{
 "number": 90,
 "verses": [
  {
   "number": 1,
   "textSV1888": "Een gebed van Mozes, den man Gods. HEERE! Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht.",
   "text1637": "[1] EEn gebedt Mosis [2] des mans Godes. Heere, ghy zijt ons geweest een [3] toevlucht [4] van geslachte tot geslachte.",
   "text2026": "Een gebed van Mozes, de man van God. JAHWEH! U bent ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "1",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Een gebed van Mozes: Men houdt het daarvoor, dat Mozes dit gebed gesproken heeft als het volk van Israël in de woestijn gezondigd had. Zie Num. 14 .",
     "text1637": "Men houdt het daer voor, dat Moses dit Gebedt gesproken heeft, als het volck van Israel in de woestijne gesondicht hadde. Siet Num. 14.",
     "text2026": "Een gebed van Mozes: Men houdt het daarvoor, dat Mozes dit gebed gesproken heeft als het volk van Israël in de woestijn gezondigd had. Zie Num. 14 ."
    },
    {
     "marker": "2",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "den man Gods: Zie Deut. 33:1 , en Richt. 13:6 . Deuteronomium 33:1 : Dit nu is de zegen, met welken Mozes, de man Gods, de kinderen Israëls gezegend heeft, voor zijn dood. Richteren 13:6 : Toen kwam deze vrouw in, en sprak tot haar man, zeggende: Er kwam een Man Gods tot mij, Wiens aangezicht was als het aangezicht van een Engel Gods, zeer vreselijk; en ik vraagde Hem niet, van waar Hij was, en Zijn naam gaf Hij mij niet te kennen.",
     "text1637": "Siet Deut. 33.1. ende Iud. 13.6.",
     "text2026": "de man van God: Zie Deut. 33:1 , en Richt. 13:6 . Deuteronomium 33:1 : Dit nu is de zegen, met welke Mozes, de man van God, de kinderen van Israël gezegend heeft, voor zijn dood. Richteren 13:6 : Toen kwam deze vrouw in, en sprak tot haar man, zeggende: Er kwam een Man van God tot mij, Wiens aangezicht was als het aangezicht van een Engel van God, zeer vreselijk; en ik vraagde Hem niet, van waar Hij was, en Zijn naam gaf Hij mij niet te kennen."
    },
    {
     "marker": "3",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Te weten, in al onze ellende. Zie Exod. 33:14 ; Deut. 8:15 , en Deut. 33:27 . Hebr., מָעוֹן, ene woning, vertrek. Exodus 33:14 : Hij dan zeide: Zou Mijn aangezicht moeten medegaan, om u gerust te stellen? Deuteronomium 8:15 : Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen, en schorpioenen, en dorheid, waar geen water was; Die u water uit de keiachtige rots voortbracht; Deuteronomium 33:27 : De eeuwige God zij u een woning, en van onder eeuwige armen; en Hij verdrijve den vijand voor uw aangezicht, en zegge: Verdelg!",
     "text1637": "T.w. in alle onse elenden. siet Exod. 33.14. Deut. 8.15. ende 33.27. Hebr. een wooninge, vertreck.",
     "text2026": "Te weten, in al onze ellende. Zie Ex. 33:14 ; Deut. 8:15 , en Deut. 33:27 . Hebr., מָעוֹן, een woning, vertrek. Exodus 33:14 : Hij dan zei: Zou Mijn aangezicht moeten medegaan, om u gerust te stellen? Deuteronomium 8:15 : Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen, en schorpioenen, en dorheid, waar geen water was; Die u water uit de keiachtige rots voortbracht; Deuteronomium 33:27 : De eeuwige God zij u een woning, en van onder eeuwige armen; en Hij verdrijve de vijand voor uw aangezicht, en zegge: Verdelg!"
    },
    {
     "marker": "4",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "van geslacht tot geslacht: Hebr., דֹר, in geslacht en geslacht; dat is, bij alle geslachten, of tot alle tijden.",
     "text1637": "Hebr. in geslachte ende geslachte. D. by alle geslachten: Of, tot allen tijden.",
     "text2026": "van geslacht tot geslacht: Hebr., דֹר, in geslacht en geslacht; dat is, bij alle geslachten, of tot alle tijden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "תְּפִלָּה֮",
     "strongs": "H8605",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/מֹשֶׁ֪ה",
     "strongs": "H4872",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "אִֽישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הָ/אֱלֹ֫הִ֥ים",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "אֲֽדֹנָ֗/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "מָע֣וֹן",
     "strongs": "H4583",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "אַ֭תָּה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2ms"
    },
    {
     "woord": "הָיִ֥יתָ",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp2ms"
    },
    {
     "woord": "לָּ֗/נוּ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/דֹ֣ר",
     "strongs": "H1755",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וָ/דֹֽר",
     "strongs": "H1755",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een gebed van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Mozes, de man van God. JAHWEH! U bent ons geweest een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Toevlucht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> van geslacht tot geslacht.",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een gebed van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Mozes, den man Gods. HEERE! Gij zijt ons geweest een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Toevlucht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> van geslacht tot geslacht.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> EEn gebedt Mosis <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> des mans Godes. Heere, ghy zijt ons geweest een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> toevlucht <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> van geslachte tot geslachte.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "Gods. HEERE! Gij zijt",
     "new": "van God. JAHWEH! U bent",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 2,
   "textSV1888": "Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.",
   "text1637": "[5] Eer de bergen geboren waren, ende ghy de aerde ende de wereld voortgebracht haddet: ja van eeuwicheyt tot eeuwicheyt zijt ghy Godt.",
   "text2026": "Voordat de bergen geboren waren, en U de aarde en de wereld voortgebracht had, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U God.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "5",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Eer de bergen: Dat is, eer de bergen als uit den afgrond getogen waren. Zie gelijke wijze van spreken Gen. 2:4 ; Job 15:7 , en Job 38:28 , 38:29 ; Jes. 51:2 . Genesis 2:4 : Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde, als zij geschapen werden; ten dage als de HEERE God de aarde en den hemel maakte. Job 15:7 : Zijt gij de eerste een mens geboren? Of zijt gij voor de heuvelen voortgebracht? Job 38:28 : Heeft de regen een vader, of wie baart de druppelen des dauws? Job 38:29 : Uit wiens buik komt het ijs voort, en wie baart den rijm des hemels? Jesaja 51:2 : Aanschouwt Abraham, ulieder vader, en Sara, die ulieden gebaard heeft; want Ik riep hem, toen hij nog alleen was, en Ik zegende hem, en Ik vermenigvuldigde hem.",
     "text1637": "D. eer de bergen gelijck uyt den afgront getogen waren. siet gelijcke wijse van spreken, Genes. 2.4. Iob 15.7. ende 38. versen 28, 29. Iesa. 51. vers 2.",
     "text2026": "Voordat de bergen: Dat is, voordat de bergen als uit de afgrond getogen waren. Zie gelijke wijze van spreken Gen. 2:4 ; Job 15:7 , en Job 38:28 , 38:29 ; Jes. 51:2 . Genesis 2:4 : Dit zijn de geboorten van de hemel en van de aarde, als zij geschapen werden; op de dag als JAHWEH God de aarde en de hemel maakte. Job 15:7 : Bent u de eerste een mens geboren? Of bent u voor de heuvelen voortgebracht? Job 38:28 : Heeft de regen een vader, of wie baart de druppelen van de dauws? Job 38:29 : Uit wiens buik komt het ijs voort, en wie baart de rijm van de hemel? Jesaja 51:2 : Aanschouwt Abraham, ulieder vader, en Sara, die u gebaard heeft; want Ik riep hem, toen hij nog alleen was, en Ik zegende hem, en Ik vermenigvuldigde hem."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בְּ/טֶ֤רֶם",
     "strongs": "H2962",
     "morph": "HR/D"
    },
    {
     "woord": "הָ֘רִ֤ים",
     "strongs": "H2022",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "יֻלָּ֗דוּ",
     "strongs": "H3205",
     "morph": "HVPi3mp"
    },
    {
     "woord": "וַ/תְּח֣וֹלֵֽל",
     "strongs": "H2342",
     "morph": "HC/Vow2ms"
    },
    {
     "woord": "אֶ֣רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/תֵבֵ֑ל",
     "strongs": "H8398",
     "morph": "HC/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וּֽ/מֵ/עוֹלָ֥ם",
     "strongs": "H5769",
     "morph": "HC/R/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "עַד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "ע֝וֹלָ֗ם",
     "strongs": "H5769",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אַתָּ֥ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2ms"
    },
    {
     "woord": "אֵֽל",
     "strongs": "H410",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Voordat de bergen geboren waren, en U de aarde en de wereld voortgebracht had, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U God.",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Eer de bergen geboren waren, ende ghy de aerde ende de wereld voortgebracht haddet: ja van eeuwicheyt tot eeuwicheyt zijt ghy Godt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Eer",
     "new": "Voordat",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "hadt,",
     "new": "had,",
     "principe": "V206"
    },
    {
     "old": "zijt Gij",
     "new": "bent U",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 3,
   "textSV1888": "Gij doet den mens wederkeren tot verbrijzeling, en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen!",
   "text1637": "Ghy doet den mensche [6] wederkeeren tot verbrijselinge: ende segt, [7] Keert weder ghy menschen kinderen.",
   "text2026": "U doet de mens terugkeren tot verbrijzeling, en zegt: Keer weer, u mensenkinderen!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "6",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, tot zulk een staat, dat hij vergruisd en als gewreven wordt zo klein als stof, zie Gen. 3:19 . Genesis 3:19 : In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.",
     "text1637": "D. tot sulcken staet dat hy vergruyst, ende als gereven wort soo kleyn als stof. siet. Genes. 3.19.",
     "text2026": "Dat is, tot zulk een staat, dat hij vergruisd en als gewreven wordt zo klein als stof, zie Gen. 3:19 . Genesis 3:19 : In het zweet uws aangezichts zult u brood eten, totdat u tot de aarde terugkeert, omdat u daaruit genomen bent; want u bent stof, en u zult tot stof terugkeren."
    },
    {
     "marker": "7",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Keert weder: Te weten, het lichaam ter aarde, Ps. 146:4 ; en de geest tot God, Pred. 12:7 . Psalmen 146:4 : Zijn geest gaat uit, hij keert wederom tot zijn aarde; te dienzelfden dage vergaan zijn aanslagen. Prediker 12:7 : En dat het stof wederom tot aarde keert, als het geweest is; en de geest weder tot God keert, Die hem gegeven heeft.",
     "text1637": "T.w. het lichaem ter aerde, Psal. 146.4. Ende de Geest tot Godt, Eccl. 12.7.",
     "text2026": "Keert weer: Te weten, het lichaam ter aarde, Ps. 146:4 ; en de geest tot God, Pred. 12:7 . Psalmen 146:4 : Zijn geest gaat uit, hij keert opnieuw tot zijn aarde; op dezelfde dag vergaan zijn aanslagen. Prediker 12:7 : En dat het stof opnieuw tot aarde keert, als het geweest is; en de geest weer tot God keert, Die hem gegeven heeft."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "תָּשֵׁ֣ב",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVhi2ms"
    },
    {
     "woord": "אֱ֭נוֹשׁ",
     "strongs": "H582",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "עַד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "דַּכָּ֑א",
     "strongs": "H1793",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וַ֝/תֹּ֗אמֶר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqw2ms"
    },
    {
     "woord": "שׁ֣וּבוּ",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "בְנֵי",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "אָדָֽם",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "U doet de mens terugkeren tot verbrijzeling, en zegt:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Keer weer, u mensenkinderen!",
   "textSV1888_html": "Gij doet den mens<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> wederkeren tot verbrijzeling, en zegt:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Keert weder, gij mensenkinderen!",
   "text1637_html": "Ghy doet den mensche <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> wederkeeren tot verbrijselinge: ende segt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Keert weder ghy menschen kinderen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "wederkeren",
     "new": "terugkeren",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "Keert weder, gij",
     "new": "Keer weer, u",
     "principe": "V1158"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 4,
   "textSV1888": "Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en als een nachtwaak.",
   "text1637": "[8] Want duysent jaren zijn in uwe oogen, als de dach van gisteren, als hy voorbygegaen is: ende [9] [als] eene nachtwake.",
   "text2026": "Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en als een nachtwaak.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "8",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Want duizend: Hij wil zeggen: Ofschoon iemand duizend jaar leefde, zo moet hij toch sterven, en Gij neemt hem het leven zo licht alsof hij maar een dag of een week geleefd had, 2 Petr. 3:8 . Anders, maar duizend jaren, enz, ziende op vers 2 . om uit te drukken het onderscheid dat er is tussen den sterfelijken mens en den eeuwigdurenden God. 2 Petrus 3:8 : Doch deze ene zaak zij u niet onbekend, geliefden, dat een dag bij den Heere is als duizend jaren, en duizend jaren als een dag. Psalmen 90:2 : Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.",
     "text1637": "Hij wil seggen, Of schoon yemant duysent jaer leefde, so moet hy doch sterven, ende ghy neemt hem ’t leven soo licht, als of hy maer eenen dach, ofte eene weke geleeft en hadde, 2.Pet. 3.8. And. maer duysent jaren, etc. siende op het 2 vers, om uyt te drucken het onderscheyt datter is tusschen den sterflicken mensche ende den eeuwichduerenden Godt.",
     "text2026": "Want duizend: Hij wil zeggen: Ofschoon iemand duizend jaar leefde, zo moet hij toch sterven, en U neemt hem het leven zo licht alsof hij maar een dag of een week geleefd had, 2 Petr. 3:8 . Anders, maar duizend jaren, enz, ziende op vers 2 . om uit te drukken het onderscheid dat er is tussen de sterfelijken mens en de eeuwigdurenden God. 2 Petrus 3:8 : Maar deze een zaak zij u niet onbekend, geliefden, dat een dag bij de Heer is als duizend jaren, en duizend jaren als een dag. Psalmen 90:2 : Voordat de bergen geboren waren, en U de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U God."
    },
    {
     "marker": "9",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "als : Hebr. [als] de wacht in den nacht; dat is, een vierde part van een nacht, want de nacht placht in vier waken gedeeld te worden. Zie Mark. 13:35 , en Joh. 11:9 . Marcus 13:35 : Zo waakt dan (want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, des avonds laat, of ter middernacht, of met het hanengekraai, of in den morgenstond); Johannes 11:9 : Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag? Indien iemand in den dag wandelt, zo stoot hij zich niet, overmits hij het licht dezer wereld ziet;",
     "text1637": "Hebr. [Als] de wacht in der nacht; D. een vierde part van eenen nacht, want de nacht in vier waken placht gedeylt te worden. Siet Marc. 13.35. ende Iohan. 11.9.",
     "text2026": "als : Hebr. [als] de wacht in de nacht; dat is, een vierde part van een nacht, want de nacht placht in vier waken gedeeld te worden. Zie Mark. 13:35 , en Joh. 11:9 . Marcus 13:35 : Zo waakt dan (want u weet niet, wanneer de heer van het huis komen zal, van de avond laat, of ter middernacht, of met het hanengekraai, of in de morgenstond); Johannes 11:9 : Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in de dag? Als iemand in de dag wandelt, zo stoot hij zich niet, omdat hij het licht van deze wereld ziet;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּ֤י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אֶ֪לֶף",
     "strongs": "H505",
     "morph": "HAcbsa"
    },
    {
     "woord": "שָׁנִ֡ים",
     "strongs": "H8141",
     "morph": "HNcfpa"
    },
    {
     "woord": "בְּֽ/עֵינֶ֗י/ךָ",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HR/Ncbdc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "כְּ/י֣וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶ֭תְמוֹל",
     "strongs": "H865",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "יַעֲבֹ֑ר",
     "strongs": "H5674",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אַשְׁמוּרָ֥ה",
     "strongs": "H821",
     "morph": "HC/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "בַ/לָּֽיְלָה",
     "strongs": "H3915",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> als een nachtwaak.",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> als een nachtwaak.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Want duysent jaren zijn in uwe oogen, als de dach van gisteren, als hy voorbygegaen is: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> [als] eene nachtwake."
  },
  {
   "number": 5,
   "textSV1888": "Gij overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap; in den morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert;",
   "text1637": "[10] Ghy overstroomtse, sy zijn [gelijck] eenen slaep: [11] in den morgenstont zijnse gelijck het gras [dat] verandert.",
   "text2026": "U overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap; in de morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "10",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Gij overstroomt: Alsof hij zeide: Zo haastiglijk als een watervloed wegrukt en afspoelt al wat hij ontmoet.",
     "text1637": "Als of hy seyde, Soo subijtelick als een water-vloet wech ruckt ende af-spoelt al wat hy ontmoett.",
     "text2026": "U overstroomt: Alsof hij zei: Zo haastiglijk als een watervloed wegrukt en afspoelt al wat hij ontmoet."
    },
    {
     "marker": "11",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "in den morgenstond: Hij wil zeggen: De mensen zijn nauwelijks geboren, of zij vergaan terstond, verstaande door den morgenstond de jeugd of kinderjaren.",
     "text1637": "Hy wil seggen, de menschen en zijn nauwelick geboren, of sy vergaen terstont, verstaende door den morgen-stont de jeucht, ofte kintsche jaren.",
     "text2026": "in de morgenstond: Hij wil zeggen: De mensen zijn nauwelijks geboren, of zij vergaan meteen, verstaande door de morgenstond de jeugd of kinderjaren."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "זְ֭רַמְתָּ/ם",
     "strongs": "H2229",
     "morph": "HVqp2ms/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "שֵׁנָ֣ה",
     "strongs": "H8142",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "יִהְי֑וּ",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "בַּ֝/בֹּ֗קֶר",
     "strongs": "H1242",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "כֶּ/חָצִ֥יר",
     "strongs": "H2682",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "יַחֲלֹֽף",
     "strongs": "H2498",
     "morph": "HVqi3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> U overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> in de morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert;",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Gij overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> in den morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert;",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Ghy overstroomtse, sy zijn [gelijck] eenen slaep: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> in den morgenstont zijnse gelijck het gras [dat] verandert.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 6,
   "textSV1888": "In den morgenstond bloeit het, en het verandert; des avonds wordt het afgesneden, en het verdort.",
   "text1637": "In den morgenstont bloeyt het, ende [12] ’t verandert: des avonts wort het afgesneden, ende ’t verdorret.",
   "text2026": "In de morgenstond bloeit het, en het verandert; 's avonds wordt het afgesneden, en het verdort.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "12",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "het verandert: Dat is, het wordt vernieuwd in schoonheid. Verg. Job 14:7 ; Jes. 40:31 . Sommigen nemen het van de haastige verandering tot verderf. Job 14:7 : Want voor een boom, als hij afgehouwen wordt, is er verwachting, dat hij zich nog zal veranderen, en zijn scheut niet zal ophouden. Jesaja 40:31 : Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.",
     "text1637": "D. ’t wort vernieuwt in schoonheyt. Vergel. Iob 14.7. Iesa. 40.31. Sommige nemen’t van de haestige veranderinge tot verderf.",
     "text2026": "het verandert: Dat is, het wordt vernieuwd in schoonheid. Verg. Job 14:7 ; Jes. 40:31 . Sommigen nemen het van de haastige verandering tot verderf. Job 14:7 : Want voor een boom, als hij afgehouwen wordt, is er verwachting, dat hij zich nog zal veranderen, en zijn scheut niet zal ophouden. Jesaja 40:31 : Maar die JAHWEH verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de adelaars; zij zullen lopen, en niet moe worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בַּ֭/בֹּקֶר",
     "strongs": "H1242",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "יָצִ֣יץ",
     "strongs": "H6692",
     "morph": "HVhi3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/חָלָ֑ף",
     "strongs": "H2498",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "לָ֝/עֶ֗רֶב",
     "strongs": "H6153",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "יְמוֹלֵ֥ל",
     "strongs": "H4135",
     "morph": "HVmi3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/יָבֵֽשׁ",
     "strongs": "H3001",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "In de morgenstond bloeit het, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> het verandert; 's avonds wordt het afgesneden, en het verdort.",
   "textSV1888_html": "In den morgenstond bloeit het, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> het verandert; des avonds wordt het afgesneden, en het verdort.",
   "text1637_html": "In den morgenstont bloeyt het, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> ’t verandert: des avonts wort het afgesneden, ende ’t verdorret.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "des",
     "new": "'s",
     "principe": "N3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 7,
   "textSV1888": "Want wij vergaan door Uw toorn; en door Uw grimmigheid worden wij verschrikt.",
   "text1637": "Want wy vergaen [13] door uwen toorn: ende door uwe grimmicheyt worden wy verschrickt.",
   "text2026": "Want wij vergaan door Uw toorn; en door Uw woede worden wij verschrikt.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "13",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "door Uw toorn: Die vanwege onze zonden over ons ontstoken is.",
     "text1637": "Die van wegen onse sonden over ons ontsteken is.",
     "text2026": "door Uw toorn: Die vanwege onze zonden over ons ontstoken is."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "כָלִ֥ינוּ",
     "strongs": "H3615",
     "morph": "HVqp1cp"
    },
    {
     "woord": "בְ/אַפֶּ֑/ךָ",
     "strongs": "H639",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "וּֽ/בַ/חֲמָתְ/ךָ֥",
     "strongs": "H2534",
     "morph": "HC/R/Ncfsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "נִבְהָֽלְנוּ",
     "strongs": "H926",
     "morph": "HVNp1cp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Want wij vergaan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> door Uw toorn; en door Uw woede worden wij verschrikt.",
   "textSV1888_html": "Want wij vergaan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> door Uw toorn; en door Uw grimmigheid worden wij verschrikt.",
   "text1637_html": "Want wy vergaen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> door uwen toorn: ende door uwe grimmicheyt worden wy verschrickt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "grimmigheid",
     "new": "woede",
     "principe": "V77"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 8,
   "textSV1888": "Gij stelt onze ongerechtigheden voor U, onze heimelijke zonden in het licht Uws aanschijns.",
   "text1637": "Ghy stelt onse ongerechticheden voor u: onse [14] heymelicke [sonden] [15] in’t licht uwes aenschijns.",
   "text2026": "U stelt onze ongerechtigheden voor U, onze geheime zonden in het licht van Uw aangezicht.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "14",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "heimelijke zonden : Die voor de ogen der mensen verborgen zijn, en die wij dikwijls zelf niet weten of achten. Zie Ps. 19:13 , en Job 20:11 . Psalmen 19:13 : Wie zou de afdwalingen verstaan? Reinig mij van de verborgene afdwalingen. Job 20:11 : Zijn beenderen zullen vol van zijn verborgene zonden zijn; van welke elkeen met hem op het stof nederliggen zal.",
     "text1637": "Die voor de oogen der menschen verborgen zijn, ende die wy dickwijls selfs niet en weten of en achten, siet Psal. 19.13. ende Iob 20.11.",
     "text2026": "geheime zonden : Die voor de ogen van de mensen verborgen zijn, en die wij dikwijls zelf niet weten of achten. Zie Ps. 19:13 , en Job 20:11 . Psalmen 19:13 : Wie zou de afdwalingen verstaan? Reinig mij van de verborgen afdwalingen. Job 20:11 : Zijn beenderen zullen vol van zijn verborgen zonden zijn; van welke elk met hem op het stof nederliggen zal."
    },
    {
     "marker": "15",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "in het: Te weten, hebt Gij hen gesteld, dat zij klaarlijk voor uw aangezicht blijken. Zie Ps. 51:11 ; 1 Kor. 4:5 , en Hebr. 4:13 . Psalmen 51:11 : Verberg Uw aangezicht van mijn zonden, en delg uit al mijn ongerechtigheden. 1 Korinthiërs 4:5 : Zo dan oordeelt niets voor den tijd, totdat de Heere zal gekomen zijn, Welke ook in het licht zal brengen, hetgeen in de duisternis verborgen is, en openbaren de raadslagen der harten; en als dan zal een iegelijk lof hebben van God. Hebreeën 4:13 : En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben.",
     "text1637": "T.w. hebt ghyse gestelt, datse klaerlick voor u aengesichte blijcken. Siet Psal. 51.11. ende 1.Cor. 4.5. Hebr. 1.13.",
     "text2026": "in het: Te weten, hebt U hen gesteld, dat zij duidelijk voor uw aangezicht blijken. Zie Ps. 51:11 ; 1 Kor. 4:5 , en Hebr. 4:13 . Psalmen 51:11 : Verberg Uw aangezicht van mijn zonden, en delg uit al mijn ongerechtigheden. 1 Korinthiërs 4:5 : Zo dan oordeelt niets voor de tijd, totdat de Heer zal gekomen zijn, Welke ook in het licht zal brengen, wat in de duisternis verborgen is, en openbaren de raadslagen van de harten; en als dan zal een iedereen lof hebben van God. Hebreeën 4:13 : En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Van Degene, met Welke wij te doen hebben."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "שת",
     "strongs": "H7896",
     "morph": "HVqp2ms"
    },
    {
     "woord": "עֲוֺנֹתֵ֣י/נוּ",
     "strongs": "H5771",
     "morph": "HNcbpc/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "לְ/נֶגְדֶּ֑/ךָ",
     "strongs": "H5048",
     "morph": "HR/R/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "עֲ֝לֻמֵ֗/נוּ",
     "strongs": "H5956",
     "morph": "HVqsmsc/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "לִ/מְא֥וֹר",
     "strongs": "H3974",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "פָּנֶֽי/ךָ",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HNcbpc/Sp2ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "U stelt onze ongerechtigheden voor U, onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> geheime<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> zonden in het licht van Uw aangezicht.",
   "textSV1888_html": "Gij stelt onze ongerechtigheden voor U, onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> heimelijke<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> zonden in het licht Uws aanschijns.",
   "text1637_html": "Ghy stelt onse ongerechticheden voor u: onse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> heymelicke [sonden] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> in’t licht uwes aenschijns.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "heimelijke",
     "new": "geheime",
     "principe": "V422"
    },
    {
     "old": "Uws aanschijns.",
     "new": "van Uw aangezicht.",
     "principe": "V200"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 9,
   "textSV1888": "Want al onze dagen gaan henen door Uw verbolgenheid; wij brengen onze jaren door als een gedachte.",
   "text1637": "Want alle onse dagen [16] gaen henen door uwe verbolgentheyt: wy brengen onse jaren door, [17] als een gedachte.",
   "text2026": "Want al onze dagen gaan heen door Uw toorn; wij brengen onze jaren door als een gedachte.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "16",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "gaan henen: Anders, wenden zich.",
     "text1637": "And. wenden haer.",
     "text2026": "gaan heen: Anders, wenden zich."
    },
    {
     "marker": "17",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "als een gedachte: Dat is, zeer snellijk. Anders, als een woord, hetwelk een geluid is, dat niet duurt, maar het verdwijnt haastelijk in de lucht.",
     "text1637": "D. seer snellick: And. als een woort, ’t welck een geluyt is, dat niet en duert, maer het verdwijnt haestelick inde lucht.",
     "text2026": "als een gedachte: Dat is, zeer snel. Anders, als een woord, dat een geluid is, dat niet duurt, maar het verdwijnt haastig in de lucht."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יָ֭מֵי/נוּ",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "פָּנ֣וּ",
     "strongs": "H6437",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "בְ/עֶבְרָתֶ֑/ךָ",
     "strongs": "H5678",
     "morph": "HR/Ncfsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "כִּלִּ֖ינוּ",
     "strongs": "H3615",
     "morph": "HVpp1cp"
    },
    {
     "woord": "שָׁנֵ֣י/נוּ",
     "strongs": "H8141",
     "morph": "HNcfpc/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "כְמוֹ",
     "strongs": "H3644",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הֶֽגֶה",
     "strongs": "H1899",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Want al onze dagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> gaan heen door Uw toorn; wij brengen onze jaren door<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> als een gedachte.",
   "textSV1888_html": "Want al onze dagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> gaan henen door Uw verbolgenheid; wij brengen onze jaren door<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> als een gedachte.",
   "text1637_html": "Want alle onse dagen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> gaen henen door uwe verbolgentheyt: wy brengen onse jaren door, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> als een gedachte.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "henen",
     "new": "heen",
     "principe": "V67"
    },
    {
     "old": "verbolgenheid;",
     "new": "toorn;",
     "principe": "V477"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 10,
   "textSV1888": "Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen.",
   "text1637": "Aengaende de dagen onser jaren, daer in zijn [18] tseventich jaer: of so wy [19] seer sterck zijn, tachtentich jaer: ende [20] ’t uytnemenste van dien, [21] is moeyte ende verdriet: want het wort snellick afgesneden, ende wy vliegen daer henen.",
   "text2026": "Voor wat betreft de dagen van onze jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snel afgesneden, en wij vliegen daarheen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "18",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "zeventig jaren: Te weten, gemeenlijk, ofschoon sommige mensen langer leven.",
     "text1637": "T.w. gemeynelick, of schoon sommige menschen langer leven.",
     "text2026": "zeventig jaren: Te weten, gemeenlijk, ofschoon sommige mensen langer leven."
    },
    {
     "marker": "19",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "zeer sterk: Hebr. in sterkten; te weten, wanneer iemand zeer sterk van natuur is.",
     "text1637": "Hebr. in sterckten. T.w. wanneer yemant seer sterck van natueren is.",
     "text2026": "zeer sterk: Hebr. in sterkten; te weten, wanneer iemand zeer sterk van natuur is."
    },
    {
     "marker": "20",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "het uitnemendste: Anders, de hoogmoed of stoutheid van dien; dat is, hetgeen waar men stout en moedig op is, te weten de sterkte des levens.",
     "text1637": "And. De hoochmoet ofte stouticheyt van dien: D. ’t gene daermen stout ende moedich op is, te weten, de sterckte des levens.",
     "text2026": "het uitnemendste: Anders, de hoogmoed of stoutheid van die; dat is, wat waar men stout en moedig op is, te weten de sterkte van het leven."
    },
    {
     "marker": "21",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "is moeite en verdriet: Dat is, als men in het best van zijn leven is, eer nog de oude dagen komen, zo is men al veel moeite en verdriet in deze wereld onderworpen.",
     "text1637": "D. alsmen in het beste van sijn leven is, eer noch de oude dagen komen, so ismen al veel moeyte ende verdriet in dese werelt onderworpen.",
     "text2026": "is moeite en verdriet: Dat is, als men in het best van zijn leven is, eer nog de oude dagen komen, zo is men al veel moeite en verdriet in deze wereld onderworpen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "יְמֵֽי",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "שְׁנוֹתֵ֨י/נוּ",
     "strongs": "H8141",
     "morph": "HNcfpc/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "בָ/הֶ֥ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "שִׁבְעִ֪ים",
     "strongs": "H7657",
     "morph": "HAcbpa"
    },
    {
     "woord": "שָׁנָ֡ה",
     "strongs": "H8141",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אִ֤ם",
     "strongs": "H518",
     "morph": "HC/C"
    },
    {
     "woord": "בִּ/גְבוּרֹ֨ת",
     "strongs": "H1369",
     "morph": "HR/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "שְׁמ֘וֹנִ֤ים",
     "strongs": "H8084",
     "morph": "HAcbpa"
    },
    {
     "woord": "שָׁנָ֗ה",
     "strongs": "H8141",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ֭/רָהְבָּ/ם",
     "strongs": "H7296",
     "morph": "HC/Ncmsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "עָמָ֣ל",
     "strongs": "H5999",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "וָ/אָ֑וֶן",
     "strongs": "H205",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "כִּי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "גָ֥ז",
     "strongs": "H1468",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "חִ֝֗ישׁ",
     "strongs": "H2440",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "וַ/נָּעֻֽפָ/ה",
     "strongs": "H5774",
     "morph": "HC/Vqw1cp/Sh"
    }
   ],
   "text2026_html": "Voor wat betreft de dagen van onze jaren, daarin zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> zeventig jaren, of, zo wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zeer sterk zijn, tachtig jaren; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> het uitnemendste van die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> is moeite en verdriet; want het wordt snel afgesneden, en wij vliegen daarheen.",
   "textSV1888_html": "Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> zeventig jaren, of, zo wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zeer sterk zijn, tachtig jaren; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> het uitnemendste van die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen.",
   "text1637_html": "Aengaende de dagen onser jaren, daer in zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> tseventich jaer: of so wy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> seer sterck zijn, tachtentich jaer: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> ’t uytnemenste van dien, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> is moeyte ende verdriet: want het wort snellick afgesneden, ende wy vliegen daer henen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Aangaande",
     "new": "Voor wat betreft",
     "principe": "V814"
    },
    {
     "old": "onzer",
     "new": "van onze",
     "principe": "V1170"
    },
    {
     "old": "snellijk",
     "new": "snel",
     "principe": "V480"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 11,
   "textSV1888": "Wie kent de sterkte Uws toorns, en Uw verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt?",
   "text1637": "[22] Wie kent de sterckte uwes toorns, ende uwe verbolgentheyt [23] nae dat ghy te vreesen zijt?",
   "text2026": "Wie kent de sterkte van Uw toorn, en Uw toorn, naardat U te vrezen bent?",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "22",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Wie kent: Te weten, alzo dat hij zorgdrage, hoe hij uwen toorn ontslagen mocht worden. Of, die zich wachte U met zijne zonden te vertoornen.",
     "text1637": "T.w. alsoo, dat hy sorge drage, hoe hy van uwen toorn ontslagen mocht werden: Ofte, die sich wachte u met sijne sonden te vertoornen.",
     "text2026": "Wie kent: Te weten, zo dat hij zorgdrage, hoe hij uw toorn ontslagen mocht worden. Of, die zich wachte U met zijn zonden te vertoornen."
    },
    {
     "marker": "23",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "naardat Gij te vrezen zijt: Hebr. naar uwe vrezen. Dat is, naar dat Gij te vrezen, of vreeslijk zijt.",
     "text1637": "Hebr. nae uwe vreesen. D. nae dat ghy te vreesen, ofte vreeslick zijt.",
     "text2026": "naardat U te vrezen bent: Hebr. naar uw vrezen. Dat is, naar dat U te vrezen, of vreeslijk zijt."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מִֽי",
     "strongs": "H4310",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "י֭וֹדֵעַ",
     "strongs": "H3045",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "עֹ֣ז",
     "strongs": "H5797",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אַפֶּ֑/ךָ",
     "strongs": "H639",
     "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "וּ֝/כְ/יִרְאָתְ/ךָ֗",
     "strongs": "H3374",
     "morph": "HC/R/Ncfsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "עֶבְרָתֶֽ/ךָ",
     "strongs": "H5678",
     "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Wie kent de sterkte van Uw toorn, en Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> toorn, naardat U te vrezen bent?",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Wie kent de sterkte Uws toorns, en Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt?",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Wie kent de sterckte uwes toorns, ende uwe verbolgentheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> nae dat ghy te vreesen zijt?",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Uws toorns,",
     "new": "van Uw toorn,",
     "principe": "V200"
    },
    {
     "old": "verbolgenheid,",
     "new": "toorn,",
     "principe": "V477"
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "zijt?",
     "new": "bent?",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 12,
   "textSV1888": "Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.",
   "text1637": "Leert ons [24] alsoo [onse] dagen tellen, [25] dat wy [26] een wijs herte bekomen.",
   "text2026": "Leer ons zo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "24",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "alzo onze dagen tellen: Anders, recht tellen. Alzo wordt het Hebr. woord genomen Num. 27:7 , en 2 Kon. 7:9 . Numeri 27:7 : De dochteren van Zelafead spreken recht; gij zult haar ganselijk geven de bezitting ener erfenis, in het midden van de broederen haars vaders; en gij zult de erfenis haars vaders op haar doen komen. 2 Koningen 7:9 : Toen zeiden zij, de een tot den ander: Wij doen niet recht; deze dag is een dag van goede boodschap, en wij zwijgen stil. Indien wij vertoeven tot den lichten morgen, zo zal ons de ongerechtigheid vinden; daarom nu, komt, laat ons gaan, en dit aan het huis des konings boodschappen.",
     "text1637": "And. recht tellen. alsoo wort het Hebr. woort genomen Num. 27.7. ende 2.Reg. 7.9.",
     "text2026": "zo onze dagen tellen: Anders, recht tellen. Zo wordt het Hebr. woord genomen Num. 27:7 , en 2 Kon. 7:9 . Numeri 27:7 : De dochters van Zelafead spreken recht; u zult haar ganselijk geven de bezitting van een erfenis, in het midden van de broers haars vaders; en u zult de erfenis haars vaders op haar doen komen. 2 Koningen 7:9 : Toen zeiden zij, de één tot de ander: Wij doen niet recht; deze dag is een dag van goede boodschap, en wij zwijgen stil. Als wij vertoeven tot de lichten morgen, zo zal ons de ongerechtigheid vinden; daarom nu, komt, laat ons gaan, en dit aan het huis van de koning boodschappen."
    },
    {
     "marker": "25",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "dat wij: Dat is, dat wij, recht verstaande uwe gramschap tegen de zonde, U leren vrezen en den korten tijd onzes levens besteden tot uw dienst; Job 28:28 . Job 28:28 : Maar tot den mens heeft Hij gezegd: Zie, de vreze des HEEREN is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand.",
     "text1637": "D. dat wy recht verstaende uwe gramschap tegen de sonde, u leeren vreesen, ende den korten tijt onses levens besteden tot uwen dienste, Iob 28.28.",
     "text2026": "dat wij: Dat is, dat wij, recht verstaande uw toorn tegen de zonde, U leren vrezen en de korte tijd onzes levens besteden tot uw dienst; Job 28:28 . Job 28:28 : Maar tot de mens heeft Hij gezegd: Zie, de vrees voor JAHWEH is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand."
    },
    {
     "marker": "26",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "wijs hart: Hebr., לְבַב, een hart der wijsheid aanbrengen, of toebrengen.",
     "text1637": "Hebr. een herte der wijsheyt aenbrengen, ofte, toebrengen.",
     "text2026": "wijs hart: Hebr., לְבַב, een hart van de wijsheid aanbrengen, of toebrengen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "לִ/מְנ֣וֹת",
     "strongs": "H4487",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "יָ֭מֵי/נוּ",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "כֵּ֣ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "הוֹדַ֑ע",
     "strongs": "H3045",
     "morph": "HVhv2ms"
    },
    {
     "woord": "וְ֝/נָבִ֗א",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HC/Vhi1cp"
    },
    {
     "woord": "לְבַ֣ב",
     "strongs": "H3824",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "חָכְמָֽה",
     "strongs": "H2451",
     "morph": "HNcfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Leer ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> zo onze dagen tellen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> dat wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> een wijs hart bekomen.",
   "textSV1888_html": "Leer ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> alzo onze dagen tellen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> dat wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> een wijs hart bekomen.",
   "text1637_html": "Leert ons <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> alsoo [onse] dagen tellen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> dat wy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> een wijs herte bekomen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "alzo",
     "new": "zo",
     "principe": "V42"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 13,
   "textSV1888": "Keer weder, HEERE! tot hoe lange? en het berouwe U over Uw knechten.",
   "text1637": "Keert weder HEERE, [27] tot hoe lange? ende [28] het berouwe u [29] over uwe knechten.",
   "text2026": "Keer weer, JAHWEH! tot hoe lange? en het berouwe U over Uw knechten.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "27",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "tot hoe lange: T.w. vertoeft Gij; of, zal het duren, dat Gij U van ons wendt; of, eer Gij ons verlost. Zie Ps. 6:4 . Psalmen 6:4 : Ja, mijn ziel is zeer verschrikt; en Gij, HEERE, hoe lange?",
     "text1637": "Te weten, vertoeft ghy: Of, salt dueren, dat ghy u van ons wendt: Of, eer ghy ons verlost. Siet Psal. 6.4.",
     "text2026": "tot hoe lange: T.w. vertoeft U; of, zal het duren, dat U U van ons wendt; of, eer U ons verlost. Zie Ps. 6:4 . Psalmen 6:4 : Ja, mijn ziel is zeer verschrikt; en U, JAHWEH, hoe lange?"
    },
    {
     "marker": "28",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "het berouwe U: Anders, hebt berouw ; zie Gen. 6:6 . Versta hierbij, dat Gij ons zo zwaarlijk geslagen hebt. Genesis 6:6 : Toen berouwde het den HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.",
     "text1637": "Anders, hebt berouw. Siet Genes. 6.6. Verstaet hier by, dat ghy ons soo swaerlick geslagen hebt.",
     "text2026": "het berouwe U: Anders, hebt berouw ; zie Gen. 6:6 . Versta hierbij, dat U ons zo moeizaam geslagen hebt. Genesis 6:6 : Toen berouwde JAHWEH, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart."
    },
    {
     "marker": "29",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "over Uw knechten: Dat is over ons, die Uw knechten, of Uw volk zijn.",
     "text1637": "D. over ons, die uwe knechten, ofte u volck zijn.",
     "text2026": "over Uw knechten: Dat is over ons, die Uw knechten, of Uw volk zijn."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "שׁוּבָ֣/ה",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVqv2ms/Sh"
    },
    {
     "woord": "יְ֭הוָה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "עַד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "מָתָ֑י",
     "strongs": "H4970",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "וְ֝/הִנָּחֵ֗ם",
     "strongs": "H5162",
     "morph": "HC/VNv2ms"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "עֲבָדֶֽי/ךָ",
     "strongs": "H5650",
     "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Keer weer, JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> tot hoe lange? en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> het berouwe U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> over Uw knechten.",
   "textSV1888_html": "Keer weder, HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> tot hoe lange? en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> het berouwe U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> over Uw knechten.",
   "text1637_html": "Keert weder HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> tot hoe lange? ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> het berouwe u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> over uwe knechten.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "weder, HEERE!",
     "new": "weer, JAHWEH!",
     "principe": "V66"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 14,
   "textSV1888": "Verzadig ons in den morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn in al onze dagen.",
   "text1637": "Versadigt ons [30] in den morgenstont met uwe goedertierenheyt, so sullen wy juychen; ende verblijdt zijn [31] in alle onse dagen.",
   "text2026": "Verzadig ons in de morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn in al onze dagen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "30",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "in den morgenstond: Alsof hij zeide: Bewijs ons vroeg uwe goedertierenheid, na den duisteren nacht der verdrukking.",
     "text1637": "Als of hy seyde, Bewijst ons vroech uwe goedertierenheyt, na den duysteren nacht der verdruckinge.",
     "text2026": "in de morgenstond: Alsof hij zei: Bewijs ons vroeg uw goedertierenheid, na de duisteren nacht van de verdrukking."
    },
    {
     "marker": "31",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "in al onze: Dat is, al de dagen onzes levens.",
     "text1637": "Dat is, alle de dagen onses levens.",
     "text2026": "in al onze: Dat is, al de dagen onzes levens."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "שַׂבְּעֵ֣/נוּ",
     "strongs": "H7646",
     "morph": "HVpv2ms/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "בַ/בֹּ֣קֶר",
     "strongs": "H1242",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "חַסְדֶּ֑/ךָ",
     "strongs": "H2617",
     "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "וּֽ/נְרַנְּנָ֥ה",
     "strongs": "H7442",
     "morph": "HC/Vph1cp"
    },
    {
     "woord": "וְ֝/נִשְׂמְחָ֗ה",
     "strongs": "H8055",
     "morph": "HC/Vqh1cp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "יָמֵֽי/נוּ",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Verzadig ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> in de morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> in al onze dagen.",
   "textSV1888_html": "Verzadig ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> in den morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> in al onze dagen.",
   "text1637_html": "Versadigt ons <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> in den morgenstont met uwe goedertierenheyt, so sullen wy juychen; ende verblijdt zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> in alle onse dagen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 15,
   "textSV1888": "Verblijd ons naar de dagen, in dewelke Gij ons gedrukt hebt, naar de jaren, in dewelke wij het kwaad gezien hebben.",
   "text1637": "Verblijdt ons [32] nae de dagen [in de welcke] ghy ons gedruckt hebt: [nae] de jaren [in de welcke] wy’t quaet [33] gesien hebben.",
   "text2026": "Verblijd ons naar de dagen, in die U ons vernederd hebt, naar de jaren, in die wij het kwaad gezien hebben.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "32",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "naar de dagen: De zin is: Gelijk Gij ons langen tijd hebnt bedroefd met zware plagen, verheug ons weder alzo in de toekomende tijden met uw genadige hulp.",
     "text1637": "De sin is, gelijck ghy ons lange tijt hebt bedroeft met sware plagen: Verheucht ons weder alsoo in de toekomende tijden met uwe genadige hulpe.",
     "text2026": "naar de dagen: De zin is: Gelijk U ons lange tijd hebnt bedroefd met zware plagen, verheug ons weer zo in de toekomende tijden met uw genadige hulp."
    },
    {
     "marker": "33",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "gezien hebben: Dat is, gevoeld en geleden hebben, gelijk Ps. 16:10 , en Ps. 89:49 . Zie ook Ps. 4:7 . Psalmen 16:10 : Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie. Psalmen 89:49 : Wat man leeft er, die den dood niet zien zal, die zijn ziel zal bevrijden van het geweld des grafs? Sela. Psalmen 4:7 : Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE!",
     "text1637": "D. gevoelt ende geleden hebben, als Psal. 16.10. ende 89.49. Siet oock Psal. 4.7.",
     "text2026": "gezien hebben: Dat is, gevoeld en geleden hebben, gelijk Ps. 16:10 , en Ps. 89:49 . Zie ook Ps. 4:7 . Psalmen 16:10 : Want U zult mijn ziel in het dodenrijk niet verlaten; U zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie. Psalmen 89:49 : Wat man leeft er, die de dood niet zien zal, die zijn ziel zal bevrijden van het geweld van het graf? Sela. Psalmen 4:7 : Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef U over ons het licht Uws aangezichts, o JAHWEH!"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "שַׂ֭מְּחֵ/נוּ",
     "strongs": "H8055",
     "morph": "HVpv2ms/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "כִּ/ימ֣וֹת",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HR/Ncmpc"
    },
    {
     "woord": "עִנִּיתָ֑/נוּ",
     "strongs": "H6031",
     "morph": "HVpp2ms/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "שְׁ֝נ֗וֹת",
     "strongs": "H8141",
     "morph": "HNcfpc"
    },
    {
     "woord": "רָאִ֥ינוּ",
     "strongs": "H7200",
     "morph": "HVqp1cp"
    },
    {
     "woord": "רָעָֽה",
     "strongs": "H7451",
     "morph": "HNcfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Verblijd ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> naar de dagen, in die U ons vernederd hebt, naar de jaren, in die wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> het kwaad gezien hebben.",
   "textSV1888_html": "Verblijd ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> naar de dagen, in dewelke Gij ons gedrukt hebt, naar de jaren, in dewelke wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> het kwaad gezien hebben.",
   "text1637_html": "Verblijdt ons <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> nae de dagen [in de welcke] ghy ons gedruckt hebt: [nae] de jare<i>n</i> [in de welcke] wy’t quaet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> gesien hebben.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "dewelke Gij",
     "new": "die U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "dewelke",
     "new": "die",
     "principe": "V75"
    },
    {
     "old": "gedrukt",
     "new": "vernederd",
     "principe": true
    }
   ]
  },
  {
   "number": 16,
   "textSV1888": "Laat Uw werk aan Uw knechten gezien worden, en Uw heerlijkheid over hun kinderen.",
   "text1637": "Laet [34] u werck aen uwe knechten [35] gesien worden, ende [36] uwe heerlickheyt [37] over hare kinderen.",
   "text2026": "Laat Uw werk aan Uw knechten gezien worden, en Uw heerlijkheid over hun kinderen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "34",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "uw werk: Dat is, de volkomen verlossing uit al onze ellenden.",
     "text1637": "D. de volkomene verlossinge uyt alle onse elenden.",
     "text2026": "uw werk: Dat is, de volkomen verlossing uit al onze ellenden."
    },
    {
     "marker": "35",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "gezien worden: Of, verschijnen.",
     "text1637": "Of, verschijnen.",
     "text2026": "gezien worden: Of, verschijnen."
    },
    {
     "marker": "36",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Uw heerlijkheid: Dat is, de verlossing door welke Uw heerlijkheid openbaar gemaakt worde; te weten Uw macht, goedertierenheid en wijsheid.",
     "text1637": "Dat is, de verlossinge door de welcke uwe heerlickheyt openbaer gemaeckt worde: T.w. uwe macht, goedertierenheyt, ende wijsheyt.",
     "text2026": "Uw heerlijkheid: Dat is, de verlossing door welke Uw heerlijkheid openbaar gemaakt worde; te weten Uw macht, goedertierenheid en wijsheid."
    },
    {
     "marker": "37",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "over hun kinderen: Dat is, over hun nakomelingen, achtervolgens het verbond met hun vaders opgericht.",
     "text1637": "D. over hare nakomelingen, achtervolgens het verbont met hare vaderen opgerichtt.",
     "text2026": "over hun kinderen: Dat is, over hun nakomelingen, achtervolgens het verbond met hun vaders opgericht."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "יֵרָאֶ֣ה",
     "strongs": "H7200",
     "morph": "HVNi3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "עֲבָדֶ֣י/ךָ",
     "strongs": "H5650",
     "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "פָעֳלֶ֑/ךָ",
     "strongs": "H6467",
     "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "וַ֝/הֲדָרְ/ךָ֗",
     "strongs": "H1926",
     "morph": "HC/Ncmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בְּנֵי/הֶֽם",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> Uw werk aan Uw knechten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> gezien worden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> Uw heerlijkheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> over hun kinderen.",
   "textSV1888_html": "Laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> Uw werk aan Uw knechten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> gezien worden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> Uw heerlijkheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> over hun kinderen.",
   "text1637_html": "Laet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> u werck aen uwe knechten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> gesien worden, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> uwe heerlickheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> over hare kinderen."
  },
  {
   "number": 17,
   "textSV1888": "En de liefelijkheid des HEEREN, onzes Gods; zij over ons; en bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja, het werk onzer handen, bevestig dat.",
   "text1637": "Ende [38] de lieflickheyt des HEEREN onses Godts zy over ons: ende [39] bevesticht ghy het werck onser handen over ons: ja het werck onser handen bevestigt dat.",
   "text2026": "En de liefelijkheid van JAHWEH, van onze God; zij over ons; en bevestig U het werk van onze handen over ons, ja, het werk van onze handen, bevestig dat.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "38",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "de liefelijkheid: Of, dat ook de HEERE onze God een lust aan ons hebbe.",
     "text1637": "Ofte, dat oock de HEERE onse Godt eenen lust aen ons hebbe.",
     "text2026": "de liefelijkheid: Of, dat ook JAHWEH onze God een lust aan ons hebbe."
    },
    {
     "marker": "39",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, regeer al ons voornemen en doen alzo, dat het van nu voortaan altoos door uwe genade vast en bestendig blijve; want zonder God vermogen wij niets; Joh. 15:5 ; Jak. 1:17 . Johannes 15:5 : Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen. Jakobus 1:17 : Alle goede gave, en alle volmaakte gifte is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij Welken geen verandering is, of schaduw van omkering.",
     "text1637": "D. Regeert al ons voornemen ende doen also, dat het van nu voortaen altoos door uwe genade vast ende bestendich blijve: want sonder Godt en vermogen wy niet, Ioh. 15.5. Iac. 1.17.",
     "text2026": "Dat is, regeer al ons voornemen en doen zo, dat het van nu voortaan altijd door uw genade vast en bestendig blijve; want zonder God vermogen wij niets; Joh. 15:5 ; Jak. 1:17 . Johannes 15:5 : Ik ben de Wijnstok, en u de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt u niets doen. Jakobus 1:17 : Alle goede gave, en alle volmaakte gifte is van boven, van de Vader van de lichten afkomende, bij Welke geen verandering is, of schaduw van omkering."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וִ/יהִ֤י",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqj3ms"
    },
    {
     "woord": "נֹ֤עַם",
     "strongs": "H5278",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֵ֗י/נוּ",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "עָ֫לֵ֥י/נוּ",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "וּ/מַעֲשֵׂ֣ה",
     "strongs": "H4639",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "יָ֭דֵי/נוּ",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HNcbdc/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "כּוֹנְנָ֥/ה",
     "strongs": "H3559",
     "morph": "HVov2ms/Sh"
    },
    {
     "woord": "עָלֵ֑י/נוּ",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "וּֽ/מַעֲשֵׂ֥ה",
     "strongs": "H4639",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "יָ֝דֵ֗י/נוּ",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HNcbdc/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "כּוֹנְנֵֽ/הוּ",
     "strongs": "H3559",
     "morph": "HVov2ms/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> de liefelijkheid van JAHWEH, van onze God; zij over ons; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> bevestig U het werk van onze handen over ons, ja, het werk van onze handen, bevestig dat.",
   "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> de liefelijkheid des HEEREN, onzes Gods; zij over ons; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja, het werk onzer handen, bevestig dat.",
   "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> de lieflickheyt des HEEREN onses Godts zy over ons: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> bevesticht ghy het werck onser handen over ons: ja het werck onser handen bevestigt dat.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "des HEEREN, onzes Gods;",
     "new": "van JAHWEH, van onze God;",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "onzer",
     "new": "van onze",
     "principe": "V1170"
    },
    {
     "old": "onzer",
     "new": "van onze",
     "principe": "V1170"
    }
   ]
  }
 ],
 "chapterIntro": {
  "text1637": "Mose lovende Godes voorsichticheyt ende macht, beschrijft de swackheyt, elende, ende kortheyt des menschelicken levens: Godt biddende, dat hy hem, ende alle menschen de selve recht leere kennen.",
  "text2026": "Mozes, Gods voorzienigheid en macht lovend, beschrijft de zwakheid, ellende en kortheid van het menselijk leven; en hij bidt God dat Hij hem en alle mensen die recht leer kennen."
 }
}