. Sela.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "18",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Ps. 10:17 . Psalmen 10:17 : HEERE! Gij hebt den wens der zachtmoedigen gehoord; Gij zult hun hart sterken, Uw oor zal opmerken;",
     "text1637": "Siet Psal. 10. op vers 17.",
     "text2026": "Zie Ps. 10:17 . Psalmen 10:17 : JAHWEH! U hebt de wens van de zachtmoedigen gehoord; U zult hun hart sterken, Uw oor zal opmerken;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בְּ/קוּם",
     "strongs": "H6965",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "לַ/מִּשְׁפָּ֥ט",
     "strongs": "H4941",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהִ֑ים",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "לְ/הוֹשִׁ֖יעַ",
     "strongs": "H3467",
     "morph": "HR/Vhc"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "עַנְוֵי",
     "strongs": "H6035",
     "morph": "HAampc"
    },
    {
     "woord": "אֶ֣רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "סֶֽלָה",
     "strongs": "H5542",
     "morph": "HTj"
    }
   ],
   "text2026_html": "Als God opstond tot het oordeel, om alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> zachtmoedigen van de aarde te verlossen. Sela.",
   "textSV1888_html": "Als God opstond ten oordeel, om alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> zachtmoedigen der aarde te verlossen. Sela.",
   "text1637_html": "Als Godt opstont ten oordeel, om alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> sachtmoedige der aerden te verlossen, Sela!",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "ten",
     "new": "tot het",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 11,
   "textSV1888": "Want de grimmigheid des mensen zal U loffelijk maken; het overblijfsel der grimmigheden zult Gij opbinden.",
   "text1637": "Want de grimmicheyt des menschen sal u [19] loflick maken: het over-blijfsel der grimmicheden sult ghy [20] opbinden.",
   "text2026": "Want de woede van de mensen zal U prijzenswaardig maken; het overblijfsel van de grimmigheden zult U opbinden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "19",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "loffelijk maken: Dat is, zal U tot lof en eer gedijen. De zin is: Hoe de vijanden met meerder hittigheid tegen U en uw volk ontstoken zijn en woeden, hoe meer eer Gij zult inleggen in het beschermen van uw volk en het dempen der vijanden.",
     "text1637": "D. sal u tot lof ende eere gedijen: de sin is: hoe de vyanden met meerder hitticheyt tegen u ende u volck ontsteken zijn ende woeden, hoe ghy meerder eere sult inleggen, in ’t beschermen van u volck ende het dempen der vyanden.",
     "text2026": "prijzenswaardig maken: Dat is, zal U tot lof en eer strekken. De zin is: Hoe de vijanden met meerder hitte tegen U en uw volk ontstoken zijn en woeden, hoe meer eer U zult inleggen in het beschermen van uw volk en het dempen van de vijanden."
    },
    {
     "marker": "20",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, aangorden. Dit kan men alzo verstaan, dat God de overgebleven grimmige vijanden ook zal bedwingen, gelijk men iemand met een gordel of band bindt en dwingt. Of, Hij zal zijn volk, dat van des vijands grimmigheid verlost en overgebleven is, met macht en moed aangorden om de vijanden tegen te staan. Beide heeft een goeden zin; men kan het ook verstaan van God, dat Hij het overige zijner grimmigheid zal aangorden, om zijne vijanden voorts te vernielen.",
     "text1637": "Ofte, aengorden. dit kanmen alsoo verstaen, dat Godt de overgeblevene grimmige vyanden oock sal bedwingen, gelijckmen yemant met een gordel ofte bant bindt ende dwingt: ofte,hysal sijn volck, dat van des vyants grimmicheyt verlost ende overgebleven is, met macht ende moet aengorden, om de vyanden tegen te staen. beyds heeft eenen goeden sin, men kan’t oock verstaen van Godt, dat hy het overige sijner grimmicheyt sal aengorden, om sijne vyanden voorts te vernielen.",
     "text2026": "Of, aangorden. Dit kan men zo verstaan, dat God de overgebleven grimmige vijanden ook zal bedwingen, gelijk men iemand met een gordel of band bindt en dwingt. Of, Hij zal zijn volk, dat van de vijand grimmigheid verlost en overgebleven is, met macht en moed aangorden om de vijanden tegen te staan. Beide heeft een goede zin; men kan het ook verstaan van God, dat Hij het overige zijn grimmigheid zal aangorden, om zijn vijanden verder te vernielen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "חֲמַ֣ת",
     "strongs": "H2534",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "אָדָ֣ם",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "תּוֹדֶ֑/ךָּ",
     "strongs": "H3034",
     "morph": "HVhi3fs/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "שְׁאֵרִ֖ית",
     "strongs": "H7611",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "חֵמֹ֣ת",
     "strongs": "H2534",
     "morph": "HNcfpa"
    },
    {
     "woord": "תַּחְגֹּֽר",
     "strongs": "H2296",
     "morph": "HVqi2ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Want de woede van de mensen zal U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> prijzenswaardig maken; het overblijfsel van de grimmigheden zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> U opbinden.",
   "textSV1888_html": "Want de grimmigheid des mensen zal U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> loffelijk maken; het overblijfsel der grimmigheden zult Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> opbinden.",
   "text1637_html": "Want de grimmicheyt des menschen sal u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> loflick maken: het over-blijfsel der grimmicheden sult ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> opbinden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "grimmigheid des",
     "new": "woede van de",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "loffelijk",
     "new": "prijzenswaardig",
     "principe": "V453"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 12,
   "textSV1888": "Doet geloften en betaalt ze den HEERE, uw God, gij allen, die rondom Hem zijt! Laat hen Dien, Die te vrezen is, geschenken brengen;",
   "text1637": "Doet [21] geloften ende betaeltse den HEERE uwen Godt, alle ghy die [22] rontom hem zijt: laetse dien, [23] die te vreesen is, [24] geschencken brengen.",
   "text2026": "Doe geloften en betaal ze JAHWEH, uw God, u allen, die rondom Hem bent! Laat hen Die, Die te vrezen is, geschenken brengen;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "21",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Gelijk de vromen in zwarigheid, en daaruit verlost zijnde, plegen te doen. Zie Gen. 28:20 , enz; Ps. 66:13 , 66:14 , 66:15 ; Jona 1:16 . Verg. ook boven Ps. 61:6 . Genesis 28:20 : En Jakob beloofde een gelofte, zeggende: Wanneer God met mij geweest zal zijn, en mij behoed zal hebben op dezen weg, dien ik reize, en mij gegeven zal hebben brood om te eten, en klederen om aan te trekken; Psalmen 66:13 : Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen, Psalmen 66:14 : Die mijn lippen hebben geuit, en mijn mond heeft uitgesproken, als mij bange was. Psalmen 66:15 : Brandofferen van mergbeesten zal ik U offeren, met rookwerk van rammen; ik zal runderen met bokken bereiden. Sela. Jona 1:16 : Dies vreesden de mannen den HEERE met grote vreze; en zij slachtten den HEERE slachtoffer, en beloofden geloften. Psalmen 61:6 : Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen.",
     "text1637": "Gelijck de vroome in swaricheyt, ende daer uyt verlost zijnde, plegen te doen. Siet Genes. 28.20, etc. Psal. 66.13, 14, 15. Ion. 1.16. Vergel. oock, bov. Psal. 61. op vers 6.",
     "text2026": "Gelijk de vromen in zwarigheid, en daaruit verlost zijnde, plegen te doen. Zie Gen. 28:20 , enz; Ps. 66:13 , 66:14 , 66:15 ; Jona 1:16 . Verg. ook boven Ps. 61:6 . Genesis 28:20 : En Jakob beloofde een gelofte, zeggende: Wanneer God met mij geweest zal zijn, en mij behoed zal hebben op deze weg, die ik reize, en mij gegeven zal hebben brood om te eten, en kleren om aan te trekken; Psalmen 66:13 : Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen, Psalmen 66:14 : Die mijn lippen hebben geuit, en mijn mond heeft uitgesproken, als mij bange was. Psalmen 66:15 : Brandofferen van mergbeesten zal ik U offeren, met rookwerk van rammen; ik zal runderen met bokken bereiden. Sela. Jona 1:16 : Daarom vreesden de mannen JAHWEH met grote vreze; en zij slachtten JAHWEH slachtoffer, en beloofden geloften. Psalmen 61:6 : Want U, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; U hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen."
    },
    {
     "marker": "22",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, Gods volk, dat zich aan en bij Hem houdt; gelijk de stammen rondom den tabernakel gelegerd waren, Num. 2:2 , enz., en de priesters en Levieten als rondom God stonden om Hem te dienen; idem de vier en twintig oudsten rondom Gods troon; Openb. 4:4 . Numeri 2:2 : De kinderen Israëls zullen zich legeren, een ieder onder zijn banier, naar de tekenen van het huis hunner vaderen; rondom tegenover de tent der samenkomst zullen zij zich legeren. Openbaring 4:4 : En rondom den troon waren vier en twintig tronen; en op de tronen zag ik de vier en twintig ouderlingen zittende, bekleed met witte klederen, en zij hadden gouden kronen op hun hoofden.",
     "text1637": "D. Godts volck, dat sich aen ende by hem houdt: gelijck de stammen rontom den Tabernakel gelegert waren, Num. 2.2, etc. ende de Priesters ende Leviten, als rontom Godt stonden, om hem te dienen: item de 24 Outsten rontom Godts throon. Apoc. 4.4.",
     "text2026": "Dat is, Gods volk, dat zich aan en bij Hem houdt; gelijk de stammen rondom de tabernakel gelegerd waren, Num. 2:2 , enz., en de priesters en Levieten als rondom God stonden om Hem te dienen; idem de vier en twintig oudsten rondom Gods troon; Openb. 4:4 . Numeri 2:2 : De kinderen van Israël zullen zich legeren, een ieder onder zijn banier, naar de tekenen van het huis hun vaders; rondom tegenover de tent van de samenkomst zullen zij zich legeren. Openbaring 4:4 : En rondom de troon waren vier en twintig tronen; en op de tronen zag ik de vier en twintig ouderlingen zittende, bekleed met witte kleren, en zij hadden gouden kronen op hun hoofden."
    },
    {
     "marker": "23",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Die te vrezen: Hebr., מּוֹרָֽא, eigenlijk, der vrees; dat is, dien men hogelijk schuldig is te vrezen, te weten, den God van Israël. Verg. Gen. 31:53 . Genesis 31:53 : De God van Abraham, en de God van Nahor, de God huns vaders richte tussen ons! En Jakob zwoer bij de Vreze zijn vaders Izaks.",
     "text1637": "Hebr. eygentl. der vreese. dat is, dienmen hoochlick schuldich is te vreesen, T.w. den Godt Israels. Vergel. Genes. 31.53.",
     "text2026": "Die te vrezen: Hebr., מּוֹרָֽא, eigenlijk, van de vrees; dat is, die men hernstig schuldig is te vrezen, te weten, de God van Israël. Verg. Gen. 31:53 . Genesis 31:53 : De God van Abraham, en de God van Nahor, de God huns vaders richte tussen ons! En Jakob zwoer bij de Vreze zijn vaders Izaks."
    },
    {
     "marker": "24",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Verg. 2 Kron. 32:21 , 32:23 . 2 Kronieken 32:21 : En de HEERE zond een engel, die alle strijdbare helden, en vorsten, en oversten in het leger des konings van Assyrië verdelgde. Zo is hij met schaamte des aangezichts in zijn land wedergekeerd; en als hij in het huis zijns gods ingegaan was, zo velden hem daar met het zwaard, die uit zijn lijf voortgekomen waren. 2 Kronieken 32:23 : En velen brachten geschenken tot den HEERE te Jeruzalem, en kostelijkheden tot Jehizkia, den koning van Juda, zodat hij daarna voor de ogen van alle heidenen verheven werd.",
     "text1637": "Vergel. 2.Chron. 32.21, 23.",
     "text2026": "Verg. 2 Kron. 32:21 , 32:23 . 2 Kronieken 32:21 : En JAHWEH zond een engel, die alle strijdbare helden, en vorsten, en oversten in het leger van de koning van Assyrië verdelgde. Zo is hij met schaamte van het aangezicht in zijn land teruggekeerd; en als hij in het huis zijns gods ingegaan was, zo velden hem daar met het zwaard, die uit zijn lijf voortgekomen waren. 2 Kronieken 32:23 : En velen brachten geschenken tot JAHWEH te Jeruzalem, en kostelijkheden tot Jehizkia, de koning van Juda, zodat hij daarna voor de ogen van alle heidenen verheven werd."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "נִֽדֲר֣וּ",
     "strongs": "H5087",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/שַׁלְּמוּ֮",
     "strongs": "H7999",
     "morph": "HC/Vpv2mp"
    },
    {
     "woord": "לַ/יהוָ֪ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "אֱֽלֹהֵ֫י/כֶ֥ם",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "סְבִיבָ֑י/ו",
     "strongs": "H5439",
     "morph": "HNcbpc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יוֹבִ֥ילוּ",
     "strongs": "H2986",
     "morph": "HVhi3mp"
    },
    {
     "woord": "שַׁ֝֗י",
     "strongs": "H7862",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לַ/מּוֹרָֽא",
     "strongs": "H4172",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Doe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> geloften en betaal ze JAHWEH, uw God, u allen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> rondom Hem bent! Laat hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Die, Die te vrezen is,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> geschenken brengen;",
   "textSV1888_html": "Doet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> geloften en betaalt ze den HEERE, uw God, gij allen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> rondom Hem zijt! Laat hen Dien,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Die te vrezen is,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> geschenken brengen;",
   "text1637_html": "Doet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> geloften ende betaeltse den HEERE uwen Godt, alle ghy die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> rontom hem zijt: laetse dien, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> die te vreesen is, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> geschencken brengen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Doet",
     "new": "Doe",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "betaalt",
     "new": "betaal",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "zijt!",
     "new": "bent!",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "Dien,",
     "new": "Die,",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 13,
   "textSV1888": "Die den geest der vorsten als druiven afsnijdt; Die den koningen der aarde vreselijk is.",
   "text1637": "Die den geest der [25] Vorsten als druyven [26] afsnijdt: die den Coningen der aerde vreeslick is.",
   "text2026": "Die de geest van de vorsten als druiven afsnijdt; Die de koningen van de aarde vreselijk is.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "25",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, voorgangers, leidslieden.",
     "text1637": "Ofte, voorgangeren, leytslieden.",
     "text2026": "Of, voorgangers, leidslieden."
    },
    {
     "marker": "26",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, afplukt, afleest; dat is, [volgens de betekenis van het Hebreeuwse woord] die den groten het leven, en ook verstand en moed, zo haast en licht ontneemt, gelijk men druiven in den wijnoogst afleest. Zie dezelfde gelijkenis Richt. 20:45 , met de aantekeningen, en Openb. 14:18 , 14:19 , 14:20 , en verg. in het bijzonder 2 Kron. 32:21 . Richteren 20:45 : Toen keerden zij zich, en vloden naar de woestijn, tot den rotssteen van Rimmon; maar zij deden een nalezing onder hen op de straten, van vijf duizend man; voorts kleefden zij hen achteraan tot aan Gideom, en sloegen van hen twee duizend man. Openbaring 14:18 : En een andere engel kwam uit van het altaar, die macht had over het vuur; en hij riep met een groot geroep, tot dengene, die de scherpe sikkel had, zeggende: Zend uw scherpe sikkel, en snijd af de druiftakken van den wijngaard der aarde, want zijn druiven zijn rijp. Openbaring 14:19 : En de engel zond zijn sikkel op de aarde en sneed de druiven af van den wijngaard der aarde, en wierp ze in den groten wijnpersbak des toorns Gods. Openbaring 14:20 : En de wijnpersbak werd buiten de stad getreden, en er is bloed uit den wijnpersbak gekomen, tot aan de tomen der paarden, duizend zeshonderd stadiën ver. 2 Kronieken 32:21 : En de HEERE zond een engel, die alle strijdbare helden, en vorsten, en oversten in het leger des konings van Assyrië verdelgde. Zo is hij met schaamte des aangezichts in zijn land wedergekeerd; en als hij in het huis zijns gods ingegaan was, zo velden hem daar met het zwaard, die uit zijn lijf voortgekomen waren.",
     "text1637": "Ofte, afpluckt, af-leest; dat is (volgens de beteeckeninge van’t Hebr. woort) die den grooten het leven, ende oock verstant ende moet, soo haest ende licht neemt, alsmen druyven in den wijn-oogst af-leest; Siet de selve gelijckenisse, Iud. 20.45. met d’aenteeck. ende Apoc. 14.18, 19, 20. ende vergel. in’t bysonder 2.Chron. 32.21.",
     "text2026": "Of, afplukt, afleest; dat is, [volgens de betekenis van het Hebreeuwse woord] die de grote het leven, en ook verstand en moed, zo haast en licht ontneemt, gelijk men druiven in de wijnoogst afleest. Zie dezelfde gelijkenis Richt. 20:45 , met de aantekeningen, en Openb. 14:18 , 14:19 , 14:20 , en verg. in het bijzonder 2 Kron. 32:21 . Richteren 20:45 : Toen keerden zij zich, en vloden naar de woestijn, tot de rotssteen van Rimmon; maar zij deden een nalezing onder hen op de straten, van vijf duizend man; verder kleefden zij hen achteraan tot aan Gideom, en sloegen van hen twee duizend man. Openbaring 14:18 : En een andere engel kwam uit van het altaar, die macht had over het vuur; en hij riep met een groot geroep, tot dengene, die de scherpe sikkel had, zeggende: Zend uw scherpe sikkel, en snijd af de druiftakken van de wijngaard van de aarde, want zijn druiven zijn rijp. Openbaring 14:19 : En de engel zond zijn sikkel op de aarde en sneed de druiven af van de wijngaard van de aarde, en wierp ze in de grote wijnpersbak van de toorn van God. Openbaring 14:20 : En de wijnpersbak werd buiten de stad getreden, en er is bloed uit de wijnpersbak gekomen, tot aan de tomen van de paarden, duizend zeshonderd stadiën ver. 2 Kronieken 32:21 : En JAHWEH zond een engel, die alle strijdbare helden, en vorsten, en oversten in het leger van de koning van Assyrië verdelgde. Zo is hij met schaamte van het aangezicht in zijn land teruggekeerd; en als hij in het huis zijns gods ingegaan was, zo velden hem daar met het zwaard, die uit zijn lijf voortgekomen waren."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "יִ֭בְצֹר",
     "strongs": "H1219",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "ר֣וּחַ",
     "strongs": "H7307",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "נְגִידִ֑ים",
     "strongs": "H5057",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "נ֝וֹרָ֗א",
     "strongs": "H3372",
     "morph": "HVNrmsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/מַלְכֵי",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HR/Ncmpc"
    },
    {
     "woord": "אָֽרֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HNcbsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Die de geest van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> de vorsten als druiven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> afsnijdt; Die de koningen van de aarde vreselijk is.",
   "textSV1888_html": "Die den geest der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> vorsten als druiven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> afsnijdt; Die den koningen der aarde vreselijk is.",
   "text1637_html": "Die den geest der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Vorsten als druyven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> afsnijdt: die den Coningen der aerde vreeslick is.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  }
 ],
 "chapterIntro": {
  "text1637": "De Prophete danckt Godt voor sijne genadige tegenwoordicheyt, aen sijn volck bewesen door eene wonderbare verlossinge van trotze ende machtige vyanden, welcker trots, toorn, ende macht Godt door sijnen yver ende toorn vernieticht heeft: met vermaninge om Godt te aenbidden, ende te loven.",
  "text2026": "De profeet dankt God voor Zijn genadige tegenwoordigheid, aan Zijn volk bewezen door een wonderbare verlossing van aanmatigende en machtige vijanden, wier trots, toorn en macht God door Zijn ijver en toorn vernietigd heeft; met een vermaning om God te aanbidden en te loven."
 }
}