{
  "number": 79,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van Asaf. O God! Heidenen zijn gekomen in Uw erfenis; zij hebben den tempel Uwer heiligheid verontreinigd; zij hebben Jeruzalem tot steenhopen gesteld.",
      "text1637": "EEn Psalm [1] Asaphs: O Godt, Heydenen zijn gekomen in uwe [2] erffenisse: sy hebben [3] den Tempel uwer heylicheyt verontreynicht; sy hebben Ierusalem tot steenhoopen gestelt.",
      "text2026": "Een psalm van Asaf. O God! Heidenen zijn gekomen in Uw erfenis; zij hebben de tempel van Uw heiligheid verontreinigd; zij hebben Jeruzalem tot steenhopen gesteld.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 50:1 . Psalmen 50:1 : Een psalm van Asaf. De God der goden, de HEERE spreekt, en roept de aarde, van den opgang der zon tot aan haar ondergang.",
          "text1637": "Siet Psal. 50. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 50:1 . Psalmen 50:1 : Een psalm van Asaf. De God van de goden, JAHWEH spreekt, en roept de aarde, van de opgang van de zon tot aan haar ondergang."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, het land Kanaän, en Jeruzalem in het bijzonder. Zie Ps. 68:10 . Psalmen 68:10 : Gij hebt zeer milden regen doen druipen, o God! en Gij hebt Uw erfenis gesterkt, als zij mat was geworden.",
          "text1637": "Verstaet het lant Canaan, ende Ierusalem in’t bysonder. siet Psa. 68. op vers 10.",
          "text2026": "Versta, het land Kanaän, en Jeruzalem in het bijzonder. Zie Ps. 68:10 . Psalmen 68:10 : U hebt zeer milden regen doen druipen, o God! en U hebt Uw erfenis gesterkt, als zij mat was geworden."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "den tempel: Dat is, uw heiligen tempel.",
          "text1637": "D. uwen heyligen Tempel.",
          "text2026": "de tempel: Dat is, uw heilige tempel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִזְמ֗וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָ֫סָ֥ף",
          "strongs": "H623",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "אֱֽלֹהִ֡ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בָּ֤אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "גוֹיִ֨ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּֽ/נַחֲלָתֶ֗/ךָ",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "טִ֭מְּאוּ",
          "strongs": "H2930",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הֵיכַ֣ל",
          "strongs": "H1964",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשֶׁ֑/ךָ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שָׂ֖מוּ",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יְרוּשָׁלִַ֣ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לְ/עִיִּֽים",
          "strongs": "H5856",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> van Asaf. O God! Heidenen zijn gekomen in Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> erfenis; zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> de tempel van Uw heiligheid verontreinigd; zij hebben Jeruzalem tot steenhopen gesteld.",
      "textSV1888_html": "Een psalm<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> van Asaf. O God! Heidenen zijn gekomen in Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> erfenis; zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> den tempel Uwer heiligheid verontreinigd; zij hebben Jeruzalem tot steenhopen gesteld.",
      "text1637_html": "EEn Psalm <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Asaphs: O Godt, Heydenen zijn gekomen in uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> erffenisse: sy hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> den Tempel uwer heylicheyt verontreynicht; sy hebben Ierusalem tot steenhoopen gestelt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Zij hebben de dode lichamen Uwer knechten aan het gevogelte des hemels tot spijs gegeven; het vlees Uwer gunstgenoten aan het gedierte des lands.",
      "text1637": "Sy hebben [4] de doode lichamen uwer knechten aen ’t gevogelte des hemels tot spijse gegeven; het vleesch uwer [5] gunstgenooten aen ’t gedierte des lants.",
      "text2026": "Zij hebben de dode lichamen van Uw knechten aan het gevogelte van de hemel tot voedsel gegeven; het vlees van Uw gunstgenoten aan het gedierte van het land.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de dode: Hebr. het dode lichaam; gelijk onder, vers 11 , des gevangenen; dat is, der gevangenen, gelijk elders dikwijls. Psalmen 79:11 : Laat het gekerm der gevangenen voor Uw aanschijn komen; behoud overig de kinderen des doods, naar de grootheid Uws arms.",
          "text1637": "Hebr. het doode lichaem: als onder vers 11. des gevangens, D. der gevangenen, gelijck elders dickwijls.",
          "text2026": "de dode: Hebr. het dode lichaam; gelijk onder, vers 11 , van de gevangenen; dat is, van de gevangenen, gelijk elders dikwijls. Psalmen 79:11 : Laat het gekerm van de gevangenen voor Uw aangezicht komen; behoud overig de kinderen van de dood, naar de grootheid Uws arms."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:4 . Psalmen 4:4 : Weet toch, dat de HEERE Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; de HEERE zal horen, als ik tot Hem roep.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 4.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:4 . Psalmen 4:4 : Weet toch, dat JAHWEH Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; JAHWEH zal horen, als ik tot Hem roep."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נָֽתְנ֡וּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "נִבְלַ֬ת",
          "strongs": "H5038",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "עֲבָדֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מַ֭אֲכָל",
          "strongs": "H3978",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/ע֣וֹף",
          "strongs": "H5775",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׁמָ֑יִם",
          "strongs": "H8064",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּשַׂ֥ר",
          "strongs": "H1320",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חֲ֝סִידֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H2623",
          "morph": "HAampc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/חַיְת/וֹ",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> de dode lichamen van Uw knechten aan het gevogelte van de hemel tot voedsel gegeven; het vlees van Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> gunstgenoten aan het gedierte van het land.",
      "textSV1888_html": "Zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> de dode lichamen Uwer knechten aan het gevogelte des hemels tot spijs gegeven; het vlees Uwer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> gunstgenoten aan het gedierte des lands.",
      "text1637_html": "Sy hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> de doode lichamen uwer knechten aen ’t gevogelte des hemels tot spijse gegeven; het vleesch uwer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> gunstgenooten aen ’t gedierte des lants.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "des hemels",
          "new": "van de hemel",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "spijs",
          "new": "voedsel",
          "principe": "V526"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "des lands.",
          "new": "van het land.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Zij hebben hun bloed rondom Jeruzalem als water vergoten; en er was niemand, die hen begroef.",
      "text1637": "Sy hebben haer bloet rontom Ierusalem als water vergoten, ende daer en was niemant diese begroef.",
      "text2026": "Zij hebben hun bloed rondom Jeruzalem als water vergoten; en er was niemand, die hen begroef.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁפְכ֬וּ",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "דָמָ֨/ם",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כַּ/מַּ֗יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "סְֽבִ֘יב֤וֹת",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "יְֽרוּשָׁלִָ֗ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֣ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "קוֹבֵֽר",
          "strongs": "H6912",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij hebben hun bloed rondom Jeruzalem als water vergoten; en er was niemand, die hen begroef.",
      "text1637_html": "Sy hebben haer bloet rontom Ierusalem als water vergoten, ende daer en was niemant diese begroef."
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Wij zijn onzen naburen een smaadheid geworden; een spot en schimp dien, die rondom ons zijn.",
      "text1637": "[a] Wy zijn onsen nae-bueren eene [6] smaetheyt geworden; een spot ende schimp dien, die rontom ons zijn.",
      "text2026": "Wij zijn onze buren een smaad geworden; een spot en schimp die, die rondom ons zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 44:14 ; Ps. 80:7 . Psalmen 44:14 : Gij stelt ons onze naburen tot smaad, tot spot en schimp dengenen, die rondom ons zijn. Psalmen 80:7 : Gij hebt ons onzen naburen tot een twist gesteld, en onze vijanden spotten onder zich.",
          "text1637": "Psal. 44.14. ende 80.7.",
          "text2026": "Ps. 44:14 ; Ps. 80:7 . Psalmen 44:14 : U stelt ons onze naburen tot smaad, tot spot en schimp dengenen, die rondom ons zijn. Psalmen 80:7 : U hebt ons onze naburen tot een twist gesteld, en onze vijanden spotten onder zich."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 80:7 , en verg. Ps. 137:7 ; Ezech. 35:2 , 35:12 , 35:13 , 35:15 . Psalmen 80:7 : Gij hebt ons onzen naburen tot een twist gesteld, en onze vijanden spotten onder zich. Psalmen 137:7 : HEERE! gedenk aan de kinderen van Edom, aan den dag van Jeruzalem; die daar zeiden: Ontbloot ze, ontbloot ze, tot haar fondament toe! Ezechiël 35:2 : Mensenkind! zet uw aangezicht tegen het gebergte Seïr, en profeteer tegen hetzelve, Ezechiël 35:12 : En gij zult weten, dat Ik, de HEERE, al uw lasteringen gehoord heb, die gij tegen de bergen Israëls gesproken hebt, zeggende: Zij zijn verwoest, zij zijn ons ter spijze gegeven. Ezechiël 35:13 : Alzo hebt gij u met uw mond tegen Mij groot gemaakt, en uw woorden tegen Mij vermenigvuldigd; Ik heb het gehoord. Ezechiël 35:15 : Gelijk gij u verblijd hebt over de erfenis van het huis Israëls, omdat zij verwoest is, alzo zal Ik aan u doen; het gebergte van Seïr, en gans Edom, zal geheel een verwoesting worden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
          "text1637": "Siet Psal. 80.7. ende vergel. Psal. 137.7. Ezec. 35.2, 12, 13, 15.",
          "text2026": "Zie Ps. 80:7 , en verg. Ps. 137:7 ; Ez. 35:2 , 35:12 , 35:13 , 35:15 . Psalmen 80:7 : U hebt ons onze naburen tot een twist gesteld, en onze vijanden spotten onder zich. Psalmen 137:7 : JAHWEH! gedenk aan de kinderen van Edom, aan de dag van Jeruzalem; die daar zeiden: Ontbloot ze, ontbloot ze, tot haar fondament toe! Ezechiël 35:2 : Mensenkind! zet uw aangezicht tegen het gebergte Seïr, en profeteer tegen hetzelfde, Ezechiël 35:12 : En u zult weten, dat Ik, JAHWEH, al uw lasteringen gehoord heb, die u tegen de bergen Israëls gesproken hebt, zeggende: Zij zijn verwoest, zij zijn ons ter voedsel gegeven. Ezechiël 35:13 : Zo hebt u u met uw mond tegen Mij groot gemaakt, en uw woorden tegen Mij vermenigvuldigd; Ik heb het gehoord. Ezechiël 35:15 : Gelijk u u verblijd hebt over de erfenis van het huis van Israël, omdat zij verwoest is, zo zal Ik aan u doen; het gebergte van Seïr, en geheel Edom, zal geheel een verwoesting worden; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָיִ֣ינוּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp1cp"
        },
        {
          "woord": "חֶ֭רְפָּה",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁכֵנֵ֑י/נוּ",
          "strongs": "H7934",
          "morph": "HR/Aampc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "לַ֥עַג",
          "strongs": "H3933",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ֝/קֶ֗לֶס",
          "strongs": "H7047",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/סְבִיבוֹתֵֽי/נוּ",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Wij zijn onze buren een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> smaad geworden; een spot en schimp die, die rondom ons zijn.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Wij zijn onzen naburen een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> smaadheid geworden; een spot en schimp dien, die rondom ons zijn.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Wy zijn onsen nae-bueren eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> smaetheyt geworde<i>n</i>; een spot ende schimp dien, die rontom ons zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "onzen naburen",
          "new": "onze buren",
          "principe": "N8"
        },
        {
          "old": "smaadheid",
          "new": "smaad",
          "principe": "V349"
        },
        {
          "old": "dien,",
          "new": "die,",
          "principe": "N4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Hoe lang, HEERE? Zult Gij eeuwiglijk toornen? Zal Uw ijver als vuur branden?",
      "text1637": "[b] Hoe lange, [7] HEERE? sult ghy [8] eeuwichlick toornen? sal uwen [9] yver als vyer branden?",
      "text2026": "Hoe lang, JAHWEH? Zult U eeuwig toornen? Zal Uw ijver als vuur branden?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 89:47 . Psalmen 89:47 : Hoe lang, o HEERE! zult Gij U steeds verbergen, zal Uw grimmigheid branden als een vuur?",
          "text1637": "Psal. 89.47.",
          "text2026": "Ps. 89:47 . Psalmen 89:47 : Hoe lang, o JAHWEH! zult U U steeds verbergen, zal Uw grimmigheid branden als een vuur?"
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hoe lang, HEERE: Of, hoelang, HEERE, zult gij steeds toornen?",
          "text1637": "Ofte, Hoe lange HEERE sult ghy steets toornen?",
          "text2026": "Hoe lang, JAHWEH: Of, hoelang, JAHWEH, zult u steeds toornen?"
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie van het Hebr. woord Ps. 13:2 . Psalmen 13:2 : Hoe lang, HEERE, zult Gij mij steeds vergeten? Hoe lang zult Gij Uw aangezicht voor mij verbergen?",
          "text1637": "Siet van ’t Hebr. woort, Psal. 13. op vers 2.",
          "text2026": "Zie van het Hebr. woord Ps. 13:2 . Psalmen 13:2 : Hoe lang, JAHWEH, zult U mij steeds vergeten? Hoe lang zult U Uw aangezicht voor mij verbergen?"
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Exod. 20:5 . Exodus 20:5 : Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;",
          "text1637": "Siet Exod. 20. op vers 5.",
          "text2026": "Zie Ex. 20:5 . Exodus 20:5 : U zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, JAHWEH uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad van de vader bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מָ֣ה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "תֶּאֱנַ֣ף",
          "strongs": "H599",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/נֶ֑צַח",
          "strongs": "H5331",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תִּבְעַ֥ר",
          "strongs": "H1197",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "כְּמוֹ",
          "strongs": "H3644",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֵ֝֗שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "קִנְאָתֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H7068",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Hoe lang,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> JAHWEH? Zult U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> eeuwig toornen? Zal Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> ijver als vuur branden?",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Hoe lang,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> HEERE? Zult Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> eeuwiglijk toornen? Zal Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> ijver als vuur branden?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Hoe lange, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> HEERE? sult ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> eeuwichlick toornen? sal uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> yver als vyer branden?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE?",
          "new": "JAHWEH?",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Gij eeuwiglijk",
          "new": "U eeuwig",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de koninkrijken, die Uw Naam niet aanroepen.",
      "text1637": "[c] [10] Stort uwe grimmicheyt uyt over de Heydenen, die u niet en kennen; ende over de Coninckrijcken, die uwen Naem niet aenroepen.",
      "text2026": "Stort Uw woede uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de koninkrijken, die Uw Naam niet aanroepen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 10:25 . Jeremia 10:25 : Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de geslachten, die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jakob opgegeten, ja, zij hebben hem opgegeten, en hem verteerd, en zijn woning verwoest.",
          "text1637": "Ierem. 10.25.",
          "text2026": "Jer. 10:25 . Jeremia 10:25 : Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de geslachten, die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jakob opgegeten, ja, zij hebben hem opgegeten, en hem verteerd, en zijn woning verwoest."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Stort uw grimmigheid: Gelijk water, als Hos. 5:10 . Dat is, overval ze met straffen, in overvloed en met geweld. Vergelijk Ps. 69:25 , Jes. 42:25 , Jer. 7:20 en 10:25 , Ez. 7:8 en 20:33 , 20:34 , Openb. 16:1 , etc; wat het zij, God niet te kennen, zie daarvan Job 18:21 , hoewel het hier bijzonderlijk ziet op den gehele afgodische staat der heidenen in het point van religie, die den waren God kenden noch dienden. Hosea 5:10 : De vorsten van Juda zijn geworden, gelijk die de landpalen verrukken; Ik zal Mijn verbolgenheid, als water, over hen uitgieten. Psalmen 69:25 : Stort over hen Uw gramschap uit; en de hittigheid Uws toorns grijpe hen aan. Jesaja 42:25 : Daarom heeft Hij over hen uitgestort de grimmigheid Zijns toorns en de macht des oorlogs; en Hij heeft ze rondom in vlam gezet, doch zij merken het niet; en Hij heeft ze in brand gestoken, doch zij nemen het niet ter harte. Jeremia 7:20 : Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Mijn toorn en Mijn grimmigheid zal uitgestort worden over deze plaats, over de mensen en over de beesten, en over het geboomte des velds, en over de vrucht des aardrijks; en zal branden, en niet uitgeblust worden. Jeremia 10:25 : Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de geslachten, die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jakob opgegeten, ja, zij hebben hem opgegeten, en hem verteerd, en zijn woning verwoest. Ezechiël 7:8 : Nu zal Ik in kort Mijn grimmigheid over u uitgieten, en Mijn toorn tegen u volbrengen, en u richten naar uw wegen, en zal op u brengen al uw gruwelen. Ezechiël 20:33 : Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE: Zo Ik niet met een sterke hand, en uitgestrekten arm, en met een uitgegoten grimmigheid over u zal regeren! Ezechiël 20:34 : Want Ik zal u uit de volken voeren, en u vergaderen uit de landen, waarin gij verstrooid zijt, door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door een uitgegoten grimmigheid. Openbaring 16:1 : En ik hoorde een grote stem uit den tempel, zeggende tot de zeven engelen: Gaat henen, en giet de zeven fiolen van den toorn Gods uit op de aarde. Job 18:21 : Gewisselijk, zodanige zijn de woningen des verkeerden, en dit is de plaats desgenen die God niet kent.",
          "text1637": "Gelijck water, als Hos. 5.10. D. overvaltse met straffen, in overvloet ende met gewelt. Vergel. Psal. 69.25. Ies. 42.25. Ierem. 7.20. ende 10.25. Ezech. 7.8. ende 20.33, 34. Apoc. 16.1, etc. wat het zy, Godt niet te kennen, Siet daer van Iob 18. op vers 21. hoewel het hier bysonderlick siet op den geheelen afgodischen staet der heydenen in’t point van Religie, die den waren Godt noch kenden noch dienden.",
          "text2026": "Stort uw grimmigheid: Gelijk water, als Hos. 5:10 . Dat is, overval ze met straffen, in overvloed en met geweld. Vergelijk Ps. 69:25 , Jes. 42:25 , Jer. 7:20 en 10:25 , Ez. 7:8 en 20:33 , 20:34 , Openb. 16:1 , etc; wat het zij, God niet te kennen, zie daarvan Job 18:21 , hoewel het hier bijzonderlijk ziet op de gehele afgodische staat van de heidenen in het point van religie, die de waren God kenden noch dienden. Hosea 5:10 : De vorsten van Juda zijn geworden, gelijk die het gebied verrukken; Ik zal Mijn toorn, als water, over hen uitgieten. Psalmen 69:25 : Stort over hen Uw toorn uit; en de hitte Uws toorns grijpe hen aan. Jesaja 42:25 : Daarom heeft Hij over hen uitgestort de grimmigheid van Zijn toorn en de macht van de oorlog; en Hij heeft ze rondom in vlam gezet, maar zij merken het niet; en Hij heeft ze in brand gestoken, maar zij nemen het niet ter hart. Jeremia 7:20 : Daarom zegt de Heer JAHWEH zo: Ziet, Mijn toorn en Mijn grimmigheid zal uitgestort worden over deze plaats, over de mensen en over de beesten, en over het geboomte van het veld, en over de vrucht van het aarde; en zal branden, en niet uitgeblust worden. Jeremia 10:25 : Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de geslachten, die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jakob opgegeten, ja, zij hebben hem opgegeten, en hem verteerd, en zijn woning verwoest. Ezechiël 7:8 : Nu zal Ik in kort Mijn grimmigheid over u uitgieten, en Mijn toorn tegen u volbrengen, en u richten naar uw wegen, en zal op u brengen al uw gruwelen. Ezechiël 20:33 : Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heer JAHWEH: Zo Ik niet met een sterke hand, en uitgestrekten arm, en met een uitgegoten grimmigheid over u zal regeren! Ezechiël 20:34 : Want Ik zal u uit de volken voeren, en u vergaderen uit de landen, waarin u verstrooid bent, door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door een uitgegoten grimmigheid. Openbaring 16:1 : En ik hoorde een grote stem uit de tempel, zeggende tot de zeven engelen: Gaat heen, en giet de zeven fiolen van de toorn van God uit op de aarde. Job 18:21 : Gewisselijk, zodanige zijn de woningen van de verkeerden, en dit is de plaats van degene die God niet kent."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שְׁפֹ֤ךְ",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "חֲמָתְ/ךָ֨",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶֽל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִם֮",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֪ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יְדָ֫ע֥וּ/ךָ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp3cp/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֥ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "מַמְלָכ֑וֹת",
          "strongs": "H4467",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/שִׁמְ/ךָ֗",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "קָרָֽאוּ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Stort Uw woede uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de koninkrijken, die Uw Naam niet aanroepen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de koninkrijken, die Uw Naam niet aanroepen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Stort uwe grimmicheyt uyt over de Heydenen, die u niet en kennen; ende over de Coninckrijcken, die uwen Naem niet aenroepen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "grimmigheid",
          "new": "woede",
          "principe": "V77"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Want men heeft Jakob opgegeten, en zij hebben zijn liefelijke woning verwoest.",
      "text1637": "Want [11] men heeft Iacob [12] opgegeten; ende sy hebben sijne lieflicke wooninge verwoestet.",
      "text2026": "Want men heeft Jakob opgegeten, en zij hebben zijn liefelijke woning verwoest.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "men heeft: Hebr. hij heeft, enz. Dat is, men heeft, of een ieder van hen heeft, enz.",
          "text1637": "Hebr. hy heeft, etc. D. men heeft, ofte, een yeder van hen heeft, etc.",
          "text2026": "men heeft: Hebr. hij heeft, enz. Dat is, men heeft, of een ieder van hen heeft, enz."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Deut. 7:16 , en Ps. 14:4 . Deuteronomium 7:16 : Gij zult dan al die volken verteren, die de HEERE, uw God, u geven zal; uw oog zal hen niet verschonen, en gij zult hun goden niet dienen; want dat zoude u een strik zijn. Psalmen 14:4 : Hebben dan alle werkers der ongerechtigheid geen kennis, die mijn volk opeten, alsof zij brood aten? Zij roepen den HEERE niet aan.",
          "text1637": "Vergel. Deut. 7. op vers 16. ende Psal. 14. op vers 4.",
          "text2026": "Verg. Deut. 7:16 , en Ps. 14:4 . Deuteronomium 7:16 : U zult dan al die volken verteren, die JAHWEH, uw God, u geven zal; uw oog zal hen niet sparen, en u zult hun goden niet dienen; want dat zou u een strik zijn. Psalmen 14:4 : Hebben dan alle werkers van de ongerechtigheid geen kennis, die mijn volk opeten, alsof zij brood aten? Zij roepen JAHWEH niet aan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֭י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אָכַ֣ל",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶֽת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יַעֲקֹ֑ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "נָוֵ֥/הוּ",
          "strongs": "H5116",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הֵשַֽׁמּוּ",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HVhp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> men heeft Jakob<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> opgegeten, en zij hebben zijn liefelijke woning verwoest.",
      "textSV1888_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> men heeft Jakob<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> opgegeten, en zij hebben zijn liefelijke woning verwoest.",
      "text1637_html": "Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> men heeft Iacob <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> opgegeten; ende sy hebben sijne lieflicke wooninge verwoestet."
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden.",
      "text1637": "[d] Gedenckt [13] ons de voorige misdaden niet; haest u, laet uwe barmherticheden ons voorkomen: want wy zijn seer [14] dunne geworden.",
      "text2026": "Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 64:9 . Jesaja 64:9 : HEERE! wees niet zo zeer verbolgen, en gedenk niet eeuwiglijk der ongerechtigheid; zie, aanschouw toch, wij allen zijn Uw volk.",
          "text1637": "Iesa. 64.9.",
          "text2026": "Jes. 64:9 . Jesaja 64:9 : JAHWEH! wees niet zo zeer toornig, en gedenk niet eeuwig van de ongerechtigheid; zie, aanschouw toch, wij allen zijn Uw volk."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ons de: Anders, tegen ons. Maar wij spreken ook alzo in onze taal: Ik zal hem dat gedenken, en gedenk mij dat niet. Verg. Jer. 2:2 , en zie Jer. 31:34 ; Ezech. 18:22 , en het tegendeel Jer. 14:10 ; Hos. 8:13 , en Hos. 9:9 , en wijders, aangaande de manier van spreken, Gen. 8:1 . Of, de misdaden der vorigen; dat is, onzer voorvaders. Jeremia 2:2 : Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land. Jeremia 31:34 : En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken. Ezechiël 18:22 : Al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven. Jeremia 14:10 : Alzo zegt de HEERE van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft de HEERE geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hunner ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken. Hosea 8:13 : Aangaande de offeranden Mijner gaven, zij offeren vlees, en eten het, maar de HEERE heeft aan hen geen welgevallen. Nu zal Hij hunner ongerechtigheid gedenken, en hun zonden bezoeken; zij zullen weder in Egypte keren. Hosea 9:9 : Zij hebben zich zeer diep verdorven, als in de dagen van Gibea; Hij zal hunner ongerechtigheid gedenken, Hij zal hun zonden bezoeken. Genesis 8:1 : En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.",
          "text1637": "And. tegen ons. maer wy spreken oock alsoo in onse tale: ick sal hem dat gedencken, en gedenckt my dat niet. Vergel. Ier. 2.2. ende siet Ier. 31.34. Ezech. 18.22. ende het contrarie Ierem. 14.10. Hos. 8.13. ende 9.9. ende wijders, aengaende de maniere van spreken, Gen. 8. op vers 1. ofte: de misdaden der voorigen. D. onser Voorvaderen.",
          "text2026": "ons de: Anders, tegen ons. Maar wij spreken ook zo in onze taal: Ik zal hem dat gedenken, en gedenk mij dat niet. Verg. Jer. 2:2 , en zie Jer. 31:34 ; Ez. 18:22 , en het tegendeel Jer. 14:10 ; Hos. 8:13 , en Hos. 9:9 , en verder, aangaande de manier van spreken, Gen. 8:1 . Of, de misdaden van de vorigen; dat is, onzer voorvaders. Jeremia 2:2 : Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt JAHWEH: Ik gedenk van de weldadigheid uw jeugd, van de liefde uw ondertrouw, toen u Mij nawandelde in de woestijn, in onbezaaid land. Jeremia 31:34 : En zij zullen niet meer, een iedereen zijn naaste, en een iedereen zijn broer, leren, zeggende: Kent JAHWEH! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt JAHWEH; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hun zonden niet meer gedenken. Ezechiël 18:22 : Al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven. Jeremia 14:10 : Zo zegt JAHWEH van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft JAHWEH geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hun ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken. Hosea 8:13 : Aangaande de offeranden Mijn gaven, zij offeren vlees, en eten het, maar JAHWEH heeft aan hen geen welgevallen. Nu zal Hij hun ongerechtigheid gedenken, en hun zonden bezoeken; zij zullen weer in Egypte keren. Hosea 9:9 : Zij hebben zich zeer diep verdorven, als in de dagen van Gibeä; Hij zal hun ongerechtigheid gedenken, Hij zal hun zonden bezoeken. Genesis 8:1 : En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dun geworden: Of, uitgeput, uitgeteerd, gering geworden.",
          "text1637": "Ofte, uytgeputtet, uytgeteert, gering geworden.",
          "text2026": "dun geworden: Of, uitgeput, uitgeteerd, gering geworden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַֽל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּזְכָּר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/נוּ֮",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺנֹ֪ת",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "רִאשֹׁ֫נִ֥ים",
          "strongs": "H7223",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "מַ֭הֵר",
          "strongs": "H4118",
          "morph": "HVpv2ms"
        },
        {
          "woord": "יְקַדְּמ֣וּ/נוּ",
          "strongs": "H6923",
          "morph": "HVpi3mp/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "רַחֲמֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H7356",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ֖י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "דַלּ֣וֹנוּ",
          "strongs": "H1809",
          "morph": "HVqp1cp"
        },
        {
          "woord": "מְאֹֽד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Gedenk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> dun geworden.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Gedenk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> dun geworden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Gedenckt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> ons de voorige misdaden niet; haest u, laet uwe barmherticheden ons voorkomen: want wy zijn seer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> dunne geworden."
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Help ons, o God onzes heils! ter oorzake van de eer Uws Naams; en red ons, en doe verzoening over onze zonden, om Uws Naams wil.",
      "text1637": "Helpt ons, ô Godt onses heyls, ter oorsake van de eere uwes Naems: ende reddet ons, ende [15] doet versoeninge over onse sonden, om uwes Naems wille.",
      "text2026": "Help ons, o God van ons heil! vanwege de eer van Uw Naam; en red ons, en doe verzoening over onze zonden, omwille van uw Naam.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "doe verzoening: Of, bedek genadiglijk. Verg. Ps. 65:4 . Psalmen 65:4 : Ongerechtige dingen hadden de overhand over mij; maar onze overtredingen, die verzoent Gij.",
          "text1637": "Ofte, bedeckt genadichlick. Vergel. Psal. 65. op vers 4.",
          "text2026": "doe verzoening: Of, bedek genadiglijk. Verg. Ps. 65:4 . Psalmen 65:4 : Ongerechtige dingen hadden de overhand over mij; maar onze overtredingen, die verzoent U."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עָזְרֵ֤/נוּ",
          "strongs": "H5826",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹ֘הֵ֤י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁעֵ֗/נוּ",
          "strongs": "H3468",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "דְּבַ֥ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "כְּבֽוֹד",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַצִּילֵ֥/נוּ",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HC/Vhv2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/כַפֵּ֥ר",
          "strongs": "H3722",
          "morph": "HC/Vpv2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "חַ֝טֹּאתֵ֗י/נוּ",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HNcfpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֣עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Help ons, o God van ons heil! vanwege de eer van Uw Naam; en red ons, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> doe verzoening over onze zonden, omwille van uw Naam.",
      "textSV1888_html": "Help ons, o God onzes heils! ter oorzake van de eer Uws Naams; en red ons, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> doe verzoening over onze zonden, om Uws Naams wil.",
      "text1637_html": "Helpt ons, ô Godt onses heyls, ter oorsake van de eere uwes Naems: ende reddet ons, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> doet versoeninge over onse sonden, om uwes Naems wille.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "onzes heils! ter oorzake",
          "new": "",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "",
          "new": "ons heil! vanwege",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Uws Naams;",
          "new": "van Uw Naam;",
          "principe": "V200"
        },
        {
          "old": "om Uws Naams wil.",
          "new": "omwille van uw Naam.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is hun God? Laat de wraak des vergoten bloeds Uwer knechten onder de heidenen voor onze ogen bekend worden.",
      "text1637": "Waerom souden de Heydenen seggen; Waer is haer Godt? [16] laet de wrake des vergotenen bloets uwer knechten onder de Heydenen voor onse oogen bekent worden.",
      "text2026": "Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is hun God? Laat de wraak van de vergoten bloed van Uw knechten onder de heidenen voor onze ogen bekend worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders, laat Hem [onzen God] onder de heidenen bekend worden voor onze ogen, [door] de wraak des, enz. Verg. Deut. 32:42 , 32:43 ; Jer. 51:36 , 51:37 . Deuteronomium 32:42 : Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten; van het bloed des verslagenen en des gevangenen, van het hoofd af zullen er wraken des vijands zijn. Deuteronomium 32:43 : Juicht, gij heidenen, met Zijn volk! want Hij zal het bloed Zijner knechten wreken; en Hij zal de wraak op Zijn tegenpartijen doen wederkeren, en verzoenen Zijn land en Zijn volk. Jeremia 51:36 : Daarom, zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal uw twist twisten, en uw wraak wreken; en Ik zal haar zee droog maken, en haar springader opdrogen. Jeremia 51:37 : En Babel zal worden tot steenhopen, een woning der draken, een ontzetting en aanfluiting, dat er geen inwoner zij.",
          "text1637": "And. laet hem (onsen Godt) onder de heydenen bekent worden voor onse oogen, [door] de wrake des, etc. Vergel. Deut. 32.42, 43. Ierem. 51.36, 37.",
          "text2026": "Anders, laat Hem [onze God] onder de heidenen bekend worden voor onze ogen, [door] de wraak van de, enz. Verg. Deut. 32:42 , 32:43 ; Jer. 51:36 , 51:37 . Deuteronomium 32:42 : Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten; van het bloed van de verslagenen en van de gevangenen, van het hoofd af zullen er wraken van de vijand zijn. Deuteronomium 32:43 : Juicht, u heidenen, met Zijn volk! want Hij zal het bloed Zijn knechten wreken; en Hij zal de wraak op Zijn tegenpartijen doen terugkeren, en verzoenen Zijn land en Zijn volk. Jeremia 51:36 : Daarom, zo zegt JAHWEH: Ziet, Ik zal uw twist twisten, en uw wraak wreken; en Ik zal haar zee droog maken, en haar springader opdrogen. Jeremia 51:37 : En Babel zal worden tot steenhopen, een woning van de draken, een ontzetting en aanfluiting, dat er geen inwoner zij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ֤/מָּה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HR/Ti"
        },
        {
          "woord": "יֹאמְר֣וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִם֮",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אַיֵּ֪ה",
          "strongs": "H346",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "אֱֽלֹהֵ֫י/הֶ֥ם",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יִוָּדַ֣ע",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVNj3ms"
        },
        {
          "woord": "ב/גיים",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֵינֵ֑י/נוּ",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "נִ֝קְמַ֗ת",
          "strongs": "H5360",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "דַּֽם",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֲבָדֶ֥י/ךָ",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׁפֽוּךְ",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HTd/Vqsmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is hun God?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Laat de wraak van de vergoten bloed van Uw knechten onder de heidenen voor onze ogen bekend worden.",
      "textSV1888_html": "Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is hun God?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Laat de wraak des vergoten bloeds Uwer knechten onder de heidenen voor onze ogen bekend worden.",
      "text1637_html": "Waerom souden de Heydenen seggen; Waer is haer Godt? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> laet de wrake des vergotenen bloets uwer knechten onder de Heydenen voor onse oogen bekent worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des",
          "new": "van de",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "bloeds Uwer",
          "new": "bloed van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Laat het gekerm der gevangenen voor Uw aanschijn komen; behoud overig de kinderen des doods, naar de grootheid Uws arms.",
      "text1637": "Laet het gekerm der gevangenen voor u aenschijn komen: [17] behoudt overich de [18] kinderen des doots, nae de [19] grootheyt uwes arms.",
      "text2026": "Laat het gekerm van de gevangenen voor Uw aangezicht komen; behoud overig de kinderen van de dood, naar de grootheid van Uw arm.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Maak dat zij overblijven, behoud hen in het leven.",
          "text1637": "Maeckt datse overblijven, behoudtse in’t leven.",
          "text2026": "Maak dat zij overblijven, behoud hen in het leven."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, die als misdadigers ter dood verwezen of verordend zijn. Zie 2 Sam. 12:5 ; Spreuk. 31:8 . 2 Samuël 12:5 : Toen ontstak Davids toorn zeer tegen dien man; en hij zeide tot Nathan: Zo waarachtig als de HEERE leeft, de man, die dat gedaan heeft, is een kind des doods! Spreuken 31:8 : Open uw mond voor den stomme, voor de rechtzaak van allen, die omkomen zouden.",
          "text1637": "D. die als misdadige ter doodt verwesen ofte verordent zijn. siet 2.Sam. 12. op vers 5. ende Prov. 31. op vers 8.",
          "text2026": "Dat is, die als misdadigers ter dood verwezen of verordend zijn. Zie 2 Sam. 12:5 ; Spr. 31:8 . 2 Samuël 12:5 : Toen ontstak Davids toorn zeer tegen die man; en hij zei tot Nathan: Zo waarachtig als JAHWEH leeft, de man, die dat gedaan heeft, is een kind van de dood! Spreuken 31:8 : Open uw mond voor de stomme, voor de rechtzaak van allen, die omkomen zouden."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, naar uw grote mogendheid. Zie Ps. 77:16 , en Job 40:4 . Psalmen 77:16 : Gij hebt Uw volk door Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef. Sela. Job 40:4 : Hebt gij een arm gelijk God? En kunt gij, gelijk Hij, met de stem donderen?",
          "text1637": "D. nae uwe groote mogentheyt. Siet Psal. 77.16. ende Iob 40. op vers 4.",
          "text2026": "Dat is, naar uw grote mogendheid. Zie Ps. 77:16 , en Job 40:4 . Psalmen 77:16 : U hebt Uw volk door Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef. Sela. Job 40:4 : Hebt u een arm gelijk God? En kunt u, gelijk Hij, met de stem donderen?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תָּ֤ב֣וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנֶי/ךָ֮",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶנְקַ֪ת",
          "strongs": "H603",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אָ֫סִ֥יר",
          "strongs": "H616",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/גֹ֥דֶל",
          "strongs": "H1433",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "זְרוֹעֲ/ךָ֑",
          "strongs": "H2220",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "ה֝וֹתֵ֗ר",
          "strongs": "H3498",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֣י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "תְמוּתָֽה",
          "strongs": "H8546",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat het gekerm van de gevangenen voor Uw aangezicht komen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> behoud overig de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> kinderen van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> dood, naar de grootheid van Uw arm.",
      "textSV1888_html": "Laat het gekerm der gevangenen voor Uw aanschijn komen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> behoud overig de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> kinderen des doods, naar de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> grootheid Uws arms.",
      "text1637_html": "Laet het gekerm der gevangenen voor u aenschijn komen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> behoudt overich de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> kinderen des doots, nae de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> grootheyt uwes arms.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "aanschijn",
          "new": "aangezicht",
          "principe": "V465"
        },
        {
          "old": "des doods,",
          "new": "van de dood,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "Uws arms.",
          "new": "van Uw arm.",
          "principe": "V200"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "En geef onze naburen zevenvoudig weder in hun schoot hun smaad, waarmede zij U, o Heere! gesmaad hebben.",
      "text1637": "Ende geeft onsen naburen [20] sevenvoudich weder in haren [21] schoot haren smaet, daer mede sy u, ô Heere, gesmadet hebben.",
      "text2026": "En geef onze buren zevenvoudig weer in hun schoot hun smaad, waarmee zij U, o Heere! gesmaad hebben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 4:15 , en Ps. 12:7 . Genesis 4:15 : Doch de HEERE zeide tot hem: Daarom, al wie Kaïn doodslaat, zal zevenvoudig gewroken worden! En de HEERE stelde een teken aan Kaïn; opdat hem niet versloeg al wie hem vond. Psalmen 12:7 : De redenen des HEEREN zijn reine redenen, zilver, gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal.",
          "text1637": "Siet Genes. 4. op vers 15. ende Psal. 12. op vers 7.",
          "text2026": "Zie Gen. 4:15 , en Ps. 12:7 . Genesis 4:15 : Maar JAHWEH zei tot hem: Daarom, al wie Kaïn doodslaat, zal zevenvoudig gewroken worden! En JAHWEH stelde een teken aan Kaïn; opdat hem niet versloeg al wie hem vond. Psalmen 12:7 : De redenen van JAHWEH zijn reine redenen, zilver, gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, overvloedig, en zo dat zij het gevoelen en het aan hen beklijve; alzo Jes. 65:7 ; Jer. 32:18 , en Luk. 6:38 . Jesaja 65:7 : Uw ongerechtigheden, en uwer vaderen ongerechtigheden tegelijk, zegt de HEERE, die gerookt hebben op de bergen, en Mij smaadheid aangedaan hebben op de heuvelen; daarom zal Ik hun vorig werkloon in hun boezem weder toemeten. Jeremia 32:18 : Gij, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid der vaderen vergeldt in den schoot hunner kinderen na hen; Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen! Lukas 6:38 : Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden.",
          "text1637": "Dat is, overvloedich, ende soo, dat sy het gevoelen, ende het aen hen beklijve: Alsoo Iesa. 65.7. Ierem. capit. 32.18. Luc. 6.38.",
          "text2026": "Dat is, overvloedig, en zo dat zij het gevoelen en het aan hen beklijve; zo Jes. 65:7 ; Jer. 32:18 , en Luk. 6:38 . Jesaja 65:7 : Uw ongerechtigheden, en uw vaders ongerechtigheden tegelijk, zegt JAHWEH, die gerookt hebben op de bergen, en Mij smaadheid aangedaan hebben op de heuvelen; daarom zal Ik hun vorig werkloon in hun boezem weer toemeten. Jeremia 32:18 : U, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid van de vader vergeldt in de schoot hun kinderen na hen; U grote, U geweldige God, Wiens Naam is JAHWEH van de legermachten! Lukas 6:38 : Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmee u meet, zal u wedergemeten worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָ֘שֵׁ֤ב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vhv2ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁכֵנֵ֣י/נוּ",
          "strongs": "H7934",
          "morph": "HR/Aampc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "שִׁ֭בְעָתַיִם",
          "strongs": "H7659",
          "morph": "HNcfda"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "חֵיקָ֑/ם",
          "strongs": "H2436",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "חֶרְפָּ֘תָ֤/ם",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֖ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "חֵרְפ֣וּ/ךָ",
          "strongs": "H2778",
          "morph": "HVpp3cp/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָֽ/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "En geef onze buren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> zevenvoudig weer in hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> schoot hun smaad, waarmee zij U, o Heere! gesmaad hebben.",
      "textSV1888_html": "En geef onze naburen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> zevenvoudig weder in hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> schoot hun smaad, waarmede zij U, o Heere! gesmaad hebben.",
      "text1637_html": "Ende geeft onsen naburen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> sevenvoudich weder in haren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> schoot haren smaet, daer mede sy u, ô Heere, gesmadet hebben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "naburen",
          "new": "buren",
          "principe": "V283"
        },
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        },
        {
          "old": "waarmede",
          "new": "waarmee",
          "principe": "V479"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Zo zullen wij, Uw volk en de schapen Uwer weide, U loven in eeuwigheid, van geslacht tot geslacht; wij zullen Uw roem vertellen.",
      "text1637": "So sullen wy, u volck ende schapen uwer weyde, u loven in eeuwicheyt, [22] van geslachte tot geslachte; wy sullen uwen roem vertellen.",
      "text2026": "Zo zullen wij, Uw volk en de schapen van Uw weide, U loven in eeuwigheid, van geslacht tot geslacht; wij zullen Uw roem vertellen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van geslacht tot geslacht: Hebr., דֹר, in geslacht en geslacht.",
          "text1637": "Hebr. in geslachte ende geslachte.",
          "text2026": "van geslacht tot geslacht: Hebr., דֹר, in geslacht en geslacht."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנַ֤חְנוּ",
          "strongs": "H587",
          "morph": "HC/Pp1cp"
        },
        {
          "woord": "עַמְּ/ךָ֨",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/צֹ֥אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HC/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "מַרְעִיתֶ/ךָ֮",
          "strongs": "H4830",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נ֤וֹדֶ֥ה",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HVhi1cp"
        },
        {
          "woord": "לְּ/ךָ֗",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/ע֫וֹלָ֥ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דֹ֥ר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/דֹ֑ר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נְ֝סַפֵּ֗ר",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HVpi1cp"
        },
        {
          "woord": "תְּהִלָּתֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H8416",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zullen wij, Uw volk en de schapen van Uw weide, U loven in eeuwigheid,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> van geslacht tot geslacht; wij zullen Uw roem vertellen.",
      "textSV1888_html": "Zo zullen wij, Uw volk en de schapen Uwer weide, U loven in eeuwigheid,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> van geslacht tot geslacht; wij zullen Uw roem vertellen.",
      "text1637_html": "So sullen wy, u volck ende schapen uwer weyde, u loven in eeuwicheyt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> van geslachte tot geslachte; wy sullen uwen roem vertellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Godts gemeynte beklaecht haer over de uyterste wreedtheyt der vyanden, die Ierusalem ende den Tempel hadden verwoestet, ende bidt hem, dat hy, mits vergetende ende versoenende hare sonden, om sijner eeren wille, haer genadichlick ende spoedichlick verlosse, ende de vyanden straffe, tot eeuwigen lof sijns Naems.",
    "text2026": "Gods gemeente beklaagt zich over de uiterste wreedheid van de vijanden, die Jeruzalem en de tempel hadden verwoest, en bidt Hem dat Hij, hun zonden vergetend en verzoenend, om Zijn eer wil hen genadig en spoedig verlosse en de vijanden straffe, tot eeuwige lof van Zijn Naam."
  }
}
