{
  "number": 83,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een lied, een psalm van Asaf.",
      "text1637": "EEn Liedt, een Psalm [1] Asaphs.",
      "text2026": "Een lied, een psalm van Asaf.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van Asaf: Of, voor Asaf; gelijk Ps. 80:1 . Psalmen 80:1 : Voor den opperzangmeester, op Schoschannim; een getuigenis, een psalm van Asaf.",
          "text1637": "Ofte, voor Asaph, als Psal. 80.1.",
          "text2026": "van Asaf: Of, voor Asaf; gelijk Ps. 80:1 . Psalmen 80:1 : Voor de opperzangmeester, op Schoschannim; een getuigenis, een psalm van Asaf."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׁ֖יר",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "מִזְמ֣וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָסָֽף",
          "strongs": "H623",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een lied, een psalm<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> van Asaf.",
      "textSV1888_html": "Een lied, een psalm<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> van Asaf.",
      "text1637_html": "EEn Liedt, een Psalm <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Asaphs."
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God!",
      "text1637": "O Godt, [2] en swijgt niet, en houdt u niet als doof, noch en zijt niet stille, ô Godt.",
      "text2026": "O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en wees niet stil, o God!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zwijg niet: Hebreeuws, U zij geen stilzwijgen . De psalmist bidt dat God zich wil opmaken om Zijn volk te helpen, en het over zijn vijanden te wreken. Aldus werd het woord stilzwijgen ook gebruikt, Richt. 18:9 . Zie de aantekening bij Ps. 109:1 . Richteren 18:9 : En zij zeiden: Maakt u op, en laat ons tot hen optrekken; want wij hebben dat land bezien, en ziet, het is zeer goed; zoudt gij dan stil zijn? Weest niet lui om te trekken, dat gij henen inkomt, om dat land in erfelijke bezitting te nemen; Psalmen 109:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester. O God mijns lofs! zwijg niet.",
          "text1637": "Hebr. u en zy geen stil-swijgen. De Psalmist bidt, dat Godt dich wille op-maken, om sijn volck te helpen, ende haer over hare vyanden te wreken. Aldus wert het woort stille-swijgen oock gebruyckt Iud. 18.9. siet d’aenteeck. Psal. 109. op vers 1.",
          "text2026": "zwijg niet: Hebreeuws, U zij geen stilzwijgen . De psalmist bidt dat God zich wil opmaken om Zijn volk te helpen, en het over zijn vijanden te wreken. Aldus werd het woord stilzwijgen ook gebruikt, Richt. 18:9 . Zie de aantekening bij Ps. 109:1 . Richteren 18:9 : En zij zeiden: Maakt u op, en laat ons tot hen optrekken; want wij hebben dat land bezien, en ziet, het is zeer goed; zoudt u dan stil zijn? Weest niet lui om te trekken, dat u heen inkomt, om dat land in erfelijke bezitting te nemen; Psalmen 109:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester. O God mijns lofs! zwijg niet."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֥ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "דֳּמִי",
          "strongs": "H1824",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לָ֑/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֶּחֱרַ֖שׁ",
          "strongs": "H2790",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׁקֹ֣ט",
          "strongs": "H8252",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "אֵֽל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "O God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> zwijg niet, houd U niet als doof, en wees niet stil, o God!",
      "textSV1888_html": "O God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God!",
      "text1637_html": "O Godt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> en swijgt niet, en houdt u niet als doof, noch en zijt niet stille, ô Godt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zijt",
          "new": "wees",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Want zie, Uw vijanden maken getier, en Uw haters steken het hoofd op.",
      "text1637": "Want siet, uwe [3] vyanden [4] maken getier: ende uwe haters [5] steken den kop op.",
      "text2026": "Want zie, Uw vijanden maken getier, en Uw vijanden steken het hoofd op.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uw vijanden: De zin is: Onze vijanden, die ook uwe vijanden zijn, dewijl wij uw volk zijn. Wie deze vijanden geweest zijn, zie vers 7 , 83:8 , 83:9 . Psalmen 83:7 : De tenten van Edom en der Ismaëlieten, Moab en de Hagarenen; Psalmen 83:8 : Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus. Psalmen 83:9 : Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn den kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela.",
          "text1637": "De sin is, Onse vyanden, die oock uwe vyanden zijn, dewijle wy u volck zijn. Wie dese vyanden geweest zijn, siet versen 7, 8, 9.",
          "text2026": "Uw vijanden: De zin is: Onze vijanden, die ook uw vijanden zijn, omdat wij uw volk zijn. Wie deze vijanden geweest zijn, zie vers 7 , 83:8 , 83:9 . Psalmen 83:7 : De tenten van Edom en van de Ismaëlieten, Moab en de Hagarenen; Psalmen 83:8 : Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus. Psalmen 83:9 : Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn de kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "maken getier: Te weten, tegen ons, gelijk vers 4 . Psalmen 83:4 : Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen.",
          "text1637": "T.w. tegen ons, als vers 4.",
          "text2026": "maken getier: Te weten, tegen ons, gelijk vers 4 . Psalmen 83:4 : Zij maken listiglijk een geheime aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "steken het hoofd op: Te weten, stout en vermetel, als triomferende over U en over uw volk. Richt. 8:28 wordt deze manier van spreken ook gebruikt. Richteren 8:28 : Alzo werden de Midianieten te ondergebracht voor het aangezicht der kinderen Israëls, en hieven hun hoofd niet meer op. En het land was stil veertig jaren, in de dagen van Gideon.",
          "text1637": "T.w. stoutelick ende vermetelick, als triumpherende over u, ende over u volck. Iud. 8.28. wort dese maniere van spreken oock gebruyckt.",
          "text2026": "steken het hoofd op: Te weten, stout en vermetel, als triomferende over U en over uw volk. Richt. 8:28 wordt deze manier van spreken ook gebruikt. Richteren 8:28 : Zo werden de Midianieten te ondergebracht voor het aangezicht van de kinderen van Israël, en hieven hun hoofd niet meer op. En het land was stil veertig jaren, in de dagen van Gideon."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּ֣ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "א֭וֹיְבֶי/ךָ",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יֶהֱמָי֑וּ/ן",
          "strongs": "H1993",
          "morph": "HVqi3mp/Sn"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/מְשַׂנְאֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HC/Vprmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נָ֣שְׂאוּ",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "רֹֽאשׁ",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want zie, Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vijanden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> maken getier, en Uw vijanden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> steken het hoofd op.",
      "textSV1888_html": "Want zie, Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vijanden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> maken getier, en Uw haters<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> steken het hoofd op.",
      "text1637_html": "Want siet, uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vyanden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> maken getier: ende uwe haters <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> steke<i>n</i> den kop op.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "haters",
          "new": "vijanden",
          "principe": "V945"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen.",
      "text1637": "Sy maken listichlick eenen heymelicken aenslach [6] tegen u volck, ende beraetslagen haer [7] tegen uwe verborgene.",
      "text2026": "Zij maken listig een geheime aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tegen Uw volk: Te weten, tegen ons, die Uw volk zijn.",
          "text1637": "T.w. tegens ons, die u volck zijn.",
          "text2026": "tegen Uw volk: Te weten, tegen ons, die Uw volk zijn."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tegen Uw verborgenen: Dat is, tegen die, die hun toevlucht tot U nemen, om zichzelf en de hunnen te bergen onder Uw bewaring en bescherming. Of, die Gij als een waardig kleinood houdt, en in Uw trouwe bewaring neemt, en welks leven met Christus in God verborgen is; Kol. 3:3 . Kolossensen 3:3 : Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.",
          "text1637": "D. tegen die, die haren toevlucht tot u nemen, om haer selven ende de hare te bergen onder uwe bewaringe ende bescherminge: Ofte, die ghy als een weerdich kleynoot houdt, ende in uwe trouwe bewaringe neemt, ende welckers leven met Christo in Godt verborgen is, Colos. 3.3.",
          "text2026": "tegen Uw verborgenen: Dat is, tegen die, die hun toevlucht tot U nemen, om zichzelf en de hun te bergen onder Uw bewaring en bescherming. Of, die U als een waard kleinood houdt, en in Uw trouwe bewaring neemt, en welks leven met Christus in God verborgen is; Kol. 3:3 . Kolossensen 3:3 : Want u bent gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַֽל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עַ֭מְּ/ךָ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יַעֲרִ֣ימוּ",
          "strongs": "H6191",
          "morph": "HVhi3mp"
        },
        {
          "woord": "ס֑וֹד",
          "strongs": "H5475",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/יִתְיָעֲצ֗וּ",
          "strongs": "H3289",
          "morph": "HC/Vti3mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "צְפוּנֶֽי/ךָ",
          "strongs": "H6845",
          "morph": "HVqsmpc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij maken listig een geheime aanslag<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> tegen Uw volk, en beraadslagen zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> tegen Uw verborgenen.",
      "textSV1888_html": "Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> tegen Uw volk, en beraadslagen zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> tegen Uw verborgenen.",
      "text1637_html": "Sy maken listichlick eenen heymelicken aenslach <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> tegen u volck, ende beraetslagen haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> tegen uwe verborgene.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "listiglijk",
          "new": "listig",
          "principe": "V172"
        },
        {
          "old": "heimelijken",
          "new": "geheime",
          "principe": "V422"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan den naam Israëls niet meer gedacht worde.",
      "text1637": "Sy hebben geseyt, Komt, ende laetse ons uytroeyen, datse [8] geen volck meer en zijn: dat des naems Israëls niet meer gedacht en worde.",
      "text2026": "Zij hebben gezegd: Kom, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan de naam van Israël niet meer gedacht worde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "geen volk meer zijn: Aldus beraadslagen Moab en andere natiën, tegen Israël. En hetzelfde is Moab naderhand wedervaren; Jer. 48:2 , 48:42 . Jeremia 48:2 : Moabs roem van Hesbon is er niet meer; zij hebben kwaad tegen haar gedacht, zeggende: Komt, en laat ons haar uitroeien, dat zij geen volk meer zij; ook gij, o Madmen! zult nedergehouwen worden, het zwaard zal achter u heengaan. Jeremia 48:42 : Want Moab zal verdelgd worden, dat hij geen volk zij, omdat hij zich groot gemaakt heeft tegen den HEERE.",
          "text1637": "Aldus beraetslaecht Moab ende andere natien, tegen Israel: Ende het selve is Moab na der hant wedervaren, Ier. 48.2, 42.",
          "text2026": "geen volk meer zijn: Aldus beraadslagen Moab en andere natiën, tegen Israël. En hetzelfde is Moab naderhand wedervaren; Jer. 48:2 , 48:42 . Jeremia 48:2 : Moabs roem van Hesbon is er niet meer; zij hebben kwaad tegen haar gedacht, zeggende: Komt, en laat ons haar uitroeien, dat zij geen volk meer zij; ook u, o Madmen! zult nedergehouwen worden, het zwaard zal achter u heengaan. Jeremia 48:42 : Want Moab zal verdelgd worden, dat hij geen volk zij, omdat hij zich groot gemaakt heeft tegen JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָמְר֗וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לְ֭כוּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נַכְחִידֵ֣/ם",
          "strongs": "H3582",
          "morph": "HC/Vhi1cp/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/גּ֑וֹי",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִזָּכֵ֖ר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVNi3ms"
        },
        {
          "woord": "שֵֽׁם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֣ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עֽוֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Zij hebben gezegd: Kom, en laat ons hen uitroeien, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zij geen volk meer zijn; dat aan de naam van Israël niet meer gedacht worde.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zij geen volk meer zijn; dat aan den naam Israëls niet meer gedacht worde.",
      "text1637_html": "Sy hebben geseyt, Komt, ende laetse ons uytroeyen, datse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> geen volck meer en zijn: dat des naems Israëls niet meer gedacht en worde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Komt,",
          "new": "Kom,",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Israëls",
          "new": "van Israël",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;",
      "text1637": "Want sy hebben in ’t herte t’samen geraetslaecht: [9] tegen u hebben sy een verbont gemaeckt.",
      "text2026": "Want zij hebben in het hart samen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tegen U hebben zij een verbond gemaakt: Dat is, zij hebben zich tezamen verbonden om het volk Gods den krijg aan te doen; zie Jer. 34:18 , 34:19 . Jeremia 34:18 : En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet bevestigd hebben de woorden des verbonds, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij in tweeën hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan: Jeremia 34:19 : De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, de kamerlingen, en de priesteren, en al het volk des lands, die door de stukken des kalfs zijn doorgegaan.",
          "text1637": "D. sy hebben haer t’samen verbonden om den volcke Godes den krijch aen te doen. Siet Iere. 34.18, 19.",
          "text2026": "tegen U hebben zij een verbond gemaakt: Dat is, zij hebben zich tezamen verbonden om het volk van God de krijg aan te doen; zie Jer. 34:18 , 34:19 . Jeremia 34:18 : En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet bevestigd hebben de woorden van het verbond, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij in tweeën hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan: Jeremia 34:19 : De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, de kamerlingen, en de priesters, en al het volk van het land, die door de stukken van de kalfs zijn doorgegaan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "נוֹעֲצ֣וּ",
          "strongs": "H3289",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "לֵ֣ב",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יַחְדָּ֑ו",
          "strongs": "H3162",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "עָ֝לֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּרִ֣ית",
          "strongs": "H1285",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "יִכְרֹֽתוּ",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want zij hebben in het hart samen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;",
      "textSV1888_html": "Want zij hebben in het hart te zamen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;",
      "text1637_html": "Want sy hebben in ’t herte t’samen geraetslaecht: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> tegen u hebben sy een verbont gemaeckt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "te zamen",
          "new": "samen",
          "principe": "V374"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "De tenten van Edom en der Ismaëlieten, Moab en de Hagarenen;",
      "text1637": "[10] De tenten Edoms, ende der Ismaëliten, Moab, ende [11] de Hagarenen:",
      "text2026": "De tenten van Edom en van de Ismaëlieten, Moab en de Hagarenen;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De tenten van Edom: Dat is, de krijgslieden, die zich in tenten ophouden. Zie dergelijke manier van spreken Richt. 7:13 , 7:14 ; 2 Kon. 7:7 , 7:10 ; Jer. 6:3 ; Hab. 3:7 . Of, versta hier, de familiën en geslachten van Edom, Ismaël, enz. die in tenten woonden. Richteren 7:13 : Toen nu Gideon aankwam, ziet, zo was er een man, die zijn metgezel een droom vertelde, en zeide: Zie, ik heb een droom gedroomd, en zie, een geroost gerstebrood wentelde zich in het leger der Midianieten, en het kwam tot aan de tent, en sloeg haar, dat zij viel, en keerde haar om, het onderste boven, dat de tent er lag. Richteren 7:14 : En zijn metgezel antwoordde, en zeide: Dit is niet anders, dan het zwaard van Gideon, den zoon van Joas, den Israëlietischen man; God heeft de Midianieten en dit ganse leger in zijn hand gegeven. 2 Koningen 7:7 : Derhalve hadden zij zich opgemaakt, en waren in de schemering gevloden, en hadden hun tenten gelaten, en hun paarden, en hun ezelen, het leger gelijk als het was; en waren gevloden om huns levens wil. 2 Koningen 7:10 : Zo kwamen zij, en riepen tot den poortier der stad, en boodschapten hun, zeggende: Wij zijn gekomen tot het leger der Syriërs, en ziet, niemand was daar, noch eens mensen stem; maar paarden aangebonden, en ezels aangebonden, en tenten, gelijk als zij waren. Jeremia 6:3 : Maar er zullen herders tot haar komen met hun kudden; zij zullen tenten rondom tegen haar opslaan; zij zullen een iegelijk zijn ruimte afweiden. Habakuk 3:7 : Ik zag de tenten van Kusan onder de ijdelheid; de gordijnen des lands van Midian schudden.",
          "text1637": "D. de krijchs-lieden, die haer in tenten onthouden. siet dergelijcke maniere van spreken, Iud. 7.13, 14. ende 2.Reg. 7.7, 10. Ier. 6.3. Hab. 3.7. Ofte, verstaet hier de familien ende geslachten van Edom, Ismael, etc. die in tenten woonden.",
          "text2026": "De tenten van Edom: Dat is, de krijgslieden, die zich in tenten ophouden. Zie dergelijke manier van spreken Richt. 7:13 , 7:14 ; 2 Kon. 7:7 , 7:10 ; Jer. 6:3 ; Hab. 3:7 . Of, versta hier, de familiën en geslachten van Edom, Ismaël, enz. die in tenten woonden. Richteren 7:13 : Toen nu Gideon aankwam, ziet, zo was er een man, die zijn metgezel een droom vertelde, en zei: Zie, ik heb een droom gedroomd, en zie, een geroost gerstebrood wentelde zich in het leger van de Midianieten, en het kwam tot aan de tent, en sloeg haar, dat zij viel, en keerde haar om, het onderste boven, dat de tent er lag. Richteren 7:14 : En zijn metgezel antwoordde, en zei: Dit is niet anders, dan het zwaard van Gideon, de zoon van Joas, de Israëlietischen man; God heeft de Midianieten en dit gehele leger in zijn hand gegeven. 2 Koningen 7:7 : Daarom hadden zij zich opgemaakt, en waren in de schemering gevlucht, en hadden hun tenten gelaten, en hun paarden, en hun ezelen, het leger gelijk als het was; en waren gevlucht om huns levens wil. 2 Koningen 7:10 : Zo kwamen zij, en riepen tot de poortwachter van de stad, en boodschapten hun, zeggende: Wij zijn gekomen tot het leger van de Syriërs, en ziet, niemand was daar, noch eens mensen stem; maar paarden aangebonden, en ezels aangebonden, en tenten, gelijk als zij waren. Jeremia 6:3 : Maar er zullen herders tot haar komen met hun kudden; zij zullen tenten rondom tegen haar opslaan; zij zullen een iedereen zijn ruimte afweiden. Habakuk 3:7 : Ik zag de tenten van Kusan onder de ijdelheid; de gordijnen van het land van Midian schudden."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de Hagarenen: Te weten, de nakomelingen van Hagar, Abrahams dienstmaagd; waaronder verstaan worden degenen die van Ismaël, Hagars zoon, gesproten zijn.",
          "text1637": "T.w. de nakomelingen van Hagar, Abrahams dienstmaecht, waer onder verstaen worden de gene die van Ismael, Hagars sone, gesproten zijn.",
          "text2026": "de Hagarenen: Te weten, de nakomelingen van Hagar, Abrahams dienstmaagd; waaronder verstaan worden degenen die van Ismaël, Hagars zoon, gesproten zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָהֳלֵ֣י",
          "strongs": "H168",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אֱ֭דוֹם",
          "strongs": "H123",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִשְׁמְעֵאלִ֗ים",
          "strongs": "H3459",
          "morph": "HC/Ngmpa"
        },
        {
          "woord": "מוֹאָ֥ב",
          "strongs": "H4124",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַגְרִֽים",
          "strongs": "H1905",
          "morph": "HC/Ngmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> De tenten van Edom en van de Ismaëlieten, Moab en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> de Hagarenen;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> De tenten van Edom en der Ismaëlieten, Moab en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> de Hagarenen;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> De tenten Edoms, ende der Ismaëliten, Moab, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> de Hagarenen:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus.",
      "text1637": "[12] Gebal, ende Ammon, ende Amalek: [13] Palestina, met de inwoonders van Tyrus.",
      "text2026": "Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de Gebalieters, die in de stad of het land van Gebal woonden, gelegen in Fenicië, by Zidon. Van Gebal of Gibla waren de steenhouwers, die Salomo gebruikte tot den bouw des tempels, 1 Kon. 5:18 . Zie ook van dezen Ezech. 27:9 . 1 Koningen 5:18 : En de bouwlieden van Salomo, en de bouwlieden van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen. Ezechiël 27:9 : De oudsten van Gebal en haar wijzen waren in u, verbeterende uw breuken; alle schepen der zee en haar zeelieden waren in u, om onderlingen handel met u te drijven.",
          "text1637": "Dat is, de Gebaliters, die in de Stadt ofte het lant van Gebal woonden, gelegen in Phaenicia, by Zidon. Van Gebal ofte Gibla waren de steen-houwers, die Salomo gebruyckte tot den bouw des Tempels, 1.Reg. 5.18. Siet oock van dese Ezech. 27.9.",
          "text2026": "Dat is, de Gebalieters, die in de stad of het land van Gebal woonden, gelegen in Fenicië, by Zidon. Van Gebal of Gibla waren de steenhouwers, die Salomo gebruikte tot de bouw van de tempel, 1 Kon. 5:18 . Zie ook van deze Ez. 27:9 . 1 Koningen 5:18 : En de bouwers van Salomo, en de bouwers van Hiram, en de Giblieten behieuwen ze, en bereidden het hout toe, en de stenen, om dat huis te bouwen. Ezechiël 27:9 : De oudsten van Gebal en haar wijzen waren in u, verbeterende uw breuken; alle schepen van de zee en haar zeelieden waren in u, om onderlingen handel met u te drijven."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de Filistijnen. Het land wordt genomen voor het volk, dat daarin woonde.",
          "text1637": "D. de Philistijnen. ’t lant wort genomen voor ’t volck dat daer in woonde.",
          "text2026": "Dat is, de Filistijnen. Het land wordt genomen voor het volk, dat daarin woonde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "גְּבָ֣ל",
          "strongs": "H1381",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ֭/עַמּוֹן",
          "strongs": "H5983",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲמָלֵ֑ק",
          "strongs": "H6002",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "פְּ֝לֶ֗שֶׁת",
          "strongs": "H6429",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יֹ֥שְׁבֵי",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "צֽוֹר",
          "strongs": "H6865",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Gebal, en Ammon, en Amalek,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Palestina met de inwoners van Tyrus.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Gebal, en Ammon, en Amalek,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Palestina met de inwoners van Tyrus.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Gebal, ende Ammon, ende Amalek: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Palestina, met de inwoonders van Tyrus."
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn den kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela.",
      "text1637": "Oock heeft sich Assur by hen gevoegt: sy zijn [14] den kinderen Loths [15] tot eenen arm geweest, Sela!",
      "text2026": "Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn de kinderen van Lot tot een arm geweest. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "den kinderen van Lot: Dat is, de Moabieten en Ammorieten, hiervoor gemeld, die van Lot gesproten waren. Gen. 19:37 , 19:38 ; en het laat zich aanzien dat hier uitdrukkelijk van Lot wordt vermeld, om de onwaardigheid der zaak aan te wijzen, dat degenen, die gekomen waren van Abrahams neef, hunne bloedverwanten zochten uit te roeien. Genesis 19:37 : En de eerstgeborene baarde een zoon, en noemde zijn naam Moab; deze is de vader der Moabieten, tot op dezen dag. Genesis 19:38 : En de jongste baarde ook een zoon, en noemde zijn naam Ben-ammi; deze is de vader der kinderen Ammons, tot op dezen dag.",
          "text1637": "D. den Moabiten ende Ammoniten, hier voor gemeldt, die van Loth gesproten waren, Genes. 19.37, 38. ende het laet hem aensien, dat hier uytdruckelick van Loth wort vermaent, om d’onweerdicheyt der sake aen te wijsen, dat die gene die gekomen waren van Abrahams neve, hare bloetverwanten sochten uyt te roeyen.",
          "text2026": "de kinderen van Lot: Dat is, de Moabieten en Ammorieten, hiervoor gemeld, die van Lot gesproten waren. Gen. 19:37 , 19:38 ; en het laat zich aanzien dat hier uitdrukkelijk van Lot wordt vermeld, om de onwaardigheid van de zaak aan te wijzen, dat degenen, die gekomen waren van Abrahams neef, hun bloedverwanten zochten uit te roeien. Genesis 19:37 : En de eerstgeborene baarde een zoon, en noemde zijn naam Moab; deze is de vader van de Moabieten, tot op deze dag. Genesis 19:38 : En de jongste baarde ook een zoon, en noemde zijn naam Ben-ammi; deze is de vader van de kinderen Ammons, tot op deze dag."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot een arm geweest: Dat is, tot een sterke hulp. Zie deze wijze van spreken ook Ps. 37:17 ; Jer. 17:5 . Psalmen 37:17 : Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen. Jeremia 17:5 : Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt!",
          "text1637": "D. Tot een stercke hulpe. siet dese wijse van spreken oock Psal. 37.17. Ier. 17.5.",
          "text2026": "tot een arm geweest: Dat is, tot een sterke hulp. Zie deze wijze van spreken ook Ps. 37:17 ; Jer. 17:5 . Psalmen 37:17 : Want de armen van de goddelozen zullen verbroken worden; maar JAHWEH ondersteunt de rechtvaardigen. Jeremia 17:5 : Zo zegt JAHWEH: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van JAHWEH afwijkt!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "גַּם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "אַ֭שּׁוּר",
          "strongs": "H804",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "נִלְוָ֣ה",
          "strongs": "H3867",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "עִמָּ֑/ם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "הָ֤י֥וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "זְר֖וֹעַ",
          "strongs": "H2220",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/בְנֵי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "ל֣וֹט",
          "strongs": "H3876",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> de kinderen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Lot tot een arm geweest. Sela.",
      "textSV1888_html": "Ook heeft zich Assur bij hen gevoegd; zij zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> den kinderen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Lot tot een arm geweest. Sela.",
      "text1637_html": "Oock heeft sich Assur by hen gevoegt: sy zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> den kinderen Loths <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> tot eenen arm geweest, Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Doe hun als Midian, als Sisera, als Jabin aan de beek Kison;",
      "text1637": "[16] Doet hen als Midian: als [17] Sisera, als [18] Iabin aen de beke Kison.",
      "text2026": "Doe hun als Midian, als Sisera, als Jabin aan de beek Kison;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Doe hun als Midian: Dat is, verdelg hen, gelijk Gij eertijds de Midianieten verdelgd hebt, toen zij onze voorvaders bestreden; Richt. 7:13 , 7:22 . Richteren 7:13 : Toen nu Gideon aankwam, ziet, zo was er een man, die zijn metgezel een droom vertelde, en zeide: Zie, ik heb een droom gedroomd, en zie, een geroost gerstebrood wentelde zich in het leger der Midianieten, en het kwam tot aan de tent, en sloeg haar, dat zij viel, en keerde haar om, het onderste boven, dat de tent er lag. Richteren 7:22 : Als de driehonderd met de bazuinen bliezen, zo zette de HEERE het zwaard des een tegen den anderen, en dat in het ganse leger; en het leger vluchtte tot Beth-sitta toe naar Tseredath, tot aan de grens van Abel-mehola, boven Tabbath.",
          "text1637": "D. verdelgtse, gelijck ghy eertijts de Midianiten verdelgt hebt, doe sy onse voorvaderen bestreden, Iud. 7.13, 22.",
          "text2026": "Doe hun als Midian: Dat is, verdelg hen, gelijk U eertijds de Midianieten verdelgd hebt, toen zij onze voorvaders bestreden; Richt. 7:13 , 7:22 . Richteren 7:13 : Toen nu Gideon aankwam, ziet, zo was er een man, die zijn metgezel een droom vertelde, en zei: Zie, ik heb een droom gedroomd, en zie, een geroost gerstebrood wentelde zich in het leger van de Midianieten, en het kwam tot aan de tent, en sloeg haar, dat zij viel, en keerde haar om, het onderste boven, dat de tent er lag. Richteren 7:22 : Als de driehonderd met de bazuinen bliezen, zo zette JAHWEH het zwaard van de één tegen de anderen, en dat in het gehele leger; en het leger vluchtte tot Beth-sitta toe naar Tseredath, tot aan de grens van Abel-mehola, boven Tabbath."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Richt. 4:15 , en Richt. 5:19 , 5:21 , enz. Richteren 4:15 : En de HEERE versloeg Sisera, met al zijn wagenen, en het ganse heirleger, door de scherpte des zwaards, voor het aangezicht van Barak; dat Sisera van den wagen afklom, en vluchtte op zijn voeten. Richteren 5:19 : De koningen kwamen, zij streden; toen streden de koningen van Kanaän, te Thaänach aan de wateren van Megiddo; zij brachten geen gewin des zilvers daarvan. Richteren 5:21 : De beek Kison wentelde hen weg, de beek Kedumin, de beek Kison; vertreed, o mijn ziel! de sterken.",
          "text1637": "Siet Iud. 4.15. ende 5.19, 21. etc.",
          "text2026": "Zie Richt. 4:15 , en Richt. 5:19 , 5:21 , enz. Richteren 4:15 : En JAHWEH versloeg Sisera, met al zijn wagens, en het gehele heirleger, door de scherpte van het zwaard, voor het aangezicht van Barak; dat Sisera van de wagen afklom, en vluchtte op zijn voeten. Richteren 5:19 : De koningen kwamen, zij streden; toen streden de koningen van Kanaän, te Thaänach aan de wateren van Megiddo; zij brachten geen winst van het zilver daarvan. Richteren 5:21 : De beek Kison wentelde hen weg, de beek Kedumin, de beek Kison; vertreed, o mijn ziel! de sterken."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Jabin is geweest koning der Kanaänieten. Zie Richt. 4:2 . Richteren 4:2 : Zo verkocht hen de HEERE in de hand van Jabin, koning der Kanaänieten, die te Hazor regeerde; en zijn krijgsoverste was Sisera; dezelve nu woonde in Haroseth der heidenen.",
          "text1637": "Iabin is geweest Coninck der Canaaniten. Siet Iud. 4.2.",
          "text2026": "Jabin is geweest koning van de Kanaänieten. Zie Richt. 4:2 . Richteren 4:2 : Zo verkocht hen JAHWEH in de hand van Jabin, koning van de Kanaänieten, die te Hazor regeerde; en zijn krijgsoverste was Sisera; dezelfde nu woonde in Haroseth van de heidenen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עֲשֵֽׂה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֥ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מִדְיָ֑ן",
          "strongs": "H4080",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "כְּֽ/סִֽיסְרָ֥א",
          "strongs": "H5516",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "כְ֝/יָבִ֗ין",
          "strongs": "H2985",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בְּ/נַ֣חַל",
          "strongs": "H5158",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "קִישֽׁוֹן",
          "strongs": "H7028",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Doe hun als Midian, als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Sisera, als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Jabin aan de beek Kison;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Doe hun als Midian, als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Sisera, als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Jabin aan de beek Kison;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Doet hen als Midian: als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Sisera, als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Iabin aen de beke Kison."
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Die verdelgd zijn te Endor; zij zijn geworden tot drek der aarde.",
      "text1637": "[Die] verdelgt zijn te [19] Endor: sy zijn geworden [20] tot dreck der aerde.",
      "text2026": "Die vernietigd zijn te Endor; zij zijn geworden tot mest van de aarde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ene stad, gelegen bij de Kison, Taänah, en bij het water Megiddo. Zie Joz. 17:11 ; Richt. 5:19 . Jozua 17:11 : Want Manasse had, in Issaschar en in Aser, Beth-Sean en haar onderhorige plaatsen, en Jibleam en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te Dor en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te En-Dor en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te Thaänach en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te Megiddo en haar onderhorige plaatsen: drie landstreken. Richteren 5:19 : De koningen kwamen, zij streden; toen streden de koningen van Kanaän, te Thaänach aan de wateren van Megiddo; zij brachten geen gewin des zilvers daarvan.",
          "text1637": "Eene Stadt gelegen by Kison, Taanah, ende by ’t water Megiddo. Siet Ios. 17.11. Iud. 5.19.",
          "text2026": "Een stad, gelegen bij de Kison, Taänah, en bij het water Megiddo. Zie Joz. 17:11 ; Richt. 5:19 . Jozua 17:11 : Want Manasse had, in Issaschar en in Aser, Beth-Sean en haar onderhorige plaatsen, en Jibleam en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te Dor en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te En-Dor en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te Thaänach en haar onderhorige plaatsen, en de inwoners te Megiddo en haar onderhorige plaatsen: drie landstreken. Richteren 5:19 : De koningen kwamen, zij streden; toen streden de koningen van Kanaän, te Thaänach aan de wateren van Megiddo; zij brachten geen winst van het zilver daarvan."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot drek der aarde: Dat is, zij lagen te verrotten boven de aarde, onbegraven. Zie Jer. 8:2 , en Jer. 16:4 . Jeremia 8:2 : En zij zullen ze uitspreiden voor de zon, en voor de maan, en voor het ganse heir des hemels, die zij liefgehad, en die zij gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor dewelke zij zich nedergebogen hebben; zij zullen niet verzameld noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn. Jeremia 16:4 : Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op den aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.",
          "text1637": "D. Sy lagen te verrotten boven d’aerde, onbegraven. Siet Ierem. 8.2. ende 16.4.",
          "text2026": "tot drek van de aarde: Dat is, zij lage te verrotten boven de aarde, onbegraven. Zie Jer. 8:2 , en Jer. 16:4 . Jeremia 8:2 : En zij zullen ze uitspreiden voor de zon, en voor de maan, en voor het gehele legermacht van de hemel, die zij liefgehad, en die zij gediend, en die zij nagewandeld, en die zij gezocht hebben, en voor die zij zich nedergebogen hebben; zij zullen niet verzameld noch begraven worden; tot mest op de aardbodem zullen zij zijn. Jeremia 16:4 : Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op de aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door de honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte van de hemel en het gedierte van de aarde tot voedsel zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נִשְׁמְד֥וּ",
          "strongs": "H8045",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "בְֽ/עֵין",
          "strongs": "H5874",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "דֹּ֑אר",
          "strongs": "H5874",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הָ֥יוּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "דֹּ֝֗מֶן",
          "strongs": "H1828",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לָ/אֲדָמָֽה",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Die vernietigd zijn te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Endor; zij zijn geworden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> tot mest van de aarde.",
      "textSV1888_html": "Die verdelgd zijn te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Endor; zij zijn geworden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> tot drek der aarde.",
      "text1637_html": "[Die] verdelgt zijn te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Endor: sy zijn geworden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> tot dreck der aerde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "verdelgd",
          "new": "vernietigd",
          "principe": "V375"
        },
        {
          "old": "drek der",
          "new": "mest van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Maak hen en hun prinsen als Oreb en als Zeëb, en al hun vorsten als Zebah en als Zalmuna;",
      "text1637": "[21] Maeckt haer [ende] hare [22] Princen als [23] Oreb, ende als Zeëb: ende alle hare Vorsten als [24] Zebah, ende als [24] Zalmuna.",
      "text2026": "Maak hen en hun prinsen als Oreb en als Zeëb, en al hun vorsten als Zebah en als Zalmuna;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. stel.",
          "text1637": "Hebr. stelt.",
          "text2026": "Hebr. stel."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Job 12:21 . Job 12:21 : Hij giet verachting over de prinsen uit, en Hij verslapt den riem der geweldigen.",
          "text1637": "Siet Iob 12. op vers 21.",
          "text2026": "Zie Job 12:21 . Job 12:21 : Hij giet verachting over de prinsen uit, en Hij verslapt de riem van de geweldigen."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Oreb en Zeëb zijn twee vorsten der Midianieten geweest, door Gideon verslagen; Richt. 7:25 , en Richt. 8:11 , 8:12 . Richteren 7:25 : En zij vingen twee vorsten der Midianieten, Oreb en Zeëb, en doodden Oreb op den rotssteen Oreb, en Zeëb doodden zij in de perskuip van Zeëb, en vervolgden de Midianieten; en zij brachten de hoofden van Oreb en Zeëb tot Gideon, over de Jordaan. Richteren 8:11 : En Gideon toog opwaarts, den weg dergenen, die in tenten wonen, tegen het oosten van Nobah en Jogbeha; en hij sloeg dat leger, want het leger was zorgeloos. Richteren 8:12 : En Zebah en Tsalmuna vloden; doch hij jaagde hen na; en hij ving de beide koningen der Midianieten, Zebah en Tsalmuna, en verschrikte het ganse leger.",
          "text1637": "Oreb ende Zeëb zijn geweest twee Vorsten der Midianiten, van Gideon verslagen, Iud. 7.25. ende 8. versen 11, 12.",
          "text2026": "Oreb en Zeëb zijn twee vorsten van de Midianieten geweest, door Gideon verslagen; Richt. 7:25 , en Richt. 8:11 , 8:12 . Richteren 7:25 : En zij vingen twee vorsten van de Midianieten, Oreb en Zeëb, en doodden Oreb op de rotssteen Oreb, en Zeëb doodden zij in de perskuip van Zeëb, en vervolgden de Midianieten; en zij brachten de hoofden van Oreb en Zeëb tot Gideon, over de Jordaan. Richteren 8:11 : En Gideon toog opwaarts, de weg dergenen, die in tenten wonen, tegen het oosten van Nobah en Jogbeha; en hij sloeg dat leger, want het leger was zorgeloos. Richteren 8:12 : En Zebah en Tsalmuna vloden; maar hij jaagde hen na; en hij ving de beide koningen van de Midianieten, Zebah en Tsalmuna, en verschrikte het gehele leger."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zebah en als Zalmuna: Twee koningen der Midianieten, die Gideon heeft verslagen; Richt. 8:21 . Richteren 8:21 : Toen zeiden Zebah en Tsalmuna: Sta gij op, en val op ons aan, want naar dat de man is, zo is zijn macht. Zo stond Gideon op, en doodde Zebah en Tsalmuna, en nam de maantjes, die aan de halzen hunner kemelen waren.",
          "text1637": "Twee Coningen der Midianiten, die Gideon heeft verslagen, Iud. 8.21.",
          "text2026": "Zebah en als Zalmuna: Twee koningen van de Midianieten, die Gideon heeft verslagen; Richt. 8:21 . Richteren 8:21 : Toen zeiden Zebah en Tsalmuna: Sta u op, en val op ons aan, want naar dat de man is, zo is zijn macht. Zo stond Gideon op, en doodde Zebah en Tsalmuna, en nam de maantjes, die aan de halzen hun kamelen waren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׁיתֵ֣/מוֹ",
          "strongs": "H7896",
          "morph": "HVqv2ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "נְ֭דִיבֵ/מוֹ",
          "strongs": "H5081",
          "morph": "HAampc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/עֹרֵ֣ב",
          "strongs": "H6159",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/כִ/זְאֵ֑ב",
          "strongs": "H2062",
          "morph": "HC/R/Np"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/כְ/זֶ֥בַח",
          "strongs": "H2078",
          "morph": "HC/R/Np"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/כְ/צַלְמֻנָּ֗ע",
          "strongs": "H6759",
          "morph": "HC/R/Np"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נְסִיכֵֽ/מוֹ",
          "strongs": "H5257",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Maak hen en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> hun prinsen als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Oreb en als Zeëb, en al hun vorsten als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Zebah en als Zalmuna;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Maak hen en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> hun prinsen als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Oreb en als Zeëb, en al hun vorsten als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Zebah en als Zalmuna;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Maeckt haer [ende] hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Princen als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Oreb, ende als Zeëb: ende alle hare Vorsten als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Zebah, ende als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Zalmuna."
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Die zeiden: Laat ons de schone woningen Gods voor ons in erfelijke bezitting nemen.",
      "text1637": "Die seyden, Laet ons de [25] schoone wooningen Godes voor ons in erffelicke besittinge nemen.",
      "text2026": "Die zeiden: Laat ons de schone woningen Gods voor ons in erfelijke bezitting nemen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "schone woningen Gods: Te weten, het land Kanaän, waar God woont in het midden zijns volks. Zie Exod. 15:13 . Exodus 15:13 : Gij leiddet door Uw weldadigheid dit volk, dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de liefelijke woning Uwer heiligheid.",
          "text1637": "T.w. het lant van Canaan, daer Godt woont in het midden sijnes volcks. Siet Exod. 15.13.",
          "text2026": "schone woningen Gods: Te weten, het land Kanaän, waar God woont in het midden zijns volks. Zie Ex. 15:13 . Exodus 15:13 : U leidde door Uw weldadigheid dit volk, dat U verlost hebt; U voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de liefelijke woning Uw heiligheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אָ֭מְרוּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "נִ֣ירֲשָׁה",
          "strongs": "H3423",
          "morph": "HVqh1cp"
        },
        {
          "woord": "לָּ֑/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֝֗ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "נְא֣וֹת",
          "strongs": "H4999",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִֽים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Die zeiden: <span class=\"direct-speech\"><i>Laat ons de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> schone woningen Gods voor ons in erfelijke bezitting nemen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Die zeiden: Laat ons de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> schone woningen Gods voor ons in erfelijke bezitting nemen.",
      "text1637_html": "Die seyden, Laet ons de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> schoone wooningen Godes voor ons in erffelicke besittinge nemen."
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Mijn God! maak hen als een wervel, als stoppelen voor den wind.",
      "text1637": "Mijn Godt, maecktse [26] als een wervel: als stoppelen voor den wint.",
      "text2026": "Mijn God! maak hen als een wervel, als stoppelen voor de wind.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders, bol, rad, dat is, ongestadig en wankelbaar, alzo dat zij niet weten wat zij doen, of waar zij heen vluchten zullen.",
          "text1637": "And. bolle, radt. D. ongestadich ende wanckelbaer, also dat sy niet en weten wat sy doen, of waer sy henen vluchten sullen.",
          "text2026": "Anders, bol, rad, dat is, ongestadig en wankelbaar, zo dat zij niet weten wat zij doen, of waar zij heen vluchten zullen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱֽלֹהַ֗/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שִׁיתֵ֥/מוֹ",
          "strongs": "H7896",
          "morph": "HVqv2ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כַ/גַּלְגַּ֑ל",
          "strongs": "H1534",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ֝/קַ֗שׁ",
          "strongs": "H7179",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵי",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "רֽוּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mijn God! maak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> hen als een wervel, als stoppelen voor de wind.",
      "textSV1888_html": "Mijn God! maak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> hen als een wervel, als stoppelen voor den wind.",
      "text1637_html": "Mijn Godt, maecktse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> als een wervel: als stoppelen voor den wint.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Gelijk het vuur een woud verbrandt, en gelijk de vlam de bergen aansteekt;",
      "text1637": "[27] Gelijck het vyer een wout verbrant: ende gelijck de vlamme [28] de bergen aensteeckt,",
      "text2026": "Gelijk het vuur een woud verbrandt, en gelijk de vlam de bergen aansteekt;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk het vuur: Zie dergelijke manieren van spreken in Deut. 32:22 . Deuteronomium 32:22 : Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, en zal bernen tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden der bergen in vlam zetten.",
          "text1637": "Siet dergelijcke manieren van spreken Deut. 32.22.",
          "text2026": "Gelijk het vuur: Zie dergelijke manieren van spreken in Deut. 32:22 . Deuteronomium 32:22 : Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, en zal bernen tot in de onderste dodenrijk, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden van de bergen in vlam zetten."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de bergen: Versta, de bomen en heesters, die op de bergen staan. Of versta, de zwavelbergen die ook zelf branden.",
          "text1637": "Verst. de boomen ende struellen die op de bergen staen. Ofte verstaet de swevel-bergen die oock selve branden.",
          "text2026": "de bergen: Versta, de bomen en heesters, die op de bergen staan. Of versta, de zwavelbergen die ook zelf branden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כְּ/אֵ֥שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "תִּבְעַר",
          "strongs": "H1197",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "יָ֑עַר",
          "strongs": "H3293",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/כְ/לֶהָבָ֗ה",
          "strongs": "H3852",
          "morph": "HC/R/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "תְּלַהֵ֥ט",
          "strongs": "H3857",
          "morph": "HVpi3fs"
        },
        {
          "woord": "הָרִֽים",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> Gelijk het vuur een woud verbrandt, en gelijk de vlam<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> de bergen aansteekt;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> Gelijk het vuur een woud verbrandt, en gelijk de vlam<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> de bergen aansteekt;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> Gelijck het vyer een wout verbrant: ende gelijck de vlamme <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> de bergen aensteeckt,",
      "phraseDiff": []
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Vervolg hen alzo met Uw onweder, en verschrik hen met Uw draaiwind.",
      "text1637": "Vervolgtse alsoo met u [29] onweder: ende verschricktse met uwen draey-wint.",
      "text2026": "Vervolg hen zo met Uw onweer, en verschrik hen met Uw draaiwind.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie de aantekening bij Job 9:17 . Job 9:17 : Want Hij vermorzelt mij door een onweder, en vermenigvuldigt mijn wonden zonder oorzaak.",
          "text1637": "Siet d’aenteeck. Iob 9. op vers 17.",
          "text2026": "Zie de aantekening bij Job 9:17 . Job 9:17 : Want Hij vermorzelt mij door een onweer, en vermenigvuldigt mijn wonden zonder oorzaak."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֵּ֭ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "תִּרְדְּפֵ֣/ם",
          "strongs": "H7291",
          "morph": "HVqi2ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/סַעֲרֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H5591",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/סוּפָתְ/ךָ֥",
          "strongs": "H5492",
          "morph": "HC/R/Ncfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "תְבַהֲלֵֽ/ם",
          "strongs": "H926",
          "morph": "HVpi2ms/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Vervolg hen zo met Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> onweer, en verschrik hen met Uw draaiwind.",
      "textSV1888_html": "Vervolg hen alzo met Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> onweder, en verschrik hen met Uw draaiwind.",
      "text1637_html": "Vervolgtse alsoo met u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> onweder: ende verschricktse met uwen draey-wint.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "onweder,",
          "new": "onweer,",
          "principe": "V469"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Maak hun aangezicht vol schande, opdat zij, o HEERE! Uw Naam zoeken.",
      "text1637": "Maeckt haer aengesichte vol schande, [30] op datse, ô HEERE, uwen Name soecken.",
      "text2026": "Maak hun aangezicht vol schande, opdat zij, o JAHWEH! Uw Naam zoeken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "opdat zij: Dat is, maak dat zij zelfs tegen hun dank U moeten, bekennen machtiger te zijn dan zij zijn, en dat zij tot U moeten roepen als zij uwe plagen gevoelen. Zie Exod. 8:8 , en Ps. 18:42 . Anders, dat men uwen naam zoeke; dat is, dat de vromen hierdoor mogen veroorzaakt zijn hun vertrouwen te meer op uwe goedheid en mogendheid te zetten, en tot U hunne toevlucht te nemen. Exodus 8:8 : En Farao riep Mozes en Aäron, en zeide: Bidt vuriglijk tot den HEERE, dat Hij de vorsen van mij en van mijn volk wegneme; zo zal ik het volk trekken laten, dat zij den HEERE offeren. Psalmen 18:42 : Zij riepen, maar er was geen verlosser; tot den HEERE, maar Hij antwoordde hun niet.",
          "text1637": "D. maeckt datse selfs tegen haren danck u moeten bekennen machtiger te zijn, dan sy zijn, ende datse tot u moeten roepen, als sy uwe plagen gevoelen: siet Exod. 8.8. ende Psal. 18.42. And. datmen uwen name soecke. D. dat de vrome hier door mogen veroorsaeckt zijn haer vertrouwen te meer op uwe goetheyt ende mogentheyt te setten, ende tot u haren toevlucht te nemen.",
          "text2026": "opdat zij: Dat is, maak dat zij zelfs tegen hun dank U moeten, bekennen machtiger te zijn dan zij zijn, en dat zij tot U moeten roepen als zij uw plagen gevoelen. Zie Ex. 8:8 , en Ps. 18:42 . Anders, dat men uw naam zoeke; dat is, dat de vromen hierdoor mogen veroorzaakt zijn hun vertrouwen te meer op uw goedheid en mogendheid te zetten, en tot U hun toevlucht te nemen. Exodus 8:8 : En Farao riep Mozes en Aäron, en zei: Bidt vuriglijk tot JAHWEH, dat Hij de vorsen van mij en van mijn volk wegneme; zo zal ik het volk trekken laten, dat zij JAHWEH offeren. Psalmen 18:42 : Zij riepen, maar er was geen verlosser; tot JAHWEH, maar Hij antwoordde hun niet."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מַלֵּ֣א",
          "strongs": "H4390",
          "morph": "HVpv2ms"
        },
        {
          "woord": "פְנֵי/הֶ֣ם",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "קָל֑וֹן",
          "strongs": "H7036",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/יבַקְשׁ֖וּ",
          "strongs": "H1245",
          "morph": "HC/Vpj3mp"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְ/ךָ֣",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maak hun aangezicht vol schande,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> opdat zij, o JAHWEH! Uw Naam zoeken.",
      "textSV1888_html": "Maak hun aangezicht vol schande,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> opdat zij, o HEERE! Uw Naam zoeken.",
      "text1637_html": "Maeckt haer aengesichte vol schande, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> op datse, ô HEERE, uwen Name soecken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Laat hen beschaamd en verschrikt wezen tot in eeuwigheid, en laat hen schaamrood worden, en omkomen;",
      "text1637": "Laetse beschaemt ende verschrickt wesen tot in der eeuwicheyt, ende laetse schaemroot worden, ende omkomen.",
      "text2026": "Laat hen beschaamd en verschrikt wezen tot in eeuwigheid, en laat hen schaamrood worden, en omkomen;",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יֵבֹ֖שׁוּ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִבָּהֲל֥וּ",
          "strongs": "H926",
          "morph": "HC/VNi3mp"
        },
        {
          "woord": "עֲדֵי",
          "strongs": "H5703",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עַ֗ד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/יַחְפְּר֥וּ",
          "strongs": "H2659",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֹאבֵֽדוּ",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat hen beschaamd en verschrikt wezen tot in eeuwigheid, en laat hen schaamrood worden, en omkomen;",
      "text1637_html": "Laetse beschaemt ende verschrickt wesen tot in der eeuwicheyt, ende laetse schaemroot worden, ende omkomen."
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Opdat zij weten, dat Gij alleen met Uw Naam zijt de HEERE, de Allerhoogste over de ganse aarde.",
      "text1637": "[31] Op datse weten, dat ghy alleen met uwen Name zijt de HEERE, de alderhoochste over de gantsche aerde.",
      "text2026": "Opdat zij weten, dat U alleen met Uw Naam bent JAHWEH, de Allerhoogste over de hele aarde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Opdat zij weten: Of, opdat men wete; gelijk vers 17 . Psalmen 83:17 : Maak hun aangezicht vol schande, opdat zij, o HEERE! Uw Naam zoeken.",
          "text1637": "Of, op datmen wete, als vers 17.",
          "text2026": "Opdat zij weten: Of, opdat men wete; gelijk vers 17 . Psalmen 83:17 : Maak hun aangezicht vol schande, opdat zij, o JAHWEH! Uw Naam zoeken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְֽ/יֵדְע֗וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֬ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְ/ךָ֣",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לְ/בַדֶּ֑/ךָ",
          "strongs": "H905",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עֶ֝לְי֗וֹן",
          "strongs": "H5945",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Opdat zij weten, dat U alleen met Uw Naam bent JAHWEH, de Allerhoogste over de hele aarde.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Opdat zij weten, dat Gij alleen met Uw Naam zijt de HEERE, de Allerhoogste over de ganse aarde.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Op datse weten, dat ghy alleen met uwen Name zijt de HEERE, de alderhoochste over de gantsche aerde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "zijt de HEERE,",
          "new": "bent JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Een klachte der Gemeynte Godes over de raetslagen der godloosen tegens haer: Biddende, dathy de selve wille straffen, gelijck hy eertijts de vervolgers sijnes volcks gestraft heeft.",
    "text2026": "Een klacht van de gemeente van God over de raadslagen van de goddelozen tegen haar; biddend dat Hij die wil straffen, zoals Hij weleer de vervolgers van Zijn volk gestraft heeft."
  }
}