{
  "number": 82,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van Asaf. God staat in de vergadering Godes; Hij oordeelt in het midden der goden;",
      "text1637": "EEn [1] Psalm Asaphs. Godt [2] staet [3] in de vergaderinge Godes: [4] hy oordeelt [5] in’t midden der Goden.",
      "text2026": "Een psalm van Asaf. God staat in de vergadering van God; Hij oordeelt in het midden van de goden;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "psalm van Asaf: Zie de aantekening bij Ps. 48:1 , en Ps. 50:1 . Psalmen 48:1 : Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach. Psalmen 50:1 : Een psalm van Asaf. De God der goden, de HEERE spreekt, en roept de aarde, van den opgang der zon tot aan haar ondergang.",
          "text1637": "Siet de aenteeck. op Psal. 45.1. ende 50.1.",
          "text2026": "psalm van Asaf: Zie de aantekening bij Ps. 48:1 , en Ps. 50:1 . Psalmen 48:1 : Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach. Psalmen 50:1 : Een psalm van Asaf. De God van de goden, JAHWEH spreekt, en roept de aarde, van de opgang van de zon tot aan haar ondergang."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, Hij is tegenwoordig, te weten, als souverein, of opperste rechter.",
          "text1637": "D. hy is tegenwoordich, Te weten, als Souverain, ofte opperste Richter.",
          "text2026": "Dat is, Hij is tegenwoordig, te weten, als souverein, of opperste rechter."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in de vergadering Godes: Dat is, in zijne vergadering, in de vergadering, die samenkomt om van zijnentwege en uit zijn bevel recht te doen. Zie Deut. 1:17 ; 2 Kron. 19:6 ; Rom. 13:1 . Deuteronomium 1:17 : Gij zult het aangezicht in het gericht niet kennen; gij zult den kleine, zowel als den grote, horen; gij zult niet vrezen voor iemands aangezicht; want het gericht is Godes; doch de zaak, die voor u te zwaar zal zijn, zult gij tot mij doen komen, en ik zal ze horen. 2 Kronieken 19:6 : En hij zeide tot de richters: Ziet wat gij doet, want gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE; en Hij is bij u in de zaak van het gericht. Romeinen 13:1 : Alle ziel zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd.",
          "text1637": "D. in sijne vergaderinge, in de vergaderinge die ’t samen komt om van sijnent wege, ende uyt sijn bevel, recht te doen. Siet Deut. 1.17. ende 2.Chron. 19.6. ende Rom. 13.1.",
          "text2026": "in de vergadering van God: Dat is, in zijn vergadering, in de vergadering, die samenkomt om van zijnentwege en uit zijn bevel recht te doen. Zie Deut. 1:17 ; 2 Kron. 19:6 ; Rom. 13:1 . Deuteronomium 1:17 : U zult het aangezicht in het gericht niet kennen; u zult de kleine, zowel als de grote, horen; u zult niet vrezen voor iemands aangezicht; want het gericht is van God; maar de zaak, die voor u te zwaar zal zijn, zult u tot mij doen komen, en ik zal ze horen. 2 Kronieken 19:6 : En hij zei tot de richters: Ziet wat u doet, want u houdt het gericht niet de mens, maar JAHWEH; en Hij is bij u in de zaak van het gericht. Romeinen 13:1 : Alle ziel zij de machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God bestemd."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij oordeelt: Alzo, namelijk, dat Hij hunne oordelen door zijne voorzienigheid en wijsheid alzo bestuurt en regeert, dat zij tot zijne eer strekken moeten. Of [Hij oordeelt]; dat is, Hij let er wel op welke vonnissen de rechters uitspreken belonende de rechters, die goed recht spreken, en straffende degenen, die hunne onderzaten onrechtvaardig verdrukken.",
          "text1637": "Alsoo, namelick, dat hy hare oordeelen, door sijne voorsichticheyt ende wijsheyt, alsoo stiert ende regeert, dat sy tot sijne eere strecken moeten. ofte, hy oordeelt) dat is, hy letter wel op, wat sententien dat de Richters uytspreken, beloonende de Richters die goet recht spreken: ende straffende de gene die hare ondersaten onrechtveerdelick verdrucken.",
          "text2026": "Hij oordeelt: Zo, namelijk, dat Hij hun oordelen door zijn voorzienigheid en wijsheid zo bestuurt en regeert, dat zij tot zijn eer strekken moeten. Of [Hij oordeelt]; dat is, Hij let er wel op welke vonnissen de rechters uitspreken belonende de rechters, die goed recht spreken, en straffende degenen, die hun onderzaten onrechtvaardig verdrukken."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in het midden der goden: Dat is, in het midden der koningen en der vorsten, ja van alle overheden, als zijnde altemaal zijne stadhouders. Zie Exod. 21:6 , en Exod. 22:8 , 22:9 , 22:28 ; Joh. 10:34 . Exodus 21:6 : Zo zal hem zijn heer tot de goden brengen, daarna zal hij hem aan de deur, of aan den post brengen; en zijn heer zal hem met een priem zijn oor doorboren, en hij zal hem eeuwiglijk dienen. Exodus 22:8 : Indien de dief niet gevonden wordt, zo zal de heer des huizes tot de goden gebracht worden, of hij niet zijn hand aan zijns naasten have gelegd heeft. Exodus 22:9 : Over alle zaak van onrecht, over een os, over een ezel, over klein vee, over kleding, over al het verlorene, hetwelk iemand zegt, dat het zijn is, beider zaak zal voor de goden komen; wien de goden verwijzen, die zal het aan zijn naaste dubbel wedergeven. Exodus 22:28 : De goden zult gij niet vloeken, en de oversten in uw volk zult gij niet lasteren. Johannes 10:34 : Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd, gij zijt goden?",
          "text1637": "D. In’t midden der Coningen ende der Vorsten, ja aller overicheden, als zijnde al te male sijne Stadthouders. Siet Exod. 21.6. ende 22. versen 8, 9, 28. Iohan. 10.34.",
          "text2026": "in het midden van de goden: Dat is, in het midden van de koningen en van de vorsten, ja van alle overheden, als zijnde allemaal zijn stadhouders. Zie Ex. 21:6 , en Ex. 22:8 , 22:9 , 22:28 ; Joh. 10:34 . Exodus 21:6 : Zo zal hem zijn heer tot de goden brengen, daarna zal hij hem aan de deur, of aan de post brengen; en zijn heer zal hem met een priem zijn oor doorboren, en hij zal hem eeuwig dienen. Exodus 22:8 : Als de dief niet gevonden wordt, zo zal de heer van het huis tot de goden gebracht worden, of hij niet zijn hand aan zijns naasten bezittingen gelegd heeft. Exodus 22:9 : Over alle zaak van onrecht, over een os, over een ezel, over klein vee, over kleding, over al het verlorene, dat iemand zegt, dat het zijn is, beider zaak zal voor de goden komen; wie de goden verwijzen, die zal het aan zijn naaste dubbel wedergeven. Exodus 22:28 : De goden zult u niet vloeken, en de oversten in uw volk zult u niet lasteren. Johannes 10:34 : Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd, u bent goden?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִזְמ֗וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָ֫סָ֥ף",
          "strongs": "H623",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "אֱֽלֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "נִצָּ֥ב",
          "strongs": "H5324",
          "morph": "HVNrmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/עֲדַת",
          "strongs": "H5712",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "אֵ֑ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קֶ֖רֶב",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁפֹּֽט",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> psalm van Asaf. God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> staat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> in de vergadering van God;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Hij oordeelt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> in het midden van de goden;</i></span>",
      "textSV1888_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> psalm van Asaf. God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> staat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> in de vergadering Godes;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Hij oordeelt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> in het midden der goden;",
      "text1637_html": "EEn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Psalm Asaphs. Godt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> staet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> in de vergaderinge Godes: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> hy oordeelt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> in’t midden der Goden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Godes;",
          "new": "van God;",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Hoe lang zult gijlieden onrecht oordelen, en het aangezicht der goddelozen aannemen? Sela.",
      "text1637": "[6] Hoe lange sult ghylieden onrecht oordeelen, ende [7] het aengesichte der godtloosen aennemen? Sela!",
      "text2026": "Hoe lang zult u onrecht oordelen, en het aangezicht van de goddelozen aannemen? Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hoe lang: Hier voert de profeet God in, aansprekende de onrechtvaardige rechters. Anderen houden het voor de woorden van den psalmist.",
          "text1637": "Hier voert de Prophete Godt in, aensprekende de onrechtveerdige Richters. Andere houdent voor de woorden des Psalmistes.",
          "text2026": "Hoe lang: Hier voert de profeet God in, aansprekende de onrechtvaardige rechters. Anderen houden het voor de woorden van de psalmist."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het aangezicht: Het aangezicht aannemen is hier te zeggen, degenen die een onrechtvaardige zaak hebben, in het gericht gunstig zijn, hetwelk God te doen verboden heeft; Lev. 19:15 ; Deut. 1:17 , en Deut. 16:19 ; en 2 Kron. 19:7 ; Spreuk. 18:5 ; Jak. 2:1 -9. Leviticus 19:15 : Gij zult geen onrecht doen in het gericht; gij zult het aangezicht des geringen niet aannemen, noch het aangezicht des groten voortrekken; in gerechtigheid zult gij uw naaste richten. Deuteronomium 1:17 : Gij zult het aangezicht in het gericht niet kennen; gij zult den kleine, zowel als den grote, horen; gij zult niet vrezen voor iemands aangezicht; want het gericht is Godes; doch de zaak, die voor u te zwaar zal zijn, zult gij tot mij doen komen, en ik zal ze horen. Deuteronomium 16:19 : Gij zult het gericht niet buigen; gij zult het aangezicht niet kennen; ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de ogen der wijzen, en verkeert de woorden der rechtvaardigen. 2 Kronieken 19:7 : Nu dan, de verschrikking des HEEREN zij op ulieden; neemt waar, en doet het; want bij den HEERE, onzen God, is geen onrecht, noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken. Spreuken 18:5 : Het is niet goed, het aangezicht des goddelozen aan te nemen, om den rechtvaardige in het gericht te buigen. Jakobus 2:1 : Mijn broeders, hebt niet het geloof van onzen Heere Jezus Christus, den Heere der heerlijkheid, met aanneming des persoons.",
          "text1637": "Het aengesichte aennemen, is hier te seggen, die gene die een onrechtveerdige sake hebben, in’t gerichte gunstich zijn, ’t welck Godt te doen verboden heeft Lev. 19.15. Deut. 1.17. ende 16.19. ende 2.Chro. 19.7. Pro. 18.5. Thren. 2.1......9.",
          "text2026": "het aangezicht: Het aangezicht aannemen is hier te zeggen, degenen die een onrechtvaardige zaak hebben, in het gericht gunstig zijn, dat God te doen verboden heeft; Lev. 19:15 ; Deut. 1:17 , en Deut. 16:19 ; en 2 Kron. 19:7 ; Spr. 18:5 ; Jak. 2:1 -9. Leviticus 19:15 : U zult geen onrecht doen in het gericht; u zult het aangezicht van de geringen niet aannemen, noch het aangezicht van de grote voortrekken; in gerechtigheid zult u uw naaste richten. Deuteronomium 1:17 : U zult het aangezicht in het gericht niet kennen; u zult de kleine, zowel als de grote, horen; u zult niet vrezen voor iemands aangezicht; want het gericht is van God; maar de zaak, die voor u te zwaar zal zijn, zult u tot mij doen komen, en ik zal ze horen. Deuteronomium 16:19 : U zult het gericht niet buigen; u zult het aangezicht niet kennen; ook zult u geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de ogen van de wijzen, en verkeert de woorden van de rechtvaardigen. 2 Kronieken 19:7 : Nu dan, de verschrikking van JAHWEH zij op u; neemt waar, en doet het; want bij JAHWEH, onze God, is geen onrecht, noch aanneming van personen, noch ontvanging van geschenken. Spreuken 18:5 : Het is niet goed, het aangezicht van de goddelozen aan te nemen, om de rechtvaardige in het gericht te buigen. Jakobus 2:1 : Mijn broers, hebt niet het geloof van onze Heer Jezus Christus, de Heer van de heerlijkheid, met aanneming van de persoon."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מָתַ֥י",
          "strongs": "H4970",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׁפְּטוּ",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "עָ֑וֶל",
          "strongs": "H5766",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/פְנֵ֥י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HC/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "רְ֝שָׁעִ֗ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׂאוּ",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Hoe lang zult u onrecht oordelen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> het aangezicht van de goddelozen aannemen? Sela.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Hoe lang zult gijlieden onrecht oordelen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> het aangezicht der goddelozen aannemen? Sela.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Hoe lange sult ghylieden onrecht oordeelen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> het aengesichte der godtloosen aennemen? Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gijlieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme.",
      "text1637": "[8] Doet recht den armen, ende den weese: [9] rechtveerdicht den verdruckten, ende den armen.",
      "text2026": "Doe recht de arme en de wees; rechtvaardig de verdrukte en de arme.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Doet recht: Dat is, verdedigt, beschermt, verlost. Zie Ps. 43:1 ; Jes. 1:17 . Psalmen 43:1 : Doe mij recht, o God! en twist Gij mijn twistzaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van den man des bedrogs en des onrechts. Jesaja 1:17 : Leert goed te doen, zoekt het recht, helpt den verdrukte, doet den wees recht, handelt de twistzaak der weduwe.",
          "text1637": "D. verdedicht, beschermt, verlost. siet Psal. 43.1. Ies. 1.17.",
          "text2026": "Doet recht: Dat is, verdedigt, beschermt, verlost. Zie Ps. 43:1 ; Jes. 1:17 . Psalmen 43:1 : Doe mij recht, o God! en twist U mijn twistzaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van de man van het bedrog en van de onrechts. Jesaja 1:17 : Leert goed te doen, zoekt het recht, helpt de verdrukte, doet de wees recht, handelt de twistzaak van de weduwe."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta hierbij, indien hij een rechtvaardige zaak heeft, doet hem recht, bevordert zijne zaak. Zie Deut. 25:1 , en Jer. 22:3 . Deuteronomium 25:1 : Wanneer er tussen lieden twist zal zijn, en zij tot het gerecht zullen toetreden, dat zij hen richten, zo zullen zij den rechtvaardige rechtvaardig spreken, en den onrechtvaardige verdoemen. Jeremia 22:3 : Zo zegt de HEERE: Doet recht en gerechtigheid, en redt den beroofde uit de hand des verdrukkers; en onderdrukt den vreemdeling niet, den wees noch de weduwe; doet geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.",
          "text1637": "Verst. hier by, Indien hy een rechtveerdige sake heeft, doet hem recht, vervoordert sijn sake. Siet Deut. 25.1. ende Ierem. 22.3.",
          "text2026": "Versta hierbij, als hij een rechtvaardige zaak heeft, doet hem recht, bevordert zijn zaak. Zie Deut. 25:1 , en Jer. 22:3 . Deuteronomium 25:1 : Wanneer er tussen mensen twist zal zijn, en zij tot het gerecht zullen toetreden, dat zij hen richten, zo zullen zij de rechtvaardige rechtvaardig spreken, en de onrechtvaardige verdoemen. Jeremia 22:3 : Zo zegt JAHWEH: Doet recht en gerechtigheid, en redt de beroofde uit de hand van de verdrukkers; en onderdrukt de vreemdeling niet, de wees noch de weduwe; doet geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׁפְטוּ",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "דַ֥ל",
          "strongs": "H1800",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָת֑וֹם",
          "strongs": "H3490",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עָנִ֖י",
          "strongs": "H6041",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/רָ֣שׁ",
          "strongs": "H7326",
          "morph": "HC/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "הַצְדִּֽיקוּ",
          "strongs": "H6663",
          "morph": "HVhv2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Doe recht de arme en de wees;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> rechtvaardig de verdrukte en de arme.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Doet recht den arme en den wees;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> rechtvaardigt den verdrukte en den arme.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Doet recht den armen, ende den weese: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> rechtveerdicht den verdruckten, ende den armen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doet",
          "new": "Doe",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "rechtvaardigt den",
          "new": "rechtvaardig de",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Verlost den arme en den behoeftige, rukt hem uit der goddelozen hand.",
      "text1637": "[a] Verlost den armen ende den behoeftigen, ruckt [hem] uyt [10] der godtloosen hant.",
      "text2026": "Verlos de arme en de behoeftige, ruk hem uit van de goddelozen hand.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Spreuk. 24:11 . Spreuken 24:11 : Red degenen, die ter dood gegrepen zijn; want zij wankelen ter doding, zo gij u onthoudt.",
          "text1637": "Prov. 24.11.",
          "text2026": "Spr. 24:11 . Spreuken 24:11 : Red degenen, die ter dood gegrepen zijn; want zij wankelen ter doding, zo u u onthoudt."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "der goddelozen: Dat is, dergenen die een kwade zaak hebben en de armen zoeken te verdrukken.",
          "text1637": "D. der gener die een quade sake hebben, ende den armen soecken te verdrucken.",
          "text2026": "van de goddelozen: Dat is, dergenen die een kwade zaak hebben en de armen zoeken te verdrukken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "פַּלְּטוּ",
          "strongs": "H6403",
          "morph": "HVpv2mp"
        },
        {
          "woord": "דַ֥ל",
          "strongs": "H1800",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶבְי֑וֹן",
          "strongs": "H34",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/יַּ֖ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִ֣ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "הַצִּֽילוּ",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhv2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Verlos de arme en de behoeftige, ruk hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> uit van de goddelozen hand.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Verlost den arme en den behoeftige, rukt hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> uit der goddelozen hand.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Verlost den armen en<i>de</i> den behoeftigen, ruckt [hem] uyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> der godtloosen hant.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Verlost den",
          "new": "Verlos de",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "rukt",
          "new": "ruk",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Zij weten niet, en verstaan niet; zij wandelen steeds in duisternis; dies wankelen alle fondamenten der aarde.",
      "text1637": "[11] Sy en weten niet, noch en verstaen niet, sy [12] wandelen steets in duysternisse: [13] [dies] wanckelen alle fondamenten der aerde.",
      "text2026": "Zij weten niet, en verstaan niet; zij wandelen steeds in duisternis; daarom wankelen alle fundamenten van de aarde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, de rechters; zij weten en overleggen niet dat God in de vierschaar bij hen tegenwoordig is, en zij vragen naar zijne bestraffingen of bevel niet. Zie Spreuk. 29:7 ; Jer. 10:21 ; Micha 3:1 . Spreuken 29:7 : De rechtvaardige neemt kennis van de rechtzaak der armen; maar de goddeloze begrijpt de wetenschap niet. Jeremia 10:21 : Want de herders zijn onvernuftig geworden, en hebben den HEERE niet gezocht; daarom hebben zij niet verstandiglijk gehandeld, en hun ganse weide is verstrooid. Micha 3:1 : Voorts zeide ik: Hoort nu, gij hoofden Jakobs, en gij oversten van het huis Israëls! Betaamt het ulieden niet het recht te weten?",
          "text1637": "T.w. de Richters: sy en weten noch en overleggen niet, dat Godt in de vyerschare by hen tegenwoordich is, noch sy en vragen nae sijne bestraffingen ofte bevel niet. Siet Prov. 29.7. Ierem. 10.21. Mich. 3.1.",
          "text2026": "Te weten, de rechters; zij weten en overleggen niet dat God in de vierschaar bij hen tegenwoordig is, en zij vragen naar zijn bestraffingen of bevel niet. Zie Spr. 29:7 ; Jer. 10:21 ; Micha 3:1 . Spreuken 29:7 : De rechtvaardige neemt kennis van de rechtzaak van de armen; maar de goddeloze begrijpt de wetenschap niet. Jeremia 10:21 : Want de herders zijn onvernuftig geworden, en hebben JAHWEH niet gezocht; daarom hebben zij niet verstandiglijk gehandeld, en hun gehele weide is verstrooid. Micha 3:1 : Verder zei ik: Hoort nu, u hoofden Jakobs, en u oversten van het huis van Israël! Betaamt het u niet het recht te weten?"
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wandelen steeds in duisternis: In duisternis wandelen is steeds in zonden leven, Ef. 4:17 , 4:18 , en Ef. 5:8 ; 1 Joh. 1:6 , of, in duisternis; dat is, in onwetendheid. Efeziërs 4:17 : Ik zeg dan dit, en betuig het in den Heere, dat gij niet meer wandelt, gelijk als de andere heidenen wandelen in de ijdelheid huns gemoeds. Efeziërs 4:18 : Verduisterd in het verstand, vervreemd zijnde van het leven Gods, door de onwetendheid, die in hen is, door de verharding huns harten; Efeziërs 5:8 : Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts. 1 Johannes 1:6 : Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben, en wij in de duisternis wandelen, zo liegen wij, en doen de waarheid niet.",
          "text1637": "In duysternisse wandelen, is steedts in sonden leven, 1.Ioh. 1.16. Eph. 4.17, 18. ende 5.8. ofte, in duysternisse, dat is, in onwetenheyt.",
          "text2026": "wandelen steeds in duisternis: In duisternis wandelen is steeds in zonden leven, Ef. 4:17 , 4:18 , en Ef. 5:8 ; 1 Joh. 1:6 , of, in duisternis; dat is, in onwetendheid. Efeziërs 4:17 : Ik zeg dan dit, en betuig het in de Heer, dat u niet meer wandelt, gelijk als de andere heidenen wandelen in de ijdelheid huns gemoeds. Efeziërs 4:18 : Verduisterd in het verstand, vervreemd zijnde van het leven van God, door de onwetendheid, die in hen is, door de verharding huns harten; Efeziërs 5:8 : Want u was eertijds duisternis, maar nu bent u licht in de Heer; wandelt als kinderen van het licht. 1 Johannes 1:6 : Als wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben, en wij in de duisternis wandelen, zo liegen wij, en doen de waarheid niet."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dies : Alsof hij zeide: Omdat het zo staat met koningen, vorsten en overheden, daarom gaat het in de wereld zeer kwalijk, en daaruit spruiten al de beroerten en zwarigheden in landen en steden. Zie Jes. 24:19 , 24:20 . Jesaja 24:19 : De aarde zal ganselijk verbroken worden, de aarde zal ganselijk vaneen gescheurd worden, de aarde zal ganselijk bewogen worden. Jesaja 24:20 : De aarde zal ganselijk waggelen, gelijk een dronkaard, en zij zal heen en weder bewogen worden, gelijk een nachthut; en haar overtreding zal zwaar op haar zijn, en zij zal vallen, en niet weder opstaan.",
          "text1637": "Als of hy seyde, om dat het soo staet met Coningen, Vorsten, ende overicheden, daerom gaet het in de werelt seer qualick, ende daer uyt spruyten alle de beroerten ende swaricheden in landen ende steden. Siet Iesa. 24.19, 20.",
          "text2026": "daarom : Alsof hij zei: Omdat het zo staat met koningen, vorsten en overheden, daarom gaat het in de wereld zeer kwalijk, en daaruit spruiten al de beroerten en zwarigheden in landen en steden. Zie Jes. 24:19 , 24:20 . Jesaja 24:19 : De aarde zal ganselijk verbroken worden, de aarde zal ganselijk vaneen gescheurd worden, de aarde zal ganselijk bewogen worden. Jesaja 24:20 : De aarde zal ganselijk waggelen, gelijk een dronkaard, en zij zal heen en weer bewogen worden, gelijk een nachthut; en haar overtreding zal zwaar op haar zijn, en zij zal vallen, en niet weer opstaan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָֽדְע֨וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יָבִ֗ינוּ",
          "strongs": "H995",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֲשֵׁכָ֥ה",
          "strongs": "H2825",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יִתְהַלָּ֑כוּ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVti3mp"
        },
        {
          "woord": "יִ֝מּ֗וֹטוּ",
          "strongs": "H4131",
          "morph": "HVNi3mp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מ֥וֹסְדֵי",
          "strongs": "H4144",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Zij weten niet, en verstaan niet; zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> wandelen steeds in duisternis;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> daarom wankelen alle fundamenten van de aarde.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Zij weten niet, en verstaan niet; zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> wandelen steeds in duisternis;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> dies wankelen alle fondamenten der aarde.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Sy en weten niet, noch en verstaen niet, sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> wandelen steets in duysternisse: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> [dies] wanckelen alle fondamenten der aerde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dies",
          "new": "daarom",
          "principe": "V333"
        },
        {
          "old": "fondamenten der",
          "new": "fundamenten van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Ik heb wel gezegd: Gij zijt goden; en gij zijt allen kinderen des Allerhoogsten;",
      "text1637": "[14] Ick hebbe wel geseyt, Ghy zijt Goden: ende ghy zijt alle kinderen des Alderhoochsten:",
      "text2026": "Ik heb wel gezegd: U bent goden; en u bent alle kinderen van de Allerhoogste;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik heb wel: Alsof Hij zeide: Ik heb ulieden wel die eer gedaan dat Ik u goden genoemd heb, als die Ik gesteld heb om in mijnen naam het gericht te houden; maar, enz. Zie Exod. 22:6 , en Exod. 22:9 , 22:28 ; Joh. 10:34 , en boven vers 1 . Exodus 22:6 : Wanneer een vuur uitgaat, en vat de doornen, zodat de koornhoop verteerd wordt, of het staande koorn, of het veld; hij, die den brand heeft aangestoken, zal het volkomen wedergeven. Exodus 22:9 : Over alle zaak van onrecht, over een os, over een ezel, over klein vee, over kleding, over al het verlorene, hetwelk iemand zegt, dat het zijn is, beider zaak zal voor de goden komen; wien de goden verwijzen, die zal het aan zijn naaste dubbel wedergeven. Exodus 22:28 : De goden zult gij niet vloeken, en de oversten in uw volk zult gij niet lasteren. Johannes 10:34 : Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd, gij zijt goden? Psalmen 82:1 : Een psalm van Asaf. God staat in de vergadering Godes; Hij oordeelt in het midden der goden;",
          "text1637": "Als of hy seyde, Ick hebbe u lieden wel die eere gedaen dat ick u Goden genoemt hebbe, als die ick gestelt hebbe om in mijnen name het gerichte te houden: maer, etc. Siet Exod. 21.6. ende 22.9, 28. Ioh. 10.34. ende bov. vers 1.",
          "text2026": "Ik heb wel: Alsof Hij zei: Ik heb u wel die eer gedaan dat Ik u goden genoemd heb, als die Ik gesteld heb om in mijn naam het gericht te houden; maar, enz. Zie Ex. 22:6 , en Ex. 22:9 , 22:28 ; Joh. 10:34 , en boven vers 1 . Exodus 22:6 : Wanneer een vuur uitgaat, en vat de doornen, zodat de koornhoop verteerd wordt, of het staande koorn, of het veld; hij, die de brand heeft aangestoken, zal het volkomen wedergeven. Exodus 22:9 : Over alle zaak van onrecht, over een os, over een ezel, over klein vee, over kleding, over al het verlorene, dat iemand zegt, dat het zijn is, beider zaak zal voor de goden komen; wie de goden verwijzen, die zal het aan zijn naaste dubbel wedergeven. Exodus 22:28 : De goden zult u niet vloeken, en de oversten in uw volk zult u niet lasteren. Johannes 10:34 : Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd, u bent goden? Psalmen 82:1 : Een psalm van Asaf. God staat in de vergadering van God; Hij oordeelt in het midden van de goden;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲֽנִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָ֭מַרְתִּי",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אַתֶּ֑ם",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְנֵ֖י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HC/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "עֶלְי֣וֹן",
          "strongs": "H5945",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "כֻּלְּ/כֶֽם",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Ik heb wel gezegd: U bent goden; en u bent alle kinderen van de Allerhoogste;</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Ik heb wel gezegd: Gij zijt goden; en gij zijt allen kinderen des Allerhoogsten;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Ick hebbe wel geseyt, Ghy zijt Goden: ende ghy zijt alle kinderen des Alderhoochsten:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij zijt allen",
          "new": "u bent alle",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des Allerhoogsten;",
          "new": "van de Allerhoogste;",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Nochtans zult gij sterven als een mens; en als een van de vorsten zult gij vallen.",
      "text1637": "[15] Nochtans sult ghy sterven [16] als een mensche: ende [17] als een van de Vorsten sult ghy [18] vallen.",
      "text2026": "Toch zult u sterven als een mens; en als één van de vorsten zult u vallen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Derhalve behoort gij oprechtelijk te wandelen en te handelen, gedenkende dat gij God rekenschap zult moeten geven van al uw doen en laten.",
          "text1637": "Derhalven behoordet ghy oprechtelick te wandelen ende te handelen, gedenckende dat ghy Godt sult moeten rekenschap geven van al u doen en laten.",
          "text2026": "Daarom behoort u oprecht te wandelen en te handelen, gedenkende dat u God rekenschap zult moeten geven van al uw doen en laten."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "als een mens: Hebr., אָדָם, als Adam , dat is, gelijk andere kleine sterfelijke mensen.",
          "text1637": "Hebr. als Adam, D. soo wel als andere slechte sterffelicke menschen.",
          "text2026": "als een mens: Hebr. als Adam (אָדָם) , dat is, gelijk andere kleine sterfelijke mensen."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "als een van de vorsten: Te weten, die tevoren geweest en allen gestorven zijn. Anders: en gij overste, zult vallen, gelijk een [ander].",
          "text1637": "T.w. die te vooren geweest ende alle gestorven zijn. And. Ende ghy Overste sult vallen, gelijck een [ander.]",
          "text2026": "als één van de vorsten: Te weten, die tevoren geweest en allen gestorven zijn. Anders: en u overste, zult vallen, gelijk een [ander]."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, sterven.",
          "text1637": "D. sterven.",
          "text2026": "Dat is, sterven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָ֭כֵן",
          "strongs": "H403",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "כְּ/אָדָ֣ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תְּמוּת֑וּ/ן",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HVqi2mp/Sn"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְ/אַחַ֖ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HC/R/Acmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂרִ֣ים",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "תִּפֹּֽלוּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup><span class=\"god-speaks\"><i>Toch zult u sterven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> als een mens; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> als één van de vorsten zult u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> vallen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Nochtans zult gij sterven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> als een mens; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> als een van de vorsten zult gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> vallen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Nochtans sult ghy sterven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> als een mensche: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> als een van de Vorsten sult ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> vallen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Nochtans",
          "new": "Toch",
          "principe": "V73"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Sta op, o God! oordeel het aardrijk, want Gij bezit alle natiën.",
      "text1637": "Staet op, O Godt, [19] oordeelt het aerdrijck: [b] want [20] ghy besitt alle Natien.",
      "text2026": "Sta op, o God! oordeel het aarde, want U bezit alle natiën.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, als opperste rechter der wereld; zie Gen. 18:25 ; alsof hij zeide: Heere, neem Gij de zaak bij de hand, en wil weder terechtbrengen hetgeen de boze rechters verdorven hebben. Genesis 18:25 : Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den rechtvaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?",
          "text1637": "T.w. als opperste Richter der werelt. Siet Genes. 18.25. als of hy seyde, Heere, neemt ghy de sake by der hant, ende wilt weder te rechte brengen ’tgene de boose Richters verdorven hebben.",
          "text2026": "Te weten, als opperste rechter van de wereld; zie Gen. 18:25 ; alsof hij zei: Heer, neem U de zaak bij de hand, en wil weer terechtbrengen wat de boze rechters verdorven hebben. Genesis 18:25 : Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden de rechtvaardige met de goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter van de gehele aarde geen recht doen?"
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 2:8 ; Hebr. 1:2 . Psalmen 2:8 : Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting. Hebreeën 1:2 : Welken Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft;",
          "text1637": "Psal. 2.8. Hebr. 1.2.",
          "text2026": "Ps. 2:8 ; Hebr. 1:2 . Psalmen 2:8 : Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden van de aarde tot Uw bezitting. Hebreeën 1:2 : Welke Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welke Hij ook de wereld gemaakt heeft;"
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. Gij erft, of zult erven in alle natiën; dat is, Gij bezit en zult altijd in eigendom bezitten [gelijk men een rechtvaardig erfdeel bezit] het ganse menselijk geslacht.",
          "text1637": "Hebr. Ghy erft, ofte, sult erven in alle Natien: D. ghy besit ende sult altoos besitten in eygendom, (gelijckmen een rechtveerdich erfdeel besitt), het gantsche menschelicke geslachte.",
          "text2026": "Hebr. U erft, of zult erven in alle natiën; dat is, U bezit en zult altijd in eigendom bezitten [gelijk men een rechtvaardig erfdeel bezit] het gehele menselijk geslacht."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "קוּמָ֣/ה",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "אֱ֭לֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "שָׁפְטָ֣/ה",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֥ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "תִ֝נְחַ֗ל",
          "strongs": "H5157",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִֽם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Sta op, o God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> oordeel het aarde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> U bezit alle natiën.",
      "textSV1888_html": "Sta op, o God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> oordeel het aardrijk,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Gij bezit alle natiën.",
      "text1637_html": "Staet op, O Godt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> oordeelt het aerdrijck: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> ghy besitt alle Natie<i>n</i>.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "aardrijk,",
          "new": "aarde,",
          "principe": "V18"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De Psalmist getuycht, dat Godt in’t gerichte presideert: Ende hy vermaent de Richters hares ampts, bestraffende haer onverstant ende onachtsaemheyt: met dreyginge van straffe.",
    "text2026": "De psalmist getuigt dat God in het gericht voorzit; en hij vermaant de richters aan hun ambt, terwijl hij hun onverstand en onachtzaamheid bestraft, met dreiging van straf."
  }
}
