{
  "number": 77,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van Asaf, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.",
      "text1637": "EEn Psalm [1] Asaphs: voor den Opper-sang-meester, [2] over Ieduthun.",
      "text2026": "Een psalm van Asaf, voor de opperzangmeester, over Jeduthun.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 50:1 . Psalmen 50:1 : Een psalm van Asaf. De God der goden, de HEERE spreekt, en roept de aarde, van den opgang der zon tot aan haar ondergang.",
          "text1637": "Siet Psal. 50. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 50:1 . Psalmen 50:1 : Een psalm van Asaf. De God van de goden, JAHWEH spreekt, en roept de aarde, van de opgang van de zon tot aan haar ondergang."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "over Jeduthun: Zie Ps. 39:1 . Of, in Jeduthun, dat is over, of onder de nakomelingen van Jeduthun. Anders, voor Jeduthun zelf, als mede een der opperzangmeesters zijnde. Psalmen 39:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, voor Jeduthun.",
          "text1637": "Siet Psal. 39. op vers 1. ofte, in Ieduthun. D. over, ofte, onder de nakomelingen van Ieduthun: And. voor Ieduthun selfs, als mede een der opper-sang-meesters zijnde.",
          "text2026": "over Jeduthun: Zie Ps. 39:1 . Of, in Jeduthun, dat is over, of onder de nakomelingen van Jeduthun. Anders, voor Jeduthun zelf, als mee één van de opperzangmeesters zijnde. Psalmen 39:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, voor Jeduthun."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֥חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "עַֽל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "ידיתון",
          "strongs": "H3038",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָסָ֥ף",
          "strongs": "H623",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מִזְמֽוֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> van Asaf, voor de opperzangmeester,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> over Jeduthun.",
      "textSV1888_html": "Een psalm<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> van Asaf, voor den opperzangmeester,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> over Jeduthun.",
      "text1637_html": "EEn Psalm <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Asaphs: voor den Opper-sang-meester, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> over Ieduthun.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Mijn stem is tot God, en ik roep; mijn stem is tot God, en Hij zal het oor tot mij neigen.",
      "text1637": "Mijne stemme is tot Godt; ende ick roepe: mijne stemme is tot Godt, ende hy sal de oore tot my neygen.",
      "text2026": "Mijn stem is tot God, en ik roep; mijn stem is tot God, en Hij zal het oor tot mij neigen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "קוֹלִ֣/י",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶצְעָ֑קָה",
          "strongs": "H6817",
          "morph": "HC/Vqh1cs"
        },
        {
          "woord": "קוֹלִ֥/י",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֱ֝לֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַאֲזִ֥ין",
          "strongs": "H238",
          "morph": "HC/Vhq3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלָֽ/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mijn stem is tot God, en ik roep; mijn stem is tot God, en Hij zal het oor tot mij neigen.",
      "text1637_html": "Mijne stemme is tot Godt; ende ick roepe: mijne stemme is tot Godt, ende hy sal de oore tot my neygen."
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Ten dage mijner benauwdheid zocht ik den HEERE; mijn hand was des nachts uitgestrekt, en liet niet af; mijn ziel weigerde getroost te worden.",
      "text1637": "Ten dage mijner benaeutheyt socht ick den Heere: mijne hant was des nachts [3] uytgestreckt, ende en liet niet af: mijne ziele [4] weygerde getroost te worden.",
      "text2026": "Op de dag van mijn benauwdheid zocht ik JAHWEH; mijn hand was in de nacht uitgestrekt, en liet niet af; mijn ziel weigerde getroost te worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Tot God met gedurig bidden, of, uitgebreid, eigenlijk uitgeschud, uitgestort, gelijk degenen, die misbaar bedrijven, de handen nu samenslaan dan vaneen werpen, idem heen en weder bewegen, naar de gesteltenis des harten. Anders, overgoten, of overstort, te weten met tranen.",
          "text1637": "Tot Godt met geduerich bidden. ofte, uytgebreydt, eygentl. uytgeschuddet, uytgestort, gelijck de gene die misbaer bedrijven, de handen nu t’samen slaen, dan van een werpen, item heen ende weder bewegen, nae de gesteltenisse des herten. And. overgoten, ofte, overstort, T.w. met tranen.",
          "text2026": "Tot God met gedurig bidden, of, uitgebreid, eigenlijk uitgeschud, uitgestort, gelijk degenen, die luid weeklagen bedrijven, de handen nu samenslaan dan vaneen werpen, idem heen en weer bewegen, naar de gesteltenis van de harten. Anders, overgoten, of overstort, te weten met tranen."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, ik kon de droefheid niet verzetten of matigen; ik werd bestreden met mistroostigheid. Verg. Gen. 37:35 . Genesis 37:35 : En al zijn zonen, en al zijn dochteren maakten zich op, om hem te troosten; maar hij weigerde zich te laten troosten, en zeide: Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. Alzo beweende hem zijn vader.",
          "text1637": "Dat is, ick konde de droefheyt niet versetten, ofte matigen, ick wert bestreden met mistroosticheyt. Vergel. Genes. 37. op vers 35.",
          "text2026": "Dat is, ik kon de verdriet niet verzetten of matigen; ik werd bestreden met mistroostigheid. Verg. Gen. 37:35 . Genesis 37:35 : En al zijn zonen, en al zijn dochters maakten zich op, om hem te troosten; maar hij weigerde zich te laten troosten, en zei: Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. Zo beweende hem zijn vader."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/י֥וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "צָרָתִ/י֮",
          "strongs": "H6869",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֪/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "דָּ֫רָ֥שְׁתִּי",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "יָדִ֤/י",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לַ֣יְלָה",
          "strongs": "H3915",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "נִ֭גְּרָה",
          "strongs": "H5064",
          "morph": "HVNp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תָפ֑וּג",
          "strongs": "H6313",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "מֵאֲנָ֖ה",
          "strongs": "H3985",
          "morph": "HVpp3fs"
        },
        {
          "woord": "הִנָּחֵ֣ם",
          "strongs": "H5162",
          "morph": "HVNc"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִֽׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Op de dag van mijn benauwdheid zocht ik JAHWEH; mijn hand was in de nacht uitgestrekt,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> en liet niet af; mijn ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> weigerde getroost te worden.",
      "textSV1888_html": "Ten dage mijner benauwdheid zocht ik den HEERE; mijn hand was des nachts<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> uitgestrekt, en liet niet af; mijn ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> weigerde getroost te worden.",
      "text1637_html": "Ten dage mijner benaeutheyt socht ick den Heere: mijne hant was des nachts <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> uytgestreckt, ende en liet niet af: mijne ziele <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> weygerde getroost te worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Ten dage mijner",
          "new": "Op de dag van mijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "den HEERE;",
          "new": "JAHWEH;",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des nachts",
          "new": "in de nacht",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Dacht ik aan God, zo maakte ik misbaar; peinsde ik, zo werd mijn ziel overstelpt. Sela.",
      "text1637": "Dacht ick aen Godt, so maeckte ick misbaer: [5] peynsde ick, so wert mijne ziele [6] overstelpt, [7] Sela!",
      "text2026": "Dacht ik aan God, zo maakte ik luid weeklagen; peinsde ik, zo werd mijn ziel overstelpt. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "peinsde ik: Gelijk Gen. 24:63 . Zie aldaar. Anders: bad ik. Genesis 24:63 : En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen!",
          "text1637": "Als Genes. 24.63. siet aldear. And. badt ick.",
          "text2026": "peinsde ik: Gelijk Gen. 24:63 . Zie daar. Anders: bad ik. Genesis 24:63 : En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van de avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kamelen kwamen!"
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 61:3 . Psalmen 61:3 : Van het einde des lands roep ik tot U als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn.",
          "text1637": "Siet Psal. 61. op vers 3.",
          "text2026": "Zie Ps. 61:3 . Psalmen 61:3 : Van het einde van het land roep ik tot U als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.",
          "text1637": "Siet Psal. 3. op vers 3.",
          "text2026": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶזְכְּרָ֣ה",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶֽהֱמָיָ֑ה",
          "strongs": "H1993",
          "morph": "HC/Vqh1cs"
        },
        {
          "woord": "אָשִׂ֓יחָה",
          "strongs": "H7878",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/תִתְעַטֵּ֖ף",
          "strongs": "H5848",
          "morph": "HC/Vti3fs"
        },
        {
          "woord": "רוּחִ֣/י",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dacht ik aan God, zo maakte ik luid weeklagen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> peinsde ik, zo werd mijn ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> overstelpt.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Sela.",
      "textSV1888_html": "Dacht ik aan God, zo maakte ik misbaar;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> peinsde ik, zo werd mijn ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> overstelpt.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Sela.",
      "text1637_html": "Dacht ick aen Godt, so maeckte ick misbaer: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> peynsde ick, so wert mijne ziele <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> overstelpt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "misbaar;",
          "new": "luid weeklagen;",
          "principe": "V417"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Gij hieldt mijn ogen wakende; ik was verslagen, en sprak niet.",
      "text1637": "Ghy hielt mijne oogen [8] wakende; ick was [9] verslagen, ende en sprack niet.",
      "text2026": "U hieldt mijn ogen wakend; ik was verslagen, en sprak niet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., עֵינָ, Gij hieldt de wachten mijner ogen; dat is, [gelijk sommigen verstaan] mijne oogleden. De zin is: Gij hieldt mij wakker, dat ik niet kon slapen, vermits de gedurigheid van het kruis en de droefheid.",
          "text1637": "Hebr. ghy hieldt de wachten mijner oogen. dat is, (als sommige verstaen) mijne oogen-leden. de sin is, ghy hieldt my wacker, dat ick niet kost slapen, vermits de geduericheyt van’t kruys, ende droefheyt.",
          "text2026": "Hebr., עֵינָ, U hieldt de wachten mijn ogen; dat is, [gelijk sommigen verstaan] mijn oogleden. De zin is: U hieldt mij wakker, dat ik niet kon slapen, vermits de gedurigheid van het kruis en de verdriet."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk iets dat met hamers geklopt en geslagen wordt, gelijk degene, dien het hart klopt of slaat van grote ontsteltenis. Verg. Richt. 13:25 , en Gen. 41:8 ; Dan. 2:1 , 2:3 , waar hetzelfde Hebr. woord gebruikt wordt. Richteren 13:25 : En de Geest des HEEREN begon hem bij wijlen te drijven in het leger van Dan, tussen Zora en tussen Esthaol. Genesis 41:8 : En het geschiedde in den morgenstond, dat zijn geest verslagen was, en hij zond heen, en riep al de tovenaars van Egypte, en al de wijzen, die daarin waren; en Farao vertelde hun zijn droom; maar er was niemand, die ze aan Farao uitlegde. Daniël 2:1 : In het tweede jaar nu des koninkrijks van Nebukadnezar, droomde Nebukadnezar dromen; daarvan werd zijn geest verslagen, en zijn slaap werd in hem gebroken. Daniël 2:3 : En de koning zeide tot hen: Ik heb een droom gedroomd; en mijn geest is ontsteld om dien droom te weten.",
          "text1637": "Als yets dat met hameren geklopt ende geslagen wort: gelijck de gene, die ’t herte klopt, ofte slaet van groote ontsteltenisse. Vergel. Iud. 13. op vers 25. ende Gen. 41. op vers 8. Dan. 2. versen 1, 3. alwaer het selve Hebr. woort gebruyckt wort.",
          "text2026": "Gelijk iets dat met hamers geklopt en geslagen wordt, gelijk degene, die het hart klopt of slaat van grote ontsteltenis. Verg. Richt. 13:25 , en Gen. 41:8 ; Dan. 2:1 , 2:3 , waar hetzelfde Hebr. woord gebruikt wordt. Richteren 13:25 : En de Geest van JAHWEH begon hem bij wijlen te drijven in het leger van Dan, tussen Zora en tussen Esthaol. Genesis 41:8 : En het geschiedde in de morgenstond, dat zijn geest verslagen was, en hij zond heen, en riep al de tovenaars van Egypte, en al de wijzen, die daarin waren; en Farao vertelde hun zijn droom; maar er was niemand, die ze aan Farao uitlegde. Daniël 2:1 : In het tweede jaar nu van het koninkrijk van Nebukadnezar, droomde Nebukadnezar dromen; daarvan werd zijn geest verslagen, en zijn slaap werd in hem gebroken. Daniël 2:3 : En de koning zei tot hen: Ik heb een droom gedroomd; en mijn geest is ontsteld om die droom te weten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָ֭חַזְתָּ",
          "strongs": "H270",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֻר֣וֹת",
          "strongs": "H8109",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "עֵינָ֑/י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נִ֝פְעַ֗מְתִּי",
          "strongs": "H6470",
          "morph": "HVNp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אֲדַבֵּֽר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "U hieldt mijn ogen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> wakende; ik was<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> verslagen, en sprak niet.",
      "textSV1888_html": "Gij hieldt mijn ogen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> wakende; ik was<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> verslagen, en sprak niet.",
      "text1637_html": "Ghy hielt mijne oogen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> wakende; ick was <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> verslagen, ende en sprack niet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "wakende;",
          "new": "wakend;",
          "principe": "V1578"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Ik overdacht de dagen van ouds, de jaren der eeuwen.",
      "text1637": "Ick overdachte de dagen van [10] outs; de jaren der [11] eeuwen.",
      "text2026": "Ik overdacht de dagen van ouds, de jaren van de eeuwen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Volgens het bevel Deut. 32:7 . Verg. Ps. 74:12 , enz. Deuteronomium 32:7 : Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen. Psalmen 74:12 : Evenwel is God mijn Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden der aarde.",
          "text1637": "Volgens het bevel Deut. 32.7. Vergel. Psal. 74.12, etc.",
          "text2026": "Volgens het bevel Deut. 32:7 . Verg. Ps. 74:12 , enz. Deuteronomium 32:7 : Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen. Psalmen 74:12 : Evenwel is God mijn Koning van ouds af, Die verlossingen werkt in het midden van de aarde."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, die voorlang voorbijgegaan zijn. Van het Hebr. woord Olam, zie Jer. 2:20 . Jeremia 2:20 : Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeidet gij: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende.",
          "text1637": "Dat is, die voor langs gepasseert zijn. van het Hebr. woort Olam siet Ierem. 2. op vers 20.",
          "text2026": "Dat is, die voorlang voorbijgegaan zijn. Van het Hebr. woord Olam (עוֺלָם), zie Jer. 2:20 . Jeremia 2:20 : Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeide u: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder alle groenen boom loopt u om, hoererende."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חִשַּׁ֣בְתִּי",
          "strongs": "H2803",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "יָמִ֣ים",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/קֶּ֑דֶם",
          "strongs": "H6924",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁ֝נ֗וֹת",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָמִֽים",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik overdacht de dagen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> ouds, de jaren van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> de eeuwen.",
      "textSV1888_html": "Ik overdacht de dagen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> ouds, de jaren der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> eeuwen.",
      "text1637_html": "Ick overdachte de dagen van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> outs; de jaren der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> eeuwen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Ik dacht aan mijn snarenspel; in den nacht overleide ik in mijn hart, en mijn geest onderzocht:",
      "text1637": "Ick dachte aen mijn [12] snarenspel, in der nacht overleyde ick in mijn herte; ende mijn geest [13] ondersocht.",
      "text2026": "Ik dacht aan mijn snarenspel; in de nacht overlegde ik in mijn hart, en mijn geest onderzocht:",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hoe ik God in voortijden met vreugde placht te danken voor zijne weldaden.",
          "text1637": "Hoe ick Godt in voortijden met vreuchden plach te dancken voor sijne weldaden.",
          "text2026": "Hoe ik God in voortijden met vreugde placht te danken voor zijn weldaden."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Om het rechte verstand hiervan te bekomen. Verg. Ps. 73:16 , 73:17 . Hieruit zijn de volgende woorden van den profeet gesproten, alsof hij zeide: Ten laatste dacht ik, zal dan de Heere, enz., gelijk volgt. Psalmen 73:16 : Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn ogen; Psalmen 73:17 : Totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde merkte.",
          "text1637": "Om het rechte verstant hier van de bekomen. Vergel. Psal. 73.16, 17. hier uyt zijn de volgende woorden des Propheets gesproten, als of hy seyde: Ten laetsten dacht ick; sal dan de Heere, etc. als volcht.",
          "text2026": "Om het rechte verstand hiervan te bekomen. Verg. Ps. 73:16 , 73:17 . Hieruit zijn de volgende woorden van de profeet gesproten, alsof hij zei: Ten laatste dacht ik, zal dan de Heer, enz., gelijk volgt. Psalmen 73:16 : Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn ogen; Psalmen 73:17 : Totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde merkte."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶֽזְכְּרָ֥ה",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "נְגִינָתִ֗/י",
          "strongs": "H5058",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ֫/לָּ֥יְלָה",
          "strongs": "H3915",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "לְבָבִ֥/י",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָשִׂ֑יחָה",
          "strongs": "H7878",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/יְחַפֵּ֥שׂ",
          "strongs": "H2664",
          "morph": "HC/Vpw3ms"
        },
        {
          "woord": "רוּחִֽ/י",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik dacht aan mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> snarenspel; in de nacht overlegde ik in mijn hart, en mijn geest<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> onderzocht:",
      "textSV1888_html": "Ik dacht aan mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> snarenspel; in den nacht overleide ik in mijn hart, en mijn geest<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> onderzocht:",
      "text1637_html": "Ick dachte aen mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> snarenspel, in der nacht overleyde ick in mijn herte; ende mijn geest <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> ondersocht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "overleide",
          "new": "overlegde",
          "principe": "V451"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Zal dan de Heere in eeuwigheden verstoten, en voortaan niet meer goedgunstig zijn?",
      "text1637": "Sal dan de Heere in [14] eeuwicheden verstooten? ende [15] voortaen niet meer goetgunstich zijn?",
      "text2026": "Zal dan de Heere in eeuwigheden verstoten, en voortaan niet meer goedgunstig zijn?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, voor altoos.",
          "text1637": "D. voor altoos.",
          "text2026": "Dat is, voor altijd."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. niet voortvaren, of toedoen, meer goedwillig, of welgevallen, welbehagen te nemen; te weten, in mij, of zijn volk, dien Hij voormaals zo grote genade bewezen heeft?",
          "text1637": "Hebr. niet voortvaren, ofte, toedoen meer goetwillich, ofte goetgunstich, ofte, wel-genegen te zijn, ofte, wel-gevallen, wel-behagen te nemen. T.w. in my, ofte, sijn volck, dien hy voormaels so groote genade bewesen heeft?",
          "text2026": "Hebr. niet voortvaren, of toedoen, meer goedwillig, of welgevallen, welbehagen te nemen; te weten, in mij, of zijn volk, die Hij voormaals zo grote genade bewezen heeft?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַֽ֭/לְ/עוֹלָמִים",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HTi/R/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "יִזְנַ֥ח",
          "strongs": "H2186",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֑/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יֹסִ֖יף",
          "strongs": "H3254",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/רְצ֣וֹת",
          "strongs": "H7521",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "עֽוֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zal dan de Heere in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> eeuwigheden verstoten, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> voortaan niet meer goedgunstig zijn?",
      "textSV1888_html": "Zal dan de Heere in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> eeuwigheden verstoten, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> voortaan niet meer goedgunstig zijn?",
      "text1637_html": "Sal dan de Heere in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> eeuwicheden verstooten? ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> voortaen niet meer goetgunstich zijn?",
      "phraseDiff": []
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Houdt Zijn goedertierenheid in eeuwigheid op? Heeft de toezegging een einde, van geslacht tot geslacht?",
      "text1637": "Houdt sijne goedertierenheyt in eeuwicheyt op? heeft de [16] toesegginge een eynde, [17] van geslachte tot geslachte?",
      "text2026": "Houd Zijn goedertierenheid in eeuwigheid op? Heeft de toezegging een einde, van geslacht tot geslacht?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, het woord zijner belofte?",
          "text1637": "D. het woort sijner belofte?",
          "text2026": "Dat is, het woord zijn belofte?"
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van geslacht: Hebr., דֹר, in geslacht en geslacht.",
          "text1637": "Hebr. in geslachte ende geslachte.",
          "text2026": "van geslacht: Hebr., דֹר, in geslacht en geslacht."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֶ/אָפֵ֣ס",
          "strongs": "H656",
          "morph": "HTi/Vqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/נֶ֣צַח",
          "strongs": "H5331",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חַסְדּ֑/וֹ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "גָּ֥מַר",
          "strongs": "H1584",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֹ֝֗מֶר",
          "strongs": "H562",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דֹ֣ר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/דֹֽר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Houd Zijn goedertierenheid in eeuwigheid op? Heeft de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> toezegging een einde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van geslacht tot geslacht?",
      "textSV1888_html": "Houdt Zijn goedertierenheid in eeuwigheid op? Heeft de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> toezegging een einde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van geslacht tot geslacht?",
      "text1637_html": "Houdt sijne goedertierenheyt in eeuwicheyt op? heeft de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> toesegginge een eynde, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van geslachte tot geslachte?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Houdt",
          "new": "Houd",
          "principe": "V1158"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Heeft God vergeten genadig te zijn? Heeft Hij Zijn barmhartigheden door toorn toegesloten? Sela.",
      "text1637": "Heeft Godt vergeten genadich te zijn? heeft hy sijne barmherticheden door toorne toegesloten? Sela!",
      "text2026": "Heeft God vergeten genadig te zijn? Heeft Hij Zijn barmhartigheden door toorn toegesloten? Sela.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֲ/שָׁכַ֣ח",
          "strongs": "H7911",
          "morph": "HTi/Vqp3ms"
        },
        {
          "woord": "חַנּ֣וֹת",
          "strongs": "H2589",
          "morph": "HVpc"
        },
        {
          "woord": "אֵ֑ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "קָפַ֥ץ",
          "strongs": "H7092",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/אַ֗ף",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "רַחֲמָ֥י/ו",
          "strongs": "H7356",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Heeft God vergeten genadig te zijn? Heeft Hij Zijn barmhartigheden door toorn toegesloten? Sela.",
      "text1637_html": "Heeft Godt vergeten genadich te zijn? heeft hy sijne barmherticheden door toorne toegesloten? Sela!"
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Daarna zeide ik: Dit krenkt mij; maar de rechterhand des Allerhoogsten verandert.",
      "text1637": "Daerna seyd’ ick; dit [18] krenckt my; [19] [maer] de rechterhant des Alderhoochsten verandert.",
      "text2026": "Daarna zei ik: Dit krenkt mij; maar de rechterhand van de Allerhoogste verandert.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "krenkt mij: Namelijk, dat God mij nu anders behandelt dan vóór dezen, dat Hij in de regering van zijn volk niet altoos denzelfden weg houdt. God doet alles wijselijk en zoals het tot zijne eer en ons best dienstig is. Anders: dit krenkt mij; de verandering van de rechterhand des Allerhoogsten. Of, vraagswijze: zal mij dit krenken, dat de rechterhand des Allerhoogsten verandert? Of, dit is mijn bidden, het veranderen van de rechterhand des Allerhoogsten.",
          "text1637": "N. dat Godt my nu anders tracteert als voor desen, dat hy in de regeringe van sijn volck niet altoos den selven kours houdt. Godt doet alles wijslick, ende soo als het tot sijner eere ende onsen beste dienstich is. Anders, dit krenckt my; de veranderinge vande rechterhant des Alderhoochsten. Ofte vraechs-wijse: sal my dit krencken, dat de rechterhant des Alderhoochsten verandert? ofte; Dit is mijn bidden, het veranderen van de rechterhant des Alderhoochsten.",
          "text2026": "krenkt mij: Namelijk, dat God mij nu anders behandelt dan vóór deze, dat Hij in de regering van zijn volk niet altijd dezelfde weg houdt. God doet alles wijselijk en zoals het tot zijn eer en ons best dienstig is. Anders: dit krenkt mij; de verandering van de rechterhand van de Allerhoogste. Of, vraagswijze: zal mij dit krenken, dat de rechterhand van de Allerhoogste verandert? Of, dit is mijn bidden, het veranderen van de rechterhand van de Allerhoogste."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "maar : Dat is, Hij kan dit lijden in blijdschap haast veranderen.",
          "text1637": "D. hy kan dit lijden in blijtschap haest veranderen.",
          "text2026": "maar : Dat is, Hij kan dit lijden in blijdschap haast veranderen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ֭/אֹמַר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "חַלּ֣וֹתִ/י",
          "strongs": "H2470",
          "morph": "HVqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הִ֑יא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3fs"
        },
        {
          "woord": "שְׁ֝נ֗וֹת",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "יְמִ֣ין",
          "strongs": "H3225",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "עֶלְיֽוֹן",
          "strongs": "H5945",
          "morph": "HAamsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarna zei ik: Dit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> krenkt mij;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> maar de rechterhand van de Allerhoogste verandert.",
      "textSV1888_html": "Daarna zeide ik: Dit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> krenkt mij;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> maar de rechterhand des Allerhoogsten verandert.",
      "text1637_html": "Daerna seyd’ ick; dit <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> krenckt my; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> [maer] de rechterhant des Alderhoochsten verandert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "des Allerhoogsten",
          "new": "van de Allerhoogste",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Ik zal de daden des HEEREN gedenken; ja, ik zal gedenken Uw wonderen van ouds her;",
      "text1637": "Ick sal der daden des HEEREN [20] gedencken: ja ick sal gedencken uwer [21] wonderen van outs her;",
      "text2026": "Ik zal de daden van JAHWEH gedenken; ja, ik zal gedenken Uw wonderen van ouds her;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Om mij daardoor op te richten en te versterken.",
          "text1637": "Om my daer door op te richten ende te verstercken.",
          "text2026": "Om mij daardoor op te richten en te versterken."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uw wonderen: Hebr., פִּלְאֶֽ, uws wonders, of wonderwerks. En zo in vers 13 . Al uw werk, of al uw doen. Psalmen 77:13 : En zal al Uw werken betrachten, en van Uw daden spreken.",
          "text1637": "Hebr. uwes wonders, ofte, wonderwercks. ende soo in’t volgende vers al u werck, ofte, al u doen.",
          "text2026": "Uw wonderen: Hebr., פִּלְאֶֽ, uws wonders, of wonderwerks. En zo in vers 13 . Al uw werk, of al uw doen. Psalmen 77:13 : En zal al Uw werken betrachten, en van Uw daden spreken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אזכיר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "מַֽעַלְלֵי",
          "strongs": "H4611",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יָ֑הּ",
          "strongs": "H3050",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֶזְכְּרָ֖ה",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/קֶּ֣דֶם",
          "strongs": "H6924",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "פִּלְאֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H6382",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik zal de daden van JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> gedenken; ja, ik zal gedenken Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> wonderen van ouds her;",
      "textSV1888_html": "Ik zal de daden des HEEREN<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> gedenken; ja, ik zal gedenken Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> wonderen van ouds her;",
      "text1637_html": "Ick sal der daden des HEEREN <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> gedencken: ja ick sal gedencken uwer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> wonderen van outs her;",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "En zal al Uw werken betrachten, en van Uw daden spreken.",
      "text1637": "Ende sal alle uw wercken [22] betrachten, ende van uwe daden [23] spreken.",
      "text2026": "En zal al Uw werken betrachten, en van Uw daden spreken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, verhalen.",
          "text1637": "Ofte, verhalen.",
          "text2026": "Of, verhalen."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, aandachtig merken op, enz.",
          "text1637": "Ofte, aendachtich mercken op, etc.",
          "text2026": "Of, aandachtig merken op, enz."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָגִ֥יתִי",
          "strongs": "H1897",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "פָּעֳלֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H6467",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/בַ/עֲלִ֖ילוֹתֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H5949",
          "morph": "HC/R/Ncfpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אָשִֽׂיחָה",
          "strongs": "H7878",
          "morph": "HVqh1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zal al Uw werken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> betrachten, en van Uw daden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> spreken.",
      "textSV1888_html": "En zal al Uw werken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> betrachten, en van Uw daden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> spreken.",
      "text1637_html": "Ende sal alle uw wercken <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> betrachten, ende van uwe daden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> spreken."
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "O God! Uw weg is in het heiligdom; wie is een groot God, gelijk God?",
      "text1637": "O Godt, uwen [24] wech is in het Heylichdom: wie is een groot Godt, gelijck Godt?",
      "text2026": "O God! Uw weg is in het heiligdom; wie is een groot God, gelijk God?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uw weg is: Dat is, uwe regering verstaat men eigenlijk terdege in uw heiligdom en gemeente, niet onder de kinderen dezer wereld. Verg. Ps. 73:17 . Anders, uw weg is in heiligheid; dat is, uw doen is gans heilig, al is het dat wij het dikwijls niet begrijpen. Psalmen 73:17 : Totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde merkte.",
          "text1637": "D. uwe regeringe verstaetmen eygentlick te degen in u heylichdom ende Gemeente, niet onder de kinderen deser wereld. Vergel. Psal. 73.17. And. uwen wech is in heylicheyt. D. u doen is gantsch heylich, al ist dat wy’t dickwijls niet en begrijpen.",
          "text2026": "Uw weg is: Dat is, uw regering verstaat men eigenlijk terdege in uw heiligdom en gemeente, niet onder de kinderen van deze wereld. Verg. Ps. 73:17 . Anders, uw weg is in heiligheid; dat is, uw doen is geheel heilig, al is het dat wij het dikwijls niet begrijpen. Psalmen 73:17 : Totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde merkte."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱ֭לֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/קֹּ֣דֶשׁ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "דַּרְכֶּ֑/ךָ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִי",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "גָּ֝ד֗וֹל",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "כֵּֽ/אלֹהִֽים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "O God! Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> weg is in het heiligdom; wie is een groot God, gelijk God?",
      "textSV1888_html": "O God! Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> weg is in het heiligdom; wie is een groot God, gelijk God?",
      "text1637_html": "O Godt, uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> wech is in het Heylichdom: wie is een groot Godt, gelijck Godt?",
      "phraseDiff": []
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Gij zijt die God, Die wonder doet; Gij hebt Uw sterkte bekend gemaakt onder de volken.",
      "text1637": "Ghy zijt die Godt, die [a] wonder doet: ghy hebt uwe sterckte bekent gemaeckt onder de volcken.",
      "text2026": "U bent die God, Die wonder doet; U hebt Uw sterkte bekend gemaakt onder de volken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 15:11 . Exodus 15:11 : O HEERE! wie is als Gij onder de goden? wie is als Gij, verheerlijkt in heiligheid, vreselijk in lofzangen, doende wonder?",
          "text1637": "Exod. 15.11.",
          "text2026": "Ex. 15:11 . Exodus 15:11 : O JAHWEH! wie is als U onder de goden? wie is als U, verheerlijkt in heiligheid, vreselijk in lofzangen, doende wonder?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "הָ֭/אֵל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עֹ֣שֵׂה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqrmsc"
        },
        {
          "woord": "פֶ֑לֶא",
          "strongs": "H6382",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הוֹדַ֖עְתָּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "בָ/עַמִּ֣ים",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "עֻזֶּֽ/ךָ",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "U bent die God, Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> wonder doet; U hebt Uw sterkte bekend gemaakt onder de volken.",
      "textSV1888_html": "Gij zijt die God, Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> wonder doet; Gij hebt Uw sterkte bekend gemaakt onder de volken.",
      "text1637_html": "Ghy zijt die Godt, die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> wonder doet: ghy hebt uwe sterckte bekent gemaeckt onder de volcken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Gij hebt Uw volk door Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef. Sela.",
      "text1637": "Ghy hebt u volck door [uwen] [25] arm verlost; de kinderen Iacobs ende [26] Iosephs, Sela!",
      "text2026": "U hebt Uw volk door Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, door uw grote kracht, door uw geweld. Zie Exod. 6:5 ; Ps. 79:11 . Exodus 6:5 : Derhalve zeg tot de kinderen Israëls: Ik ben de HEERE! en Ik zal ulieden uitleiden van onder de lasten der Egyptenaren, en Ik zal u redden uit hun dienstbaarheid, en zal u verlossen door een uitgestrekten arm, en door grote gerichten; Psalmen 79:11 : Laat het gekerm der gevangenen voor Uw aanschijn komen; behoud overig de kinderen des doods, naar de grootheid Uws arms.",
          "text1637": "D. door uwe groote kracht, door u gewelt. Siet Exod. 6.5. Psal. 79.11.",
          "text2026": "Dat is, door uw grote kracht, door uw geweld. Zie Ex. 6:5 ; Ps. 79:11 . Exodus 6:5 : Daarom zeg tot de kinderen van Israël: Ik ben JAHWEH! en Ik zal u uitleiden van onder de lasten van de Egyptenaren, en Ik zal u redden uit hun dienstbaarheid, en zal u verlossen door een uitgestrekten arm, en door grote gerichten; Psalmen 79:11 : Laat het gekerm van de gevangenen voor Uw aangezicht komen; behoud overig de kinderen van de dood, naar de grootheid Uws arms."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Jozef was ook Jakobs zoon, en dus zijne kinderen Jakobs kinderen; maar hij wordt hier in het bijzonder genoemd, om de heerlijkheid en het voordeel van Efraïm en Manasse, Gen. 48:5 ; 1 Kron. 5:1 , 5:2 ; ook had hij gans Israël, als een vader, in Egypte gevoed; ja door Jozef worden somtijds de tien stammen, of ook gans Israël verstaan; zie Gen. 45:10 , 45:11 , en Gen. 48:22 . Verg. Ps. 80:2 , 80:3 . Genesis 48:5 : Nu dan, uw twee zonen, die u in Egypteland geboren waren, eer ik in Egypte tot u gekomen ben, zijn mijne; Efraïm en Manasse zullen mijne zijn, als Ruben en Simeon. 1 Kronieken 5:1 : De kinderen van Ruben nu, den eerstgeborene van Israël; (want hij was de eerstgeborene; maar dewijl hij zijns vaders bed ontheiligd had, werd zijn eerstgeboorte gegeven aan de kinderen van Jozef, den zoon van Israël; doch niet alzo, dat hij zich in het geslachtsregister naar de eerstgeboorte rekenen mocht; 1 Kronieken 5:2 : Want Juda werd machtig onder zijn broederen, en die tot een voorganger was, was uit hem; doch de eerstgeboorte was van Jozef.) Genesis 45:10 : En gij zult in het land Gosen wonen, en nabij mij wezen, gij en uw zonen, en de zonen uwer zonen, en uw schapen, en uw runderen, en al wat gij hebt. Genesis 45:11 : En ik zal u aldaar onderhouden; want er zullen nog vijf jaren des hongers zijn, opdat gij niet verarmt, gij en uw huis, en alles wat gij hebt! Genesis 48:22 : En ik heb u een stuk lands gegeven boven uw broederen; hetwelk ik, met mijn zwaard en met mijn boog, uit de hand der Amorieten genomen heb. Psalmen 80:2 : O Herder Israëls! neem ter ore, Die Jozef als schapen leiddet; Die tussen de cherubim zit, verschijn blinkende. Psalmen 80:3 : Wek Uw macht op voor het aangezicht van Efraïm, en Benjamin, en Manasse, en kom tot onze verlossing.",
          "text1637": "Ioseph was oock Iacobs sone, ende volgens sijne kinderen Iacobs kinderen, maer hy wort hier in’t bysonder genoemt, om de heerlickheyt ende voordeel van Ephraim ende Manasse. Genes. 50.21. 1.Chro. 5.1, 2. oock had hy gantsch Israel, als een vader, in Egypten gevoedt: ja door Ioseph worden somtijts de 10 stammen, ofte oock gantsch Israel verstaen. siet Gen. 45.10, 11. ende 48.22. Vergel. Psal. 80. op vers 2, 3.",
          "text2026": "Jozef was ook Jakobs zoon, en dus zijn kinderen van Jakob kinderen; maar hij wordt hier in het bijzonder genoemd, om de heerlijkheid en het voordeel van Efraïm en Manasse, Gen. 48:5 ; 1 Kron. 5:1 , 5:2 ; ook had hij geheel Israël, als een vader, in Egypte gevoed; ja door Jozef worden somtijds de tien stammen, of ook geheel Israël verstaan; zie Gen. 45:10 , 45:11 , en Gen. 48:22 . Verg. Ps. 80:2 , 80:3 . Genesis 48:5 : Nu dan, uw twee zonen, die u in Egypteland geboren waren, voordat ik in Egypte tot u gekomen ben, zijn van mij; Efraïm en Manasse zullen van Mij zijn, als Ruben en Simeon. 1 Kronieken 5:1 : De kinderen van Ruben nu, de eerstgeborene van Israël; (want hij was de eerstgeborene; maar omdat hij zijns vaders bed ontheiligd had, werd zijn eerstgeboorte gegeven aan de kinderen van Jozef, de zoon van Israël; maar niet zo, dat hij zich in het geslachtsregister naar de eerstgeboorte rekenen mocht; 1 Kronieken 5:2 : Want Juda werd machtig onder zijn broers, en die tot een voorganger was, was uit hem; maar de eerstgeboorte was van Jozef.) Genesis 45:10 : En u zult in het land Gosen wonen, en nabij mij wezen, u en uw zonen, en de zonen uw zonen, en uw schapen, en uw runderen, en al wat u hebt. Genesis 45:11 : En ik zal u daar onderhouden; want er zullen nog vijf jaren van de honger zijn, opdat u niet verarmt, u en uw huis, en alles wat u hebt! Genesis 48:22 : En ik heb u een stuk lands gegeven boven uw broers; dat ik, met mijn zwaard en met mijn boog, uit de hand van de Amorieten genomen heb. Psalmen 80:2 : O Herder van Israël! neem ter ore, Die Jozef als schapen leidde; Die tussen de cherubim zit, verschijn blinkend. Psalmen 80:3 : Wek Uw macht op voor het aangezicht van Efraïm, en Benjamin, en Manasse, en kom tot onze verlossing."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "גָּאַ֣לְתָּ",
          "strongs": "H1350",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "בִּ/זְר֣וֹעַ",
          "strongs": "H2220",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "עַמֶּ֑/ךָ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יַעֲקֹ֖ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יוֹסֵ֣ף",
          "strongs": "H3130",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "U hebt Uw volk door<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> van Jozef. Sela.",
      "textSV1888_html": "Gij hebt Uw volk door<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> van Jozef. Sela.",
      "text1637_html": "Ghy hebt u volck door [uwen] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> arm verlost; de kinderen Iacobs ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Iosephs, Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd.",
      "text1637": "[b] De wateren sagen u, o Godt, de wateren sagen u, sy [27] beefden: oock waren de afgronden beroert.",
      "text2026": "De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 14:21 . Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd.",
          "text1637": "Exod. 14.21.",
          "text2026": "Ex. 14:21 . Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed JAHWEH de zee weggaan, door een sterken oostenwind, die gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, werden bang; als een die in barensnood is; wegvliedende als van angst en bangheid, om Israël den pas te openen door de Rode zee. Verg. Ps. 114:3 , 114:5 . Psalmen 114:3 : De zee zag het, en vlood; de Jordaan keerde achterwaarts. Psalmen 114:5 : Wat was u, gij zee! dat gij vloodt? gij Jordaan! dat gij achterwaarts keerdet?",
          "text1637": "Ofte, wierden bange, als eene die in barens noot is: wechvliedende, als van angst ende bangicheyt, om Israel den pas te openen door de roode zee. Vergel.Psal. 114.3, 5.",
          "text2026": "Of, werden bang; als een die in barensnood is; wegvliedende als van angst en bangheid, om Israël de pas te openen door de Rode zee. Verg. Ps. 114:3 , 114:5 . Psalmen 114:3 : De zee zag het, en vluchtte; de Jordaan keerde achterwaarts. Psalmen 114:5 : Wat was u, u zee! dat u vloodt? u Jordaan! dat u achterwaarts keerde?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "רָ֘א֤וּ/ךָ",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp3cp/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מַּ֨יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֱֽלֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "רָא֣וּ/ךָ",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp3cp/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מַּ֣יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יָחִ֑ילוּ",
          "strongs": "H2342",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אַ֝֗ף",
          "strongs": "H637",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "יִרְגְּז֥וּ",
          "strongs": "H7264",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "תְהֹמֽוֹת",
          "strongs": "H8415",
          "morph": "HNcbpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> beefden; ook waren de afgronden beroerd.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> beefden; ook waren de afgronden beroerd.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> De wateren sagen u, o Godt, de wateren sagen u, sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> beefden: oock waren de afgronden beroert."
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarhenen.",
      "text1637": "[c] [28] De dicke wolcken goten water uyt; de bovenste wolcken gaven [29] geluyt: oock gingen uwe [30] pijlen daer henen.",
      "text2026": "De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarheen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 14:24 . Exodus 14:24 : En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat de HEERE, in de kolom des vuurs en der wolk, zag op het leger der Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger der Egyptenaren.",
          "text1637": "Exod. 14.24.",
          "text2026": "Ex. 14:24 . Exodus 14:24 : En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat JAHWEH, in de kolom van het vuur en van de wolk, zag op het leger van de Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger van de Egyptenaren."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De dikke: Dit vs. [alsook het volgende] schijnt te verklaren hetgeen Exod. 14:24 , 14:25 , gezegd wordt, als zijnde alzo geschied, dat God eerst een verschrikkelijk onweder verwekt heeft over de Egyptenaars. Exodus 14:24 : En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat de HEERE, in de kolom des vuurs en der wolk, zag op het leger der Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger der Egyptenaren. Exodus 14:25 : En Hij stiet de raderen hunner wagenen weg, en deed ze zwaarlijk voortvaren. Toen zeiden de Egyptenaars: Laat ons vlieden van het aangezicht van Israël, want de HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaars.",
          "text1637": "Dit vers (als oock het volgende) schijnt te verklaren ’t gene Exod. 14.24, 25. geseyt wort, als wesende alsoo geschiet, dat Godt eerst een schricklick onweder verweckt heeft over de Egyptenaers.",
          "text2026": "De dikke: Dit vs. [alsook het volgende] schijnt te verklaren wat Ex. 14:24 , 14:25 , gezegd wordt, als zijnde zo geschied, dat God eerst een verschrikkelijk onweer verwekt heeft over de Egyptenaars. Exodus 14:24 : En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat JAHWEH, in de kolom van het vuur en van de wolk, zag op het leger van de Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger van de Egyptenaren. Exodus 14:25 : En Hij stiet de raderen hun wagens weg, en deed ze moeizaam voortvaren. Toen zeiden de Egyptenaars: Laat ons vluchten van het aangezicht van Israël, want JAHWEH strijdt voor hen tegen de Egyptenaars."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, donder.",
          "text1637": "D. donder.",
          "text2026": "Dat is, donder."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Bliksemstralen, gelijk in vers 19 verklaard wordt. Verg. 2 Sam. 22:15 . Psalmen 77:19 : Het geluid Uws donders was in het ronde; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde. 2 Samuël 22:15 : En Hij zond pijlen uit en verstrooide ze; bliksemen en verschrikte ze.",
          "text1637": "Blixem-stralen, als in’t volgende verklaert wort. Verg. 2.Sam. 22.15.",
          "text2026": "Bliksemstralen, gelijk in vers 19 verklaard wordt. Verg. 2 Sam. 22:15 . Psalmen 77:19 : Het geluid Uws donders was in het ronde; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde. 2 Samuël 22:15 : En Hij zond pijlen uit en verstrooide ze; bliksemen en verschrikte ze."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זֹ֤רְמוּ",
          "strongs": "H2229",
          "morph": "HVmp3cp"
        },
        {
          "woord": "מַ֨יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "עָב֗וֹת",
          "strongs": "H5645",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "ק֭וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "נָתְנ֣וּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "שְׁחָקִ֑ים",
          "strongs": "H7834",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אַף",
          "strongs": "H637",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "חֲ֝צָצֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H2687",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יִתְהַלָּֽכוּ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVti3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> geluid; ook gingen Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> pijlen daarheen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> geluid; ook gingen Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> pijlen daarhenen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> De dicke wolcken goten water uyt; de bovenste wolcken gaven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> geluyt: oock gingen uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> pijlen daer henen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "daarhenen.",
          "new": "daarheen.",
          "principe": "V223"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Het geluid Uws donders was in het ronde; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde.",
      "text1637": "’Tgeluyt uwes donders was in dit [31] ronde; de blixemen verlichteden de werelt: de aerde wert beroert ende daverde:",
      "text2026": "Het geluid van Uw donder was in het ronde; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, in den kloot, sfeer; dat is, in de lucht, die als een kloot in het rond om den aardbodem gaat. Aangaande het Hebr., הֵאִירוּ, woord, verg. Ps. 83:14 ; Jes. 17:13 ; Ezech. 10:2 , enz. Psalmen 83:14 : Mijn God! maak hen als een wervel, als stoppelen voor den wind. Jesaja 17:13 : De natiën zullen wel ruisen, gelijk grote wateren ruisen; doch Hij zal hem schelden, zo zal hij verre wegvlieden, ja, hij zal gejaagd worden, als het kaf der bergen van den wind, en gelijk een kloot van den wervelwind. Ezechiël 10:2 : En Hij sprak tot den man, bekleed met linnen, en Hij zeide: Ga in tot tussen de wielen, tot onder den cherub, en vul uw vuisten met vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en hij ging in voor mijn ogen.",
          "text1637": "Ofte, in den kloot, sphere. D. in de lucht, die als een kloot in’t ronde om den aerdbodem gaet. aengaende ’t Hebr. woort, vergel. Psal. 83. vers 14. Iesa. 17.14. Ezech. 10.2, etc.",
          "text2026": "Of, in de kloot, sfeer; dat is, in de lucht, die als een kloot in het rond om de aardbodem gaat. Aangaande het Hebr., הֵאִירוּ, woord, verg. Ps. 83:14 ; Jes. 17:13 ; Ez. 10:2 , enz. Psalmen 83:14 : Mijn God! maak hen als een wervel, als stoppelen voor de wind. Jesaja 17:13 : De natiën zullen wel ruisen, gelijk grote wateren ruisen; maar Hij zal hem schelden, zo zal hij verre wegvlieden, ja, hij zal gejaagd worden, als het kaf van de bergen van de wind, en gelijk een kloot van de wervelwind. Ezechiël 10:2 : En Hij sprak tot de man, bekleed met linnen, en Hij zei: Ga in tot tussen de wielen, tot onder de cherub, en vul uw vuisten met vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en hij ging in voor mijn ogen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ק֤וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רַעַמְ/ךָ֨",
          "strongs": "H7482",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גַּלְגַּ֗ל",
          "strongs": "H1534",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הֵאִ֣ירוּ",
          "strongs": "H215",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "בְרָקִ֣ים",
          "strongs": "H1300",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "תֵּבֵ֑ל",
          "strongs": "H8398",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "רָגְזָ֖ה",
          "strongs": "H7264",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "וַ/תִּרְעַ֣שׁ",
          "strongs": "H7493",
          "morph": "HC/Vqw3fs"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Het geluid van Uw donder was in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> ronde; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde.",
      "textSV1888_html": "Het geluid Uws donders was in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> ronde; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde.",
      "text1637_html": "’Tgeluyt uwes donders was in dit <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> ronde; de blixemen verlichteden de werelt: de aerde wert beroert ende daverde:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Uws donders",
          "new": "van Uw donder",
          "principe": "V200"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Uw weg was in de zee, en Uw pad in grote wateren, en Uw voetstappen werden niet bekend.",
      "text1637": "Uwen [32] wech was in de zee, ende u pat in groote wateren: ende uwe [33] voetstappen en werden niet bekent.",
      "text2026": "Uw weg was in de zee, en Uw pad in grote wateren, en Uw voetstappen werden niet bekend.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "weg was: Toen Gij gingt om uw volk te voeren door de Rode zee en de vijanden daarin te storten; zie Exod. 14:19 , 14:20 , 14:22 ; Neh. 9:11 . Verg. Neh. 1:3 . Exodus 14:19 : En de Engel Gods, Die voor het heir van Israël ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen. Exodus 14:20 : En zij kwam tussen het leger der Egyptenaren, en tussen het leger van Israël; en de wolk was te gelijk duisternis en verlichtte den nacht; zodat de een tot den ander niet naderde den gansen nacht. Exodus 14:22 : En de kinderen Israëls zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechterhand en aan hun linkerhand. Nehemia 9:11 : En Gij hebt de zee voor hun aangezicht gekliefd, dat zij in het midden der zee op het droge zijn doorgegaan; en hun vervolgers hebt Gij in de diepten geworpen, als een steen in sterke wateren. Nehemia 1:3 : En zij zeiden tot mij: De overgeblevenen, die van de gevangenis aldaar in het landschap zijn overgebleven, zijn in grote ellende en in versmaadheid; en Jeruzalems muur is verscheurd, en haar poorten zijn met vuur verbrand.",
          "text1637": "Doe ghy gingt, om u volck te voeren door de roode zee, ende de vyanden daer in te storten. Siet Exod. 14.19, 20, 22. Neh. 9. vers 11. Vergel. Nah. 1.3.",
          "text2026": "weg was: Toen U gingt om uw volk te voeren door de Rode zee en de vijanden daarin te storten; zie Ex. 14:19 , 14:20 , 14:22 ; Neh. 9:11 . Verg. Neh. 1:3 . Exodus 14:19 : En de Engel van God, Die voor het legermacht van Israël ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen. Exodus 14:20 : En zij kwam tussen het leger van de Egyptenaren, en tussen het leger van Israël; en de wolk was te gelijk duisternis en verlichtte de nacht; zodat de één tot de ander niet naderde de gansen nacht. Exodus 14:22 : En de kinderen van Israël zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechterhand en aan hun linkerhand. Nehemia 9:11 : En U hebt de zee voor hun aangezicht gekliefd, dat zij in het midden van de zee op het droge zijn doorgegaan; en hun vervolgers hebt U in de diepten geworpen, als een steen in sterke wateren. Nehemia 1:3 : En zij zeiden tot mij: De overgeblevenen, die van de gevangenis daar in het landschap zijn overgebleven, zijn in grote ellende en in versmaadheid; en Jeruzalems muur is verscheurd, en haar poorten zijn met vuur verbrand."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, daar was geen teken van zulk een doortocht, want de wateren keerden weder en waren als tevoren; Exod. 14:26 , 14:28 . Exodus 14:26 : En de HEERE zeide tot Mozes: Strek uw hand uit over de zee, dat de wateren wederkeren over de Egyptenaars, over hun wagenen en over hun ruiters. Exodus 14:28 : Want als de wateren wederkeerden, zo bedekten zij de wagenen en de ruiters van het ganse heir van Farao, dat hen nagevolgd was in de zee; er bleef niet een van hen over.",
          "text1637": "D. daer en was geen teecken van sulcken passage, want de wateren keerden weder, ende waren als te vooren, Exod. 14.26, 28.",
          "text2026": "Dat is, daar was geen teken van zulk een doortocht, want de wateren keerden weer en waren als tevoren; Ex. 14:26 , 14:28 . Exodus 14:26 : En JAHWEH zei tot Mozes: Strek uw hand uit over de zee, dat de wateren terugkeren over de Egyptenaars, over hun wagens en over hun ruiters. Exodus 14:28 : Want als de wateren wederkeerden, zo bedekten zij de wagens en de ruiters van het gehele legermacht van Farao, dat hen nagevolgd was in de zee; er bleef niet één van hen over."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בַּ/יָּ֤ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "דַּרְכֶּ֗/ךָ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "ו/שבילי/ך",
          "strongs": "H7635",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מַ֣יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "רַבִּ֑ים",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/עִקְּבוֹתֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H6119",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "נֹדָֽעוּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVNp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> weg was in de zee, en Uw pad in grote wateren, en Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> voetstappen werden niet bekend.",
      "textSV1888_html": "Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> weg was in de zee, en Uw pad in grote wateren, en Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> voetstappen werden niet bekend.",
      "text1637_html": "Uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> wech was in de zee, ende u pat in groote wateren: ende uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> voetstappen en werden niet bekent."
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Gij leiddet Uw volk, als een kudde door de hand van Mozes en Aäron.",
      "text1637": "Ghy [34] leyddet u volck, [d] als eene cudde; door de [35] hant van Mose ende Aaron.",
      "text2026": "U leidde Uw volk, als een kudde door de hand van Mozes en Aäron.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als een herder voerende het door de woestijn naar het land Kanaän en zorg voor hen dragende, enz., alzo Ps. 78:52 . Psalmen 78:52 : En Hij voerde Zijn volk als schapen, en leidde hen, als een kudde, in de woestijn.",
          "text1637": "Als een herder, voerende haer door de woestijne nae’t lant Canaan, ende sorge voor haer dragende, etc. alsoo Psal. 78.52.",
          "text2026": "Als een herder voerende het door de woestijn naar het land Kanaän en zorg voor hen dragende, enz., zo Ps. 78:52 . Psalmen 78:52 : En Hij voerde Zijn volk als schapen, en leidde hen, als een kudde, in de woestijn."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 78:52 ; Ps. 80:2 . Psalmen 78:52 : En Hij voerde Zijn volk als schapen, en leidde hen, als een kudde, in de woestijn. Psalmen 80:2 : O Herder Israëls! neem ter ore, Die Jozef als schapen leiddet; Die tussen de cherubim zit, verschijn blinkende.",
          "text1637": "Psal. 78.52. ende 80.2.",
          "text2026": "Ps. 78:52 ; Ps. 80:2 . Psalmen 78:52 : En Hij voerde Zijn volk als schapen, en leidde hen, als een kudde, in de woestijn. Psalmen 80:2 : O Herder van Israël! neem ter ore, Die Jozef als schapen leidde; Die tussen de cherubim zit, verschijn blinkend."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de dienst.",
          "text1637": "D. den dienst.",
          "text2026": "Dat is, de dienst."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נָחִ֣יתָ",
          "strongs": "H5148",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "כַ/צֹּ֣אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "עַמֶּ֑/ךָ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּֽ/יַד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "מֹשֶׁ֥ה",
          "strongs": "H4872",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַהֲרֹֽן",
          "strongs": "H175",
          "morph": "HC/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> leidde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Uw volk, als een kudde door de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> hand van Mozes en Aäron.",
      "textSV1888_html": "Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> leiddet Uw volk,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> als een kudde door de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> hand van Mozes en Aäron.",
      "text1637_html": "Ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> leyddet u volck, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> als eene cudde; door de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> hant van Mose ende Aaron.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij leiddet",
          "new": "U leidde",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De Prophete beschrijft in sijn exempel, seer levendich, de aenvechtinge, die de geloovige hebben, so wanneerse de gunstige tegenwoordicheyt Godts niet gewaer en worden; mitsgaders de overhant des geests, die sich in geloove weder-opricht ende sterckt, voor de betrachtinge van Godts getrouwe beloften, ende voorgaende weldaden.",
    "text2026": "De profeet beschrijft in zijn voorbeeld, zeer levendig, de aanvechting die de gelovigen hebben wanneer zij de gunstige tegenwoordigheid van God niet gewaarworden; alsook de overhand van de geest, die zich in geloof weer opricht en sterkt door de overdenking van Gods getrouwe beloften en voorgaande weldaden."
  }
}