{
  "number": 81,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Voor den opperzangmeester, op de Gittith, een psalm van Asaf.",
      "text1637": "VOor den Opper-sang-meester op [1] de Gittith, [een Psalm] [2] Asaphs.",
      "text2026": "Voor de opperzangmeester, op de Gittith, een psalm van Asaf.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de Gittith: Zie Ps. 8:1 . Psalmen 8:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith.",
          "text1637": "Siet Psal. 8. op vers 1.",
          "text2026": "de Gittith: Zie Ps. 8:1 . Psalmen 8:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Gitthith."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van Asaf: Of, voor Asaf, gelijk Ps. 80:1 . Psalmen 80:1 : Voor den opperzangmeester, op Schoschannim; een getuigenis, een psalm van Asaf.",
          "text1637": "Ofte, voor Asaph, als Psal. 80.1.",
          "text2026": "van Asaf: Of, voor Asaf, gelijk Ps. 80:1 . Psalmen 80:1 : Voor de opperzangmeester, op Schoschannim; een getuigenis, een psalm van Asaf."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֬חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "עַֽל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/גִּתִּ֬ית",
          "strongs": "H1665",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָסָֽף",
          "strongs": "H623",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "Voor de opperzangmeester, op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> de Gittith,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> een psalm van Asaf.",
      "textSV1888_html": "Voor den opperzangmeester, op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> de Gittith,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> een psalm van Asaf.",
      "text1637_html": "VOor den Opper-sang-meester op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> de Gittith, [een Psalm] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Asaphs.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Zingt vrolijk Gode, onze Sterkte; juicht den God van Jakob.",
      "text1637": "Singt vrolick Gode onse Sterckte: Iuychet [3] den Gode Iacobs.",
      "text2026": "Zing vrolijk voor God, onze Sterkte; juich de God van Jakob.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "den God van Jakob: Dat is, dien God, die een verbond gemaakt heeft met Jakob en zijne nakomelingen.",
          "text1637": "D. dien Godt, die een verbont gemaeckt heeft met Iacob ende sijne Nakomelingen.",
          "text2026": "de God van Jakob: Dat is, die God, die een verbond gemaakt heeft met Jakob en zijn nakomelingen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ֭רְנִינוּ",
          "strongs": "H7442",
          "morph": "HVhv2mp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "עוּזֵּ֑/נוּ",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "הָ֝רִ֗יעוּ",
          "strongs": "H7321",
          "morph": "HVhv2mp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אלֹהֵ֥י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "יַעֲקֹֽב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zing vrolijk voor God, onze Sterkte; juich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> de God van Jakob.",
      "textSV1888_html": "Zingt vrolijk Gode, onze Sterkte; juicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> den God van Jakob.",
      "text1637_html": "Singt vrolick Gode onse Sterckte: Iuychet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> den Gode Iacobs.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zingt",
          "new": "Zing",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "Gode,",
          "new": "voor God,",
          "principe": "V467"
        },
        {
          "old": "juicht den",
          "new": "juich de",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Heft een psalm op, en geeft de trommel; de liefelijke harp met de luit.",
      "text1637": "Heft eenen Psalm op, ende geeft den trommel: de lieflicke harpe met de luyte.",
      "text2026": "Hef een psalm op, en geeft de trommel; de liefelijke harp met de luit.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שְֽׂאוּ",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "זִ֭מְרָה",
          "strongs": "H2172",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/תְנוּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "תֹ֑ף",
          "strongs": "H8596",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כִּנּ֖וֹר",
          "strongs": "H3658",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "נָעִ֣ים",
          "strongs": "H5273",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "נָֽבֶל",
          "strongs": "H5035",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hef een psalm op, en geeft de trommel; de liefelijke harp met de luit.",
      "text1637_html": "Heft eenen Psalm op, ende geeft den trommel: de lieflicke harpe met de luyte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Heft",
          "new": "Hef",
          "principe": "V1158"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Blaast de bazuin in de nieuwe maan, ter bestemder tijd, op onzen feestdag.",
      "text1637": "[4] Blaest de basuyne [5] in de nieuwe Mane, [6] ter bestemder tijt op onsen feest-dach.",
      "text2026": "Blaas de bazuin in de nieuwe maan, op de vastgestelde tijd, op onze feestdag.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Blaast de bazuin: Zie de aantekening bij Lev. 23:24 . Leviticus 23:24 : Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: In de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een rust hebben, een gedachtenis des geklanks, een heilige samenroeping.",
          "text1637": "Siet de aenteeckeninge Lev. 23. op vers 24.",
          "text2026": "Blaast de bazuin: Zie de aantekening bij Lev. 23:24 . Leviticus 23:24 : Spreek tot de kinderen van Israël, zeggende: In de zevende maand, op de eerste van de maand, zult u een rust hebben, een gedachtenis van de geklanks, een heilige samenroeping."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in de nieuwe maan: Te weten, te dien tijde als God een bijzonder feest had ingesteld; Num. 10:10 , en Num. 28:11 , 28:14 . Numeri 10:10 : Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God! Numeri 28:11 : En in de beginselen uwer maanden zult gij een brandoffer den HEERE offeren: twee jonge varren, en een ram, zeven volkomen eenjarige lammeren; Numeri 28:14 : En hun drankofferen zullen zijn de helft van een hin tot een var, en een derde deel van een hin tot een ram, en een vierendeel van een hin van wijn tot een lam; dat is het brandoffer der nieuwe maan in elke maand, naar de maanden des jaars.",
          "text1637": "T.w. te dier tijt als Godt een besonder feest hadde ingestelt, Num. 10.10. ende 28.11, 14.",
          "text2026": "in de nieuwe maan: Te weten, te die tijde als God een bijzonder feest had ingesteld; Num. 10:10 , en Num. 28:11 , 28:14 . Numeri 10:10 : Evenzo ten dage uw vrolijkheid, en in uw vastgestelde hoogtijden, en in de beginselen uw maanden, zult u ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben JAHWEH, uw God! Numeri 28:11 : En in de beginselen uw maanden zult u een brandoffer JAHWEH offeren: twee jonge varren, en een ram, zeven volkomen eenjarige lammeren; Numeri 28:14 : En hun drankofferen zullen zijn de helft van een hin tot een var, en een derde deel van een hin tot een ram, en een vierendeel van een hin van wijn tot een lam; dat is het brandoffer van de nieuwe maan in elke maand, naar de maanden van de jaar."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ter bestemder tijd: Anders, in de bedekking; te weten, der maan, dat is, als de maan duister is. Sommigen verstaan hier het feest des geklanks, waarvan te zien is Lev. 23:24 . Anderen verstaan in het eerste lid de nieuwe manen, en in het volgende de drie jaarfeesten, waarvan te zien is Deut. 16:16 . Leviticus 23:24 : Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: In de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een rust hebben, een gedachtenis des geklanks, een heilige samenroeping. Deuteronomium 16:16 : Driemaal in het jaar zal alles, wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, verschijnen, in de plaats, die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde broden, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten; maar het zal niet ledig voor het aangezicht des HEEREN verschijnen:",
          "text1637": "And. in de bedeckinge, T.w. der mane, D. als de mane duyster is. sommige verstaen hier het feest des geklancks. waer van te sien is, Lev. 23.24. andere verstaen in’t eerste lit de nieuwe mane, ende in’t volg. de drye jaer feesten. waer van te sien is, Deut. 16.16.",
          "text2026": "op de vastgestelde tijd: Anders, in de bedekking; te weten, van de maan, dat is, als de maan duister is. Sommigen verstaan hier het feest van de geklanks, waarvan te zien is Lev. 23:24 . Anderen verstaan in het eerste lid de nieuwe manen, en in het volgende de drie jaarfeesten, waarvan te zien is Deut. 16:16 . Leviticus 23:24 : Spreek tot de kinderen van Israël, zeggende: In de zevende maand, op de eerste van de maand, zult u een rust hebben, een gedachtenis van de geklanks, een heilige samenroeping. Deuteronomium 16:16 : Driemaal in het jaar zal alles, wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht van JAHWEH, uws Gods, verschijnen, in de plaats, die Hij verkiezen zal: op het feest van de ongezuurde broden, en op het feest van de weken, en op het feest van de loofhutten; maar het zal niet leeg voor het aangezicht van JAHWEH verschijnen:"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תִּקְע֣וּ",
          "strongs": "H8628",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "בַ/חֹ֣דֶשׁ",
          "strongs": "H2320",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שׁוֹפָ֑ר",
          "strongs": "H7782",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ֝/כֵּ֗סֶה",
          "strongs": "H3677",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/י֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "חַגֵּֽ/נוּ",
          "strongs": "H2282",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Blaas de bazuin<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> in de nieuwe maan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> op de vastgestelde tijd, op onze feestdag.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Blaast de bazuin<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> in de nieuwe maan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> ter bestemder tijd, op onzen feestdag.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Blaest de basuyne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> in de nieuwe Mane, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> ter bestemder tijt op onsen feest-dach.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Blaast",
          "new": "Blaas",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "ter bestemder",
          "new": "op de vastgestelde",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "onzen",
          "new": "onze",
          "principe": "N8"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Want dat is een inzetting in Israël, een recht van den God Jakobs.",
      "text1637": "Want [7] dat is eene insettinge [8] in Israël, een recht [9] van den Godt Iacobs.",
      "text2026": "Want dat is een inzetting in Israël, een recht van de God van Jakob.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dat is: Te weten, de bazuin te blazen.",
          "text1637": "T.w. de basuyne te blasen.",
          "text2026": "dat is: Te weten, de bazuin te blazen."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in Israël: Dat is, onder het volk van Israël.",
          "text1637": "D. onder ’t volck van Israel.",
          "text2026": "in Israël: Dat is, onder het volk van Israël."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van den God Jakobs: Anders, voor den God van Jakob; te weten, dat men Hem een rechten godsdienst doet, zoals Hij dien van zijn volk vereist. Zie van de inzetting der feestdagen Exod. 23:17 ; Deut. 16:16 . Exodus 23:17 : Drie malen des jaars zullen al uw mannen voor het aangezicht des Heeren HEEREN verschijnen. Deuteronomium 16:16 : Driemaal in het jaar zal alles, wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, verschijnen, in de plaats, die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde broden, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten; maar het zal niet ledig voor het aangezicht des HEEREN verschijnen:",
          "text1637": "And. voor den Godt Iacobs, T.w. datmen hem eenen rechten Godts-dienst doe, soo als hy dien van sijn volck vereyscht. Siet van de insettinge der feest-dagen, Exod. 23.17. Deut. 16.16.",
          "text2026": "van de God van Jakob: Anders, voor de God van Jakob; te weten, dat men Hem een rechte godsdienst doet, zoals Hij die van zijn volk vereist. Zie van de inzetting van de feestdagen Ex. 23:17 ; Deut. 16:16 . Exodus 23:17 : Drie malen van de jaar zullen al uw mannen voor het aangezicht van de Heer JAHWEH verschijnen. Deuteronomium 16:16 : Driemaal in het jaar zal alles, wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht van JAHWEH, uws Gods, verschijnen, in de plaats, die Hij verkiezen zal: op het feest van de ongezuurde broden, en op het feest van de weken, en op het feest van de loofhutten; maar het zal niet leeg voor het aangezicht van JAHWEH verschijnen:"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חֹ֣ק",
          "strongs": "H2706",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/יִשְׂרָאֵ֣ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "ה֑וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ֝שְׁפָּ֗ט",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אלֹהֵ֥י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "יַעֲקֹֽב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> dat is een inzetting<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> in Israël, een recht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> van de God van Jakob.",
      "textSV1888_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> dat is een inzetting<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> in Israël, een recht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> van den God Jakobs.",
      "text1637_html": "Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> dat is eene insettinge <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> in Israël, een recht <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> van den Godt Iacobs.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Jakobs.",
          "new": "van Jakob.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Hij heeft het gezet tot een getuigenis in Jozef, als Hij uitgetogen was tegen Egypteland; alwaar ik gehoord heb een spraak, die ik niet verstond;",
      "text1637": "Hy heeft [10] het gesett [11] tot een getuygenisse [12] in Ioseph, als [13] hy uytgetogen was tegen Egyptenlant: [al waer] [14] ick gehoort hebbe [15] een sprake die ick niet en verstont.",
      "text2026": "Hij heeft het gezet tot een getuigenis in Jozef, als Hij uitgetogen was tegen Egypteland; alwaar ik gehoord heb een spraak, die ik niet verstond;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het gezet: Te weten, het blazen der bazuinen en de onderhouding der ceremoniën en feestdagen.",
          "text1637": "T.w. het blasen der basuynen, ende d’onderhoudinge der ceremonien ende feest-dagen.",
          "text2026": "het gezet: Te weten, het blazen van de bazuinen en de onderhouding van de ceremoniën en feestdagen."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot een getuigenis: Te weten, zijne genade over zijn volk.",
          "text1637": "T.w. sijner genade over sijn volck.",
          "text2026": "tot een getuigenis: Te weten, zijn genade over zijn volk."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in Jozef: Dat is, onder de nakomelingen van Jozef, bij wien hier in het algemeen alle Israëlieten verstaan worden; gelijk ook Ps. 80:2 . Psalmen 80:2 : O Herder Israëls! neem ter ore, Die Jozef als schapen leiddet; Die tussen de cherubim zit, verschijn blinkende.",
          "text1637": "D. onder de nakomelingen Iosephs, by de welcke hier in ’t gemeyn alle Israeliten verstaen worden, als oock Psal. 80.2.",
          "text2026": "in Jozef: Dat is, onder de nakomelingen van Jozef, bij wie hier in het algemeen alle Israëlieten verstaan worden; gelijk ook Ps. 80:2 . Psalmen 80:2 : O Herder van Israël! neem ter ore, Die Jozef als schapen leidde; Die tussen de cherubim zit, verschijn blinkend."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, God, die oorlog tegen de Egyptenaren gevoerd heeft, hen aantastende met zijne plagen.",
          "text1637": "T.w. Godt, die oorloge tegen de Egyptenaers gevoert heeft, haer aentastende met sijne plagen.",
          "text2026": "Te weten, God, die oorlog tegen de Egyptenaren gevoerd heeft, hen aantastende met zijn plagen."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ik gehoord: Dit spreekt Israël, in zulk een zin namelijk, willende te verstaan geven dat het in den persoon hunner vaderen [in wier lenden zij waren] onder een vreemd en onbekend volk in Egypte gewoond had.",
          "text1637": "Dit spreeckt Israel, in sulcken sin, namelick willende te verstaen geven, dat het in den persoon harer vaderen [in welckers lendenen sy waren] onder een vreemt ende onbekent volck in Egypten gewoont hadde.",
          "text2026": "ik gehoord: Dit spreekt Israël, in zulk een zin namelijk, willende te verstaan geven dat het in de persoon hun vaders [in wier lenden zij waren] onder een vreemd en onbekend volk in Egypte gewoond had."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een spraak: Hebr., שְׂפַת, een lip; gelijk Gen. 11:1 . De Hebreeuwse en Egyptische talen waren zo wijd van elkander verscheiden, dat de een den ander niet verstond; te weten, in het begin als zij eerst in Egypte kwamen. Zie Gen. 42:23 . Sommigen nemen dit alzo, dat de profeet hier wil zeggen dat Israël te dien tijde nog niet verstond de aanspraak van God, als daartoe nog niet gewend zijnde. Verg. Hand. 7:25 . Genesis 11:1 : En de ganse aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden. Genesis 42:23 : En zij wisten niet, dat het Jozef hoorde; want daar was een taalman tussen hen. Handelingen 7:25 : En hij meende, dat zijn broeders zouden verstaan, dat God door zijn hand hun verlossing geven zou; maar zij hebben het niet verstaan.",
          "text1637": "Hebr. een lippe, als Genes. 11.1. De Hebreeusche ende Egyptische spraken waren so wijt van malkanderen verscheyden, dat d’een d’ander niet en verstont. T.w. in’t begin, als sy eerst in Egypten quamen. Siet Genes. 42.23. Sommige nemen dit alsoo, dat de Propheet alhier wil seggen, dat Israel te dier tijt noch niet en verstont de aensprake Godts, als daer toe noch niet gewent zijnde. Vergel. Act. 7.25.",
          "text2026": "een spraak: Hebr., שְׂפַת, een lip; gelijk Gen. 11:1 . De Hebreeuwse en Egyptische talen waren zo wijd van elkaar verscheiden, dat de één de ander niet verstond; te weten, in het begin als zij eerst in Egypte kwamen. Zie Gen. 42:23 . Sommigen nemen dit zo, dat de profeet hier wil zeggen dat Israël te die tijde nog niet verstond de aanspraak van God, als daartoe nog niet gewend zijnde. Verg. Hand. 7:25 . Genesis 11:1 : En de gehele aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden. Genesis 42:23 : En zij wisten niet, dat het Jozef hoorde; want daar was een taalman tussen hen. Handelingen 7:25 : En hij meende, dat zijn broers zouden verstaan, dat God door zijn hand hun verlossing geven zou; maar zij hebben het niet verstaan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עֵ֤דוּת",
          "strongs": "H5715",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בִּֽ/יה֘וֹסֵ֤ף",
          "strongs": "H3084",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "שָׂמ֗/וֹ",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqp3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ֭/צֵאת/וֹ",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרָ֑יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שְׂפַ֖ת",
          "strongs": "H8193",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָדַ֣עְתִּי",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶשְׁמָֽע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> het gezet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> tot een getuigenis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> in Jozef, als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Hij uitgetogen was tegen Egypteland;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> alwaar ik gehoord<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> heb een spraak, die ik niet verstond;",
      "textSV1888_html": "Hij heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> het gezet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> tot een getuigenis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> in Jozef, als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Hij uitgetogen was tegen Egypteland;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> alwaar ik gehoord<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> heb een spraak, die ik niet verstond;",
      "text1637_html": "Hy heeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> het gesett <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> tot een getuygenisse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> in Ioseph, als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> hy uytgetogen was tegen Egyptenlant: [al waer] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> ick gehoort hebbe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> een sprake die ick niet en verstont."
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Ik heb zijn schouder van den last onttrokken; zijn handen zijn van de potten ontslagen.",
      "text1637": "[16] Ick hebbe [17] sijne schouder van [18] den last onttrocken: sijne handen zijn [19] van de potten [20] ontslagen.",
      "text2026": "Ik heb zijn schouder van de last onttrokken; zijn handen zijn van de potten ontslagen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik heb: Dit zijn de woorden des Heeren, welken de profeet hier sprekende invoert.",
          "text1637": "Dit zijn de woorden des Heeren, den welcken de Prophete hier sprekende in-voert.",
          "text2026": "Ik heb: Dit zijn de woorden van de Heer, welke de profeet hier sprekende invoert."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn schouder: [Zijn] , te weten van Jozef, dat is, der Israëlieten, gelijk vers 6 . Psalmen 81:6 : Hij heeft het gezet tot een getuigenis in Jozef, als Hij uitgetogen was tegen Egypteland; alwaar ik gehoord heb een spraak, die ik niet verstond;",
          "text1637": "Syne) T.w. Iosephs, D. der Israeliten, als vers 6.",
          "text2026": "zijn schouder: [Zijn] , te weten van Jozef, dat is, van de Israëlieten, gelijk vers 6 . Psalmen 81:6 : Hij heeft het gezet tot een getuigenis in Jozef, als Hij uitgetogen was tegen Egypteland; alwaar ik gehoord heb een spraak, die ik niet verstond;"
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "den last: Te weten, der dienstbaarheid, waaraan het volk van Israël in Egypte onderworpen was. Zie Exod. 1:5 . Exodus 1:5 : Al de zielen nu, die uit Jakobs heup voortgekomen zijn, waren zeventig zielen; doch Jozef was in Egypte.",
          "text1637": "T.w. der dienstbaerheyt, die ’tvolck van Israel in Egypten onderworpen was. siet Exod. 1. ende 5.",
          "text2026": "de last: Te weten, van de dienstbaarheid, waaraan het volk van Israël in Egypte onderworpen was. Zie Ex. 1:5 . Exodus 1:5 : Al de zielen nu, die uit Jakobs heup voortgekomen zijn, waren zeventig zielen; maar Jozef was in Egypte."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van de potten: Hebr. van de pot. Het schijnt dat de profeet daarop ziet, dat de kinderen Israëls potaarde hebben moeten graven, van welke zij gedwongen waren tichelstenen en potten te maken. Anders, bakken, te weten, waar men den kalk en het gruis in droeg. Anders, manden, korven.",
          "text1637": "Hebr. van den pot. ’T schijnt, dat de Prophete daer op siet, dat de kinderen Israels potaerde hebben moeten graven, van de welcke sy gedwongen waren tichel-steenen ende potten te maken. And. Backen. T.w. daer men den kalck ofte mortel in droech. And. manden, korven.",
          "text2026": "van de potten: Hebr. van de pot. Het schijnt dat de profeet daarop ziet, dat de kinderen van Israël potaarde hebben moeten graven, van welke zij gedwongen waren tichelstenen en potten te maken. Anders, bakken, te weten, waar men de kalk en het gruis in droeg. Anders, manden, korven."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. doorgegaan, of gepasseerd.",
          "text1637": "Hebr. door-gegaen, of, gepasseert.",
          "text2026": "Hebr. doorgegaan, of gepasseerd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֲסִיר֣וֹתִי",
          "strongs": "H5493",
          "morph": "HVhp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/סֵּ֣בֶל",
          "strongs": "H5447",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שִׁכְמ֑/וֹ",
          "strongs": "H7926",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ֝פָּ֗י/ו",
          "strongs": "H3709",
          "morph": "HNcfdc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/דּ֥וּד",
          "strongs": "H1731",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תַּעֲבֹֽרְנָה",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HVqi3fp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> zijn schouder van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> de last onttrokken; zijn handen zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> van de potten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> ontslagen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> zijn schouder van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> den last onttrokken; zijn handen zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> van de potten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> ontslagen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Ick hebbe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> sijne schouder van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> den last onttrocken: sijne handen zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> van de potten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> ontslagen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "In de benauwdheid riept gij, en Ik hielp u uit; Ik antwoordde u uit de schuilplaats des donders; Ik beproefde u aan de wateren van Meriba. Sela.",
      "text1637": "[21] In de benauwtheyt riept ghy, ende ick hielp u uyt, Ick antwoordde u [22] uyt de schuyl-plaetse des donders: [23] Ick beproefde u aen de wateren van [24] Meriba, [25] Sela!",
      "text2026": "In de benauwdheid riept u, en Ik hielp u uit; Ik antwoordde u uit de schuilplaats van de donder; Ik beproefde u aan de wateren van Meriba. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "In de benauwdheid: Enigen verstaan dit van hetgeen waar vers 7 , van gesproken wordt; anderen van de benauwdheid waarin zij waren bij de Rode zee; Exod. 2:23 , en Exod. 14:10 , 14:15 . Psalmen 81:7 : Ik heb zijn schouder van den last onttrokken; zijn handen zijn van de potten ontslagen. Exodus 2:23 : En het geschiedde na vele dezer dagen, als de koning van Egypte gestorven was, dat de kinderen Israëls zuchtten en schreeuwden over den dienst; en hun gekrijt over hun dienst kwam op tot God. Exodus 14:10 : Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israëls hun ogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en zij vreesden zeer; toen riepen de kinderen Israëls tot den HEERE. Exodus 14:15 : Toen zeide de HEERE tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israëls, dat zij voorttrekken.",
          "text1637": "Eenige verstaen dit van ’t gene daer vers 7. van gesproken wort: Andere, van de benaeutheyt daer sy in waren by de Roode zee, Exod. 2.23. ende 14.10, 15.",
          "text2026": "In de benauwdheid: Enige verstaan dit van wat waar vers 7 , van gesproken wordt; anderen van de benauwdheid waarin zij waren bij de Rode zee; Ex. 2:23 , en Ex. 14:10 , 14:15 . Psalmen 81:7 : Ik heb zijn schouder van de last onttrokken; zijn handen zijn van de potten ontslagen. Exodus 2:23 : En het geschiedde na vele van deze dagen, als de koning van Egypte gestorven was, dat de kinderen van Israël zuchtten en schreeuwden over de dienst; en hun gekrijt over hun dienst kwam op tot God. Exodus 14:10 : Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen van Israël hun ogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en zij vreesden zeer; toen riepen de kinderen van Israël tot JAHWEH. Exodus 14:15 : Toen zei JAHWEH tot Mozes: Wat roept u tot Mij? Zeg de kinderen van Israël, dat zij voorttrekken."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "uit de schuilplaats: Of, in de schuilplaats, dat is, uit de dikke wolkkolom, in welke God als verborgen zijnde, zijn volk van Israël geleidde, maar de Egyptenaars verschrikte met donder, enz.; Exod. 13:21 , en Exod. 14:19 , 14:20 , 14:24 , 14:25 . Zie ook Ps. 77:18 , 77:19 . Exodus 13:21 : En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht. Exodus 14:19 : En de Engel Gods, Die voor het heir van Israël ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen. Exodus 14:20 : En zij kwam tussen het leger der Egyptenaren, en tussen het leger van Israël; en de wolk was te gelijk duisternis en verlichtte den nacht; zodat de een tot den ander niet naderde den gansen nacht. Exodus 14:24 : En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat de HEERE, in de kolom des vuurs en der wolk, zag op het leger der Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger der Egyptenaren. Exodus 14:25 : En Hij stiet de raderen hunner wagenen weg, en deed ze zwaarlijk voortvaren. Toen zeiden de Egyptenaars: Laat ons vlieden van het aangezicht van Israël, want de HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaars. Psalmen 77:18 : De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarhenen. Psalmen 77:19 : Het geluid Uws donders was in het ronde; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde.",
          "text1637": "Of, in de schuyl-plaetse, D. uyt de dicke wolcken-kolomne, in de welcke Godt als verborgen zijnde, sijn volck van Israel geleydde, maer de Egyptenaers verschrickte met donder, etc. Exod. 13.21. ende 14.19, 20, 24, 25. Siet oock Psal. 77.18, 19.",
          "text2026": "uit de schuilplaats: Of, in de schuilplaats, dat is, uit de dikke wolkkolom, in welke God als verborgen zijnde, zijn volk van Israël geleidde, maar de Egyptenaars verschrikte met donder, enz.; Ex. 13:21 , en Ex. 14:19 , 14:20 , 14:24 , 14:25 . Zie ook Ps. 77:18 , 77:19 . Exodus 13:21 : En JAHWEH toog voor hun aangezicht, van de dag in een wolkkolom, dat Hij hen op de weg leidde, en van de nacht in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht. Exodus 14:19 : En de Engel van God, Die voor het legermacht van Israël ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen. Exodus 14:20 : En zij kwam tussen het leger van de Egyptenaren, en tussen het leger van Israël; en de wolk was te gelijk duisternis en verlichtte de nacht; zodat de één tot de ander niet naderde de gansen nacht. Exodus 14:24 : En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat JAHWEH, in de kolom van het vuur en van de wolk, zag op het leger van de Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger van de Egyptenaren. Exodus 14:25 : En Hij stiet de raderen hun wagens weg, en deed ze moeizaam voortvaren. Toen zeiden de Egyptenaars: Laat ons vluchten van het aangezicht van Israël, want JAHWEH strijdt voor hen tegen de Egyptenaars. Psalmen 77:18 : De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarheen. Psalmen 77:19 : Het geluid Uws donders was in het ronde; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik beproefde: Te weten, door groten dorst, dien Ik u te Rafidim liet lijden.",
          "text1637": "T.w. door grooten dorst dien ick u te Raphidim liet lijden.",
          "text2026": "Ik beproefde: Te weten, door grote dorst, die Ik u te Rafidim liet lijden."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Aldus zijn de wateren te Rafidim naderhand genoemd geworden. Zie Exod. 17:1 , 17:2 , 17:3 , 17:4 , 17:5 , 17:6 , 17:7 ; Num. 20:13 . Exodus 17:1 : Daarna toog de ganse vergadering van de kinderen Israëls, naar hun dagreizen, uit de woestijn Sin, op het bevel des HEEREN, en zij legerden zich te Rafidim. Daar nu was geen water voor het volk om te drinken. Exodus 17:2 : Toen twistte het volk met Mozes, en zeide: Geeft gijlieden ons water, dat wij drinken! Mozes dan zeide tot hen: Wat twist gij met mij? Waarom verzoekt gij den HEERE? Exodus 17:3 : Toen nu het volk aldaar dorstte naar water, zo murmureerde het volk tegen Mozes, en het zeide: Waartoe hebt gij ons nu uit Egypte doen optrekken, opdat gij mij, en mijn kinderen, en mijn vee, van dorst deedt sterven? Exodus 17:4 : Zo riep Mozes tot den HEERE, zeggende: Wat zal ik dit volk doen? Er feilt niet veel aan, of zij zullen mij stenigen. Exodus 17:5 : Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ga heen voor het aangezicht des volks, en neem met u uit de oudsten van Israël; en neem uw staf in uw hand, waarmede gij de rivier sloegt, en ga heen. Exodus 17:6 : Zie, Ik zal aldaar voor uw aangezicht op de rotssteen in Horeb staan; en gij zult op den rotssteen slaan, zo zal er water uitgaan, dat het volk drinke. Mozes nu deed alzo voor de ogen der oudsten van Israël. Exodus 17:7 : En hij noemde den naam dier plaats Massa en Meriba, om den twist der kinderen Israëls, en omdat zij den HEERE verzocht hadden, zeggende: Is de HEERE in het midden van ons, of niet? Numeri 20:13 : Dit zijn de wateren van Meriba, daar de kinderen Israëls met den HEERE om getwist hebben; en Hij werd aan hen geheiligd.",
          "text1637": "Aldus zijn de wateren te Raphidim na der hant genoemt geworden. siet Exod. 17. versen 1, 2, 3....7. Num. 20.13.",
          "text2026": "Aldus zijn de wateren te Rafidim naderhand genoemd geworden. Zie Ex. 17:1 , 17:2 , 17:3 , 17:4 , 17:5 , 17:6 , 17:7 ; Num. 20:13 . Exodus 17:1 : Daarna toog de gehele vergadering van de kinderen van Israël, naar hun dagreizen, uit de woestijn Sin, op het bevel van JAHWEH, en zij legerden zich te Rafidim. Daar nu was geen water voor het volk om te drinken. Exodus 17:2 : Toen twistte het volk met Mozes, en zei: Geeft u ons water, dat wij drinken! Mozes dan zei tot hen: Wat twist u met mij? Waarom verzoekt u JAHWEH? Exodus 17:3 : Toen nu het volk daar dorstte naar water, zo morde het volk tegen Mozes, en het zei: Waartoe hebt u ons nu uit Egypte doen optrekken, opdat u mij, en mijn kinderen, en mijn vee, van dorst deedt sterven? Exodus 17:4 : Zo riep Mozes tot JAHWEH, zeggende: Wat zal ik dit volk doen? Er feilt niet veel aan, of zij zullen mij stenigen. Exodus 17:5 : Toen zei JAHWEH tot Mozes: Ga heen voor het aangezicht van het volk, en neem met u uit de oudsten van Israël; en neem uw staf in uw hand, waarmee u de rivier sloegt, en ga heen. Exodus 17:6 : Zie, Ik zal daar voor uw aangezicht op de rotssteen in Horeb staan; en u zult op de rotssteen slaan, zo zal er water uitgaan, dat het volk drinke. Mozes nu deed zo voor de ogen van de oudsten van Israël. Exodus 17:7 : En hij noemde de naam dier plaats Massa en Meriba, om de twist van de kinderen van Israël, en omdat zij JAHWEH verzocht hadden, zeggende: Is JAHWEH in het midden van ons, of niet? Numeri 20:13 : Dit zijn de wateren van Meriba, daar de kinderen van Israël met JAHWEH om getwist hebben; en Hij werd aan hen geheiligd."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie de aantekening bij Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.",
          "text1637": "Siet d’aenteeck. Psal. 3. op vers 3.",
          "text2026": "Zie de aantekening bij Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בַּ/צָּרָ֥ה",
          "strongs": "H6869",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "קָרָ֗אתָ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "וָ/אֲחַ֫לְּצֶ֥/ךָּ",
          "strongs": "H2502",
          "morph": "HC/Vpw1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶ֭עֶנְ/ךָ",
          "strongs": "H6030",
          "morph": "HVqi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/סֵ֣תֶר",
          "strongs": "H5643",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "רַ֑עַם",
          "strongs": "H7482",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶבְחָֽנְ/ךָ֨",
          "strongs": "H974",
          "morph": "HVqi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מֵ֖י",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "מְרִיבָ֣ה",
          "strongs": "H4809",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup><span class=\"god-speaks\"><i> In de benauwdheid riept u, en Ik hielp u uit; Ik antwoordde u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> uit de schuilplaats van de donder;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Ik beproefde u aan de wateren van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Meriba.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Sela.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> In de benauwdheid riept gij, en Ik hielp u uit; Ik antwoordde u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> uit de schuilplaats des donders;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Ik beproefde u aan de wateren van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Meriba.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Sela.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> In de benauwtheyt riept ghy, ende ick hielp u uyt, Ick antwoordde u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> uyt de schuyl-plaetse des donders: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Ick beproefde u aen de wateren van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Meriba, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des donders;",
          "new": "van de donder;",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Mijn volk, zeide Ik hoor toe, en Ik zal onder u betuigen, Israël, of gij naar Mij hoordet!",
      "text1637": "[26] Mijn volck, [seyde ick] hoort toe, ende [27] ick sal onder u betuygen: Israël, [28] of ghy nae my hoordet!",
      "text2026": "Mijn volk, zei Ik hoor toe, en Ik zal onder u betuigen, Israël, of u naar Mij hoorde!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mijn volk: Dit zijn de woorden met welke God zijn volk aanspreekt in het geven zijner wet.",
          "text1637": "Dit zijn de woorden met dewelcke Godt sijn volck aenspreeckt in’t geven sijner wet.",
          "text2026": "Mijn volk: Dit zijn de woorden met welke God zijn volk aanspreekt in het geven zijn wet."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik zal onder u betuigen: Dat is, Ik zal u tot getuige nemen. Of, Ik zal u betuigen en te kennen geven wat mijn wil is en wat gij doen zult.",
          "text1637": "D. Ick sal u tot getuyge nemen. ofte ick sal u betuygen ende te kennen geven, wat mijnen wille zy, ende wat ghy doen sult.",
          "text2026": "Ik zal onder u betuigen: Dat is, Ik zal u tot getuige nemen. Of, Ik zal u betuigen en te kennen geven wat mijn wil is en wat u doen zult."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "of gij naar Mij hoordet: Versta hierbij: Hoe gelukkig zoudt gij zijn? Zie Exod. 15:26 ; Deut. 32:29 . Exodus 15:26 : En zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester! Deuteronomium 32:29 : O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.",
          "text1637": "Verst. hier by, hoe geluckich soudt ghy zijn? Siet Exo. 15.26. Deut. 32.29.",
          "text2026": "of u naar Mij hoorde: Versta hierbij: Hoe gelukkig zoudt u zijn? Zie Ex. 15:26 ; Deut. 32:29 . Exodus 15:26 : En zei: Is het, dat u met ernst naar de stem van JAHWEH uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de ziekten op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben JAHWEH, uw Heelmeester! Deuteronomium 32:29 : O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שְׁמַ֣ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "עַ֭מִּ/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָעִ֣ידָה",
          "strongs": "H5749",
          "morph": "HC/Vhh1cs"
        },
        {
          "woord": "בָּ֑/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "יִ֝שְׂרָאֵ֗ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "תִּֽשְׁמַֽע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Mijn volk, zei Ik hoor toe, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> Ik zal onder u betuigen, Israël,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> of u naar Mij hoorde!</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Mijn volk, zeide Ik hoor toe, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> Ik zal onder u betuigen, Israël,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> of gij naar Mij hoordet!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Mijn volck, [seyde ick] hoort toe, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> ick sal onder u betuygen: Israël, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> of ghy nae my hoordet!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "hoordet!",
          "new": "hoorde!",
          "principe": "V433"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Er zal onder u geen uitlands god wezen, en gij zult u voor geen vreemden god nederbuigen.",
      "text1637": "Daer en sal onder u geen uyt-lants Godt wesen, ende ghy en sult u voor geenen vreemden Godt nederbuygen.",
      "text2026": "Er zal onder u geen uitlands god wezen, en u zult u voor geen vreemden god neerbuigen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִהְיֶ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "בְ֭/ךָ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "זָ֑ר",
          "strongs": "H2114",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִ֝שְׁתַּחֲוֶ֗ה",
          "strongs": "H7812",
          "morph": "HVvi2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/אֵ֣ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "נֵכָֽר",
          "strongs": "H5236",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Er zal onder u geen uitlands god wezen, en u zult u voor geen vreemden god neerbuigen.</i></span>",
      "text1637_html": "Daer en sal onder u geen uyt-lants Godt wesen, ende ghy en sult u voor geenen vreemden Godt nederbuygen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "nederbuigen.",
          "new": "neerbuigen.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Ik ben de Heere, uw God, Die u heb opgevoerd uit het land van Egypte; doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.",
      "text1637": "Ick ben de HEERE uwe Godt, die u hebbe op-gevoert uyt het lant van Egypten: [29] Doet uwen mont wijt open, ende ick sal hem vervullen.",
      "text2026": "Ik ben de Heere, uw God, Die u heb opgevoerd uit het land van Egypte; doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "doe uw mond wijd open: Dat is, spreek en begeer al wat gij wilt, Ik zal het u overvloediglijk geven; te weten indien gij naar mijn wil en wetten leeft. Zie dergelijke belofte Joh. 15:7 , en 1 Joh. 3:22 . Johannes 15:7 : Indien gij in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, zo wat gij wilt, zult gij begeren, en het zal u geschieden. 1 Johannes 3:22 : En zo wat wij bidden, ontvangen wij van Hem, dewijl wij Zijn geboden bewaren, en doen, hetgeen behagelijk is voor Hem.",
          "text1637": "D. spreeckt ende begeert al wat ghy wilt, ick sal ’t u overvloedelick geven: Te weten, indien ghy nae mijnen wille ende wetten leeft. Siet dergelijcke belofte, Ioh. 15. vers 7. ende 1.Iohan. 3.22.",
          "text2026": "doe uw mond wijd open: Dat is, spreek en begeer al wat u wilt, Ik zal het u overvloediglijk geven; te weten als u naar mijn wil en wetten leeft. Zie dergelijke belofte Joh. 15:7 , en 1 Joh. 3:22 . Johannes 15:7 : Als u in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, zo wat u wilt, zult u begeren, en het zal u gebeuren. 1 Johannes 3:22 : En zo wat wij bidden, ontvangen wij van Hem, omdat wij Zijn geboden bewaren, en doen, wat behagelijk is voor Hem."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָנֹכִ֨י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְה֘וָ֤ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הַֽ֭/מַּעַלְ/ךָ",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HTd/Vhrmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרָ֑יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַרְחֶב",
          "strongs": "H7337",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "פִּ֝֗י/ךָ",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲמַלְאֵֽ/הוּ",
          "strongs": "H4390",
          "morph": "HC/Vpi1cs/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik ben de Heere, uw God, Die u heb opgevoerd uit het land van Egypte;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik ben de Heere, uw God, Die u heb opgevoerd uit het land van Egypte;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.",
      "text1637_html": "Ick ben de HEERE uwe Godt, die u hebbe op-gevoert uyt het lant van Egypten: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Doet uwen mont wijt open, ende ick sal hem vervullen.",
      "phraseDiff": []
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord; en Israël heeft Mijner niet gewild.",
      "text1637": "Maer mijn volck en heeft mijne stemme niet gehoort: ende Israël [30] en heeft mijner niet gewilt.",
      "text2026": "Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord; en Israël heeft Van mijn niet gewild.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "heeft Mijner niet gewild: Dat is, het is tot mij zo ijverig en zo getrouw niet geneigd geweest, als dat wel zou betaamd hebben; hetwelk daaraan gebleken is, als het zich straks, nadat Ik het mijne wetten en geboden gegeven had, een gouden kalf gemaakt heeft en jegens mij opgestaan is; Exod. 32:2 , enz., idem Richt. 2:2 , en Richt. 4:1 , en Richt. 6:1 , en Richt. 8:27 , en Richt. 10:6 , en Richt. 13:1 , en Richt. 18:30 . Exodus 32:2 : Aäron nu zeide tot hen: Rukt af de gouden oorsierselen, die in de oren uwer vrouwen, uwer zonen, en uwer dochteren zijn; en brengt ze tot mij. Richteren 2:2 : En ulieden aangaande, gij zult geen verbond maken met de inwoners dezes lands; hun altaren zult gij afbreken. Maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest; waarom hebt gij dit gedaan? Richteren 4:1 : Maar de kinderen Israëls voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, als Ehud gestorven was. Richteren 6:1 : Maar de kinderen Israëls deden, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; zo gaf hen de HEERE in de hand der Midianieten, zeven jaren. Richteren 8:27 : En Gideon maakte daarvan een efod, en stelde die in zijn stad, te Ofra; en gans Israël hoereerde aldaar denzelven na; en het werd Gideon en zijn huis tot een valstrik. Richteren 10:6 : Toen voeren de kinderen Israëls voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en dienden de Baäls, en Astharoth, en de goden van Syrië, en de goden van Sidon, en de goden van Moab, en de goden der kinderen Ammons, mitsgaders de goden der Filistijnen; en zij verlieten den HEERE, en dienden Hem niet. Richteren 13:1 : En de kinderen Israëls voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; zo gaf de HEERE hen in de hand der Filistijnen veertig jaren. Richteren 18:30 : En de kinderen van Dan richtten voor zich dat gesneden beeld op; en Jonathan, de zoon van Gersom, den zoon van Manasse, hij en zijn zonen waren priesters voor den stam der Danieten, tot den dag toe, dat het land gevankelijk is weggevoerd.",
          "text1637": "D. ’T en is tot my soo yverichlick, noch soo getrouwelick niet geneycht geweest, als dat wel soude betaemt hebben: ’t welck daer aen gebleken heeft, als het sich stracks, na dat ick het mijne wetten ende geboden gegeven hadde, een gouden calf gemaeckt, ende tegens my gerebelleert heeft, Exod. 32.2, etc. Item Iud. 2.2. ende 4.1. ende 6.1. ende 8.27. ende 10.6. ende 13.1. ende 18.30.",
          "text2026": "heeft Mijn niet gewild: Dat is, het is tot mij zo ijverig en zo getrouw niet geneigd geweest, als dat wel zou betaamd hebben; dat daaraan gebleken is, als het zich straks, nadat Ik het mijn wetten en geboden gegeven had, een gouden kalf gemaakt heeft en tegenover mij opgestaan is; Ex. 32:2 , enz., idem Richt. 2:2 , en Richt. 4:1 , en Richt. 6:1 , en Richt. 8:27 , en Richt. 10:6 , en Richt. 13:1 , en Richt. 18:30 . Exodus 32:2 : Aäron nu zei tot hen: Rukt af de gouden oorsierselen, die in de oren uw vrouwen, uw zonen, en uw dochters zijn; en brengt ze tot mij. Richteren 2:2 : En u aangaande, u zult geen verbond maken met de inwoners van deze lands; hun altaren zult u afbreken. Maar u bent Mijn stem niet gehoorzaam geweest; waarom hebt u dit gedaan? Richteren 4:1 : Maar de kinderen van Israël voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen van JAHWEH, als Ehud gestorven was. Richteren 6:1 : Maar de kinderen van Israël deden, dat kwaad was in de ogen van JAHWEH; zo gaf hen JAHWEH in de hand van de Midianieten, zeven jaren. Richteren 8:27 : En Gideon maakte daarvan een efod, en stelde die in zijn stad, te Ofra; en geheel Israël hoereerde daar dezelfde na; en het werd Gideon en zijn huis tot een valstrik. Richteren 10:6 : Toen voeren de kinderen van Israël voort te doen, dat kwaad was in de ogen van JAHWEH, en dienden de Baäls, en Astharoth, en de goden van Syrië, en de goden van Sidon, en de goden van Moab, en de goden van de kinderen Ammons, en ook de goden van de Filistijnen; en zij verlieten JAHWEH, en dienden Hem niet. Richteren 13:1 : En de kinderen van Israël voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen van JAHWEH; zo gaf JAHWEH hen in de hand van de Filistijnen veertig jaren. Richteren 18:30 : En de kinderen van Dan richtten voor zich dat gesneden beeld op; en Jonathan, de zoon van Gersom, de zoon van Manasse, hij en zijn zonen waren priesters voor de stam van de Danieten, tot de dag toe, dat het land gevankelijk is weggevoerd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שָׁמַ֣ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "עַמִּ֣/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/קוֹלִ֑/י",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/יִשְׂרָאֵ֗ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אָ֥בָה",
          "strongs": "H14",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord; en Israël<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> heeft Van mijn niet gewild.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord; en Israël<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> heeft Mijner niet gewild.",
      "text1637_html": "Maer mijn volck en heeft mijne stemme niet gehoort: ende Israël <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> en heeft mijner niet gewilt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Mijner",
          "new": "Van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Dies heb Ik het overgegeven in het goeddunken huns harten, dat zij wandelden in hun raadslagen.",
      "text1637": "Dies heb’ ick het overgegeven [31] in ’t goetduncken hares herten, datse wandelden in hare raetslagen.",
      "text2026": "Daarom heb Ik het overgegeven in het goeddunken van hun harten, dat zij wandelden in hun raadslagen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in het goeddunken: Zie Deut. 29:19 ; Jer. 3:17 , en Jer. 7:24 , en Jer. 9:14 , en Jer. 11:8 ; Hand. 14:16 . Deuteronomium 29:19 : En het geschiede, als hij de woorden dezes vloeks hoort, dat hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: Ik zal vrede hebben, wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om den dronkene te doen tot den dorstige. Jeremia 3:17 : Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen, des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart. Jeremia 7:24 : Doch zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar gewandeld in de raadslagen, in het goeddunken van hun boos hart; en zij zijn achterwaarts gekeerd, en niet voorwaarts. Jeremia 9:14 : Maar hebben gewandeld naar het goeddunken huns harten, en naar de Baäls, hetwelk hun vaders hun geleerd hadden. Jeremia 11:8 : Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar hebben gewandeld, een iegelijk naar het goeddunken van hunlieder boos hart; daarom heb Ik over hen gebracht al de woorden dezes verbonds, dat Ik geboden heb te doen, maar zij niet gedaan hebben. Handelingen 14:16 : Welke in de verledene tijden al de heidenen heeft laten wandelen in hun wegen;",
          "text1637": "Siet Deut. 29.19. Ierem. 3.17. ende 7.24. ende 9.14. ende 11.8. Actor. 14.16.",
          "text2026": "in het goeddunken: Zie Deut. 29:19 ; Jer. 3:17 , en Jer. 7:24 , en Jer. 9:14 , en Jer. 11:8 ; Hand. 14:16 . Deuteronomium 29:19 : En het geschiede, als hij de woorden van deze vloeks hoort, dat hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: Ik zal vrede hebben, wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om de dronkene te doen tot de dorstige. Jeremia 3:17 : In die tijd zullen zij Jeruzalem noemen, van JAHWEH troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om de Naams van JAHWEH wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart. Jeremia 7:24 : Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar gewandeld in de raadslagen, in het goeddunken van hun boos hart; en zij zijn achterwaarts gekeerd, en niet voorwaarts. Jeremia 9:14 : Maar hebben gewandeld naar het goeddunken huns harten, en naar de Baäls, dat hun vaders hun geleerd hadden. Jeremia 11:8 : Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar hebben gewandeld, een iedereen naar het goeddunken van hun boos hart; daarom heb Ik over hen gebracht al de woorden van deze verbonds, dat Ik geboden heb te doen, maar zij niet gedaan hebben. Handelingen 14:16 : Welke in de vroegere tijden al de heidenen heeft laten wandelen in hun wegen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָֽ֭/אֲשַׁלְּחֵ/הוּ",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HC/Vpw1cs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בִּ/שְׁרִיר֣וּת",
          "strongs": "H8307",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "לִבָּ֑/ם",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יֵ֝לְכ֗וּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּֽ/מוֹעֲצוֹתֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H4156",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom heb Ik het overgegeven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> in het goeddunken van hun harten, dat zij wandelden in hun raadslagen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Dies heb Ik het overgegeven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> in het goeddunken huns harten, dat zij wandelden in hun raadslagen.",
      "text1637_html": "Dies heb’ ick het overgegeven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> in ’t goetduncken hares herten, datse wandelden in hare raetslagen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Dies",
          "new": "Daarom",
          "principe": "V333"
        },
        {
          "old": "huns",
          "new": "van hun",
          "principe": "V205"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Och, dat Mijn volk naar Mij gehoord had, dat Israël in Mijn wegen gewandeld had!",
      "text1637": "Och dat mijn volck nae my gehoort hadde! [32] dat Israël in mijne wegen gewandelt hadde!",
      "text2026": "Och, dat Mijn volk naar Mij gehoord had, dat Israël in Mijn wegen gewandeld had!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dat Israël: Dat is, de Israëlieten. Daarom volgt er in den Hebr., tekst, gewandeld hadden, in het getal van velen.",
          "text1637": "D. de Israeliten. Daerom volchter in den hebreeuschen text, Gewandelt hadden. in’t getal van vele.",
          "text2026": "dat Israël: Dat is, de Israëlieten. Daarom volgt er in de Hebr., tekst, gewandeld hadden, in het getal van velen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ל֗וּ",
          "strongs": "H3863",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עַ֭מִּ/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שֹׁמֵ֣עַֽ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ֑/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִ֝שְׂרָאֵ֗ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בִּ/דְרָכַ֥/י",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהַלֵּֽכוּ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVpi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Och, dat Mijn volk naar Mij gehoord had,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> dat Israël in Mijn wegen gewandeld had!</i></span>",
      "textSV1888_html": "Och, dat Mijn volk naar Mij gehoord had,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> dat Israël in Mijn wegen gewandeld had!",
      "text1637_html": "Och dat mijn volck nae my gehoort hadde! <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> dat Israël in mijne wegen gewandelt hadde!"
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "In kort zou Ik hun vijanden gedempt hebben, en Mijn hand gewend hebben tegen hun wederpartijders.",
      "text1637": "In korten soude ick hare vyanden [33] gedempt hebben, ende mijne [34] hant gewendt hebben tegen hare wederpartijders.",
      "text2026": "In kort zou Ik hun vijanden gedempt hebben, en Mijn hand gewend hebben tegen hun tegenstanders.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "En volgens dien, hun vrede verleend hebben. Verg. 2 Sam. 7:10 , en 1 Kron. 17:9 . 2 Samuël 7:10 : En Ik heb voor Mijn volk, voor Israël, een plaats besteld, en hem geplant, dat hij aan zijn plaats wone, en niet meer heen en weder gedreven worde; en de kinderen der verkeerdheid zullen hem niet meer verdrukken, gelijk als in het eerst. 1 Kronieken 17:9 : En Ik heb voor Mijn volk Israël een plaats besteld, en hem geplant, dat hij aan zijn plaats wone, en niet meer heen en weder gedreven worde; en de kinderen der verkeerdheid zullen hem niet meer krenken, gelijk als in het eerst.",
          "text1637": "Ende volgens dien, haer vrede verleent hebben. Vergel. 2.Sam. 7.10. ende 1.Chron 17.9.",
          "text2026": "En volgens die, hun vrede verleend hebben. Verg. 2 Sam. 7:10 , en 1 Kron. 17:9 . 2 Samuël 7:10 : En Ik heb voor Mijn volk, voor Israël, een plaats besteld, en hem geplant, dat hij aan zijn plaats woon, en niet meer heen en weer gedreven worde; en de kinderen van de verkeerdheid zullen hem niet meer verdrukken, gelijk als in het eerst. 1 Kronieken 17:9 : En Ik heb voor Mijn volk Israël een plaats besteld, en hem geplant, dat hij aan zijn plaats woon, en niet meer heen en weer gedreven worde; en de kinderen van de verkeerdheid zullen hem niet meer krenken, gelijk als in het eerst."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, straf, plaag. Zie de aantekening bij Job 13:21 . Job 13:21 : Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.",
          "text1637": "D. straffe, plage. siet de aenteeck. Iob. 13.21.",
          "text2026": "Dat is, straf, plaag. Zie de aantekening bij Job 13:21 . Job 13:21 : Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֭/מְעַט",
          "strongs": "H4592",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אוֹיְבֵי/הֶ֣ם",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אַכְנִ֑יעַ",
          "strongs": "H3665",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֥ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "צָ֝רֵי/הֶ֗ם",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אָשִׁ֥יב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "יָדִֽ/י",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>In kort zou Ik hun vijanden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> gedempt hebben, en Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> hand gewend hebben tegen hun tegenstanders.</i></span>",
      "textSV1888_html": "In kort zou Ik hun vijanden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> gedempt hebben, en Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> hand gewend hebben tegen hun wederpartijders.",
      "text1637_html": "In korten soude ick hare vyanden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> gedempt hebben, ende mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> hant gewendt hebben tege<i>n</i> hare wederpartijders.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederpartijders.",
          "new": "tegenstanders.",
          "principe": "V93"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Die den HEERE haten, zouden zich Hem geveinsdelijk onderworpen hebben, maar hunlieder tijd zou eeuwig geweest zijn.",
      "text1637": "Die den HEERE haten, souden [35] sich hem geveynsdelick onderworpen hebben, maer [36] haerlieder tijt soude eeuwich geweest zijn.",
      "text2026": "Die JAHWEH haten, zouden zich Hem geveinst onderworpen hebben, maar hun tijd zou eeuwig geweest zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zich Hem: Zie de aantekening bij Deut. 33:29 . Zie ook Ps. 66:3 . Deuteronomium 33:29 : Welgelukzalig zijt gij, o Israël! wie is u gelijk? gij zijt een volk, verlost door den HEERE, het Schild uwer hulp, en Die een Zwaard is uwer hoogheid; daarom zullen zich uw vijanden geveinsdelijk aan u onderwerpen, en gij zult op hun hoogten treden! Psalmen 66:3 : Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U onderwerpen.",
          "text1637": "Siet de aent. Deut. 33. op vers 29. Siet oock Psal. 66.3.",
          "text2026": "zich Hem: Zie de aantekening bij Deut. 33:29 . Zie ook Ps. 66:3 . Deuteronomium 33:29 : Welgelukzalig zijt u, o Israël! wie is u gelijk? u bent een volk, verlost door JAHWEH, het Schild uw hulp, en Die een Zwaard is uw hoogheid; daarom zullen zich uw vijanden geveinst aan u onderwerpen, en u zult op hun hoogten treden! Psalmen 66:3 : Zegt tot God: Hoe vreselijk bent U in Uw werken! Om de grootheid Uw sterkte zullen zich Uw vijanden geveinst aan U onderwerpen."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, mijns volks tijd, dat is welvaart, gelukzaligheid. De zin is dat zij een langdurig en goed leven zouden gehad hebben.",
          "text1637": "T.w. mijnes volcks tijdt, D. welvaert, gelucksalicheyt: De sin is, datse een lanckduerich ende goet leven souden gehadt hebben.",
          "text2026": "Te weten, mijns volks tijd, dat is welvaart, gelukzaligheid. De zin is dat zij een langdurig en goed leven zouden gehad hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מְשַׂנְאֵ֣י",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HVprmpc"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יְכַֽחֲשׁוּ",
          "strongs": "H3584",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "ל֑/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וִ/יהִ֖י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqj3ms"
        },
        {
          "woord": "עִתָּ֣/ם",
          "strongs": "H6256",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Die JAHWEH haten, zouden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> zich Hem geveinst onderworpen hebben, maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> hun tijd zou eeuwig geweest zijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Die den HEERE haten, zouden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> zich Hem geveinsdelijk onderworpen hebben, maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> hunlieder tijd zou eeuwig geweest zijn.",
      "text1637_html": "Die den HEERE haten, souden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> sich hem geveynsdelick onderworpen hebben, maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> haerlieder tijt soude eeuwich geweest zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "geveinsdelijk",
          "new": "geveinst",
          "principe": "V429"
        },
        {
          "old": "hunlieder",
          "new": "hun",
          "principe": "V329"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "En Hij zou het gespijsd hebben met het vette der tarwe; ja, Ik zou u verzadigd hebben met honig uit de rotsstenen.",
      "text1637": "Ende [37] hy soude [38] het gespijst hebben met [39] het vette der tarwe: Ia [40] ick soude u versadigt hebben met honich [41] uyt de rotz-steenen.",
      "text2026": "En Hij zou het gespijsd hebben met het vette van de tarwe; ja, Ik zou u verzadigd hebben met honing uit de rotsstenen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, de Heere.",
          "text1637": "T.w. de Heere.",
          "text2026": "Te weten, de Heer."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, zijn volk, vers 14 . Psalmen 81:14 : Och, dat Mijn volk naar Mij gehoord had, dat Israël in Mijn wegen gewandeld had!",
          "text1637": "T.w. sijn volck, vers 14.",
          "text2026": "Te weten, zijn volk, vers 14 . Psalmen 81:14 : Och, dat Mijn volk naar Mij gehoord had, dat Israël in Mijn wegen gewandeld had!"
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het vette der tarwe: Dat is, de bloem, of het beste des korens, gelijk Num. 18:12 ; Deut. 32:14 ; Ps. 147:14 . Numeri 18:12 : Al het beste van de olie, en al het beste van de most, en van koren, hun eerstelingen, die zij den HEERE zullen geven, u heb Ik ze gegeven. Deuteronomium 32:14 : Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken. Psalmen 147:14 : Die uw landpalen in vrede stelt; Hij verzadigt u met het vette der tarwe.",
          "text1637": "Dat is, de bloeme, ofte, het beste des koorns, als Num. 18.12. Deut. 32.14. Psal. 147.14.",
          "text2026": "het vette van de tarwe: Dat is, de bloem, of het beste van de korens, gelijk Num. 18:12 ; Deut. 32:14 ; Ps. 147:14 . Numeri 18:12 : Al het beste van de olie, en al het beste van de most, en van koren, hun eerstelingen, die zij JAHWEH zullen geven, u heb Ik ze gegeven. Deuteronomium 32:14 : Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet van de lammeren en van de rammen, die in Bazan weiden, en van de bokken, met het vette van de nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt u gedronken. Psalmen 147:14 : Die uw gebied in vrede stelt; Hij verzadigt u met het vette van de tarwe."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik zou: Dit spreekt nu God wederom in zijn eigen persoon.",
          "text1637": "Dit spreeckt nu Godt wederom in sijnen eygenen persoon.",
          "text2026": "Ik zou: Dit spreekt nu God opnieuw in zijn eigen persoon."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "uit de rotsstenen: Versta hierbij dat stede in de reten der steenrotsen in overvloed zou gevonden worden, alzo de bijen in het land Kanaän zich veel in de steenrotsen ophouden. Zie de aantekening bij Deut. 32:13 . Hebr. uit de rotssteen. Dit geestelijkerwijze verstaan zijnde, zo betekent de steenrots Christus, 1 Kor. 10:4 , en de honing de zoetigheid der woorden, die uit zijnen mond vloeien, zijnde zoetigheid der ziel en gezondheid der beenderen; Ps. 19:11 ; Spreuk. 16:24 ; Hoogl. 4:11 . Deuteronomium 32:13 : Hij deed hem rijden op de hoogten der aarde, dat hij at de inkomsten des velds; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit den kei der rots; 1 Korinthiërs 10:4 : En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus. Psalmen 19:11 : Zij zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig en honigzeem. Spreuken 16:24 : Liefelijke redenen zijn een honigraat, zoet voor de ziel, en medicijn voor het gebeente. Hooglied 4:11 : Uw lippen, o bruid! druppen van honigzeem; honig en melk is onder uw tong, en de reuk uwer klederen is als de reuk van Libanon.",
          "text1637": "Versaet hier by, dat stedes in de reten der steen-rotzen in overvloet soude gevonden worden: Also de byen in ’t lant Canaan, haer vele in de steen-rotzen onthouden. Siet de aenteeck. Deut. 32.15. Hebr. uyt den rotz-steen. Dit geestelicker wijse verstaen zijnde, so beteeckent de steen-rotze Christum, 1.Corinth. 10.4. Ende de honich, de soeticheyt der woorden, die uyt sijnen mont vlieten, zijnde soeticheyt der ziele, ende gesontheyt der beenderen, Psal. 19.11. Prov. 16.24. ende Cant. 4.11.",
          "text2026": "uit de rotsstenen: Versta hierbij dat stede in de reten van de steenrotsen in overvloed zou gevonden worden, zo de bijen in het land Kanaän zich veel in de steenrotsen ophouden. Zie de aantekening bij Deut. 32:13 . Hebr. uit de rotssteen. Dit geestelijkerwijze verstaan zijnde, zo betekent de steenrots Christus, 1 Kor. 10:4 , en de honing de zoetigheid van de woorden, die uit zijn mond vloeien, zijnde zoetigheid van de ziel en gezondheid van de beenderen; Ps. 19:11 ; Spr. 16:24 ; Hoogl. 4:11 . Deuteronomium 32:13 : Hij deed hem rijden op de hoogten van de aarde, dat hij at de inkomsten van het veld; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit de kei van de rots; 1 Korinthiërs 10:4 : En allen dezelfde geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus. Psalmen 19:11 : Zij zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig en honigzeem. Spreuken 16:24 : Liefelijke redenen zijn een honigraat, zoet voor de ziel, en medicijn voor het gebeente. Hooglied 4:11 : Uw lippen, o bruid! druppen van honigzeem; honig en melk is onder uw tong, en de reuk uw kleren is als de reuk van Libanon."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַֽ֭/יַּאֲכִילֵ/הוּ",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/חֵ֣לֶב",
          "strongs": "H2459",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "חִטָּ֑ה",
          "strongs": "H2406",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/מִ/צּ֗וּר",
          "strongs": "H6697",
          "morph": "HC/R/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "דְּבַ֣שׁ",
          "strongs": "H1706",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אַשְׂבִּיעֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H7646",
          "morph": "HVhi1cs/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Hij zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> het gespijsd hebben met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> het vette van de tarwe; ja,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> Ik zou u verzadigd hebben met honing<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> uit de rotsstenen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Hij zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> het gespijsd hebben met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> het vette der tarwe; ja,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> Ik zou u verzadigd hebben met honig<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> uit de rotsstenen.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> hy soude <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> het gespijst hebben met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> het vette der tarwe: Ia <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> ick soude u versadigt hebben met honich <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> uyt de rotz-steenen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "honig",
          "new": "honing",
          "principe": "V233"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De Prophete vermaent het volck, Godt den Heer hoochlick te loven, van wegen de veelvoudige weldaden ende verlossingen die Godt aen het selve gedaen hadde: met klachte over hare ongehoorsaemheyt, die hen tot schade was gereykende.",
    "text2026": "De profeet vermaant het volk om God de HEERE hoog te loven, vanwege de veelvuldige weldaden en verlossingen die God aan hetzelve gedaan had; met klacht over hun ongehoorzaamheid, die hun tot schade strekte."
  }
}
